Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 663

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 663

9 minuten leestijd

AD V A L V A S " 2 7 JUNI

PAGINA 5

1996

^O, die man is ciiristeii' Historicus Van Deursen neemt afscheid van de VU ^!"»?SI^

Op 28 juni neemt de historicus A.Th. van Deursen (65) afscheid ais hoogleraar nieuwe geschiedenis aan de VU. IVIet tegenzin, ai bieek de baan aan de universiteit minder ideaal dan hij bij zijn aantreden in 1967 had verwacht. "Misschien heb ik mijn studenten wel eens te ernstig genomen", blikt de kenner van de zeventiende eeuw en christen in hart en nieren terug.

'mmi Frieda Pruim

i

"Ik denk dat ik net zo lief was gebleven", antwoordt hoogleraar nieuwe geschiedenis A.Th. Van Deursen eufemistisch op de vraag of het hem spijt dat hij wegens het bereiken van zijn 65-ste jaar de vu meet verlaten. "Ik heb nog niet het gevoel versleten te zijn. Ik ben in 1967 ook uitdrukkelijk aangesteld tot mijn zeventigste jaar, maar de minister heeft onderweg de spelregels veranderd." Hij zal zijn werkplek en boekenkasten op de vu missen, evenals de bibliotheken om de hoek en de mogelijkheid zo bij collega's te kimnen binnenlopen. Maar hij heeft weinig illusies dat hij door anderen zal worden gemist. "Mensen die afscheid nemen, worden vaak van alle zijden heel vriendelijk toegesproken, maar na een jaar is ongeveer iedereen vergeten dat ze er ooit zijn geweest." Hij verwacht dat hij ook na zijn pensionering de behoefte zal blijven voelen "van tijd tot tijd eens voor een zaaltje te gaan staan en de mensen iets te vertellen over de dingen die je bezighouden". Een historicus moet een publiek hebben, meent hij. Dat ervaarde hij aan den lijve toen hij na zijn afstuderen bij het Bureau voor vaderlandse geschiedenis ging werken, waar hij de hele dag tussen de archiefstukken zat. "Toen had ik helemaal geen publiek waartoe ik mij zou kunnen wenden. Dat miste ik wel. Ik dacht: ik kom hier van alles te weten over de zeventiende eeuw en er is niemand bij wie ik dat kwijt kan. De universiteit leek mij toen de ideale omgeving om mijn interesse voor het verleden aan anderen over te dragen." Maar studenten bleken niet altijd een even ideaal publiek. "De jaren zeventig waren de jaren van sterke politisering van de wetenschap", blikt Van Deursen terug. "De meerderheid van de studenten had een voorkeur voor de geschiedenis van de twintigste eeuw, de sociaal-economische geschiedenis en de geschiedenis van de niet-westerse wereld. Voor mijn onderzoek naar het geestelijk leven in de zeventiende eeuw was de belangstelling m die tijd niet groot. Met een college aan de hand van kerkeraadsnotulen uit de zeventiende eeuw hoefde ik niet aan te komen. In die tijd

l^^'Vtu.—

Historicus A.TIi. van Deursen: 'Studenten van nu zijn niet toe aan een benadering als vakgenoot'

bepaalde ik de thema's van mijn colleges dan ook in overleg met de studenten. Gezins- en persgeschiedenis waren populair." Ook al waren de studenten niet altijd evenzeer in zijn vakgebied geïnteresseerd, toch benaderde hij ze altijd als gelijkwaardige vakgenoten. "Dat betekent bijvoorbeeld dat je geen tentamen afiieemt met de instelling 'Ik ga eens kijken wat eraan mankeert', maar dat je met elkaar gaat praten over de dingen die je gezamenlijk bezighouden. Op basis van zo'n gesprek kun je evengoed tot een kritische beoordeling komen. Zo hoor je, denk ik, in het onderwijs te staan: als iemand met meer ervaring en een grotere kennis van zaken, maar toch wezenlijk als een vakgenoot." "Dat kan er ook toe leiden dat je ze wel eens te ernstig neemt", voegt hij daaraan toe. "De laatste jaren begon het mij meer en meer op te vallen dat studenten met heel weinig kennis bmnenkomen, terwijl ik nog de eisen aan hen stelde die je m de jaren zeventig nog aan mensen kon stellen wat betreft hun kennis en vaardigheden. Ik behandelde ze als vakgenoten-inspe, terwijl ze daar waarschijnlijk nog helemaal niet aan toe waren. Ik dacht: ik moet eigenlijk op een andere versnelling overschakelen, maar ik kwam er niet toe om voor een of twee jaar nog grondig mijn systeem te herzien. Als ik het vooruitzicht had gehad hier nog tot 2000 te werken, had ik dat wel gedaan."

