Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 651

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 651

9 minuten leestijd

ADVALVAS 20 JUNI 1996

PERSONEELSKATERN

PAGINA 9

Lokale deskundige moet schade calamiteiten beperken 'Bedrijfshulpverlening is een zaak die ons allemaal aangaat' Om mensen bewuster te maken van de risico's op hun werkplek en hen beter te betrekken bij voorkoming van calamiteiten, wil de Dienst voor Veiligheid en Milieu (DVM) in de toekomst op elke afdeling iemand aanwijzen die eerste hulp kan bieden. Peter Boerman

"Veel mensen kijken direct naar ons als het om bedrijfshulpverlening gaat", vertelt ing. J. KJous van de Dienst voor Veiligheid en Milieu (DVM). "En dat is niet helemaal terecht. Het goed reageren op calamiteiten is namelijk een zaak die ons allemaal aangaat. Iedereen moet voor zichzelf kijken of het op de eigen afdeling goed geregeld is als er bijvoorbeeld brand uitbreekt." Op dit moment is de dienst voor veiligheid en milieu samen met de gebouwendienst bezig met de ontwikkeling van een nieuw bedrijfsnoodplan waarin precies staat uitgelegd wat te doen bij brand, bommeldingen, ontruimingen, explosies, grote technische storingen en andere ongelukken. De diensten hopen het plan in september of oktober te presenteren. Belangrijk nieuw element in de plannen zal in ieder geval de 'lokale deskundige' zijn. De officiële bedrijfshulpverleningsploeg kan bij een ongeval pas goed ingrijpen wanneer zij ter plekke door iemand wordt geïnformeerd over de plaatselijke risico's en situatie. Elke dienst of afdeling zal gevraagd worden zo'n deskundige aan te wijzen, die daarna van de DVM een opleiding kan verwachten. Het idee komt overgewaaid van het vu-ziekenhuis, vertelt Klous. Daar fianctioneert het systeem al een tijdje naar tevredenheid. "Op alle verpleegafdelingen van het ziekenhuis is steeds één verpleegkundige goed op de hoogte van wat er bij een ongeval komt kijken. Eens in de maand oefenen we bij één van de verpleegafdelingen. Dan duurt het nog eens drie jaar voordat die afdeling weer aan de beurt is." De introductie van de lokale deskun-

Eén van de VU-brandploegen krijgt instructies bij het oefencentrum in Rijsenhout

dige zal volgens Klous niet betekenen dat de centrale hulpploeg wel wat kleiner kan. "De bedrijfshulpverlening moet voldoende bemenst blijven. Je hebt toch )e mensen nodig die met adembeschermingsapparatuur en dergelijke weten om te gaan. En het lijkt dan misschien wel alsof de preventie de afgelopen decennia steeds verder is verbeterd, je moet ook niet vergeten dat het aantal elektrische apparaten in diezelfde tijd wel is vertienvoudigd. En die kunnen allemaal kortsluiting opleveren. Hetzelfde geldt voor giftige stoffen. Het pas geopende laserlaboratorium is veiligheidstechnisch bijvoorbeeld een enorm risicogebied. Dat had je een aantal jaar geleden nog niet." Op dit moment is de ploeg vrijwilligers voor alle grote gebouwen van de vu op de gewenste sterkte. Alleen bij het provisorium en het transitorium zouden er nog wel wat mensen bij kunnen. Ook het Transitorium? Maar daar huist de DVM zelf toch al? "In

principe zijn wij geen deel van de bedrijfshulpverlening", verduidelijkt Klous. "Wij leiden op en organiseren het een en ander. Meer niet. Natuurlijk hebben we ook wel onze verantwoordelijkheid als bewoner van het gebouw, maar niet meer dan ieder ander." Vroeger was het zo dat de DVM bruut gezegd de enige was die zich bekommerde over de veiligheid op de vu. Sinds de invoering van de Arbo-wet is die situatie veranderd. De verantwoordelijkheid voor veiligheid, gezondheid en welzijn wordt nadrukkelijker ondergebracht in de lijnorganisatie. Met andere woorden: de werkplek is verantwoordelijk, de DVM zorgt voor advies. "De kentering is echter moeizaam", geeft Klous toe. "De risico's die kleven aan het werk worden vaak onbewust weggedrukt of gebagatelliseerd." Brand is al jaren een van de voornaamste aandachtspunten van de bedrijfshulpverlening. Het aantal

