Ad Valvas 1995-1996 - pagina 66
PERSONEELSKATERN
PAGINA 10
AD VALVAS 14 SEPTEMBER 1995
Arbo en milieu jaarverslag 1994 IVIededeling van de Dienst voor Veiligiieid en IVliiieu, de Bedrijfsgezondheidsdienst en de dienst Personeelszaken Het arbo en milieujaarverslag 1994 is het eerste geïntegreerde verslag over activiteiten op het gebied van arbeidsomstandigheden uitgevoerd door de Dienst voor Veiligheid en Milieu (DVIVI), de Bedrijfsgezondheidsdienst (BGD) en de dienst Personeelszaken (PZ). Hierna volgt een samenvatting van het verslag. Het volledige verslag ligt ter inzage op het secretariaat van uw faculteit, instituut, vakgroep, dienst of l<an worden afgehaald bij de informatiebalie van BGD, PZof DVM.
Arbo-organisatie, overleg en samenwerking bij de VU De arbo-organisatie bij de VU Bij de VU zijn arbeidsomstandigheden de zorg van iedereen: werkgever, werknemer en student. De verantwoordelijkheid voor een goed arbo-beleid ligt echter voornamelijk bij de werkgever, het College van Bestuur. Het CvB heeft deze taak toegewezen aan de leidinggevenden in de organisatie en aan ander specifiek aangewezen functionarissen. Bij deze taken hebben de deskundige diensten een adviserende en ondersteunende rol. • Diensten DVM, BGD, PZ en sectorcommissies Overeenkomstig de bedoelingen en de mogelijkheden van de Arbowet hebben de DVIVI, de BGD en PZ hun aandacht en activiteiten op het gebied van de arbo-zorg gebundeld. Op deze wijze wordt uitvoering geven aan bijvoorbeeld de risico-inventarisatie, de arboplanvorming en de arbo-rapportage op het niveau van de universiteit. De diensten behouden de verantwoordelijkheid voor hun eigen deskundigheidsgebied en zijn daarop aanspreekbaar: de DVIVI voor veiligheids-, arbeidshygiënische- en milieuvraagstukken, de BGD voor gezondheids- en daaraan gerelateerde welzijnsvraagstukken en PZ voor arbeidsen organisatievraagstukken, overige welzijnsvraagstukken en daaraan gerelateerd personeelsbeleid. Tevens wordt een centrale sectorcommissie voor chemische en biologische veiligheid ingesteld en is een centrale stralingscommissie aanwezig, die op de betreffende gebieden universiteitbrede adviezen uitbrengen. • Stuurgroep Arbo en Milieu De arbo-werkgroep, die vooral procesbegeleidende en beleidsontwikkelende taken vervult, wordt vervangen door de Stuurgroep Arbo en Milieu. Hierin werkt de leidfng van de drie diensten samen en worden beleid en activiteiten op elkaar afgestemd. • Sociaal-medische teams Het sociaal-medisch team, bestaande uit bedrijfsarts, personeelsfunctionaris, bedrijfsmaatschappelijk werker en verantwoordelijke manager, richt zich nu nog vooral op de individuele gevalsbespreking in relatie tot arbeidsongeschiktheid. Naast het curatief optreden moet het team meer preventief gaan optreden door het signaleren van werksituaties, waaruit problemen op het gebied van welzijn en gezondheid zouden kunnen voortkomen. Waar nodig, maar minstens eenmaal per jaar, zal het team met een veiligheidsdeskundige en/of arbeidshygi-nist worden uitgebreid. Bedrijfshuipverleningsorganisatle In 1994 is een begin gemaakt met de herstructurering van de BHV-organisatie. De bestaande BHV-organisatie is op basis van het arbo-besluit Bedrijfshulpverlening doorgelicht. Samen met de gemeentebrandweer is een nieuw 'aanvalsplan' opgesteld om de gemeentebrandweer in staat te stellen bij brand binnen VU-gebouwen snel te kunnen optreden. Een gewijzigde ongevallenprocedure is ingevoerd en de ontwikkeling van specifieke bedrijfsnoodplannen is gestart en deels voltooid. In het afgelopen jaar is een begin gemaakt met de vervanging van apparatuur.
