Ad Valvas 1995-1996 - pagina 363
AD VALVAS 8 FEBRUARI 1996
PAGINA 5
Couperus zonder fouten Hoogleraar Van Vliet verzorgt heruitgave van het volledige werk
«'
Couperus op de Lange Voorhout te Den Haag Caroirne Buddingh' Hl) IS er tien jaar mee bezig geweest om de teksten van Couperus zo op papier te zetten zoals de schrijver zelf het waarschijnlijk bedoeld had, en nog steeds is prof. H . van Vliet de schrijver Louis Couperus niet zat. " N u even niet, maar over een paar jaar zal ik zeker nog een aantal boeken van hem herlezen. Couperus blijft boeiend. Elke keer vallen weer nieuwe details op en brengt zijn werk opnieuw ontroenng en esthetische bevrediging bij mij teweeg." Daarom was het ook geen opgave voor de bijzonder hoogleraar editiewetenschap om alle publikaties van Couperus te bewerken. "De eerste vraag die zich voordeed was welke druk als uitgangspunt zou worden genomen. Tijdens Couperus' leven nam men een willekeurige druk, moderniseerde de spelling en zinsconstructies en gaf dat uit. Zonder problemen, want de schrijver bemoeide zich er niet mee. N a de eerste druk was hij zijn belangstelling voor het werk verloren. Als hij zijn geld maar kreeg, vond hij het wel best. Wij wilden dat zo niet overdoen. Het was namelijk de bedoeling een wetenschappelijk verantwoorde uitgave te realiseren." Het unieke van deze bewerking van Couperus' werken is dat voor het eerst zijn hele oeuvre is opgenomen. Een aantal verhalenbundels, zoals Schimmen van schoonheid en Over mijzelf en anderen, was smds zijn dood met meer uitgegeven. Bovendien heeft Van Vliet de werkwijze van Couperus bestudeerd, waarbij hij de zeer hardnekkige mythe in de Couperus-literatuur om zeep heeft geholpen dat Couperus zijn romans achter elkaar schreef zonder te corrigeren.
Duifgrijze datne "We wilden achterhalen waarom Couperus bepaalde zinnen of woorden had verbeterd en komen tot de conclusie dat hij in vrijwel al zijn publikaties heel zorgvuldig verandenngen heeft aangebracht. Bijvoorbeeld in De binocle waarin de noodlotsgedachte wordt verwoord als een jongeman tijdens een opera een onweerstaanbare aanvechting krijgt om de toneelkijker naar beneden te gooien op het kale hoofd van een man. Achteraf brengt Couperus allerlei verbanden aan m het verhaal, waardoor de verkoper van de binocle een vogelgezicht krijgt, in de opera al een programmaboekje fladdert - als een vooruitwijzing naar de binocle die straks zal vallen - en de vrouw naast de kalende man een 'duifgrijze d a m e ' wordt. Als iets uit de handschriften duidelijk wordt, dan is het wel dat Couperus streefde naar samenhang en eenheid. Dat deed hij door achteraf allerlei verbanden aan te brengen in zijn tekst." Meestal gebruikte Van Vliet de eerste druk van een roman van Couperus als
Aan de vooravond van de 21ste eeuw wordt de vertolker van het vorige fin-de-siècle, Louis Couperus (1863-1923), weer gretig gelezen. Geen toeval dus dat zijn gehele oeuvre onlangs opnieuw is uitgegeven. Het uitgangspunt hierbij was de oorspronkelijke tekst van Couperus. Prof. H. van Vliet, bijzonder hoogleraar editiewetenschap aan de vu en redacteur van het project, heeft ter ere van de afronding van het karwei donderdag 8 februari de hele uitgave uitgereikt aan de kroonprins. uitgangspunt voor de nieuwe uitgave. Maar ook deze edities konden met zomaar worden herdrukt. Bepaalde woorden, zinsconstructies waren in de eerste druk namelijk al door de drukker of de uitgever veranderd, zo bleek na onderzoek van de overgebleven handgeschreven teksten. "Couperus begon altijd met kladhandschriften, die hij vervolgens overschreef in het net. Maar hij schreef zo onduidelijk, dat zijn vrouw het vervolgens ook nog een keer overschreef. Iedereen weet dat bij overschrijven fouten worden gemaakt. Je ziet iets over het hoofd, of leest iets verkeerd. Dat gebeurde dus ook. In de roman Langs lijnen van geleidelijkheid schnjft Couperus bijvoorbeeld in zijn kladhandschrift: "en zij reden terug naar het hotel". Mevrouw Couperus schreef dat over, maar liet het werkwoord weg. D e tekst werd vervolgens eerst naar een krant of tijdschrift gestuurd aangezien Couperus er twee keer geld mee wilde verdienen, waarna hij de proeven corrigeerde. Dat ging niet altijd goed, hij had tijdnood of hij zat in het buitenland waardoor correspondentie met makkelijk verliep. Bovendien las hij de proeven en vergeleek ze niet met de oorspronkelijke kopij. In Langs lijnen van geleidelijkheid zag hij bijvoorbeeld dat het werkwoord in de zin ontbrak en maakte hij er van: "Zij gingen terug naar het hotel. Als het handschrift niet bewaard was gebleken, hadden we met geweten dat hij oorspronkelijk "reden" had bedoeld."