Archief DVM

branden op de vu is weliswaar niet groot, maar de bedrijfsbrandweer vindt dat het nog best wat minder kan. Dat geldt helemaal voor het aantal loos-alarmmeldingen. In 1994 werd drie keer (het begin van) brand geconstateerd, terwijl er maar liefst honderdzeventig keer loos alarm werd geslagen. Vervelend, omdat voor elk loos alarm de plaatselijke brandweer met groot materieel uitrukt. "Het is iedere keer weliswaar een goede oefening," lacht Klotfs, "maar liever doen we het natuurlijk niet." Daarom worden in het nieuwe noodplan een aantal maatregelen afgekondigd. Zo komt er een onderscheid in groot en klein alarm. Ook is een vertraging ingebracht in het doormelden van brand naar de gemeentelijke brandweer. Tussen half negen 's ochtends en vier uur 's middags, als er in de gebouwen van de vu over het algemeen vrij veel mensen aanwezig zijn, wordt na een melding voortaan eerst dne a vier minuten gewacht. Als dan nog niet

duidelijk is wat er precies aan de hand is, wordt pas de gemeentebrandweer opgeroepen. De maatregel probeert ook een oplossing te zijn voor wat Klous noemt 'signaal-moeheid'. "Als het zovaak gebeurt, denken mensen snel: 'Het zal wel weer loos alarm zijn' en werken ze gewoon door. Maar wat als er nu echt iets aan de hand is?" Preventie is en blijft echter het beste. "Daar geven we dan ook nog steeds een flink bedrag aan uit", aldus Klous. "We hebben sinds kort ook een brandverzekering. Die zien 't liefst in alle gebouwen sprinklerinstallaties, al scheelt het bijna niets in de premies die je dan betaalt. Maar de verzekeraar stelt ook andere eisen aan de preventie dan wij. De verzekeraar wil de kosten vermijden, voor ons komt het vermijden van slachtoffers op de eerste plaats en pas daarna de schade aan de gebouwen, installaties en de inventaris en de eventuele negatieve milieueffecten." De bedijfshulpverlening valt officieel smds 1 januari 1994 onder de Arbowet. Buiten het feit dat nu ook de EHBO als taak van de bedrijfshulpverlening wordt gezien, heeft die wet voor de vu feitehjk weinig veranderingen met zich meegebracht, meent Klous. "Wij zijn eigenlijk al vanaf begin jaren tachtig naar het Arbomodel toegegroeid. De wet hield voor ons dus nauwelijks een herstructurering in. Er hoefde alleen een aantal procedures te worden vastgelegd. De bedrijfshulpverlening van de vu bestaat al 25 jaar, moet je weten. Ik denk niet dat er veel bedrijven zijn die ons dat kunnen nazeggen." Of er nog eens 25 jaar aan vast worden geplakt, durft Klous niet te zeggen, maar de toekomst ziet hij wel met vertrouwen tegemoet. "De bedrijfshulpverlening maakt zichzelf voorlopig niet overbodig", denkt hij. Op de laboratoria worden steeds nieuwe onderzoeksmethoden ontwikkeld die steeds weer nieuwe risico's met zich meebrengen. "Als je ergens een grote calamiteit hebt, zoals laatst die brand in het ziekenhuis in Leiden, dan krijgt het hele gebeuren plots een grote impuls. Dan zie je de mensen denken: 'Kan dat bij ons ook gebeuren?' En dan blijkt er opeens van alles te kunnen."

