Ad Valvas 1995-1996 - pagina 460
ADVALVAS 2 1 MAART 1996
PAGINA 6
Heksen op de planken Studenten Engels spelen 'Vinegar Tom' van Caryl Churchill de begeleiding vanuit de faculteit in de loop der jaren is teruggelopen. "De docenten komen vaak wel kijken, maar dat zou méér inet beleefdheid dan met betrokkenheid te maken kunnen hebben." Ftinest mag via de faculteit gratis posters en folders laten drukken, "maar verder moeten we het uit de kaartjes halen." Volgens Van Mil moet er - drie weken voor de voorsteUmg - nog wel het een en ander gebeuren. "Met name aan de liederen, we zijn acteurs, geen zangers. Dat zingen kost meer tijd en energie dan we ingeschat hadden. Het spelen gaat prima, alleen nog de puntjes op de i." Van Mil benadrukt dat het stuk voor
Funest is het toneelgezelschap van de opleiding Engels aan de VU. De groep zette sinds de oprichting in 1987 elk jaar een engelstalige produktie op de planken. Na de komedies 'The Creature Creeps' en 'Mystery at Greenfingers' brengt Funest nu een serieus drama. 'Vinegar Tom' Is eind maart te zien in het Universiteitstheater van de UvA.
Dick Roodenburg
Vinegar Tom speelt zich af in een Engels dorp in de zeventiende eeuw. Het verhaal draait om de oudere weduwe Joan Noakes, die door haar buren van hekserij beschuldigd wordt. In het dorp gebeuren namelijk onverklaarbare dingen: kalveren gaan dood, kinderen sterven en bomen vallen om. Bidden helpt niet, dus moet naar een zondebok gezocht worden. Heksenjager Packer en zijn assistent gaan het zaakje klaren. Verder telt het stuk vooral vrouwelijke personages, die in de loop van de gebeurtenissen een keuze moeten maken: wie niet tegen Joan Noakes is, loopt de kans zelf als heks aan de galg te eindigen. Caryl Churchill schreef Vinegar Tom rond 1970, de tijd dat heksen herontdekt werden als middeleeuwse martelaren voor de vrouwenstrijd. Want voor alle duidelijkheid: heksen bestaan niet.
Funest repeteert op de zolder van een studentenhuis
Dat tegenwoordig sommige vrouwen zich weer als heks afficheren - zie het Studium Generale vong jaar op de vu - zal met een post-feministische verwarring tussen bezemsteel en slankheidsideaal te maken hebben. Churchill verwerkte haar twintigste-eeuwse visie op de middeleeuwse toestanden in de teksten die door de diverse personages uitgesproken worden. Dit eigentijdse commentaar is door Funest - om precies te zijn door gitarist Philip Springer - op muziek gezet en zal tijdens de uitvoering in zeven liederen
ten gehore gebracht worden. De cast van Vinegar Tom bestaat uit twaalf spelers. Funest koos bevmst voor een toneelstuk met veel vrouwelijke personages, omdat de groep voornamelijk uit actrices bestaat. En nog moet één van de twee acteurs als een heuse Peter Sellers drie rolletjes spelen. De regie is in handen van Marrit Zeilstra, die in 1994 al het stuk TJie Creature Creeps van Jack Sharkey regisseerde. Verder worden ook het decor, de belichting en de kleding door de studenten zelf verzorgd: bij
Bram de Hollander
elkaar zijn zo'n twintig mensen bij de produktie betrokken. Eind oktober begonnen de repetities, die elke woensdagavond op de zolder van een studentenhuis aan de Mamixstraat plaatsvinden. Daarnaast staan nog een repetitieweekend en extra avonden voor de liederen gepland. Een hoop werk dus, waar helaas geen studiepunten mee vallen te verdienen. Derdejaars Engels Patricia van Mil - in het stuk speelt zij een conservatieve boerin die met gekookte urine de heksen wil bestrijden - constateert dat
niet-studenten Engels geen taalproblemen zal opleveren. "De cast van dit jaar heeft een duidelijke uitspraak. Sommige spelers moeten oppassen dat ze niet te snel praten, maar dat komt wel in orde. Het woordgebruik in het stuk is niet moeilijk en de grote lijn van het verhaal valt goed te volgen, er zitten geen ingewikkelde ontknopingen in. Vorig jaar speelden we Mystery at Greenfingers, een soort comedy-detective van J.B. Priestley. Achteraf bleek dat sommige toeschouwers de clou niet te pakken hadden. Dat zal dit keer niet gebeuren." Funest speelt Vinegar Tom woensdag 27 tot en met zaterdag 30 maart om 20 15 uur in het Universiteitstheater, Nieuwe Doelenstraat 16 Amsterdam. Toegang ƒ 12,50, reservenngen 020 6149816.
