Ad Valvas 1995-1996 - pagina 254
AD VALVAS 7 DECEMBER
PAGINA 6
1995
'Onderwijsprijs is voorbarig' Hoewei de vu vanwege haar goede zorg voor het onderwijs onlangs in de prijzen viel, is er nog heel wat te verbeteren aan dat onderwijs, stelt Jasper Schouten, lid van de universiteitsraad namens de studentenfractie PKV. "De discussie over onderwijskwaliteit wordt in achterkamertjes gevoerd, terwijl het college van bestuur probeert met zo min mogelijk ophef een vrij radicale bestuurlijke vernieuwing door te voeren."
Jasper Schouten
Twee weken geleden werd bekend gemaakt dat de vu zal worden onderscheiden met de landelijke hogeronderwijsprijs 1995. De prijs wordt toegekend vanwege de 'management review onderwijskwaliteit' die in 1994 aan de vu werd gehouden. De jury prijst de manier waarop de vu heeft onderzocht hoe op facultair en universitair niveau sturing wordt gegeven aan de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Daarnaast heeft men vooral waardering voor de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd en een vervolg krijgt: in de Staatscourant kunnen we bijvoorbeeld lezen dat "iedereen binnen de Vrije Universiteit betrokken is bij de kwaliteitsdiscussie". Was het maar waar! Een aantal kanttekeningen is hier kennelijk op zijn plaats. Er valt weinig af te dingen op het feit dat de management review over onderwijskwaliteit zeer gedegen en zorgvuldig is uitgevoerd. De gelijknamige projectgroep kwam op grond van tientallen gesprekken en honderden enquêtes tot een aantal duidelijke conclusies en concrete aanbevelingen. Die bleken
weliswaar weinig opzienbarend voor diegenen die zich al langer bezighouden met de kwaliteit van het onderwijs op de vu, maar ze vormden wel degelijk een goed uitgangspunt voor verdere kwaliteitsverbetering. Zo constateerde de projectgroep dat beleidsnotities op het gebied van onderwijs zelden worden omgezet in concrete maatregelen: Noblesse Obhge, de bekendste beleidsnotitie op dit gebied binnen de vu, lijkt het dus vooral op papier erg goed te doen. Bovendien bleek dat vrijwel nergens richtlijnen voor (goed) ondenvijs worden gehanteerd en dat iedereen op eigen houtje met de onderwijsproblematiek bezig is. En tenslotte concludeerde de projectgroep dat de onderwijsvaardigheden van docenten nog altijd een ondergeschikte rol spelen in sollicitatie- en functioneringsgesprekken.
Gepraat Niettemin moeten we vaststellen dat er tot op heden maar weinig met de resultaten van de management review is gebeurd, hoewel deze conclusies moeilijk kunnen worden misverstaan. Er is wel over gesproken in het bestuurlijk overleg tussen het college
van bestuur en de faculteiten, maar het is vooral bij praten gebleven. Is deze management review hetzelfde lot beschoren als die van 1992 over dienstverlening aan studenten? Ook toen is veel gepraat over zaken als studiebegeleiding, maar tot concrete maatregelen heeft dat niet geleid. In oktober verscheen van de hand van het college van bestuur de notitie Onderwijsmanagement, de facultaire onderwijsorganisatie aan de Vrije Universiteit. Deze notitie gaat in op een van de problemen die bij de management review naar voren kwamen: de kwaliteitszorg voor het onderwijs is aan de faculteiten slecht georganiseerd. Hoewel de aandacht voor onderwijskwaliteit aanzienlijk is toegenomen, voelt niemand zich verantwoordelijk voor de kwaliteit van een opleiding als geheel. De wettelijke verantwoordelijkheid voor dit soort zaken ligt bij het faculteitsbestuur, maar de dienstdoende portefeuillehouder onderwijs slaagt er meestal niet in hieraan daadwerkelijk invulling te geven. Waarom niet? De notitie van het college geeft hierop geen antwoord. Er is daarentegen wel nagedacht over een oplossing: het aanstellen van een zogenaamde onderwijsdirecteur. Deze zou als bij toverslag wèl beschikken over voldoende expertise en daadkracht om de kwaliteitszorg voor het onderwijs op zich te nemen. Waarom kan een onderwijsdirecteur wel wat faculteitsbesturen en studiecoördinatoren kennelijk nog steeds niet voor elkaar krijgen? Volgens het college heeft zo iemand meer tijd en meer professionaliteit dan de huidige bestuurders. Het is echter de vraag of dat wel voldoende is. Over de bevoegdheden van de onderwijsdirecteur is de notitie namelijk nogal onduidelijk, hoewel iedereen begrijpt dat zo'n functie moet
