Ad Valvas 1995-1996 - pagina 422
AD VALVAS 29 FEBRUARI 1996
PAGINA 12
Een miljoen voor Gerard van den Bei%: 'Het Tinbergen Instituut is voor mij een goed voorbeeld van wat een intensieve samenwerking met de UvA kan opleveren' Peter Wolters - AVC/VU
Dr Peter Beek: 'Er is weinig bekend over de complexe processen in het lichaam bij het maken van bewegingen' Peter Wolters - AVC/VU
*'
'De stemming sloeg direct om in een halleluja-sfeer'
'Alledaagse bewegingen zijn complex' Caroline Buddingh' T e n n i s s e n , s c h o m m e l e n e n fiets e n . H e t lijkt z o e e n v o u d i g : je geeft d e b a l e e n lel, g o o i t je b e n e n v o o r u i t of b e w e e g t d e t r a p p e r s r o n d , z o n d e r e r e c h t bij stil t e s t a a n . M a a r zo s i m p e l is h e t niet. M e t d e r u i m e e n miljoen g u l d e n die d r P e t e r B e e k o n t v a n g t , g a a t hij o n d e r z o e k e n welke p r o c e s s e n zich in h e t menselijk l i c h a a m afspelen tijdens h e t m a k e n v a n alledaagse b e w e g i n g e n . "Je zou het eigenlijk anders verwachten in deze tijd, maar er is weinig bekend over de complexe processen die zich m het lichaam afspelen bij het maken van bewegingen", vertelt Peter Beek. Hij is zes jaar geleden cum laude gepromoveerd bij bewegingswetenschappen op een proefschnft over jongleren, waarvoor hij de coördinatie tussen handbewegingen onderzocht. Sindsdien heeft hij ook de coördinatie van andere ntmische bewegingen bestudeerd, zoals tikken en het zwaaien met slingers. M e t het onderzoek dat nu door de v u wordt gefinancierd, wil hij meer inzicht krijgen in bewegingsgedrag. Beek: "De bewegingen die mensen maken, worden altijd intern gecoördineerd en afgestemd op de omgeving. Maar het is onduidelijk hoe de onderlinge processen precies verlopen. In het verleden is wel onderzoek gedaan naar bewegingen, maar er werd steeds maar één aspect bestudeerd, bijvoorbeeld welke zenuwcellen reageren op een beweging of welke spieren op welk moment worden gebruikt." "Bijzonder aan het onderzoek dat nu
door het universitair stimuleringsfonds wordt gesubsidieerd, is dat het op verschillende niveaus tegelijkertijd plaatsvindt, namelijk op het fysiologische, mechanische en psychologisch niveau. We kijken onder meer naar welke zenuwcellen worden geactiveerd, hoeveel tijd het zenuwstelsel nodig heeft om informatie te verwerken, maar ook welke spieren gebruikt worden en wanneer welke spier wordt mgeschakeld. Tegelijkertijd zal worden onderzocht welke informatie een rol speelt bij welke bewegmg."
Drummen "Van drie soorten bewegingen zullen we de processen in het menselijk lichaam m kaart brengen. Bij het wegslaan of toegeworpen krijgen van een bal onderzoeken we welke visuele informatie een mens gebruikt en hoe deze wordt gebruikt bij de stunng van de slagbeweging. Bovendien willen we antwoord vinden op de vraag hoe deze informatie wordt vertaald in commando's." Binnen het drumonderzoek wil Beek bekijken welke processen in het zenuwstelsel mensen in staat stellen verschillende ritmes aan te leren. Ook onderzoekt hij hoe verschillende soorten spieren samenwerken bij het aandrijven van een rolstoel. D e vraag hierbij is hoe spieren elkaar in de tijd 'aflossen' om een zo goed mogelijke wenteling te maken. "De relatie tussen deze drie onderzoeken is, dat we een model van het zenuwstelsel koppelen aan een model van het bewegingsapparaat, zodat we dus kunnen zien welke gevolgen een bepaalde beweging heeft. D e centrale vraag daarbij is wat de rol is van de fysiologische, anatomische en mecha-
nische factoren bij het uitvoeren van een concrete taak. Bij het balspel kijken we vooral naar de zintuigelijke component, bij de rolstoel naar de mechanische component en bij het drummen naar de beperkingen vanuit het centrale zenuwstelsel." Het onderzoek is volgens Beek relevant omdat zo meer zicht komt op hoe spieren en zenuwcellen op elkaar zijn afgestemd. "In situaties waar sprake is van het uitvallen van bepaalde processen, kan door middel van dit onderzoek in de toekomst beter worden beoordeeld hoe ze met behulp van prothesen of therapie kunnen worden opgevangen. Maar ook voor tennissers is het bijvoorbeeld relevant om te weten tot op welk moment nog informatie over de beweging van de bal door het zenuwstelsel kan worden verwerkt. D e achterliggende processen • achter bewegen worden kortom in kaart gebracht, waardoor alles wat met bewegen te maken heeft, dus van revalidatie tot sport, beter kan worden begrepen." Hoewel dit onderzoek misschien ook zonder deze extra subsidie zou zijn uitgevoerd, hebben Beek en zijn collega's wel een fles champagne opengetrokken toen bekend werd dat dit onderzoek wordt gesubsidieerd. "We hadden dit onderzoek niet in deze samenstelling kunnen uitvoeren. Dankzij het geld kunnen we namelijk drie post-docplaatsen financieren. Anders zou het gewoon langer zou duren voordat we tot resultaten zouden komen. N u hopen we toch rond de eeuwwisseling enkele grote stappen voorwaarts gemaakt te hebben."