De milieuzorg-organisatie bij de VU Bij de VU is de milieuzorg, evenals de arbo-zorg een zaak van Iedereen: werkgever, werknemer en student. De verantwoordelijkheid voor het milieubeleid ligt bij de werkgever, het College van Bestuur, ondersteund door de diensten DVM, PZ en Gebouwendienst (GD). De GD is verantwoordelijk voor aanleg en onderhoud van gebouwgebonden voorzieningen, voor de huishoudelijke taken en voor de levering van bedrijfsstoffen als water en energie aan de beheerseenheden. De inzameling en afvoer van afy/al wordt uitgevoerd door de GD en de DVM gezamenlijk: de GD het bedrijfsaft/al en de DVM het chemisch en radioactief afval. Voor de beheerseenheden zijn algemene instructies opgesteld en worden faciliteiten aangeboden voor de scheiding en inzameling van het afval op de werkplek. Tevens vervullen de DVM en de GD taken op het gebied van meting en registratie van milieubelasting. Bij PZ zijn de taken ondergebracht met betrekking tot het terugdringen van het autoverkeer van en naar de VU ten gunste van gebruik van openbaar vervoer, fiets en carpoolen. PZ voert de administratie van openbaar vervoer-regelingen en geeft uitvoering aan een vervoersplan. Decentrale organisatie van milieuzorg Het aanwijzen van een veiligheidsen milieufunctionaris, aan wie specifieke taken op dit gebied zijn gemandateerd, en de vorming van een bestuursadviescommissie voor veiligheid en milieu zijn, met name voor de bèta-faculteiten, belangrijke voorwaarden voor de inbedding van milieuzorg in de organisatie. Bij de faculteit der Scheikunde en de faculteit der Geneeskunde opereren beide. De andere bèta-faculteiten, behalve die der Aardwetenschappen kennen wel een bestuursadviescommissie, maar geen veiligheids- en milieufunctionaris. Bij diensten en instituten is nog maar weinig sprake van een structurele organisatie van milieuzorg. Externe samenwerl<ing De DVM onderhoudt, in het kader van de Wet Milieubeheer, een regelmatig contact met de Milieudienst van de gemeente Amsterdam, die omgekeerd jaarlijks een controlebezoek aan de VU brengt. Met het Zuiveringschap Amstel en Gooiland (ZAG) voert de DVM elk halfjaar overleg over de voortgang van het saneringsprogramma en de vorderingen met de ontwikkeling van het milieuzorgsysteem-water. De dienst Riolering en Waterhuishouding Amsterdam (RWA) geeft aan op welke stoffen, op welke wijze en met welke frequentie de VU haar afvalwater dient te bemonsteren voor de vaststelling van de zuiveringsheffing. Tevens houdt zij toezicht op de wijze waarop de VU dit doet door periodiek contramonsters te nemen.
Risico-inventarisatie, milieu-audit en management review milieu Werkgevers zijn verplicht de binnen het bedrijf of instelling aanwezige knelpunten op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn in kaart te brengen door middel van een risico-inventarisatie. Risico-inventarisatie Bij de risico-inventarisatie moet in ieder geval gekeken worden naar de veiligheid en de arbeidshygiënische, organisatorische en ergonomische aspecten van de werkzaamheden. Op basis van de inventarisatie en evaluatie moeten maatregelen worden genomen om risico's te reduceren. Uit de inventarisatie en de evaluatie kan een arbo-beleid op maat groeien, uitmondend in decentrale arbojaarplannen. Voortgang van het project In 1994 zijn risico-inventarisaties uitgevoerd bij de faculteiten der Scheikunde, G^dgeskunde, Bewe-
de aard van de problemen en de diagnosecategorieën. • Bedrijfsverpieegkundig spreel<uur Naast de spreekuren op afspraak van de bedrijfsartsen is er ook dagelijks een vrij inloopspreekuur van de bedrijfsverpleegkundigen voor kleine ongevallen en andere lichte gezondheidsstoornissen.