Heksen "Couperus vond de fouten m zijn boeken wel vervelend, maar hij legde zich daar bij neer. In de nieuwe bewerkingen, hebben we er aan de hand van voorpublikaties in kranten en op basis van handschriften dus een groot aantal kunnen ophelderen. Zo hebben we in Eliata een hele belangProf. H. van Vliet: 'Couperus blijft boeiend. Elke Iceer vallen weer nieuwe details op en brengt zijn werk opnieuw ontroering en esthetische bevrediging bij mij teweeg'
Bram de Hollander
rijke fout weggewerkt. Het verhaal begint m een woestijnachtig terrein, waar heksen voorspellingen doen aan de hoofdpersoon van het verhaal, pnnses Eliata. Zoals in de tekst in de verzamelbundel Legende, Mythe en fantasie staat, doen ze de prinses twee voorspellingen. Ze zal twee keer trouwen. Als je het verhaal leest, blijkt ze echter drie keer te trouwen. Dat IS een rare mconsequentie. In de voorpublikatie in de krant staat hetzelfde, maar na bestudering van het handschrift dat toevallig bewaard is gebleven, blijkt dat de krant het stuk heeft weggelaten waarin een derde heks een voorspelling doet. Die derde voorspelling was dus gewoon verdwenen, maar bleek voor de logica van het verhaal wel nodig. Die hetaben wij er dus weer aan toegevoegd." "Er zijn wel voorbeelden van fouten die we niet hebben kunnen corrigeren. Zo was hij slordig en schreef hij in het ene hoofdstuk dat iemand achttien was, terwijl dezelfde persoon in het volgende hoofdstuk zeventien was. Deze onduidelijkheden hebben we niet kurmen oplossen."
Pietluttig Hoewel Couperus vanwege tijdgebrek en desinteresse grote fouten het staan, bleek hij op details behoorlijk pietluttig te zijn. "Tijdens het nalezen werd hij kwaad en schreef aan zijn uitgever Veen: "Ik schrijf altijd Frans Van Helderen met een grote V, en nu zie ik in De boeken der kleine zielen afwisselend de grote en kleine V." Als je dan het handschrift van Couperus ernaast legt, blijkt hij ook niet consequent te zijn. Maar dan kreeg hij het boek in handen en ging bladeren, viel het hem op en ging hij zich ergeren en kregen Veen en de drukker op h u n kop." "Hij was ook zeer verstoord als zijn accenten niet op de juiste plaats stonden. Hij schreef woorden als 'zou' en
De dandy Couperus genoot van de schoonheid van het leven
'weer' en 'teer' altijd met dakjes. Daar was hij fel op, maar hij zag bijvoorbeeld niet als hele zinnen waren overgeslagen. Dat kwam omdat hij snel las." In de bewerkingen hebben de redacteuren zoveel mogelijk de zinsconstructies en spellingsvoorkeur van de schrijver gevolgd. "Omdat Couperus de spelling gebruikte om zich te afficheren, om zich te presenteren. Wij hebben zijn interpunctie gehandhaafd, die heel ritmisch is. Hij heeft komma's bewust aangebracht, op plaatsen waar wij ze met zo gauw zouden zetten. Wij zien het als mconsequenties. Wij hebben sterk het streven alles uniform te maken. Couperus zag dat echter niet zo. Hij schreef bijvoorbeeld de ene keer Indisch met 'ie' en de andere keer met alleen een 'i'. Waarom hij het in sommige gevallen met 'ie' schreef is onduidelijk, maar het wordt wel duidelijk dat hij het bewust afwisselde."