Peter Boerman G e r a r d v a n d e n B e r g zegt ' e e n a a n t a l d a g e n h a r t s t i k k e blij' t e zijn g e w e e s t t o e n hij h o o r d e d a t hij d e k o m e n d e jaren m e e r d a n e e n m i l joen gulden m a g besteden uit h e t universitair stimuleringsfonds. "Donderdag op de vakgroepvergadering hadden we het eerst over teruglopende studentenaantallen en de bezuinigingen die daaruit voortvloeien. T o e n ik vervolgens mijn nieuws vertelde, sloeg de stemming gelijk om in een halleluja-sfeer." D e econoom Van den Berg (33), de jongste van de vijf beloonde onderzoekers, krijgt het grootste bedrag: bijna 1,2 miljoen. Hij wil het geld gebruiken om drie aio's en twee post-docs aan te stellen. D e eerste aio moet al voor de zomervakantie aan de slag zijn, de eerste postdoc over ongeveer een half jaar. "Ik ben natuurlijk bevooroordeeld, maar ik vind het vreselijk goed dat de v u dit doet. Ook internationaal gezien gaat het om grote bedragen. Daar steekt de universiteit toch mooi haar nek mee uit." Het onderzoek van Van den Berg probeert macro- en micro-economische theorieën te verenigen m e t econometrische modellen. H e t sleutelwoord daarbij is de analyse van economische besluiten op 'marktniveau'. "Traditioneel wordt in beslissingsmodellen altijd gekeken naar één eenheid, zoals een individuele werkgever of werknemer. Beter is het o m ook rekening te houden met wat de andere partijen doen. Een goed voorbeeld zie je bij de uitkeringen. Als de uitkeringen hoger worden, zullen niet alleen werklozen h u n gedrag aanpassen.
'Wiskundigen noemen het
seiiii"p«ii^3iii6ii iscii siaiisïieic m
Dirk de Hoog " H e t is b e s t i n g e w i k k e l d w a t ik d o e , m a a r m e t w i s k u n d e is h e t zo d a t als je h e t e e n m a a l s n a p t h e t wel t e v o l g e n i s " , a n t w o o r d t d r Aad v a n der Vaart door de telefoon. D e u i t v e r k o r e n j o n g e t o p o n d e r z o e k e r d i e sinds 1 9 8 8 w e r k t bij d e faculteit w i s k u n d e e n i n f o r m a tica a a n d e v u verblijft m o m e n t e e l in Parijs. D a a r d o c e e r t hij als professeur première classe a a n d e Université de Paris-XI. Het is niet zijn eerste buitenlandse docentschap, want alles bij elkaar verbleef hij ook al tweeëneenhalf jaar in de Verenigde Staten. "Wereldwijd staat het onderwerp van mijn onderzoek erg in de belangstelling. Tientallen wetenschappers zijn er her en der mee bezig", verklaan Van der
Vaart zijn uithuizig bestaan. Wat hij precies doet is minder makkelijk uit te leggen. "Het gaat om het ontwikkelen van methoden voor het analyseren van gegevens waarbij het toeval of veel onbekende grootheden een rol spelen. Wiskundigen noemen het modellen met oneindig grote parameterruimtes, oftewel semi-parametnsche statistiek", probeert de onderzoeker zijn werkterrein aan een leek uit te leggen. Het onderzoek is grensverleggend, want er zijn nieuwe inzichten in de wiskunde voor nodig. "Wiskunde is echt niet alleen maar het systematisch toepassen van regeltjes. Voor deze berekeningsmethode zijn heel andere wiskimdige theorieën nodig dan de klassieken. E n die nieuwe theorieën moeten voor een deel nog worden opgebouwd." Het onderzoek van Van der Vaart is echter niet alleen van theoretisch
belang. O p verschillende plaatsen wordt al in de praktijk gewérkt met statistische berekeningen waarbij veel complexe, onbekende factoren een grote rol spelen. Bijvoorbeeld bij geneesmiddelenonderzoek. "Over de betrokken patiënten zijn veel verschillende gegevens nodig, zonder van tevoren de waarden daarvan ifi te kunnen schatten. Zo is inzicht nodig m de leef- en voedingsgewoontes, maar ook in de medische en biologische status van de betrokkenen. D a t levert enorm grote rekenkundige modellen op met veel onbekende parameters. Daar proberen wij met computers berekeningen mee te maken." Volgens Van der Vaart speelt de semiparametrische statistiek ook een steeds grotere rol in de econometrie. "Nee helaas, de beurskoersen kunnen de economen er nog niet adequaat mee voorspellen, maar er zijn wel
