Ad Valvas 1995-1996 - pagina 530
ADVALVAS 25 APRIL 1996
PAGINA 8
'Onze invloed is marginaal' ^
Studenten in het faculteitsbestuur "Als je vraagt wat ik heb bereikt, dan zijn dat op zich geen grote dingen", bekent studentlid Bart Martens van het bestuur van de scheikundefaculteit. Zijn collega All Öntas van de rechtenfaculteit herkent zich daarin. Toch zijn beiden ervan overtuigd dat studenten onmisbaar zijn in het faculteitsbestuur. Martine Zuidweg Ali Öntas, al ruim anderhalf jaar bestuurslid van de rechtenfaculteit, geeft toe geen bergen te verzetten als studendid. Dat heeft hij naar eigen zeggen ook nooit gepretendeerd. "Ik wist van tevoren: als je als student in zo'n bestuur gaat zitten, dan heb je een marginale invloed. Je hebt gewoon een andere positie. Je bent een passant: je zit daar even en dan ga je weer weg. Op het persoonhjk vlak was er van meet af aan sprake van gelijkwaardigheid; de eerste dag al mocht ik de decaan aanspreken met z'n voornaam. JVlaar als het gaat om mvloed, dan denk ik dat die betrekkelijk IS. Studenten moeten daar ook realistisch over zijn, vind ik." Öntas heeft de eerste maanden van zijn bestuursperiode besteed aan het afbakenen van het gebied waar hij als student wat over te zeggen heeft. "Eerst moest ik weten welke zaken mij aangingen. In het begin is dat moeilijk te ontdekken, omdat een student geen portefeuillehouder is in het faculteitsbestuur. Sinds ik dat gebied ontdekt heb en naarmate ik langer in het bestuur zit, wordt er beter naar me geluisterd. Op een gegeven moment weet je het ook beter te brengen. Je kent de regeltjes, je kent de verhoudingen." Bart Martens, studentlid van het faculteitsbestuur van scheikunde, vindt het moeilijk te omschrijven op welke punten hij het afgelopen jaar zijn invloed heeft doen gelden. "Als je vraagt 'Wat heb je inmiddels bereikt?', dan zijn dat op zich geen grote dingen", probeert hij peinzend. Toch IS Martens ervan overtuigd dat studenten een prommente rol vervullen in het faculteitsbestuur. Alleen al vanwege de informatievoorziening. "Er is bij ons een discussie geweest over inkrimping van het bestuur. Er is toen ook gevraagd of er wel een student in het bestuur moest blijven. Dan blijkt dat er door de decaan best waarde wordt gehecht aan een student in het bestuur. Hij vindt het prettig een korte lijn naar de studenten te hebben. Als bij alle onderwerpen een studentbestuurder aanwezig is, zoals
Ali Öntas: 'Je moet de belevingswereld van studenten verwoorden, dat is je meerwaarde'
Bart Martens: of je serieus wordt genomen, heb je zelf in de hand
ik nu, heb je direct feedback. De faculteit heeft daar belang bij." Öntas spreekt in dat verband over een 'waakhondfunctie'. "Je moet de belevingswereld van studenten verwoorden, dat is je meerwaarde. En soms is het daarbij nodig om aan de noodrem te trekken."
van studenten duidelijk te maken. We zijn er nu naar aan het kijken als bestuur. We werken een aantal zaken uit, bijvoorbeeld of er een extra zaal moet komen."
