Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 116

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 116

10 minuten leestijd

A D V A L V A S 5 OKTOBER 19i

PAGINA 8

'Overheid bemoeit zich weer eens te veel met universiteit Minister Ritzen en staatssecretaris Nuls willen sommige opleidingen in drie jaar persen. Dat voorstel hebben zij onlangs in het Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan (HOOP) gedaan. Prof. A. Merkies, dekaan van de economische faculteit, verwacht in de huidige vorm weinig goeds van het plan: "De universiteit komt weer in het strafbankje en de betere student komt niet aan zijn trekken." A.H.Q.M. Merkies Er was eens een tijd - heel lang geleden - dat de universitaire studie uit twee niveaus bestond: het kandidaatsexamen dat ongeveer drie jaar omvatte en een doctoraal van eveneens ongeveer drie jaar. De programmering was niet bijzonder strak. Menigeen stak zijn doctoraaldiploma al na vijf jaar in zijn zak. Anderzijds bestond de studentenpopulatie voor een belangrijk deel uit een geprivilegieerde elite voor wie studeren minder een cognitief karakter had, minder bedoeld om kennis te vergaren, dan wel vormend bedoeld was. Men werd geacht daarmee meer mens te worden en maatschappelijk meer aangepast. Dit vormende aspect scheen doorgaans meer tijd te vergen dan het kennisvergarende aspect van de studie. Het bestuur had daar destijds weinig aandacht voor en werd later als verstard en verouderd getypeerd. Duidelijk was in elk geval dat de strakke programmering van de middelbare school destijds op de universiteit ver te zoeken was. Toen kwamen de veranderingen. Allereerst de democratisering. Men kwam op tegen het elitaire van de universiteit. Iedereen moest het recht hebben de genoegens van het studeren te ervaren en een doctorandustitel te behalen. Al gauw bleek dat genoegens en titel moeilijk in één zin genoemd konden worden. Leren en gevormd worden hebben ieder hun eigen wensen en beperkingen. Voor de democratisering was overigens wel iets te zeggen. Erfelijkheid is, zoals vorig jaar nog bleek uit de discussies rond het geruchtmakende boek The Bell Curve van Hermstein en Murray, een weinig overtuigend uitgangspunt voor een land dat al zijn intellectueel talent wil uitbaten. Geschiktheid voor de studie is weinig systematisch gespreid. En ook de toenemende complexiteit van de maatschappij en gewenste mondigheid van de burger roept om grotere deelname aan hoger onderwijs. Het eindexamen van de middelbare school IS steeds minder een geschikt eindstation, noch voor het leren noch voor de algemene of maatschappelijke vorming. De inrichting van de studie moet dan wel anders. Het antwoord van de jaren zeventig op deze problematiek was •

weinig gelukkig. Allereerst de financiering. Men meende de financiële obstakels om te gaan studeren het beste weg te kunnen nemen door het invoeren van studieloon. Maar geen zinnige ouder zou tegen zijn kind zeggen: hier heb je geld voor zes jaar en na afloop daarvan zie ik wel of die investering zinnig is geweest. De overheid is dan ook, gedwongen door financiële problemen en na gigantische frustraties, geleidelijk overgegaan tot procescontrole. Een tweede ontsporing betrof de wet waarmee het bestuur van de universiteit geherstructureerd moest worden, de WXJB. Niet zozeer de mogelijkheid van studenteninspraak was fout, alswel het van overheidswege regelen wie het beste waarover kon beslissen in de universiteit. Door de democratisering en de snelle bevolkingsgroei werd de universiteit overspoeld door studenten. Dat gaf grote problemen van verwerking en verlies van persoonlijke aandacht. Erger was dat met deze grote groep studenten de overheid mee naar binnen drong. Voor politici een prachtige kans om te scoren. Telkens nieuwe plannen ter verbetering. En als het mis ging - en er ging veel mis - kon de schuld geschoven worden naar de universiteiten. Deze kregen een vloed van negatieve publiciteit over zich heen.