Overzicht Wat het niveau van de studenten betreft denkt Van Deursen wel met een zekere weemoed aan de zeventiger jaren terug. "Toen had je studenten die soms een wat meer alfa-gerichte schoolvorming hadden gehad. Tegenwoordig krijgen vwo'ers die geschiedenis in hun pakket kiezen geen doorlopend overzicht meer van het vak. Als je nu voor een groep studenten staat, kun je er niet meer vanuit gaan dat ze allemaal ongeveer hetzelfde weten. De een heeft toevaUig nooit Napoleon gehad en de ander heeft de renaissance altijd gemist. Zo zijn er allerlei leemtes, waardoor je je verhaal altijd van begin af aan moet vertellen." "Je start dus veel lager en bovendien zijn vier jaar snel voorbij. Vroeger was

het heel normaal dat je zeven jaar op de universiteit rondliep. Daar kon je je colleges op afstemmen. Je kon bijvoorbeeld zeggen: ter voorbereiding van dit vak lezen we eerst een boek van achthonderd bladzijden. Dat kun je je tegenwoordig niet meer veroorloven, want dat zou de studenten veel te zwaar belasten." Zij eindigen dus ook op een lager niveau dan vroeger, maar dat is volgens Van Deursen met per definitie een probleem. "Het hangt er vanaf waar je wilt eindigen", legt hij uit. "Vroeger gmgen studenten geschiedenis na hun studie vanzelfsprekend het onderwijs in, maar dat is al lang niet meer zo. Ze komen nu op allerlei plekken in de maatschappij terecht.

'Als historici iets in hun vak witten bereiken^ komt dat meer dan vroeger op henzelf aan' Als ze geluk hebben, is dat een plek die een beetje aansluit bij hun eigen wereld, zoals de journalistiek, maar het kan ook best een bank zijn of een andere tak van het bedrijfsleven. In dat geval was hun studie meer een algemene vorming waardoor ze geleerd hebben hun gedachten vorm te geven en schriftelijk te rapporteren. Dan doet het er misschien niet zoveel toe dat je even diep doorgedrongen bent in de Verlichting of de reformatie als studenten van vorige generaties. Maar dat is natuurlijk wel van belang voor de mensen die zeggen: geschiedenis is mijn vak, wat de maatschappij mij ook te bieden heeft. Als zij iets in hun vak willen bereiken, komt dat meer dan vroeger op henzelf aan. Zij kunnen niet volstaan met wat wij ze vertellen, maar moeten meer lezen en zich breder oriënteren." Dat lang niet alle studenten meer het onderwijs en onderzoek ingaan met hun studie, neemt Van Deursen 'voor kennisgeving aan'. De maatschappelij-

ke vraag naar historici is nu eenmaal beperkt, terwijl de mogelijkheden om het vak te gaan studeren, aanzienlijk zijn toegenomen. "Toen ik zelf begon te studeren, moest je als vooropleiding gymnasium alfa hebben. Het was dus maar een heel klein groepje dat überhaupt de mogelijkheid had om geschiedenis te gaan studeren. De eerste jaren dat ik hier werkte, gold die regelmg nog. Er waren toen vijf eerstejaars. Toen de studie algemeen toegankelijk werd, hadden we jaren van zeventig, tachtig man." Het deert van Deursen niet dat de geschiedenisstudenten van tegenwoordig niet allemaal historici pur sang zijn. "Ik ben bereid iedereen iets over geschiedenis te vertellen, die daarvoor komt", zegt hij. "Maar ik vind wel dat het nodig blijft dat er ook pure historici van de universiteiten komen", voegt hij er aan toe.

