Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 210

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 210

1 minuut leestijd

AD VALVAS 16 NOVEMBER 199sl

PAGINA 10

He De

tempobeurs in het studiejaar 1995­1996

Dit is een Info-deel van de Dienst Studentenzal<en Sinds enkele Jaren hebben alle studenten die een studiebeurs (WSF 18+) ontvangen, te maken met de tempobeurs. De tem­ pobeurs brengt een koppeling aan tussen de studiefinanciering en de studievoortgang; als gedurende een studiejaar niet vol­ doende studievoortgang wordt geboekt, wordt de basisbeurs (en eventueel de aanvullende beurs) achteraf omgezet in een rentedragende lening. Deze Ipning moet na afloop of na sta­ king van de studie worden terugbetaald. In dit artikel gaan we nader in op enkele belangrijke punten van de tempobeurs. Voor meer informatie kun je terecht bij de studentendecanen.

Dit is e e n INFO­pa gina . Info­pagina's k u n n e n door V U ­ instanties t e g e n beta ling w o r d e n benut voor publika tie va n infor­ m a t i e die w e g e n s uitvoerigheid e n gedeta illeerdheid niet thuis­ hoort in d e IMededelingen­ r u b r i e k . A a n v r a g e n voor Info­ pagina's richten a a n: B u r e a u Voorlichting e n E x t e r n e

—,

B e t r e k k i n g e n , Hoofdgebouw, Tempobeurs: hoogte van de norm. Voor het studiejaar 1995­1996 is de tem­ pobeursnorm gesteld op 2 1 studiepunten (50% van de jaarlijkse studielast). N.B.: Voor de universitaire eerstegraads lerarenopleidingen geldt vanaf het studie­ jaar 1995­1996 de tempobeurs niet langer; dat betekent dat studenten die voor een lerarenopleiding zijn ingeschreven geen 2 1 studiepunten behoeven te halen. De norm moet elk jaar opnieuw geha a ld worden. Studenten moeten elk studiejaar opnieuw aan de studievoort­ gangsnorm voldoen. Welke studiepunten tellen mee voor de tempobeurs. In het studiejaar 1995­1996 mogen de stu­ diepunten behaald in verschillende opleidingen in het hoger onderwijs bij elkaar worden opgeteld. De voorwaarde daarbij is, dat alle resultaten behaald moeten zijn in een opleiding waar­ voor de student op enig moment in het stu­ diejaar 1995­1996 is ingeschreven als vol­ tijdstudent. Vrijstellingen tellen niet mee voor de tempobeurs. Als iemand geduren­ de een deel van het studiejaar als student staat ingeschreven en gedurende een ander deel van het jaar voor dezelfde oplei­ ding als extraneus of auditor is geregis­ treerd, dan mogen ook de punten behaald als auditor of extraneus meegeteld worden. Samenvattend: In de volgende situaties mogen behaalde studiepunten meetellen:

*extraneus voor opleiding A en in de loop van hetzelfde studiejaar voltijdstudent tevens voor opleiding A; * voltijdstudent voor opleiding A en daarna in de loop van hetzelfde studiejaar audi­ tor voor opleiding A; * deeltijdstudent voor opleiding A en daar­ naast in de loop van hetzelfde studiejaar voltijdstudent voor opleiding A; * voltijdstudent in opleiding A en voltijdstu­ dent in opleiding B; * student met studiefinanciering voor oplei­ ding A en vervolgens nog steeds student voor opleiding A, maar in de loop van het studiejaar wegens het bereiken van de leeftijd van 27 jaar verval van recht op een beurs in de rest van dat jaar. De studiepunten mogen niet bij elkaar wor­ den opgeteld als er sprake is van verschil­ lende inschrijfvormen bij twee (of meer) opleidingen, bijvoorbeeld: * extraneus of auditor voor opleiding A en voltijdstudent voor opleiding B; * voltijdstudent voor opleiding A en deeltijd­ student voor opleiding B. Procedure optellen bij inschrijving voor meer da n één opleiding. Als iemand in 1995­1996 als voltijdstudent voor twee (of meer) opleidingen staat inge­ schreven, gaat het optellen van studiepun­ ten niet automatisch. Studenten die voor meerdere opleidingen staan ingeschreven moeten op het einde van het studiejaar 1995­1996 zelf actie ondernemen. Nadere informatie over de exacte procedure volgt in de loop van dit studiejaar. Studenten zul­ len er in elk geval voor moeten zorgen dat hun juiste adres bekend is bij de opleiding

