Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 648

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 648

6 minuten leestijd

AD VALVAS 20 JUNI 1996

PAGINA 6

Amsterdam weer winnaar Studenten Steden Cup Volleybaltoernooi als slotronde Op zaterdag 22 en zondag 23 juni vindt in Eindhoven het Hajraa-buitentoernooi plaats. Dit internationaal volleybaltoernooi geldt tevens als laatste ronde voor de Heineken Studenten Steden Cup, maar koploper Amsterdam kan al niet meer ingehaald worden. De UvA en de VU kunnen de buit alvast verdelen.

Snelle tijden op hardloopkampioenschappen VU Josette Schoenmakers heeft vorige week woensdag de eerste hardloopkampioenschappen van de vu gewonnen.

Dick Roodenburg

In de Hemekencup strijden de twaalf universiteitssteden van Nederland in elf takken van sport een seizoen lang om de hoogste eer en een geldbedrag van ƒ10.000,-. Vanaf september 1995 stonden achtereenvolgens golf, roeien, hockey, rugby, schaatsen, ijshockey, snooker, zeilen, tennis en begin deze maand voetbal op de agenda. Amsterdam, dat wil zeggen een bundeling van UVA- en vu-studenten, won drie keer en was drie keer tweede. De rekensom is makkelijk gemaakt: met nog één ronde te gaan heeft Amster-

De lokatie van het Hajraa buitentoemooi

dam een voorsprong van dertien punten op naaste concurrent Groningen. Omdat per ronde maximaal twaalf punten te behalen zijn, zal Amsterdam ook deze editie van de Heineken Steden Studenten Cup op zijn naam schrijven. Dat wordt wat saai. De organisatie overweegt volgend seizoen de beide hoofdstedelijke universiteiten apart te laten deelnemen. Het Hajraa-buitentoemooi, nu onderdeel van de Heineken Steden Studenten Cup, bestond al lang voordat de

bierbrouwer de sponsoring op zich nam. Dit jaar vindt het volleybalevenement voor de achttiende maal plaats. De naam van de organiserende vereniging Hajraa is afgeleid van het Hongaarse Huj, huj, hajraa, hetgeen zoiets als 'Hup vooruit' schijnt te betekenen. De eerste trainer van Hajraa kwam uit Honganje. Naast het buitentoemooi organiseert Hajraa ook jaarlijks een internationaal binnentoernooi, een beach-volleybalspektakel in een grote zandbak op de markt in het centrum van Eindhoven en zelfs een beach-volleybaltoemooi in het Spaanse Lloret de Mar. Vorig jaar deden aan het buitentoernooi 380 teams uit tien verschillende landen mee. Op 78 velden liepen zo'n

3500 sporters - studenten en niet-studenten - rond, waarmee Hajraa een van de grootste volleybaltoernooien in Europa is. Ook dit jaar heeft de organisatie weer een groot aantal inschrijvingen. Al deze deelnemers moeten natuurlijk het hele weekend beziggehouden worden. Vanaf vrijdagmiddag komen de eerste teams aan en die kunnen gelijk doorstomen naar de grote tent waar 's avond het welkomsfeest plaatsvindt. Na een dag volleyballen is het zaterdagavond weer feest. Verder wordt naast de gewone wedstrijden een zitvoUeybalcompetitie gehouden en is er een demonstratie van Sepak Takraw, een Maleisische variant van volleybal waarbij het hele lichaam behalve de

Van de Meulenhof

armen mag worden gebruikt. De hoofdactiviteit blijft uiteraard het toernooi zelf. Het spelniveau loopt van de derde-klasse-mix tot aan de eerste divisie. Om de 1700 wedstrijden in goede banen te leiden, dirigeert een grote omroepinstallatie vanaf een vrachtwagen-oplegger alle teams en scheidsrechters op het juiste moment naar het juiste veld. De vu-studenten die vorig jaar meededen, waren erg enthousiast over de organisatie en de sfeer van het evenement en bleken verrast door het hoge niveau van de wedstrijden. Ook nu lijkt een eerste plaats voor Amsterdam niet waarschijnlijk. Maar goed, die Heinekencup is toch al binnen.