Welzijn De welzijnsbepalingen omvatten onder andere de aanwijzing om bij samenstelling en toewijzing van taken aan een medewerker, rekening te houden met persoonlijke eigenschappen van deze medewerker. Het stimuleren van medewerkers tot groei in de functievervulling en het instandhouden en ontwikkelen van goede intermenselijke verhoudingen zijn eveneens belangrijke onderwerpen. Aandacht hiervoor geschiedt via loopbaanontwikkeling, mobiliteit, functionerings- en loopbaangesprekken en vormen van werkoverleg.
i r'-^y^'-^r^
Een kapje tegen allergie voor (proef)dieren; onderdeel van het arbo-beleid Sidney vervuurt - AVC/VU gingswetenschappen. Godgeleerdheid, Wijsbegeerte, Rechtsgeleerdheid en Letteren, alsmede bij de dienst Voorlichting en Externe Betrekkingen (VEB). Door de faculteit der Geneeskunde is mede op grond van deze resultaten een arbo-jaarplan opgesteld. IVIIIieu-audit Tussen mei 1993 en oktober 1994 heeft de DVM onderzoek gedaan naar de milieubelasting door de VU en naar de milieuzorgorganisatie bij de VU. Dit onderzoek, ook milieu-audit genoemd, is in eerste instantie beperkt tot de bèta-faculteiten (Aardwetenschappen, Biologie, Natuur-en Sterrenkunde en Scheikunde) en de faculteit der Geneeskunde. De resultaten van deze doorlichting zijn vastgelegd in deelrapporten per faculteit. De faculteiten hebben een begin gemaakt met de uitvoering van de aanbevelingen. IVIanagement review milieu Min of meer aansluitend op de milieu-audit heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de wijze waarop milieuzorg bij de VU is georganiseerd. Het CvB is eind 1992 gestart met management reviews: zelfstudies, gevolgd door een rapportage aan een externe commissie. Doel daarvan is om elk jaar de kwaliteit van het management op verschillende aandachtsvelden van de organisatie kritisch te evalueren en te verbeteren. De resultaten van het onderzoek zijn gepresenteerd en bediscussieerd tijdens een studiedag. De aanbevelingen zijn getoetst en onderschreven door een externe commissie en overgenomen door het CvB.
Veiligheid en arbeidshygiëne Brandveiligheid • Aangebraclite voorzieningen In het gebouw van de Medische Faculteit heeft de Gebouwendienst een aantal verbeteringen doorgevoerd op de 5e en 6e verdiepingen. Brandscheidingen tussen de noodtrappenhuizen en de lifthallen zijn aangepast aan de brand-weereisen. De lifthallen bieden de bewoners nu een betere bescherming tegen branduitbreiding. • Bouwprocesbesluit Vanaf 12 augustus 1994 is het Bouwprocesbesluit van kracht. In dit besluit staan verplichtingen waaraan zowel opdrachtgever (de VU) als aannemer zich moeten houden. De GD is hierin geadviseerd middels een voorlichtingsbijeenkomst waarbij de verplichtingen besproken zijn. • inzet van de bedrijfsbrandweer De bedrijfsbrandweer (onderdeel BHV-organisatie) kwam in 1994 bij de universiteit 173 maal in actie. Dit betrof 3 maal een (begin van) brand en 170 maal loos alarm. 'Loos alarm'-meldingen blijken, behalve door het roken onder een melder, ook vaak