zichzelf is er weinig verschil tussen een drie- en een vierjarig curriculum. Capabele studenten kunnen ideeën en kennis sneller verwerken dan marginale studenten. De vraag is op wie je je moet richten. Het is een algemeen gevoelen dat bij de huidige instroom indikking of uitdunning van het doctoraalprogramma niet erg zinvol is. Bij indikking zullen de uitvalpercentages toenemen en komt de universiteit weer in het strafbankje. Deze uitvalpercentages hebben de discussie toch al te veel beheerst. Men moet uitvalpercentages zien in relatie tot kwaliteit. Immers een ~~ rendement van honderd procent is eenvoudig te creëren door iedereen de dag na zijn binnentreden in de universiteit een fraai diploma in zijn hand te stoppen. Dus ook niet te veel uitdunning van de bestaande programma's, want dan komt de betere student niet aan zijn trekken. En een tweejang vervolg voor deze betere student zal niet van de grond komen als de basis drie jaar niet iets afgeronds geeft. Geen nieuw kandidaatsexamen dus, want dan wil toch weer iedereen verder. Hoe dan wel? Vele faculteiten, ook de onze, hebben

grondig voorbereide plannen klaarliggen om de studie te verbeteren met een algemeen vormend gedeelte en een deel dat steeds verder uitwaaiert naar voorkeur en aanleg van de student. Plannen waarin ook de procescontrole verzekerd lijkt. Van belang daarbij is wel dat de studenten volwaardige parmers zijn. Wie niet mee wil doen: even goede vrienden, maar blijf niet hangen.

Opinie Misschien is het meest verwaarloosde aspect van de opleiding wel de selectie aan de basis. Iedereen heeft kwaliteiten. De vraag is waar die liggen. Het is ieders recht zichzelf te testen op zijn geschiktheid voor een bepaalde studie. Maar men is er niet klaar mee vast te stellen dat een test negatief uitvalt. Men moet niet belast worden met een gevoel van mislukt te zijn. Er zou meer aangegeven moeten worden waar de geschiktheid vermoedelijk wel ligt. Men moet zich niet blindstaren op htfge

uitvalpercentages, maar nagaan of jonge mensen een zinvolle weg is gewezen voor verdere ontplooiing. Het binnendringen van de overheid binnen de universiteit heeft nog een ander nadeel. Het is makkelijker een nieuw systeem te bedenken dan het inj te voeren. De invoeringsproblemen vai nieuwe systemen worden over het algemeen zwaar onderschat. En de overheid heeft met zijn ervaring op hetj gebied van de studiefinanciering geen | reputatie opgebouwd als de grootste deskundige op het gebied van de invoering van nieuwe systemen. Het lijkt onder de druk van de bezuinigingen makkelijker de universiteiten te! verwijten dat de studie veel efficiënter kan dan het zelf te laten zien. De uni- j versiteit heeft inmiddels veel ervaring opgebouwd in management en zicht gekregen op verwerking van grote studentenaantallen. Met aandacht vooj verschil in talent onder studenten en verschil in motivatie. Is er dan niet veel meer voor te zeggen het plannen maar over te laten aan de imiversiteit dan de HOOP te vestigen op de overheid? Prof.dr A H Q M. Merkies is dekaan van de economische faculteit

Jeukende vingers Merkwaardig is dat binnen een algemene maatschappelijke tendens tot meer marktconform handelen de overheid zich zo sterk binnen de universiteit laat gelden. Ook de vingers van de huidige staatssecretaris, Aad Nuis, jeuken. Hij zal zelf wel eens een curriculum voor een driejarige opleiding willen maken. Weer een signaal van onbekwaamheid van de universitaire bestuurders? Het wordt langzamerhand tijd de universiteit zichzelf te laten ordenen met als eerste randvoorwaarde dat zij een nadere vorming geven aan een grote groep studenten, zodat een mondig en algemeen bekwaam maatschappelijk kader wordt gevormd. Daarnaast moet de universiteit een leerproces regelen voor het doorgeven en uitbreiden van verworven wetenschappelijke kennis. Hoe zou zo'n opleiding eruit moeten zien? Op

Illustratie: Berend Vonk

Ritzens redenering over de raden rammelt 'Het volk heeft zich willoos laten degraderen tot een eenvoudig te leiden kudde' Minister Ritzen wil de bezem door de universiteit halen. Stoffige instituten, zoals de universlteitsen faculteitsraden, moeten daarbij macht inleveren. Anouschka Lahey, lid van de universiteitsraad van de vu slaat terug: "Anno 1995 functioneert de raad nog steeds naar behoren." Anouschka Lahey Er staat de student 'nieuwe stijl' veel te wachten. Allereerst is er het Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan (HOOP) dat indrukwekkende voorstellen bevat voor aanpassingen en complete vernieuwingen in het hoger onderwijs. Daarnaast ligt er een ambitieus doch bedenkelijk plan van de minister van onderwijs om de bestuursstructuren van de universiteiten ingrijpend te veranderen. Als het aan onze minister ligt wordt de 'stoffige, conventionele, ivoren toren' omgetoverd tot een dynamisch flexibel bedrijf dat klaar staat om haar taak als instituut voor wetenschappelijke vorming zo bedrijfsmatig mogelijk uit te voeren. De huidige bestuursstructuur voldoet namelijk niet meer. Met