kamer l D ­ 0 4 , tel. 4 5 6 6 0

en de studentenadministratie van de onderwijsinstelling waar het collegegeld is betaald, omdat deze 'eerste' opleiding/on­ derwijsinstelling het 'optellen' van de pun­ ten zal gaan verzorgen. Inschrijving als student gedurende een deel van het studieja a r. Degenen die in het studiejaar 1995­1996 na 3 1 januari 1996 van het studiejaar als voltijdstudent inschrijven hoeven geen 2 1 , maar 14 studiepunten te halen. De datum van inschrijving is hierbij het criterium: ­ Degene die zich per 01.09.1995 inschrijft als voltijdstudent, maar pas per 01.02.1996 studiefinanciering heeft, moet in het studiejaar 1995­1996 wel 2 1 studiepunten halen. ­ De lagere norm van 14 studiepunten geldt alleen voor diegenen die zich pas op of na 01.02.1996 als voltijdstudent inschrij­ ven. Het moment waarop de studiefinan­ ciering wordt aangevraagd is daarbij niet van belang! ­ Ook degene die om wat voor reden dan ook na 1 september 1995 de studie staakt zal 2 1 punten moeten behalen, . anders zal de beurs die vanaf 1 septem­ ber 1995 ontvangen is omgezet worden in een lening. Staken va n de studie in het eerste jaar. Voor eerstejaarsstudenten in het hoger onderwijs (dat wil zeggen: die studenten die in 1995­1996 voor het eerst zijn gaan studeren) geldt een uitzondering: als een dergelijke student zijn studiefinanciering

vóór 1 februari 1996 opzegt, en hij niet opnieuw studiefinanciering aanvraagt voor het studiejaar 1995­1996, dan hoeft hij met aan de gestelde studievoortgangseis van 2 1 studiepunten te voldoen. Met criterium is hierbij dus het opzeggen van de studiefinanciering. Dit maakt het bijvoorbeeld mogelijk de studiefinanciering op te zeggen (uiterlijk 1 februari) en toch ingeschreven te blijven en verder te stude­ ren (bijvoorbeeld wanneer de student bang is geen 2 1 punten te behalen, maar wel wil doorstuderen). Afstuderen. De norm van 2 1 studiepunten geldt niet voor het studiejaar waarin een student afstudeert. Voor de studiefinanciering die een student in dat jaar krijgt toegekend, heeft de tempobeurs geen gevolgen: de studiefinanciering die aanvankelijk voor­ waardelijk als beurs werd verleend, wordt onvoorwaardelijk als beurs vastgesteld in het studiejaar dat iemand het afsluitend examen behaalt. 'Afstuderen' is het beha­ len van het afsluitend examen. Voor de meeste opleidingen is het afsluitend exa­ men het doctoraalexamen. Voor de oplei­ dingen Genees­kunde en Tandheelkunde wordt als het afsluitend examen echter zowel het doctoraal­ als het arts­ of tan­ dartsexamen beschouwd. Dit betekent dat in het jaar dat een student het doctoraal­ examen behaalt, niet de norm van de tem­ pobeurs geldt. In het jaar dat het arts­ of tandartsexamen wordt behaald hoeft even­ eens niet aan de norm voor de tempobeurs te worden voldaan. Als een voltijdstudent afstudeert voor oplei­ ding A en vervolgens doorgaat met oplei­ ding B, geldt voor de nieuw gekozen oplei­ ding dat jaar de tempobeursnorm niet. (Deel van de) opleiding in het buitenla nd. Volgt de student een deel van zijn opleiding aan een buitenlandse universiteit, maar wel in het kader van een opleiding aan de VU, dan zijn de gewone regels m.b.t. de tempo­ beurs van toepassing. Neem voor meer informatie contact op met de studentendecanen. Niet kunnen ha len van de tempobeurs­ norm door bijzondere omsta ndigheden. Het kan gebeuren dat de student door bij­ zondere omstandigheden studievertraging oploopt en daardoor de tempobeursnorm van 2 1 studiepunten niet kan halen. In dat geval zet de IBGroep de beurs van de stu­ dent toch om in een rentedragende lening. In bepaalde gevallen kan de student zich

wenden tot de universiteit waar hij studeert om de beurs van de universiteit terug te krijgen. Als dit beroep wordt ingewilligd, ver­ goedt de universiteit de gehele beurs die het voorafgaande jaar is omgezet in een rentedragende lening. In de wet is geregeld "op" basis van welke bijzondere omstandigheden de student een beroep kan doen op ondersteuning vanwe­ ge het feit dat hij de studievoortgangsnorm uit de tempobeurswet niet heeft kunnen halen. Deze omstandigheden zijn:

* ziekte; * bijzondere familieomstandigheden; * zwangerschap; * lichamelijke, zintuiglijke of andere functie­ stoornis; " de omstandigheid dat de onderwijspro­ grammering zodanig is dat de student redelijkerwijze niet in staat is geweest de studievoortgangsnorm van de tempo­ beurswet te halen. Als geen van deze omstandigheden zich heeft voorgedaan, dan is in een enkel geval toch financiële ondersteuning moge­ lijk, namelijk wanneer het niet toewijzen van steun zou leiden tot 'een bijzonder geval van onbillijkheid van overwegende aard'. Deze uitzonderingsbepaling is bekend onder de term 'hardheidsclausule'. Als het er naar uitziet dat een student aan zienlijke studievertraging oploopt door over macht dan moet de student zo spoedig mogelijk contact opneemt met de studen tendecaan. IVlet de studentendecaan kan besproken worden of een aangepaste plan­ ning of extra begeleiding een oplossing biedt. Soms is het beter om de inschrijving tijdelijk te beëindigen. Tempobeurscompensatie is niet mogelijk als de student heeft nagelaten de studen­ tendecaan tijdig te raadplegen. Bezwaar en beroep. Tegen de vaststelling van de studievoort­ gang door de instelling kan de student beroep aantekenen bij het College van Beroep voor de Examens, mw mr M.A. Daniels, De Boelelaan 1105, 1 0 8 1 HV Amsterdam. Voor meer informatie kan men contact opnemen met de studentendecanen. De Boelelaan 1105, 1 0 8 1 HV Amsterdam, kamer OE­69, telefoon (020) 444 5 0 2 1 en e­mail: decanen@dienst.vu.nl.

Advertentie

De Nederla ndse Ha rtstichting richt alle a ctiviteiten op het voor­ kómen en bestrijden va n ha rt­ en va a tziekten, inclusief beroerte. In het kader van het dr. E. Dekker­programma va n de Nederla ndse

Hartstichting wordt jaarlijks een aantal beurzen ter beschikking gesteld. Er wordt gezocht na a r geschikte ka ndida ten voor het stipendium va n

klinisch wetensciia ppelijic onderzoeicer Klinisch wetenschappelijk onderzoek, dat wil zeggen onderzoek met een patiëntgebonden vraagstelling en aanpak, is van wezenlijk belang voor het onderzoek op het gebied van hart­ en vaatziekten. Het doei van het stipen­ dium is een bijdrage te leveren aan de opleiding en vorming van gevorderde onderzoekers op het gebied van patiëntgebonden onderzoek. Dit moet leiden tot meer aandacht voor onderzoek in de klinische geneeskunde en een grotere betrokkenheid bij internationale ontwikkelingen op dit gebied. Vereisten U bent gepromoveerd of hebt een vergelijkbare wetenschappelijke prestatie geleverd. U bent aantoonbaar in staat zelfstandig wetenschappelijk werk te verrichten. In een onderzoeksvoorstel geeft u aan hoe u invulling denkt te geven aan het onderzoeksprogramma. Er gelden de volgende eisen. Het onderzoek is er op gericht de ziektelast van hart­ en vaatziekten bij de mens te verlichten of weg te nemen. De vraagstelling heeft betrekking op de etiologie, pathofysiologie, secundaire (of specifieke) preventie, diagnose, therapie of epidemiologie van

y ^ nederlandse hartstichting vrienden van de hartstichting

hart­ en vaatziekten. Het voorstel bevat patiëntgebonden onderzoek. U combineert daarbij basaal onderzoek met een klinischetoepassing. Hetonder­ zoeksprogramma maakt u in overleg met een gerenommeerd onderzoeker, die tevens garant staat voor uw wetenschappelijk niveau. (Deelnemen aan zoge­ naamde "Clinical Trials" of aan projecten gericht op algemene preventie valt niet binnen het kader van dit programma.) Bent u hoogleraar of directeur van een onderzoeksinstituut of bent u op de voorgeschreven aanmeldingsdatum ouder dan 42 jaar, dan komt u niet in aanmerking voor deze aanstelling. Inhoud van het stipendium Gedurende de aanstellingsperiode van maximaal vier jaar, krijgt u salaris op het niveau van een universitair hoofddocent. Het is ook mogelijk een toelage te ontvangen op het huidige salaris en een deel van het stipendium te gebruiken om een waarnemer aan te stellen. Daarnaast is er een bescheiden bijdrage in de materiële kosten. Belangstelling? Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Els Schumacher­ van Dort, afdeling subsidie­administratie, telefoon 070­3511570. Stuur uw sollicitatie en onderzoeksvoorstel, vergezeld van een uitgebreid curriculum vitae en een publikatielijst vóór 1 februari 1996 naar de directie van de Nederlandse Hartstichting, t.a.v. mevrouw dr. I.M. Hellemans, cardioloog, adjunct medisch directeur, postbus 300, 2501 CH Den Haag. Per fax ingezonden sollicitaties worden niet in behandeling genomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 210

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's