door het uitvoeren van las- en slijpwerkzaamheden te worden veroorzaakt. Binnen het Hoofdgebouw zijn, mede met het oog op handhaving van de Tabakswet, 'rookcoupés' ingericht. Arbeidshygiëne • Zuurl<astcontroles Binnen de universiteit wordt in de laboratoria veel gebruik gemaakt van de zuurkast als veiligheidsvoorziening voor laboratoriummedewerkers. In 1993 is besloten dat eens per 2 jaar een eenvoudige controle van de werking van zuurkasten zal plaatsvinden en eens per 5 jaar een uitgebreide controle. In de maanden september 1994 t/m januari 1995 zijn alle zuurkasten binnen de universiteit gecontroleerd. De nodige aanpassingen zijn gefaseerd ter hand genomen. • Asbest In de faculteit der Geneeskunde zijn in eigen beheer, met geëigende beschermingsmiddelen en op grond van richtlijnen van de DVM, het spuitasbest en een deel van het asbestisolatiekoord rond heetwaterleidingen verwijderd; het resterende deel zal zo snel mogelijk volgen. In verband met verbouwingen binnen de gehele universiteit is, bij de verwijdering van asbesthoudende ventilatiekanalen en/of plafondtegels, door de DVM adviserend en controlerend opgetreden. • Genetisch gemodificeerde organismen De regelgeving met betrekking tot werkzaamheden met Genetisch Gemodificeerde Organismen (GGO's) is in 1993 gewijzigd en daarmee niet inzichtelijker geworden. Op grond van de wet Milieugevaarlijke stoffen en de wet Milieubeheer moeten werkzaamheden gemeld worden bij het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en bij de gemeente. Voor risico-inschaling van projecten is melding bij de Voorlopige Commissie Genetische Modificatie (VCOGEM) verplicht. De vergunningsaanvraag loopt via de DVM. Het werken met genetisch gemodificeerde organismen vereist tevens de aanwezigheid van biologische veiligheidsfunctionarissen. • Proefdieraliergie Door het contact met proefdieren kunnen proefdierverzorgers, biotechnici en onderzoekers een allergie ontwikkelen. Vanaf 1993 neemt de VU deel aan een vierjarig onderzoek naar proefdierallergie, dat wordt uitgevoerd door de Landbouw Universiteit Wageningen (LUW). In 1995 zal door de LUW bekeken worden bij welke taken de hoogste blootstellingsniveau's plaatsvinden. Voor het Klinisch Dierexperimenteel Laboratorium (KDL) in de faculteit der Geneeskunde is dit door de DVM in 1994 reeds gedaan. • Geiuid Het is wettelijk verplicht werkplekken waar het geluid de 80 dB{A) overschrijdt systematisch in kaart te brengen. In 1994 is binnen het Energiecentrum een uitgebreid ge-
luidsonderzoek verricht. Op grond van de resultaten zijn maatregelen op technisch en organisatorisch gebied voorgesteld, teneinde de geluidniveau's aan de bron te reduceren. Totdat deze geheel gerealiseerd zijn, moet door de medewerkers de gehele dag geschikte gehoorbescherming gedragen worden. Het streven is om eind 1996 alle lawaaiige plekken onderzocht te hebben.