Inhoudelijk Martens heeft er nu een jaar opzitten als bestuurslid bij scheikunde. Dat' vindt hij wel weer genoeg. Hij gelooft niet dat zijn invloed groter zal zijn als hl) nog een jaar bijtekent. "Wat je in zo'n tweede jaar beter onder de knie krijgt, zijn technische zaken, bijvoorbeeld hoe budgetten precies m elkaar zitten. Dat is heel inhoudelijk. Ik denk niet dat het voor een student nou zo ontzettend belangnjk is daar inspraak m te hebben." Öntas denkt daar anders over. Hij vindt één jaar te kort om volwaardig mee te kunnen praten over het facultair beleid. Daarom stelde de rechtenstudent zich vorig jaar opnieuw verkiesbaar. Öntas: "Het is niet alleen dat je dan veel meer weet over inhoudelijke zaken en over de regeltjes die
gelden, je weet na een jaar ook beter welke mensen je tegenover je hebt. Je krijgt meer gevoel voor de verhoudingen op de faculteit en hoe je mensen moet benaderen." Bart Martens was bi) scheikunde minder tijd kvnjt met het bestuderen van onderlinge verhoudingen en de bijbehorende etiquettes. Maar ook hij stuitte meer dan eens op een verschil in bestuurlijke ervaring. Martens: "Ze zijn wat welbespraakter. Dat is wel eens moeilijk, maar ik heb er geen zaken door verloren. Als je serieus genomen wordt, dan laten ze je, ondanks het feit dat je het minder boeiend weet te brengen, wel uitpraten. En of je serieus wordt genomen, heb je zelf m de hand. Je moet niet zo snel met de vuist op tafel slaan, je moet ook begrip opbrengen voor zaken van docenten of van het beheer." Martens heeft zich het afgelopen jaar sterk gemaakt voor een groter aantal computers op de faculteit. "Ik heb in het bestuur gezegd dat het door studenten echt als knelpunt wordt gezien. Ik heb een aantal argumenten naar voren gebracht om de ervaring
Foto's Peter Wolters - AVC/VU
Realistisch Een wapenfeit van Ali Öntas is een groot bord op de vijfde verdieping van het hoofdgebouw waarop alle stages staan vermeld die bij docenten binnenkomen. Dat de faculteit de afgelopen jaren überhaupt meer aandacht schenkt aan stages, is volgens Öntas te danken aan de studenten in de faculteitsraad en het bestuur. Net als Martens heeft ook Öntas het afgelopen jaar geprobeerd meer computers op de faculteit te krijgen. Hem is het echter niet gelukt de overige bestuursleden te overtuigen. "Er was geen ruimte en g?en geld. Maar ook kon ik niet aantonen dat studenten daadwerkelijk computers te kort komen. Er staat inderdaad geen rij in de gang." Öntas heeft het gevoel dat hij de laatste jaren realistischer is geworden. Daarom stond hij bijvoorbeeld niet achter het voorstel van studentleden
van de raad om een stagecoördinator aan te stellen. Öntas: "Dat was geen reëel voorstel. Er zit al geen rek meer in de formatieplaatsen van de faculteit. Er is gewoon geen geld voor. Als je nieuwe voorstellen doet, moet je weten wat realistisch is en wat met." Over het algemeen weten studenten vaak niet wat er op de faculteit speelt, is de ervaring van Öntas. Wat volgens Martens nog niet wil zeggen dat het hen koud laat. "Er zijn genoeg studenten die helemaal niet in politiek zijn geïnteresseerd. Maar ik denk dat een groot deel zich prettiger voelt op de faculteit omdat ze weten dat iemand voor hun belangen opkomt. Het feit dat je als student het gevoel hebt dat je mee kunt praten, is heel belangrijk." De scheikundestudent is bang dat de verwachte clustering van de bètafaculteiten ten koste zal gaan van de invloed van studenten. "Dan krijg je een bestuur voor drie, vier faculteiten. Ik denk dat de afstand tussen bestuur en student op die manier heel groot wordt. En dat zou zonde zijn."
