Ad Valvas 1995-1996 - pagina 99
AD VALVAS 28 SEPTEMBER 1995
PAGINA 7
Predikant pleit voor kerkelijke genezingsdiensten als antwoord op Jomanda Proefschrift belicht relatie tussen de charismatische beweging en gereformeerde kerken
Gereformeerde aanhangers van de charismatische beweging zijn niet fundamentalistisch en stemmen redelijk progressief. Velen van hen zijn predikant, ouderling of diaken in hun reguliere kerk. Ze zijn vrij nuchter van aard. Toch heeft bijna tweederde een vorm van bekering meegemaakt, zegt 4 1 procent te zijn genezen door gebed en heeft 30 procent wel eens 'in tongen' gesproken. Tot deze opmerkelijke conclusies komt dominee Rijn van Kooij in zijn proefschrift 'Spelen met vuur', waarop hij op 28 september promoveert.
Frieda Pruim Als gereformeerd predikant in Oudewater werd Rijn van Kooij voor het eerst geconfronteerd met charismatisch georiënteerde kerkleden. Deze mensen stellen de Heilige Geest in hun geloof centraal en leggen nadruk op gaven die God hen geschonken heeftj zoals tongentaai. Nadat een ouderling zich had laten 'overdopen' in een dienst van de Volle Evangelie:r gemeente, vond een deel van de gemeente dat hij niet als ambtsdrager kon aanblijven. Van Kooij moest dat conflict in goede banen leiden. Het maakte hem nieuwsgierig naar de achtergronden van de charismatische en pinksterbeweging. "De gereformeerde vooroordelen tegen de charismatische beweging had ik inmiddels leren kennen en zelf had ik ook te kampen met behoorlijke weerstanden, vooral tegen opwekkingsliedjes en al te enthousiaste bekeringsdrang." Tijdens een studieverlof begon hij zich in de materie te verdiepen. Prof.dr G. Heitink van de vu, die hij om begeleiding vroeg, stimuleerde hem om er een promotie-onderzoek van te maken. Zo ontstond Spelen met vuur, een onderzoek naar de relatie tussen de charismatische beweging en de Gereformeerde Kerken in Nederland. Van Kooij koos voor de charismatische beweging, omdat leden van deze beweging er bevmst voor kiezen binnen hun eigen kerk te blijven. Hij richtte zich op de gereformeerden, omdat, voor zover bekend, maar liefst 43 procent van de leden van de Charismatische Werkgemeenschap Nederland (CWN) tot dit kerkgenootschap behoort. Van Kooij inventariseerde de weerstanden van gereformeerden tegen de charismatische beweging door het bestuderen van literatuur. Vervolgens
ondervroeg hij schriftelijk 477 charismatische gereformeerden. Uit dit onderzoek kwam een totaal ander beeld naar voren dan het door gereformeerden geschetste cliché. "Gereformeerden associëren de charismatische beweging met bekeringsdrang, handen in de lucht en psychische labiliteit. Zij halen de CWN en de pinksterbeweging, die buiten de historische kerken opereert en veel conservatiever is, door elkaar. De publiciteit rond evangelisten als Osbom en Maasbach en de massale overdoop in pinkstergemeenten hebben him beeld van de charismatische beweging negatief gekleurd. Dat heeft tot een aversie geleid tegen alles wat het de ^Heilige Geest te maken heeft." In werkelijkheid blijkt het overgrote deel van de gereformeerde leden van de charismatische beweging zeer meelevend kerklid te zijn. Charismatic! maken niet meer dan 0,2 procent van het aantal gereformeerden uit, maar onder hen bevinden zich veel predikanten, ouderlingen en diakenen. Daarom moet hun invloed volgens Van Kooij niet onderschat worden. Relatief veel deelnemers komen uit gemeenten waar de huidige of vroegere predikant zelf charismatisch geïnteresseerd is. Om die reden ervaart meer dan de helft min of meer ruimte voor charismatische activiteiten in de eigen kerk. Tien procent van de ondervraagden is zelfs door zijn of haar predikant bij de CWN betrokken geraakt. "Vooral de predikanten zijn bloednuchter", aldus van Kooij. "Die staan zeker niet te verkondigen met de handen in de lucht. Ik vond het verademend om te ontdekken dat dat blijkbaar niet hoeft."