Op heuvelachtige parcours in het Amsterdamse Bos werden onder goede weersomstandigheden snelle tijden gelopen tijdens de door de Asvu georganiseerde kampioenschappen. Josette Schoenmakers legde de vier kilometer in 16.04 minuten af. Zij was hiermee ruim een halve minuut sneller dan Tanja Netelenbos, die als tweede finishte. Leonieke Kranenburg eindigde met 16.58 op de derde plaats. Bij de heren won Gerlof Pielf^e. Over de zes kilometer deed hij 20 minuten en 2 seconden. De tweede en derde plaats waren voor Eric Kramer en OUvier Glas met respectievelijk 20.21 en 20.41 minuten. En voor de statistiek: de zesde dame deed over haar vier küometer zes seconden langer dan de zesde heer over zijn zes kilometer. (DR)

'Wat moet ik met dat kruipend ongedierte' Terwijl politici roepen om stelselherziening en studeerbaarheid, roemen universiteiten de kwaliteit van het eigen onderwijs. Maar wat vinden studenten eigenlijk zèif van hun studie? In deze serie leggen recent afgestudeerden hun studie op de weegschaal. Deze week: drs Maaike van Rijn (25) over biologie. ^ ^^ ^^

Eigenlijk wilde ik diergeneeskunde doen. Maar ik werd tot drie keer toe uitgeloot. Biologie was een goede tweede keus: ik vond het op school altijd een heel leuk vak. Ik zat op een voormalige jesMïetenschool. De jezuïeten hadden van over de hele wereld bijzondere dieren meegenomen en af en toe werd er dan zo'n dier uit de kast gepakt en er over verteld. Voor in de klas stond een grote oehoe en we hadden allerlei dingen op sterk water. Dat fascineerde me. Bovendien ben ik graag buiten, kijk altijd al graag naar alles wat er rond

KLAAR

AF kruipt. Als ik buiten loop, kijk ik naar reptielen, kikkers, vogels, vlinders... Vaak ga ik met m'n vriend op zondag even naar de hei, kijken of we hagedissen kunnen vinden. Dat is alleen maar sterker geworden sinds ik met de studie bezig ben. Ik had vaak 's middags vrij en dan gingen we met

Maaike van Rijn: 'Ik lieb wel eens momenten gehad dat ik dacht: waar ben ik mee

een groepje studiegenoten met de ovjaarkaart de trein in, achter bijzondere vogelsoorten aan. Wat ik wilde, was de echte beestjesbiologie. Dat had ik ook van de studie verwacht. Toen ik van de middelbare school kwam, had ik het idee dat biologie de inhoud van het blad van het Wereldnatuurfonds is. Maar dat is niet zo. Ik kreeg tijdens de hele studie niet meer dan twee cursussen waarbij je echt het veld in gaat om planten en dieren te bekijken. Ze houden zich bij dieroecologie voornamelijk bezig met pissebedden, springstaarten; allemaal kleine bodemdieren. In het begin had ik zoiets van: wat moet ik met al dat kruipend ongedierte. En in m'n tweede jaar wilde ik naar Groningen, omdat ze daar met vogels werken, met duiven, met ganzen, met zebravinken. Maar op een gegeven moment zag ik het nut van werken met bodeminsekten wel in. Met zulke kleine dieren is het makkelijker onderzoek doen. Bij pissebedden kun je bijvoorbeeld proeven doen met honderdvijftig exemplaren, bij vogels kan zoiets niet. Die nemen te veel ruimte in. Op een gegeven moment ging ik die pissebedden zelfs fascinerend vinden. Als er jongen uit de broedbuidel van een vrouwtje kruipen, is dat een prachtig gezicht. Ik heb wel eens momenten gehad dat ik dacht: waar ben ik mee bezig, wat

bezig?'

Bram de Hollander

^i^'i4sij^i:^2l<^JrM is het nut hiervan? Tijdens mijn eerste stage bestudeerde ik de invloed van voedselkwaliteit op de resistentie van pissebedden tegen kou. Er is een onderzoeksassistent die zich daarmee bezighoudt en ik heb er een half jaar aan meegewerkt. Maar ik had niet het idee dat er nou mensen zaten te wachten op het resultaat. Behalve die AIO dan natuurlijk. Ik was zelf niet eens geïnteresseerd in de uitkomst van dat onderzoek. Nee, dan vind ik onderzoek dat meer maatschappijgericht is veel boeiender, zoals onderzoek naar de invloed van bestrijdingsmiddelen op de bodem. Ik merk nu, tijdens het solliciteren.

dat ik weinig praktijkervaring heb. Ik merk dat ik net niet de dingen heb gedaan die voor een beleidsfunctie van belang zijn. Eigenlijk had ik bijvoorbeeld bij een milieu-adviesbureau stage moeten lopen. Daar kom je dan toch te laat achter. Dat is ook mijn eigen schuld geweest, hoor. Maar ik wist niets af van de mogelijkheden voor biologiestudenten bij die organisaties. Er wordt weinig informatie gegeven over wat je nu allemaal buiten de vu kunt doen. Zo kwam ik er pas vier maanden geleden achter dat ik ook bij het ministerie van landbouw een goede stage had kunnen doen.

Het zou beter zijn als er vanuit de vu wat meer contacten waren met organisaties, met adviesbureaus, met ministeries en er meer nadruk werd gelegd op externe stages. Er zou een informatiemap kunnen worden aangelegd, zodat je daar bij de keuze J^ van je stage rekening mee kunt '"ï houden. Dat zou handig zijn. <^ (MZ)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 648

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's