Voor de faculteitsraad valt weinig te kiezen Deze week valt bij iedereen op de vu een stembiljet in de bus voor de facultéits- en de universiteitsraad. Veel te kiezen valt er echter niet voor de bevolking van de meeste faculteiten. Zowel personeel als studenten maken massaal gebruik van de 35-procentregel die stemmen overbodig maakt. En als er dan toch gekozen moet worden, berust dat eerder op toeval dan op grote meningsverschillen. Peter Boerman Als er maar één kieslijst is, volstaat het om 35 procent van de stemmers een handtekening te laten zetten om alle zetels te bezetten. Veel partijen hebben om die reden in het verleden de handen ineen geslagen uit vrees anders zetels onbezet te moeten laten. Van de 45 kiesdistricten - vijftien faculteiten, elk met zetels voor wetenschappelijk personeel, overig personeel en studenten - wordt dit jaar ruim tweederde met de 35 procentnorm afgedaan. Nog eens negen anderen zijn er niet in geslaagd 35 procent van de handtekeningen op te
halen, maar kennen wel maar één lijst. Slechts in vijf van de 45 'kiesdistricten' wordt van de kiezers niet alleen het terugsturen van het stembiljet, maar ook nog een aangekruist hokje verwacht. Voor de studenten is er maar één faculteit waar nog uit verschillende kiesverenigingen kan worden gekozen: economie. Op deze faculteit bestaat van oudsher een lijst voor de economen en een aparte lijst voor de econometristen. Een situatie die voorlopig nog wel zal blijven bestaan, omdat beide verenigingen het onbegonnen werk vinden bij de colleges de handtekeningen van meer dan vijfhonderd
man (35 procent van 1500 studenten) op te halen. Het personeel mag op vier plekken een keuze uit meerdere lijsten maken. Bij Geneeskunde is de situatie het meest opvallend. De zetels voor het wetenschappelijk personeel (wp) en
^
het ondersteunend- en beheerspersoneel (OBP) worden daar door drie partijen geambieerd: een lijst wetenschappelijk personeel, een lijst onafhankelijk OBP en een lijst Technisch en Administratief Personeel en Staf (TAS/Staf) die voor beide kiesdistncten kandidaten heeft geleverd. De situatie is niet voor iedereen duidelijk. Nico Westerhof, tweede op de WP-lijst: "Het is een historisch gebeuren. Ik
weet ook niet precies waarom er meerdere lijsten zijn." Didi K riegsman, die een plaats op de TAS/staf lijst heeft: "Ik weet dat er verschillen zijn, maar hoe het precies zit, kunt u beter aan een ander vragen." Elhe Klinkenberg, die momenteel namens het wp in de faculteitsraad zit, is stelliger. "De mensen van TAS/staf zijn geen medici. Dat maakt een wereld van verschil. Ze hebben heel andere belangen. Ze zijn meer het midden- en kleinbedrijf op de faculteit. Over het algemeen hebben we nog wel veel meningsverschillen. Vandaar dat het nog nooit tot samenwerking is gekomen." Bij de faculteit tandheelkunde moet het wetenschappelijk personeel naar de stembus. Voor drie zetels wetenschappelijk personeel zijn er vier kieslijsten. "Oorzaak ligt in het feit dat we een samenwerkingsverband zijn tussen de vu en de UVA", legt dr L. Habets uit, die in zijn eentje de 'lijst Habets' vormt. "We zijn momenteel bezig het aantal raden en commissies te reduceren. We hebben binnenkort maar één faculteitsraad voor beide imiversitei-
ten. Omdat personeel van de vu echter alleen maar op personeel van de vu mag stemmen, konden we niet één lijst vormen. We werken natuurlijk wel veel samen, al heeft iedereen zijn eigen expertise." Ook bij Aardwetenschappen moeten de wetenschappers een keuze maken. Maar liefst vijf lijsten van twee man strijden er voor acht zetels. Duidt dat op grote meningsverschillen? "Nee hoor", lacht prof dr W. Roeleveld, die samen met prof.dr H. Vugts de 'lijst Vugts' vormt. "Het is eerder een misverstand. Meestal organiseren we het zo dat we voldoen aan de 35 procentnorm. Door een gebrek aan coördinatie is dat dit jaar mislukt. Toen hebben allerlei individuen nog maar wat lijsten gemaakt. Het is dus min of meer toevallig zo gelopen. We hebben het ook nog nooit eerder meegemaakt Dat maakt het wel interessant."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's