worden omkleed met een flinke dosis macht. Maar ten koste van wie of waarvan? Opvallend is dat het college in zijn schets van de gewenste situatie de faculteitsraden niet meer noemt. Foutje of voorteken? In het aanstellen van onderwijsdirecteuren schuilt het gevaar dat de overige deelnemers aan het onderwijsproces zich ontslagen voelen van hun verantwoordelijkheden. De kwaliteit van het onderwijs is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van docenten, studen-
ten en bestuurders. In tegenstelling tot wat het juryrapport bij de hoger-onderwijsprijs wil doen geloven, is er op de vu echter absoluut geen sprake van een kwaliteitsdiscussie waaraan iedereen deelneemt. De eerder genoemde notitie is weliswaar uitvoerig besproken met het college van decanen, maar de universiteitsraad mocht zich er niet mee bemoeien: de notitie was al aan de faculteitsbesturen verzonden toen de raad haar eindelijk kreeg voorgelegd.
Betrokkenheid De discussie over onderwijskwaliteit wordt zodoende nog altijd in achterkamertjes gevoerd, terwijl het college probeert met zo min mogelijk ophef een vrij radicale bestuurlijke vernieuwing door te voeren. Dat is erg jammer, want de noodzaak van bestuurlijke vernieuwing omwille van verbetering van de onderwijskwaliteit wordt door iedereen onderschreven. Wil zo'n operatie echter enige kans van slagen
hebben, dan zal gezocht moeten worden naar een universiteitsbrede consensus over de vorm die de toekomstige bestuursstructuur moet krijgen. De externe visitatiecommissie die de management review- 1994 beoordeelde, merkte op dat het weliswaar goed is om hét proces van kwaliteitsbewaking onder de loep te nemen, maar dat dat niet los gezien kan worden van de formulering van kwaliteitscriteria en de ontwikkeling van een duidelijke strategie. Verbetering van de onderwijskwaliteit is niet zomaar tot stand te brengen door middel van een strakkere bedrijfsvoering in termen van 'integraal management' of quality control. Het vraagt om inhoudelijke betrokkenheid van allen. Oplossingen in de sfeer van bestuursstructuren dienen dus op z'n minst vergezeld te gaan door een brede discussie over kwaliteitsnormen en -criteria. Voorlopig is van dat laatste op de vu niet veel te merken: de notitie over onderwijsmanagement ging vergezeld van de criteria uit het rapport Te doen of niet te doen? van de commissie Wijnen. Verkrijgbaar bij de betere boekhandel sinds 1992. Het zou niet juist zijn te suggereren dat we de, afgelopen vier jaar niets zijn opgeschoten, maar het is nog lang geen tijd om achterover te leunen. Laten we de Hoger-Onderwijspnjs 1995 dus maar vooral beschouwen als een aanmoedigingsprijs, want voorlopig is er ook op de vu nog veel te doen op het gebied van onderwijskwaliteit. Jasper Schouten is student filosofie en zit in de universiteitsraad voor de Progressieve Kies Vereniging (PKV)
'Dan lioudt liet opeens op' Terwijl politici roepen om stelselherziening en studeerbaarheid, roemen universiteiten de kwaliteit van het eigen onderwijs. Maar wat vinden studenten nu eigenlijk zélf van hun studie? In deze serie leggen recent afgestudeerden hun studie op de weegschaal. Deze week: Peggy Hoogcarspel (24) over haar rechtenstudie.
