Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 436

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 436

8 minuten leestijd

A

AD VALVAS 14 MAART 1996

PAGINA 6

De geest is sterker dan het lichaam Met de vuist balanceren tussen yin en yang Deze maand organiseert het Studium Generaie vu vier lezingen over energie. Op maandag 18 maart tioudt psyclioioge N. van All^emade een voordractit met als thema 'Energie: verbinding tussen lichaam, geest gevoel'. Na afloop geven Frans Pattipilohy en Heinz de Werk een demonstratie 't'ai chi ch'uan'. Een gesprek met hen over het zoeken naar de perfecte balans.

14-

I

I I

van een energie die al in hen zit." Hij vertelt het verhaal van een 72-jarige vrouw die tijdens de les zonder moeite een man van 99 kilo aan de kant zette. Ondanks dergelijke staaltjes is t'ai chi geen krachtsport. "Wij werken met mensen, niet met apparaten. Bij krachtsport worden de spieren dikker, terwijl het er juist om gaat ze langer en soepeler te maken, zodat de energie beter doorstroomt. Bij t'ai chi gaat de opbouw van birmenuit: het beenderenstelsel, de pezen en dan pas de spieren. Als je een huis bouwt, moet je ook eerst met de fundamenten beginnen. Krachtsport is vooral gebaseerd op decorbouw." Terug naar de ontstaansgeschiedenis; t'ai chi als gevechtskimst. De oorspronkelijke functie van t'ai chi ch'uan op het slagveld is sinds de vuurwapens verloren gegaan. "Je moet wel

Cultuur

Dicl< Roodenburg Frans Pattipilohy en Heinz de Werk leerden elkaar tien jaar geleden kennen, toen ze op het Historisch Documentatiecentrum van de vu werkten. De een stond op het punt met de VUT te gaan, de ander had net zijn studie geschiedenis afgerond. Pattipilohy wist zijn jonge collega enthousiast te krijgen voor de beoefening van t'ai chi en op dit moment besteedt De Werk al zijn tijd aan deze gevechtskunst: als banenpooler verzorgt hij de documentatie voor de stichting Chi Motion en daarnaast geeft hij les op het Cultureel Centrum op Uilenstede. Een t'aichi-expert wil hij zich echter niet noemen: "Door de dingen bij te houden en elke keer weer wat te leren, kom je steeds een stapje verder." Voor Pattipilohy was t'ai chi een late roeping. In zijn jeugd, nog in Indonesië, zag hij bij een tempel wel eens zo'n t'ai-chi-master: "Maar die langzame bewegingen maakten op mij destijds geen indruk." Pas op zijn vijftigste, toen hij al lang in Nederland woonde, ging hij aan t'ai chi doen. "En als je na twee jaar niet bent opge-

Cursus t'ai chi ch'uan op Uilenstede houden, blijf je bezig. Ik ben nu zeventig, het is een onderdeel van mijn leven geworden." Pattipilohy geeft les in Amstelveen en werkt nog een dag per week als vrijwilliger op het Historisch Documentatiecentrum. De vraag of t'ai chi een sport of een kunst is, wordt ontkennend beantwoord met een uitgebreid exposé over de herkomst en achtergronden ervan. T'ai chi is een onderdeel van de Chinese cultuur en weerspiegelt de Chinese opvatting over hoe de kosmos in elkaar zit: de mens beweegt zich tussen hemel en aarde, tussen het ongrijpbare en de realiteit, tussen geest en lichaam. Tussen die twee polen, tussen yang en ym, moet hij een evenwicht zien te vinden. Pattipilohy vergelijkt het met een computer: "Die

Bram de Hollander

heeft eigenlijk ook twee polen, maar daar kun je oneindig veel variaties mee maken." T'ai chi betekent letterlijk 'uiterste' en dat bereik je als yin en yang volledig met elkaar in balans zijn. "En ch'uan betekent vuist", legt De Werk uit. "Dus t'ai chi ch'uan is het gevecht om dat evenwicht te bereiken. Bij dat gevecht kun je alles invullen: een vijand, maar ook jezelf."

Hemel aarde In de alledaagse praktijk komt het er volgens Pattipilohy op aan dat je moet leren met energie om te gaan: "Wij zijn aan de ene kant onderworpen aan de energie van de zwaartekracht, maar kunnen ook lopen en springen, tegen die zwaartekracht in. Weer die tegen-

stelling tussen hemel en aarde. Je moet in je lichaam die polariteit zien te vinden. Dan begin je met t'ai chi ch'uan." Ter illustratie onderwerpen beide heren hun interviewer aan enkele oefeningen die betrekking hebben op het jezelf zwaarder maken en jezelf lichter maken. "Je moet denken dat je helemaal in je zolen zakt." Inderdaad tillen ze hun slachtoffer even later als een veertje op. "Dat is dus een voorbeeld van mind over matter, doceert Pattipilohy. "De geest is sterker dan het lichaam. Door je denken kun je allerlei dingen beïnvloeden." De Werk benadrukt dat t'ai chi natuurlijk geen hocus pocus is. "Je moet er wel voor openstaan, anders lukt het nooit. Ik laat mensen met elkaar oefenen en dan worden ze zich bewust