Kosmopolitisch Couperus is weer populair bij de lezers. De afgelopen jaren zijn romans van hem bewerkt tot televisieseries en films en is Eline Vere herontdekt door middelbare scholieren voor de boekenlijst. Volgens de bijzonder hoogleraar heeft de populariteit te maken met het einde van de eeuw, waarbij mensen de neiging hebben terug te blikken naar de vorige eeuw en te zoeken naar overeenkomsten. "Het finde-sièclegevoel wordt natuurlijk heel sterk verwoord door Couperus. Het was een van zijn thema's, de overgang naar een nieuwe eeuw, de ondergang van het verleden, de onzekerheid die dat inet zich meebrengt. Gelukkig is er nu meer aandacht gekomen voor zijn thema's en de interpretaties van zijn romans. De nadruk wordt nu meer gelegd op de manier waarop Couperus in zijn tijd stond. Vorige generaties hadden het toch vooral
Couperus in zijn werkkamer
over zijn vermeende homoseksualiteit, zijn roze smoking, het hoge stemmetje en de orchidee die hij altijd in zijn rever had." Couperus was wel een dandy, maar hij was meer. Hij was een man van zijn tijd, reisde de hele wereld af en was van de partij bij - achteraf gezien historische gebeurtenissen. T o e n in Florence Mannetti, de grote man van het futunsme zijn manifesten voorlas, zat Couperus in de zaal. T o e n Stravinsky in Londen zijn eigen composities dirigeerde, was hij aanwezig. "Hij kon de nieuwe ontwikkelingen niet altijd waarderen, maar hij zag wel m dat deze mensen een stempel zouden drukken op de geschiedenis. Hij was zeer kosmopolitisch georiënteerd. Hij reisde veel en kreeg overal weer nieuwe frisse ideeën. Hij zat in een dispuut met Nederlandse schrijvers en werd een keer boos op een stuk van de nu vergeten schrijver Herman Robbert en schreef: 'Ga eens op reis, doe het raam eens open.' Hij bedoelde dus: kom eens uit dat bedompte Nederland en kijk om je heen." Couperus heeft duidelijk oog gehad voor wat er om hem heen gebeurde en heeft daarvan ook elementen verwerkt in zijn romans. "In De boeken der kleine zielen Iaat hij bijvoorbeeld de ontwikkeling zien van de samenleving naar de twintigste eeuw. In het laatste deel, wilde hij Addy, die dokter is geworden, oorspronkelijk 'man van de eeuw' noemen, om aan te geven: dat is de twintigste eeuw, dat is de levenshouding die bij die eeuw past. Hij beschnjft hoe de 'Haagsche' familie ten onder gaat en hoe een nieuwe generatie kiest voor een andere levenshouding. Die heeft de toekomst. Zo heeft hij dat volgens mij bedoeld." H e t fin-de-siècle keert in alle romans van Couperus terug. "Hij was heel geïnteresseerd in mensen die op een breukvlak leefden. D e moren die door de Spanjaarden uit Zuid-Spanje worden verdreven, en waarvan de beschaving op het toppunt van bloei stond. Die strijd die dat oplevert, beschrijft hij meesterlijk. D e tragiek van iemand die de grote bloei nog om zich heen ziet, maar ook al het verval en de ondergang. Ook in de Stille Kracht waar de resident ten onder gaat, waar Couperus een beeld schildert van het koloniaal Nederlands bestuur dat zijn beste tijd heeft gehad." Een ander onderwerp, waar Couperus veel stof uit putte, was de onoplosbare vraag naar het waarom. "Waarom leven we? Volgens Couperus moet je niet het antwoord zoeken. Daar kom je toch niet achter. Aanvaard het leven zoals het is en geniet van de schoonheid die overal om ons heen is. Dat heeft Couperus zelf ook gedaan. Volop."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's