Martine Zuidweg
C
lk ben vrij lang met mijn scriptie bezig geweest. Heb 'm ook voor twee richtingen geschreven, voor criminologie en strafrecht. Ik heb er met heel veel plezier aan gewerkt en de docenten waren erg enthousiast. Ik heb er zelfs een negen voor gekregen. Tijdens het afstuderen werd ook nog eventjes benadrukt: 'Goed gedaan, leuke scriptie'. En dan houdt het opeens op. Dan hoor je er verder niks meer over. Opeens loop je bij een uitzendbureau en zitten ze je heel suffig aan te kijken. Omdat je niet eens een typediploma hebt. Die overgang vond ik wel heel erg groot. Ik wist eigenlijk niet goed wat ik na de middelbare school moest gaan doen. Ik ben rechten gaan studeren, omdat het me een vrij algemene studie
Peggy Hoogcarspel: 'Opeens loop je bij een uitzendbureau en zitten ze je suffig aan te kijken. Omdat je niet eens een typediploma hebt'
Bram de Hollande
leek. Zo hoefde ik me nog niet zo snel vast te leggen op iets heel specifieks, op een bepaald beroep. Maar tijdens de propaedeuse had ik vrij snel door: het wordt criminologie.
KLAAR
AF Rechten was zo theoretisch, bij criminologie was je veel meer bezig met strafrecht in de praktijk. Je probeerde het hoe en waarom van criminaliteit te verklaren. De stof leefde meer. Je kon
het ook zien aan de studenten: studenten die criminologie studeerden waren veel meer betrokken bij hun vak. Dat kwam voor een deel door de docenten. Vanaf het begin werd je steeds weer gevraagd hoe je nou zelf over zaken dacht en waarom. Je leerde verder te kijken dan alleen maar het toepassen van regels. Het contact met de docenten was veel directer bij criminologie. De docenten waren makkelijk benaderbaar. Bij de algemene rechtenstudie was dat helemaal niet zo. Ik had vaak het gevoel dat de docent een standaardverhaal stond af te draaien voor de groep van twee- tot driehonderd man. Dan ga je geen vragen stellen, want zo'n verhaal laat zich helemaal niet onderbreken. En van een heleboel hoorcolleges was bekend dat de docent min of meer hetzelfde vertelde als in de boeken stond. Toen ik ermee begon, was criminolo-
gie meer dan een afstudeerrichting. Je moest direct na je propaedeuse al voor criminologie kiezen. Elk jaar deden wij een aantal vakken extra, zoals inleiding sociologie, psychologie, theoretische criminologie en methoden en technieken van onderzoek. Je was echt een criminoloog als je afstudeerde. Niet zo maar een jurist. Ruim twee jaar geleden, tijdens de reorganisatie van rechten, is dat veranderd. De faculteit had bedacht dat bedrijfsrecht de aantrekkingskracht van de rechtenstudie van de vu moest worden. Zodat ze zich in de strijd met andere universiteitssteden konden onderscheiden. Criminologen hebben altijd geroepen: jullie hebben iets leuks als criminologie in huis. Want alleen op de vu kun je die studie zo uitgebreid doen. We hebben als studentenvereniging nog een protestbrief gestuurd aan het faculteitsbestuur. Maar ja, een reorga-
nisatie... Iedereen weet hoe dat gaat. De vakgroep heeft uren in moeten leveren. Nu is het dus meer een afstudeerrichting geworden zoals privaatrecht, internationaal recht of strafrecht. Dat vind ik zonde. Liever had ik het omgekeerde gezien: een uitbreiding van het aantal uren. Tegen het eind van mijn studie had ik het gevoel dat ik nog zoveel meer zou kunnen en moeten leren. Momenteel werk ik bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Ik ben daar beslismedewerker-asiel, maar dat vind ik zo'n suffe term. Het komt erop neer dat ik beslis of iemand in aanmerking komt voor een vluchtelingensta^^ tus. Het heeft niets met crimij | nologie te maken. ^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's