name de democratisch gekozen imiversiteits- en faculteitsraden zouden moderniseringen en slagvaardigheid in de weg staan. Het zijn de 'stoffige nesten' van een universiteit. Anno 1995 fiinctioneert de raad van de vu echter nog steeds naar behoren. De raad binnen de Vrije universiteit werkt constructief en kritisch, bestuurt mee op hoofdlijnen en voorziet het college van een gezonde portie kritiek. Dankzij zijn begrotingsrecht waarborgt de raad het principe van controle op de macht. Het is een hardnekkig misverstand dat afschaffing van de raden leidt tot betere tijden. Het afschaffen van de raad of het degraderen ervan tot een medezeggenschapsraad - wat op een gezellig praatclubje neer komt, zonder machtsbasis door gebrek aan harde bevoegdheden - leidt niet tot de gewenste veranderingen. Veranderingen komen met louter en alleen tot stand via bestuurlijke aanpassingen, (cultuur)veranderingen vragen ingrijpende mentaliteitsveranderingen. Een vereiste voor 'goede tijden' is daarom veel meer gelegen in een goede samenwerking die zich kenmerkt door wederzijds vertrouwen en respect van raad en college. Goede democratische besluitvorming kost inderdaad soms veel tijd, hiermee wordt echter een breed draagvlak gecreëerd onder diegenen die het besluit moeten uitvoeren. Dat is onder meer de winst van democratische besluitvorming. Democratie is daarom een groot goed en mag niet louter op basis van ongefundeerde argumenten van

efiïciency en doelmatigheid worden verkwanseld. Het wetsvoorstel van Ritzen heeft naast vergaande bestuurlijke veranderingen op het topniveau ook zeer vergaande gevolgen voor het middenniveau: ook de democratisch gekozen raden van de faculteiten wordt namelijk als lastig en stagnerend ervaren. 'Onze' minister van Onderwijs onderkent wel het

belang van inspraak van de student in de raden, maar deze inspraak dient zich te beperken tot het directe zelfzuchtige eigenbelang van de student. Opkomen voor het algemene belang, voor belangen die zich onttrekken aan de directe horizon van de student, dat is er niet meer bij. Ach ja, die belangen behoren de studenten niet meer toe. De student is namelijk een consument, die niet verder denkt dan haar of zijn directe belang. Het meedenken op hoofdlijnen is aan de 'student nieuwe stijl' niet besteed. Jonge mensen wordt de mogelijkheid tot kritische vorming, die verder strekt dan louter en alleen de smdieboeken, onmomen en - erger nog - het wordt niet eens meer van hen verwacht! Over zaken die jou niet direct aan gaan (waar je dus op korte termijn niet direct wijzer van wordt), hoefje

dan ook niet meer na te denken. Waarom zou je tenslotte ook? Je hebt het al druk genoeg met het vormgeven van je eigen leven, die gezien de nieuwe stressbevorderende maatregelen weinig ruimte laten voor iets anders. Waarom zou je je dan in hemelsnaam gaan bemoeien met zaken waar jij niks aan hebt? Ziezo, de samenleving wordt op deze wijze een stuk eenvoudiger. Alle macht bij één orgaan, dat is lekker duidelijk en helder, tenslotte zijn dit zeer wijze en kundige heren en vsajze kundige heren weten wat goed is voor het gewone volk. Het volk heeft zich tenslotte willoos laten degraderen tot een eenvoudig te leiden kudde, die alleen maar oog heeft voor direct eigenbelang. Zelfs scholingsen vormingsinstituten bij uitstek, namelijk de universiteiten, hebben zich de kans laten onmemen om kritische, participerende burgers af te leveren. Misschien is het wel zo dat democratie alleen maar lastig en tijdrovend is. Al die meningen, al die belangen... Een vergaande vorm van simplificering - back to the roots - dat lijkt mij toch wezenlijk. Tenslotte heeft een kundige, wijze man het mij verteld en wie zou de mening van dit soort mannen ooit nog durven betwijfelen? Anouschka Lahey is universiteitsraadslid voor de Progressieve Kies Vereniging (PKV)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 116

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's