«Sr
onderzoekers bezig om dergelijke wiskundige modellen te maken." E n een programma om gegarandeerd winst te maken bij roulette bestaat volgens de jonge onderzoeker ook nog niet. D a n zou ik misschien wel wat anders doen dan nu. M e t de computer kun je momenteel hooguit de meest domme fouten voorkomen bij gokspelletjes, maar dat kun je ook doen door logisch na te denken." T o t slot heeft Van der Vaart nog een verrassmg in petto. O p de vraag wanneer hij weer naar de v u komt, blijft het antwoord vaag. "Misschien eind van de zomer, maar niets is zeker in dit leven. D e v u zal de subsidie waarschijnlijk alleen daadwerkelijk aan mijn onderzoek willen besteden als ik terugkom naar Amsterdam. D a t is een factor om rekening mee te houden."
maar ook de werkgevers. Zij zullen bijvoorbeeld h u n lonen verhogen. Wil je n u het uiteindelijke effect van een uitkeringsverandenng meten, dan moet je rekening houden met het gedrag van alle betrokkenen." Traditionele economische modellen zijn te abstract voor dit soort vraagstukken, meent Van den Berg. "Niet iedere werkgever reageert hetzelfde. Daar moet je in je modellen rekening mee houden." Groot probleem van het onderzoek is dat het zich nauwelijks leent voor experimenten. Je kunt niet van één iemand de uitkering verhogen en van anderen niet, alleen omdat het wetenschappelijk interessant is te kijken wat de gevolgen van zo'n verhoging zijn. "Je hebt de hele trucendoos van methodologieën nodig om tot verantwoorde conclusies te komen", aldus Van den Berg. "Soms heb je geluk. Zo wordt er n u in Winschoten gekeken naar de samenwerking tussen uitkeringsinstanties en arbeidsbureaus. Er zijn daar twee groepen te onderscheiden: enerzijds werklozen die een geïntegreerd begeleidingspakket krijgen aangeboden en anderzijds werklozen die het met een standaardpakket moeten doen. Dat is een mooie proeftuin om effecten te meten, al kun je je afvragen of je niet beter gelijk iedereen een geïntegreerd pakket moet aanbieden." Van den Berg p u t voor zijn informatie ook graag uit de databestanden van de organisatie voor strategisch marktonderzoek, de OSA, die zo'n vierduizend mensen elke twee jaar opnieuw interviewt over h u n (economisclj) gedrag. D e onderzoeker is zeer verguld met de data van de OSA, want "het is in Nederland relatief heel moeilijk om aan data te komen, omdat men hier nogal gefixeerd is op de privacybescherming." Van den Berg studeerde ruim tien jaar geleden af als econometrist in Groningen. Vijf jaar later promoveerde hij in Tilburg op een proefschrift waarvoor hij onderzocht in hoeverre het gedrag van werklozen te beïnvloeden IS. Sinds '93 is hij verbonden aan de v u als imiversitair hoofddocent, dankzij een 'fellowship' van de Koninklijke Nederlandse Akademie der Wetenschappen (KNAW).
Momenteel is Van den Berg hoofdcoórdinator van de afdeling arbeidseconomie van het Tinbergen Instituut, de economische onderzoekschool die de v u samen m e t de tJvA en de Erasmusuniversiteit bestiert. "Wat het aantal arbeidsmarkteconomen betreft is Amsterdam n u de beste plek van Nederland", zegt Van den Berg met zonder trots. " H e t Tinbergen Instituut is voor mij een goed voorbeeld van wat een intensieve samenwerking met de UVA kan opleveren." D e bijdrage uit het universitair stimuleringsfonds die de jonge onderzoeker tegemoet kan zien, beschouwt hij als een erkennmg daarvan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's