praktisch blijven", grinnikt Pattipilohy. "Maar in het Westen gaan meer mensen dood aan stress dan aan geweld", stelt De Werk. Dus in die zin zou je t'ai chi een vorm van zelfverdediging kunnen noemen. Pattipilohy zet zijn vraagtekens bij allerlei zelfverdedigingstechnieken. "Dat zijn trucjes. De eerste vereiste voor zelfverdediging is zelfvertrouwen. Dat krijg je pas als je lichaam en je geest in evenwicht zijn." De uiterlijke verschijningsvorm van t'ai chi ch'uan ziet er zeer elegant, bijna dansant uit. Gaan Pattipilohy en De Werk op de vu een demonstratie van hun kunnen geven? "Nee, het gaat niet om ons. Die vorm is slechts een middel, een oefening. We houden maandag gewoon een open les."

'De valdten veranderden opeens' Terwijl politici roepen om stelselherziening en studeerbaarheid, roemen universiteiten de kwaliteit van het eigen onderwijs. Maar wat vinden studenten nu eigenlijk zélf van hun studie? In deze serie leggen recent afgestudeerden hun studie op de weegschaal. Deze week: mr Kirsten Achterberg-Bout (26) over notariaat. ^^ ^ ^ ^ ^

'T

Ik ben geen acht- en negenstudent geweest. Dat vind ik ook prima. Liever koos ik voor iets lagere cijfers en hield ik tijd over voor andere activiteiten dan dat ik alleen leerde. Ik heb m het bestuur van de notariële studentenvereniging gezeten, ik ben veel op pad geweest voor promotiewerk in binnen- en buitenland en daarnaast heb ik vanaf m'n tweede jaar tussen de colleges door in de bibliotheek van een groot advocaten- en notariskantoor gewerkt. Als je alleen maar met je studie bezig bent, mis je toch wel wat; dan ben je wel erg theoretisch bezig. Nu ik als intercedent bij een uitzendbureau werk, zie ik dat heel duidelijk. Wij knjgen een heleboel mensen die net zijn afgestudeerd en je haalt degenen die alleen maar met hun studie bezig zijn geweest er meteen uit. Iedereen zegt wel: 'Naar die grote kantoren kun je alleen als je achten en negens hebt gehaald', maar als jij kunt verantwoorden dat je gemiddeld een zeven staat omdat je daarnaast nog dit of dat hebt gedaan, dan is dat misschien nog wel beter. Ik heb rechten gekozen omdat heel veel mensen bij mij in de familie rechten hebben gedaan en ik zag dat ze daar heel veel verschillende kanten mee op konden. Na het eerste jaar koos ik notanaat, omdat iedereen zei

«4^

É^"--

dat daar wel werk m te vinden was. Ik zag dat zelf ook wel: om voor jezelf de meeste kansen te creëren moet je een specialisatie kiezen, moet je er uitspringen, niet met de bulk van juristen mee gaan. Niet dat ik per se notaris wilde worden. Doordat ik tijdens m'n studie op een notariskantoor werkte, zag ik al wel wat er in de praktijk gebeurt. Dat werk op zich, daar zag ik mezelf niet in terug. Een kandidaat-notans zit zo

KLAAR

Kirsten Achterberg-Bout: 'Het kon zijn dat je voor een hertentamen ineens heel andere boeken moest lezen'

Bram de Hollander

AF met de neus in de boeken. Ik vind het met dynamisch genoeg. Het aardige van de notanele richting is dat je m heel kleine groepen werkt. Je kent je docenten goed, je kent je medestudenten, het is niet zo massaal. In mijn jaar zaten tussen de dertig en vijftig studenten. Voor rechten is dat heel weinig. Als je dan ergens mee zit, stap je sneller op de docenten af. Ik

had ook wel het idee dat er naar je geluisterd werd als je op- of aanmerkingen had. Dat halverwege mijn studie werd overgestapt op een nieuw studieprogramma, vond ik wel vervelend. De vakken werden opeens anders onderverdeeld. Sommige kregen zelfs een andere naam of werden meer of juist minder waard in studiepunten. Het kon zijn dat je voor een hertentamen meens heel andere boeken moest lezen.

Als je rechten studeert, leer je een bepaalde manier van denken aan. Als ik een brief schrijf, dan ga ik alles uitsluiten. Ik schrijf formeel, zorg dat alles duidelijk is vastgelegd. Dat was immers het eerste wat ik had geleerd in de propaedeuse: taal is het wapen van de jurist. Maar dat formele komt niet altijd even vriendelijk over. Bij een uitzendbureau hoef je niet altijd op je strepen te staan. Als ik een bnef aan mijn collega laat lezen, grapt hij wel eens: 'En nu in gewoon Neder-

lands.' Maar aan de andere kant kan het ook heel handig zijn, die denkwij ze. Ik onthoud meestal precies watL ik IN heb afgesproken. Ook daarom zie ik het helemaal niet als weggegooid, m'n rechtenstudie.

5

CMZ)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 436

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's