'Een stevige portie lioorcolleges lieb ilt bij filosofie gemist'
Arthur Petersen: 'Natuurkundecolleges zijn hoorcolleges waar formules op het bord geschreven worden die ook in je boek staan'
Terwijl politici roepen om stelselherziening en studeerbaarheid, roemen universiteiten de kwaliteit van het eigen onderwijs. Maar wat vinden studenten nu eigenlijk zélf van hun studie? In deze serie leggen recent afgestudeerden hun studie op de weegschaal. Deze week: drs Arthur Petersen (25) over natuurkunde en filosofie. In 1986 kwam de komeet Halley langs. Toen heb ik samen met mijn natuurkundeleraar op het vwo een heel project georganiseerd over ruimte en astronomie. Ik vond de stof wel makkelijk en probeerde altijd eöi stap voor te zijn. Daar merk je aan dat je het leuk vindt. Dat is zo gebleven. Maar op de universiteit vond ik dat er ontzettend weinig aandacht werd besteed aan vakken als natuurkunde maatschappij en wetenschapsfilosofie. In mijn derde jaar ontdekte ik in een folder dat je wijsbegeerte van de natuurwetenschappen kon doen. De natuurkundestudent is over het algemeen type nerd. De filosofiestudent absoluut niet. Dat is een erg leuke club mensen. Je moet een bepaald karakter hebben om geïnteresseerd te zijn in filosofie: je moet alle zaken heel breed willen bekijken. De studenten waren doorgaans erg intelligent. Dat moet ook wel als je een tweede studie ernaast wilt doen. Hoewel de vragen die we stelden vanuit de verschillende vakgebieden inhoudelijk totaal verschillend waren, waren we op eenzelfde manier bezig met: waarom
doe ik dit vak en wat vind ik ervan. Dat kom je niet tegen bij natuurkundestudenten. Natuurkundecolleges zijn hoorcolleges waar formules op het bord geschreven worden die ook in je boek staan. Op
4 AR
een bepaald moment ging ik naar de meeste colleges niet meer toe. Bij filosofie waren het vrijwel allemaal werkcolleges, waarbij er van je werd verwacht dat je een tekst had gelezen en er een mening over had. Dat is onvergelijkbaar. Bij filosofie heb ik een stevige portie hoorcolleges gemist. Ik vond dat te snel iedereen z'n zegje mocht doen. Maar vergeleken met natuurkunde waren die colleges een grote verademing.
Bram de Hollander
Als je bij filosofie de tentamens op de juiste manier aanpakte, kon je er voor zorgen dat het gesprek ging over de dingen die je net goed wist. Maar een paar docenten hadden van tevoren bedacht welke vragen ze gingen stellen; de rest voerde gewoon een gezellig kletsgesprek. De stof die je moest beheersen was wel heel pittig. Je had altijd het idee dat je vreselijk door de mand ging vallen, dus je bereidde het goed voor. Op het tentamen bleek dan dat je je voor niks druk had gemaakt. De cijfers lagen vaak heel dicht bij elkaar. Het standaardcijfer was een 7,5. Maar selectie vindt toch wel plaats. Daarom is het wel te begrijpen dat ze je om je te motiveren altijd wel een redelijk cijfer geven. En er zit ook eigenbelang bij: een docent die wil dat jij bij hem afstudeert, zal je niet zo gauw een onvoldoende geven. Dat heeft te maken met het hele kleine aantal dat afstudeert. In de eindfase van de studie filosofie word je erg aan je eigen lot overgelaten. Na het basisprogramma van ongeveer anderhalf jaar is er een gat. Dan zijn er een paar keuzecolleges;
voor de rest moet je zelf je studieprogramma vullen en op zoek gaan naar een docent. Dat is een moeilijke hobbel. Op zich is het wel goed: het is een academische opleiding en dan mag van je verwacht worden dat jij vanuit de behoefte om wetenschappelijk gevormd te worden studeert en niet voortdurend aan het handje hoeft te worden meegenomen, maar het gevolg is wel dat er veel mensen afhaken. Ik heb door de studie filosofie beter analytisch leren lezen en schrijven. Achteraf heb ik dat als het grote nut ervaren. Daarnaast de sterkere positie ten opzichte van je eigen vak: meer vermogen tot reflectie en abstractie en het onder woorden kunnen brengen van ethische en kentheoretische problemen in je eigen vakgebied. Dat heeft er bij mij toe geleid dat ik stukjes schrijf in allerlei tijdschnften om natuurwetenschappers aan het denken te zetten. Ik vind bijvoorbeeld dat zij net als artsen een eed zouden moeten afleggen over hun verantwoordelijkheden. Binnen de faculteit en het landelijk overleg van natuurkundestudenten
heb ik destijds voorgesteld om studenten die onderzoeker worden zo'n verklaring te laten afleggen. Aan een aantal universiteiten kan dat nu. Zelf heb ik die verklaring als eerste en enige natuurkimdestudent aan de vu afgelegd. Mijn studie filosofie heeft bepaald dat ik aangenomen ben als oio bij het Instituut voor Marien en Atmosfensch onderzoek aan de Universiteit Utrecht. Behalve m'n goede lijst van theoretische natuurkunde werd het als een pre ervaren dat ik nagedacht had over het vakgebied. Atmosferische chemie is een heel jonge wetenschap waar nog veel onzekerheden in spelen Dan is het handig dat je je niet zo snel uit het veld laat slaan. Ik ben aan de vu opgevoed in een relativistische wetenschapsleer. Daardoor til ik er niet zo zwaar meer aan als theorieën niet eenduidig uit andere theorieën zijn af te leiden. (FP)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's