Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 381

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 381

9 minuten leestijd

AD VALVAS 15 FEBRUARI 1996

PAGINA 7

'Onze voorstellen zijn beter' Studenten overhandigen Van Traa eigen voorstel over wetgeving opsporingsmethoden Tien rechtenstudenten presenteren vandaag op het vu-congres over het rapport van Traa hun ideeën over een wettelijke normering van opsporingsmethoden. Ze iiopen dat politiek en praktijk er wat mee doen. IVIaar of dat gebeurt, is nog de vraag. "Ik denk dat het uiteindelijke wetsontwerp veel minder scherp zal zijn dan ons voorstel", zegt een van de studenten. Martine Zuidweg Afgelopen oktober gingen tien rechtenstudenten met strafrecht in het afstudeerpakket onder leiding van hoogleraar prof mr T . Schalken aan het werk. Op zoek naar uitgangspunten voor een wetsvoorstel over opsporingsmethoden. Het bleek een omvangrijke klus. D e studenten bekeken de vergaderingen van de enquêtecommissie op televisie, ze lazen en herlazen uitspraken van rechters en verdiepten zich in richtlijnen van het openbaar ministerie. Vakbladen werden erop nageslagen, waaronder het Politieblad, het Tijdschrift voor politie en natuurlijk het Nederlands juristenblad. Een aantal van hen bekeek bovendien hoe de buitenlandse wetgever met opsporingskwesties omgaat. Zoals die in Duitsland, waar het de politie in alle omstandigheden is verboden strafbare feiten te plegen. "Hoe zit het dan met de agent die in een wilde achtervolging door het rode stoplicht rijdt?", vroeg iemand tijdens een van de discussies. En dus formuleerden de rechtenstudenten uiteindelijk: "Indien het in incidentele en niet voorzienbare gevallen onvermijdelijk is (..), staat de politie een beroep op noodtoestand open." Zo kwamen de studenten tot twaalf hoofdlijnen voor een nieuwe wetgevmg over opsporingsmethoden. En nu maar hopen dat er ook daadwerkelijk wat mee wordt gedaan. Op het congres presenteert de werkgroep haar hoofdlijnen en overhandigt die aan Van Traa. "Wij bieden ons rapport aan zodat het eventueel gebruikt kan worden voor de discussie over wat we straks moeten normeren", zegt Björn Schutz van de werkgroep. "We willen een voorzet geven." "De aanbevelingen van de werkgroep zi)n op zichzelf al een signaal naar de politiek toe", liet hoogleraar strafrecht Schalken enkele weken geleden al weten. "Als die dan ook nog eens on-

Illustratie: Aad Meijer

dersteund worden door een grote groep mensen uit de praktijk, dan kan de politiek daar niet zomaar overheen stappen." Hij wees er daarbij op dat de fractievoorzitters van het parlement en ook de ministers van justitie en van binnenlandse zaken een uitnodiging hadden gekregen.

Infiltratie Maar er is een kink in de kabel gekomen. N a een oproep van de ministers Sorgdrager en Dijkstal om in afwachting van de politieke discussies over het rapport van Traa 'terughoudendheid te betrachten', zegde de afgelopen weken de ene na de andere belangrijke spreker af, zodat er vlak voor het congres niemand meer van het openbaar ministerie op de agenda prijkte. Een hoge functionaris van de politie en de voorzitter van de korpsbeheerders lieten het vervolgens ook afweten. Bovendien staat vast dat de ministers h u n gezicht niet op het congres zullen laten zien. Daardoor is het nog maar de vraag of de aanbevelingen van de studenten worden gehoord door de mensen die het voor het zeggen hebben. Schutz reageert: "Het is jammer. Je boet aan