Gezondheid Geneeskundig aansteiiingsondeizoek Hoewel twijfel bestaat over de functie van het geneeskundig aanstellingsonderzoek is het belang ervan voor een aantal functies aantoonbaar: bijvoorbeeld bij aanwezige ernstige rugklachten in relatie tot rugbelastend werk. Daarnaast is het nuttig bij aanvang van het dienstverband de gezondheidstoestand vast te leggen. Met het oog hierop is de aard en omvang van het onderzoek bij de VU aangepast aan de functie. Aantal geneeskundige aanstellingsonderzoeken (exclusief studentassistenten en stagiaires): 1991 1992 1993 1994 572 601 536 467 Geen van de kandidaten werd afgekeurd. Dit resultaat zegt ook iets over de betrekkelijke waarde van het geneeskundig onderzoek als selectie-instrument. Periodiek geneeskundig onderzoek Periodiek geneeskundig onderzoek vormt een nieuwe verplichting in de Arbo-wet. De werkgever moet de werknemer in staat stellen op gezette tijden een medisch onderzoek .te ondergaan, gerelateerd aan specifieke risico's in het werk. Het ligt dus voor de hand eerst de risico-inventarisatie te doen en dan te bepalen wie voor welk onderzoek in welke frequentie in aanmerking komt. Aangezien gerichte periodieke onderzoeken bij de VU reeds risico-gericht worden uitgevoerd, bestaat niet de bedoeling om nu op grote schaal andere medewerkers te onderzoeken. Spreekuur • BedriJfsgezondheidsl<undig- en verzuimspreeifuur In de Arbo-wet is het bedrijfsgezondheidskundig spreekuur, als preventief instrument, gehandhaafd. Het spreekuur van de BGD is tegelijk verzuim- en bedrijfsgezondheidskundig spreekuur. Verzuimpreventie en -begeleiding liggen in eikaars verlengde en worden in het spreekuur gecombineerd. Meer dan 80% van het verzuim wordt veroorzaakt door langdurig zieken; het is dus efficiënt vooral tijd aan deze categorie te besteden. Analyse van de eerste consulten geeft meer inzicht in het voorkomen van gezondheidsproblemen, hun relatie met het werk,
Werkklimaat Bij gelijkblijvende of toenemende taken kan de werkbelasting van medewerkers een punt van zorg worden. De op gang gebrachte inventarisaties in het kader van de Arbo-wet kunnen dienen om dergeiijke-situaties op het spoor te komen en zonodig maatregelen te nemen. Functie-inhoud, werkomstandigheden en welzijn WEBA (welzijn bij arbeid) is de in de Arbo-wet genoemde methode om welzijnsrisico's te meten in functies. In 1993 is door PZ besloten om deze methode in specifieke situaties toe te passen. Bedrijfsmaatschappelijk werk De belangrijkste taak van het Bedrijfsmaatschappelijk werk (BMW) is de hulpverlening aan individuele medewerkers met problemen, die hun functioneren in de organisatie beïnvloeden. In het kader van het verzuimbeleid wordt ondersteuning geboden bij de uitvoering van reïntegratieplannen. Het BMW heeft in samenwerking met de BGD in 1994 een cursus gegeven in het omgaan met werkstress. Vertrouwenspersonen sexuele intimidatie Personeelsleden en studenten, die klachten hebben over sexuele intimidatie, kunnen bij het Bedrijfsmaatschappelijk werk en bij een van de studentendecanen terecht voor opvang, begeleiding en bemiddeling. Ook is een klachtencommissie sexuele intimidatie aanwezig. Het aantal meldingen/ klachten is in vergelijking met voorafgaande jaren toegenomen. Meer dan in voorgaande jaren is er aandacht gegeven aan informatievoorziening, veelal in samenwerking met de Emancipatiecommissie. IVIobiliteit en loopbaan De afgelopen twee jaar zijn, deels op eigen verzoek, deels op initiatief van de organisatie, met 190 medewerkers mobiliteitsgesprekken gevoerd, waarvan het merendeel over loopbaan(ontwikkeling) ging. Bij 33 van deze medewerkers heeft de begeleiding geresulteerd in een andere functie. Andere resultaten zijn detachering, taakwijziging, bevordering of meer tevredenheid met de eigen functie. Voor aio's (verplicht) en jong wetenschappelijk personeel is er de mogelijkheid om een advies- en oriëntatiecursus te volgen. Ouderschap en werk In 1994 waren voor kinderopvang bij de VU 53 kindplaatsen beschikbaar. In 1993 is een overleg tussen de participanten gestart over structurele uitbreiding van het aantal kindplaatsen. Dit heeft geresulteerd in een afspraak over uitbreiding van het aantal VU-kindplaatsen tot 89. De uitbreiding is gekoppeld aan het realiseren van nieuwbouw ten behoeve van de stichting 't Olifantje. Zie verder pagina 12
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's