Meer dan tafels en stoelen 'Langzaam dringt het besef door dat er in kantoren ook gezondheidsrisico's zijn' Hoewel het ziekteverzuim van de VU traditioneel laag is, dringt langzaam het besef door dat een goede werkomgeving veel gezondheidsproblemen kan voorkomen en de efficiëntie kan bevorderen. Het ergonomie-adviesbureau ERGO-care geeft adviezen.

auditorium. Ook de keuze van het nieuwe kassameubilair in de mensa's van de vu ligt op hun bordje. Op dit moment staat daar in het wis- en natuurkundegebouw reeds een proefopstelling van. "Iedereen denkt bij ergonomie alleen aan tafels en stoelen", zegt Paul Kuijer. "Maar er komt zoveel meer kijken bij een goede werkplek. De verlichting, de oppervlakte van je kamer, de ftinctionaliteit van een opstelling: dat is allemaal ook ergonomie." Dat het

Peter Boerman

Zelf zitten ze in een ruime kamer. Goede stoelen, vloerbedekking, een spreektafeltje en, heel belangrijk, ze kunnen zelf de zonwering bedienen. Kortom: niets op aan te merken. Dat dit op sommige plekken in de vu wel anders is, weten Bart Visser en Paul Kuijer uit ervanng. De twee zijn nu zo'n zes jaar werkzaam bij ERGO-care, het aan de faculteiten bewegingswetenschappen en psychologie verbonden adviesbureau voor ergonomie. De vu zelf is de laatste jaren een steeds belangrijker klant van het bureau geworden. Het begon met het ontwerpen van balies voor de bibliotheken, maar heeft sindsdien geresulteerd in veel meer activiteiten. Zo nam ERGO-care ook de inrichting van de servicepunten onder handen en draagt het bureau bij aan de bewegwijzering binnen de vu. Recenter adviseerden de ergonomen over de keuze voor de stoelen in het nieuwe

Ergonomen Paul Kuijer en Bart Visser: 'De verlicliting, de oppervlaltte van je Itamer, de functionaliteit van een opstelling; dat is allemaal ook ergonomie'

Peter Wolters - AVC/VU

aantal opdrachten voor ERGO-care binnen de vu in korte tijd snel is gestegen, vial volgens de twee niet zeggen dat er ook meer wordt geklaagd over de werkplek. "We werken meestal niet op basis van klachten, maar gewoon omdat organisaties het belang van ergonomie inzien", vertelt Visser. Kuijer vult aan: "Ik merk wel dat er een verschuivmg optreedt. Waar men zich vroeger vooral op fysiek zwaar werk richtte, dnngt nu langzaam het besef door dat er ook in kantoren

gezondheidsrisico's zijn." Veel aandacht aan de inrichting van kantoren besteden de ergonomen echter niet. "Daarover is al vrij veel bekend", verklaart Visser. Waar Kuijer aan toevoegt: "Maar of er ook iets met die kennis gebeurt, is natuurlijk een tweede." De twee willen er wel op wijzen dat de richdijnen voor kantoorinrichting niet algemeen-geldend zijn. Het gaat per slot van rekening om de gebruiker. En die verschilt in ieder kantoor. "Wij hebben in ons bureau

naast de bewegingswetenschappers ook een psychologe. Die houdt zich onder meer bezig met de informatieverwerkmg en de efficiency op een werkplek. Iedereen heeft nu dan wel een computer op z'n bureau staan, maar daarmee ben je er natuurlijk nog niet. Neem bijvoorbeeld het verschil tussen een tekst op een beeldscherm en een printje. De print is veel leesbaarder. Dan zie je plots de d's en t's die verkeerd staan, die je op het beeldscherm over het hoofd hebt gezien. De een heeft daar vaker mee te maken dan de ander. Daar moet je dus ook rekening mee houden bij je kamerindeling en de keuze voor het werken met beeldschermen." Desgevraagd weten de twee ergonomen ook vrij gemakkelijk op te hoesten hoe groot die kamers volgens de normen minimaal moeten zijn. Zo moet iedereen die met een computer werkt zelf minstens acht vierkante meter hebben. Daar komen dan nog toeslagen bovenop, zoals twee vierkante meter om te overleggen, een vierkante meter toegangsruimte en een vierkante meter voor een extra kast. De vu zou met die normen nog wel eens behoorlijk in de knel kunnen komen te zitten. Toch denken de ergonomen van ERGO-care niet dat de situatie aan de vu slechter is dan bij andere bedrijven. "Iedereen die bij ons komt behoort sowieso tot de goeden. Al onze opdrachtgevers zijn zich immers bewust van het belang van ergonomie. En dat is al heel wat."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 651

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's