Groningen Van Deursen is Nederlands Gereformeerd. In zijn werk verloochent hij die religieuze achtergrond niet. "Het geloof dat je ontvangen hebt, is iets dat bij jezelf hoort, zoals het bij mij hoort dat ik uit Groningen kom en van het mannelijk geslacht ben", legt hij uit. "Dat zijn dingen die je hele geaardheid bepalen en die vanzelfsprekend tot uitdrukking komen in de manier waarop je tegen de werkelijkheid aankijkt. In hoeverre dat ook blijkt in mijn boeken, is mede afhankelijk van het thema waarover ik schrijf. Ik heb bijvoorbeeld geschreven over de staatsinstellingen van de zeventiende-eeuwse republiek. Dat is een thema met een heel lage graad van identiteitsgevoeligheid. Maar als je schrijft over de opbouw van het kerkelijk leven in het begin van de zeventiende eeuw, waarover ik ook een boek geschreven heb, dan spreekt het vanzelf dat mijn eigen persoonlijkheid daar in zit." EigenUjk geldt dat volgens hem voor alles dat hij over het leven in de zeventiende eeuw publiceert. "Je hebt steeds een ontmoeting met mensen die hetzelfde geloof hebben als jij. Dat krijgt onwillekeurig, ook al ben je er helemaal niet op uit, in je benadering van de zeventiende eeuw vorm, waardoor dat leven voor de lezer ook iets herkenbaars krijgt." Daarbij wil Van Deursen wel opmerken dat de voor-

Peter Wolters - AVC/VU

oordelen van de lezer ook een flink partijtje meeblazen. "Mensen die zich realiseren 'o, die man is christen', lijken dat makkelijker m mijn werk terug te vinden", legt hij uit. "Zij nemen namelijk met andere verwachtingen een boek ter hand. Zo heb ik bijvoorbeeld wel eens in een tentamen een stukje van de historicus Schöffer aan studenten voorgelegd. Mijn laatste vraag was: 'Schöffer is een leerling van Romein. Kunt u dat merken?' 'Ja', antwoordde het merendeel. Maar waaraan dan? Schöffer is absoluut geen belijdend marxist, maar als studenten eenmaal wisten dat hij een leerling was van Romein, dachten ze: o ja. Zo is het denk ik ook met de gereformeerde identiteit. Als we dat van elkaar weten, zeggen we ook: dat kun je wel zien." "Dat viel me met name op toen vorig jaar de herdruk verscheen van mijn boekje over Willem van Oranje. Bij de eerste uitgave in 1984 was er niks mee aan de hand, maar toen verleden jaar de herdruk verscheen, schreef een recensent: 'Dit boek is geschreven met de logica des geloofs'. Waarom heeft elf jaar geleden niemand dat gezien? Dat schrijft de recensent alleen maar omdat hij intussen een bepaald beeld van mij heeft. En dus vmdt hij dat ook terug in mijn boek." Idealiter merk je volgens Van Deursen aan het werk van een historicus niet of hij betrokken is bij zijn onderwerp. "Maar het is toch altijd moeilijker om je volkomen te verplaatsen in het leven van iemand die een totaal andere kijk op de werkelijkheid heeft dan wij. Dus als je totaal verstoken bent van elk gevoel voor het godsdienstige, lijkt het me onvermijdelijk dat je beschnjvmg van godsdienstige gebruiken en mensen iets afstandelijks blijft houden." In die zin is betrokkenheid bij je onderwerp volgens de historicus positief. Tegelijkertijd bestaat het gevaar dat je te gemakkelijk dingen meent te herkennen. "Dat je denkt: ik weet wel wat gereformeerden voor mensen zijn en in de zeventiende eeuw vind ik dus mijzelf terug. Daar moet je voor op je hoede zijn. Als je mensen al meent te herkennen voordat je ze hebt bestudeerd, ben je op een heel gevaarlijke weg."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 663

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's