gewicht in als juist de mensen op de essentiële posities niet komen. Maar aan de andere kant wordt het hele congres wel schriftelijk- vastgelegd en dat verslag komt later ook onder de ogen van die mensen." Jeanette Jacobs van de werkgroep wijst erop dat behalve de studenten ook hoogleraar Schalken een grote inbreng heeft gehad in de uiteindelijke versie. "Ik denk dat politici er goed aan doen zich over onze versie te buigen; om ook de mening van wetenschappers te horen", aldus Jacobs. Maar of er daadwerkelijk aanbevelingen worden overgenomen, is een tweede. "Het enige punt dat ze misschien zullen overnemen, is onze aanbeveling over infiltratie", zegt Caroline Stranger, "omdat de meeste aanbevelingen al in die richting wijzen." Schutz legt uit: "Wij zeggen, gooi die infiltranten er maar uit. Je moet niet het risico aangaan dat die als het erop aankomt, niet willen getuigen voor de rechtbank. Als veel van je bewijs stoelt op een verklaring van zo'n getuige en zo iemand trekt zich terug, dan is je zaak weg. D a n volgt vrijspraak." "Eerst dacht ik: moeten we dat nu wel

zo scherp stellen, dat onder geen beding gebruik mag worden gemaakt van anonieme infiltranten", vertelt Jacqueline Sattler. "Maar toen zijn we langs geweest bij Riessen, het hoofd van de Criminele Inlichtingen Dienst. Hij vond dat je je als opsporingsambtenaar niet zo afhankelijk moet maken van informanten. Ook zei hij dat zo'n middel helemaal niet nodig is bij de opsporing van criminelen. Dat gaf voor mij wel de doorslag: als de CID zelf al zegt dat ze best zonder kunnen..."

Verzanden Voordat de uitgangspunten van de studenten aan Van Traa worden aangeboden, hebben wetenschappers van de vakgroep strafrecht er h u n oordeel over geveld tijdens een lunch. Zij brachten de studenten zichtbaar in verwarring met h u n wetenschappelijke discussie over begrippen. Want wanneer is er n u eigenlijk sprake van georganiseerde criminaliteit? "Ik denk dat de CID iets anders verstaat onder georganiseerde criminaliteit dan wij", zo bracht een van de docenten in. En gecontroleerde doorlevering, wat is dat dan wel in jullie optiek, vroegen haar

collega's. D e studenten togen weer aan het werk. Het zal nog even duren voor de rechtenstudenten kunnen zien of er iets van h u n aanbevelingen in het uiteindelijke wetsvoorstel terecht zal komen. Caroline Stranger heeft er niet zoveel vertrouwen in: "Ik ben bang dat het allemaal zal verzanden in compromissen. Straks zitten daar honderdvijftig parlementsleden te praten vanuit verschillende politieke achtergronden, met allemaal verschillende belangen." Waarop Jacqueline Sattler knikt: "Wij zijn niet diplomatiek. Wij zeggen gewoon waar het op staat." Stranger vervolgt: "Ik denk dat het uiteindelijke wetsontwerp veel minder scherp zal zijn dan onze uitgangspvmten. Dat er niet zo makkelijk knopen worden doorgehakt, dat het vager zal worden, dat bij elke normering allerlei uitzonderingen komen. Dat we vervolgens een wet krijgen die voor de politie vrijwel onuitvoerbaar is en dat de rechter als het erop aankomt alles weer op moet lossen. Ik denk dat onze voorstellen beter zullen zijn."