Tweede doop Over de tweede doop zijn meningen van de charismatici verdeeld. Slechts vijf procent van de respondenten gaat regelmatig en dertig procent af en toe naar een dienst van een pinkstergemeente. Tweederde voelt zich daar niet thuis. Bijna zestig procent van de charismatische gereformeerden is hoog geschoold. Zij zijn veel minder fundamentalistisch dan de pinkstergelovigen, die gemiddeld een lager opleidingsniveau hebben. Ook in hun partijkeuze zijn zij aaimierkelijk progressiever dan leden van pinkstergemeenten. Tegelijkertijd heeft 65 procent een vorm van bekering meegemaakt, zegt 41 procent genezing
Illustraties van B.Reith uit oude prentenboekjes
ontvangen te hebben door gebed en heeft 30 procent wel eens 'in tongen' gesproken. Wat moeten we ons bij dit alles voorstellen? Onder bekering verstaat van Kooij een "plotselinge of geleidelijke verandering in geloofsvisie, geloofsbeleving en/of geloofspraktijk". Doordat tijdens bijeenkomsten van de CWN heel aandachtig en persoonlijk voor mensen gebeden wordt, kunnen volgens Van Kooij intense herinneringen of trauma's van tientallen jaren geleden boven komen, die een begin van genezing inluiden. Dat kan ook plotseling gebeuren. "Zo maakte ik tijdens een charismatische dienst mee dat het been van een vrouw, waarin zich een tumor bevond, tijdens een gebed heel heet
'De kerk laat haar eeuwenoude schatten ongebruikt, als zij geen mogelijkheden schept om in kerkelijke kring bij God genezing te zoeken' werd, waarna de tumor op slag verdween. Een halfjaar later, toen ik haar opnieuw ontmoette, had de tumor zich nog steeds niet opnieuw geopenbaard. Zo werd ook eens tijdens een dienst intensief gebeden voor een kind dat door de doktoren al was opgegeven. De genezing trad onmiddellijk in." Van Kooij is een beetje huiverig om dit soort sensationele verhalen te vertellen, maar hij gelooft er wel degelijk in. Hij benadrukt het belang van nazorg, nadat er van alles naar boven is gekomen. Daar schort het nog wel eens aan. Iedereen die daarvoor openstaat, kan tongentaai leren, meent van Kooij. "Het is te vergelijken met een enthousiast kind dat over zijn eigen woorden struikelt. Tongentaai heeft meer te maken met ontspaiming die tot' vrijmoedigheid leidt, dan dat je er als een blikseminslag door overvallen
wordt. Je kunt ermee beginnen of stoppen wanneer je wilt, dus van extase is geen sprake." Van Kooij heeft de waarde van tongentaai voor zichzelf aan den lijve ondervonden: "Het kan een belangrijk hulpmiddel in je gebedsleven zijn, want soms schieten woorden tekort. Het is ook een manier om je open te stellen voor of je over te geven aan Gods woord." Toch is hij geen voorstander van invoering van tongentaai in de reguliere kerkdiensten, omdat daartegen bij veel gereformeerden weerstanden bestaan.
Geestesdoop Geestesdoop wordt door pinkster- en charismatische gelovigen verschillend geïnterpreteerd. In de pinksterbeweging spreekt men vaak van een 'tweede zegen'. In de charismatische beweging beschouwt men de geestesdoop als een diepe doorleving van de waterdoop. In de pinkstergemeenten bidt men hiervoor met handoplegging meteen na de daadwerkelijke doop; in de charismatische beweging vindt de handoplegging op een ander moment plaats, waarbij in een gebed de wens wordt uitgesproken "dat de geest volop in je zal gaan werken". Bij sommigen heeft dat een intense huilbui of een gevoel van diepe vrede tot gevolg; een deel van de mensen ervaart de "vervulling met de geest" pas enkele weken later. Van Kooij ziet deze vorm van doop vooral als een "liturgische bevestiging, vergelijkbaar met het doen van openbare geloofsbelijdenis, terwijl je voor jezelf persoonlijk allang belijdenis hebt gedaan." Zonder het charismatische gedachtengoed klakkeloos te willen invoeren in de gereformeerde kerken, zou de integratie van een aantal charismatische elementen volgens Van Kooij een verrijking kunnen betekenen. Gebed en zalving zouden bijvoorbeeld een grotere plaats kurmen irmemen in het individueel pastoraat. "Door de grote openheid van de pastor die daarmee gepaard gaat, krijgen de gelovigen de ruimte om wat ze ten diepste beweegt, te uiten. Ik vond het heel bemoedigend om te horen dat zoveel mensen genezing hebben ontvangen door gebed. Dat heeft mij geholpen om mijn werk beter te doen." Wat hem betreft zouden er meer regionale genezingsdiensten mogen worden gehouden, waar zieken in de
gelegenheid worden gesteld om in een persoonlijk gebed om genezing te vragen. Regionale bijeenkomsten zijn hiervoor geschikter dan plaatselijke diensten, omdat daar de anonimiteit beter is gewaarborgd, waardoor mensen zich vrijer kunnen uitspreken. In deze diensten kunnen mensen eventueel ook schuld belijden, waarop een gebed en handoplegging kunnen volgen. Van Kooij benadrukt het belang van de mogelijkheid tot ziekenzalving en kerkelijke genezingsdiensten "als antwoord op fenomenen als Jomanda. Vele duizenden mensen zijn op zoek naar genezing. De kerk laat haar eeuwenoude schatten ongebruikt, als zij geen mogelijkheden schept om in kerkelijke kring bij God genezing te zoeken." De stiltes in de diensten zouden wat Van Kooij betreft best wat langer mogen duren en ook zang zou een belangrijker plaats mogen krijgen in de eredienst. "Liederen worden vaak ondergewaardeerd. Ze helpen de gemeente om meer open te staan voor God of de Heüige Geest. Af en toe vraag ik na afloop van een dienst wie er zin heeft om te blijven om nog wat verzoeknummers te zingen. Ik kruip dan achter de piano en begeleid Hannah Lam, Taizé-liederen, Johannes de Heer, opwekkingsliederen en gezangen uit het Liedboek. Zo'n bijeenkomst betekent voor gemeenteleden veel meer dan gedachteloos zingen. Die liederen hebben een snaar geraakt in him geloof." Kooij, Rijn van, 'Spelen met vuur'. Een onderzoek naar de relatie tussen de charismatische beweging en de gereformeerde kerken in Nederland. Zoetermeer, uitgeverij Boekencentrum ISBN 90-239-0836-8, prijs 37,50 gulden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's