Zuiver onderzoek zonder visie 43 jaar machtsstrijd rondom ZWO Frank Steenkamp/HOP In een lijvig b o e k w e r k d a t d e z e week is g e p r e s e n t e e r d , s c h e t s t h i s toricus A l b e r t K e r s t e n e e n p o r t r e t van de landelijke o r g a n i s a t i e z w o (Zuiver w e t e n s c h a p p e l i j k o n d e r zoek) zoals die t o t 1 9 8 8 b e s t o n d : "Een organisatie v a n e n v o o r o n derzoekers." ZWO zag zichzelf als een republic of science, waarbij de onderzoekers zelf het laatste woord hadden over hun organisatie en hun zuiver wetenschappelijk onderzoek. Maar dat ideaalbeeld raakte vanaf de jaren zeventig ondermijnd, toen de buitenwereld meer vragen ging stellen over 'maatschappelijke relevantie' van onderzoek en de overheid behoefte kreeg aan sturing van het wetenschapsbeleid, z w o kon en wilde hier niet genoeg in meegaan. Dat leidde tot een controverse, waarin

de organisatie plaats moest maken voor een meer top-down geleide opvolger, NWO. Zonder het boek van Kersten zou zwo voor velen de geschiedenis in gaan als een martelaar voor de zuivere wetenschap, hardhandig om zeep gebracht door een centralistische overheid. Maar de waarheid is een stuk genuanceerder, zwo-bestuurders boden niet altijd goed tegenspel tegen terechte verlangens van de overheid. Ze riepen daarmee steeds meer het beeld op van een conservatieve organisatie. Ook binnen de onderzoekwereld heeft zwo niet altijd een effectief beleid kunnen voeren. Er was rivaliteit met de universiteiten, met de Koninklijke Nederlandse Akademie der Wetenschappeh, en zeker ook tussen z w o onderdelen onderling. En niet altijd leidde dat tot rationele afwegingen. Alleen in de bètawetenschappen verwierf zwo een rol van betekenis. De alfa- en gammadisciplines kregen pas

laat serieuze aandacht en tot geslaagde landelijke samenwerking en coördinatie kwam het hier maar in geringe mate. zwo bleef in deze vakgebieden aarmiodderen.

'Alleen in de bètazvetenschappen verwierf ZWO een rol van betekenis'

z w o werd in 1947 opgericht. Enkele jaren daarvoor hadden natuurkundigen premier Schermerhom overtuigd dat atoomenergie ook voor vreedzame doelen ongekende mogelijkheden bood en dat de in de oorlog gehaven-

de onderzoekfaciliteiten zo snel mogelijk vervangen moesten worden door moderne instituten. Het idee om de wetenschap een plaats te geven in de wederopbouw sloeg aan. Ons land moest zorgen dat het op topniveau meedeed aan nieuwe ontwikkelingen. Dat kon het beste door in landelijke samenwerking de universitaire versnippering te doorbreken. M e t vereende krachten werden cyclotrons en andere peperdure installaties gebouwd in Amsterdam (Watergraafsmeer) en Groningen. Andere vakgebieden probeerden dit voorbeeld te volgen. Maar al in 1946 had de natuurkundestichting FOM, waarbinnen ook de vu nog altijd sterk is vertegenwoordigd, in de stimulering van fundamenteel onderzoek een voorsprong die veertig jaar lang onaangetast zou blijven. Niet alleen beschikten ze over het meeste geld, ook hadden ze een invloed bij de overheid verworven waar de in 1947 opgerichte

brede moederorganisatie zwo zich in praktijk maar naar moest schikken. D e auteur noemt FOM het 'koekoeksjong' in het nest en laat zien hoe zwo andere exacte disciplines minder autonomie gunde. Kersten toont in zijn boek met name de schaduwkanten van de zwo-geschiedenis. Als in 1988 de 'oude' onderzoekorganisatie van het toneel plaatsmaakt voor een meer slagvaardig NWO, kan de lezer de motieven van toenmalig minister Deelman begrijpen. Hij wilde een organisatie met meer eigen visie en initiatief. En daarbij paste geen democratie waarin de onderzoekers zelf over alles mee mochten praten. A Kersten Een organisatie van en voor onderzoekers, zwo 1947-1988, Uitg. Van Gorcum 1996, ISBN 90 232 3051 5, 476 biz., prijs ƒ95,-

'ifiïns6 lïc» uis-^ .

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 381

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's