Ad Valvas 1995-1996 - pagina 337
AD VALVAS 2 5 JANUARI 1 9 9 6
i
PAGINA 1 1
Zwevende media deden CDA de das om'
VU-politicologen beschrijven politieke aardverschuiving van 1994 in 1994 vond er een politieke aardverscliuiving plaats in Nederland. Politicologen hebben de gebeurtenissen nu geanalyseerd. Waarom vielen de media zo massaal over CDAlijsttrekker Brinkman?
Peter Boerman
Het CDA maakte in 1994 een dramatische val mee. Bij drie opeenvolgende verkiezingen werd de christelijke partij steeds weer van het politieke slagveld gemaaid. Lubbers' kroonprins Brinkman veranderde daarbij in een paar maanden tijd van beoogd premier tot de politieke schlemiel van Nederland. De WD spon er garen bij en bereikte onder leiding van de controversiële Bolkestein ongekende hoogten. Drie politicologen van de vu, dr J. Kleinnijenhuis, dr D. Oegema en drs H. Bos, gingen samen met uvA-communicatiewetenschapper dr J.A. de Ridder op zoek naar de oorzaken van deze politieke aardverschuiving. Zij onderzochten daarvoor niet minder dan dertienduizend tekstfragmenten m alle landelijke kranten, ruim tweeduizend televisieshots uit de belangnjkste TV-joumaals en 525 krantefoto's uit de periode van Prinsjesdag '93 tot en met de Europese verkiezingen. Niet alleen werd daarbij geregistreerd hoeveel aandacht een bepaalde partij of politicus kreeg, ook brachten zij in kaart hóe er over hen werd geschreven en hoe zij in beeld werden gebracht. De gegevens werden vervolgens afgezet tegen de wekelijkse opiniepeilingen onder in totaal ongeveer vijfentwintigduizend Nederlanders. De resultaten van het onderzoek, terechtgekomen in het vorige week verschenen boek
Democratie op drift, zijn op z'n minst verrassend. Kleinnijenhuis: "Het CDA had in principe een goed partijprogramma voor de verkiezingen. Probleem was alleen dat ze de media niet meegerekend hadden. Als je een hard beleid wilt voeren, kun je wel de stem van je achterban vertolken, maar vergeet je de journalist. Die zal vragen gaan stellen. Het CDA moest haar bezuinigingsvoorstellen concreet gaan maken, wat voor de pers aanleiding was om daarop linkse kritiek te geven. De PvdA kon daar mooi van profiteren. Toen het CDA bijvoorbeeld aangaf de AOW te willen bevriezen, liepen de kiezers als vanzelf de PvdA binnen." Het' onderzoek van de vu-politicologen bevestigt daarmee nog eens de theorie van het issue-ownershtp. Op het moment dat een partij, het CDA bijvoorbeeld, een thema aansnijdt waar normaal een andere partij, de PvdA bijvoorbeeld, mee komt, dan wint meestal die laatste er stemmen mee. Die partij kan echter moeilijk zelf met zo'n thema komen, omdat zij dan voor eigen parochie preekt. De les kan dan zijn dat je gedaan moet zien te krijgen dat een andere partij met jouw onderwerpen komt.
Onvoorspelbaar "Bolkestein heeft dat ook goed doorgehad", weet Kleinnijenhuis. "Toen de instroom van immigranten sterk toenam, wist hij dat Lubbers met een plan zou komen om de grenscontrole aan te scherpen. Bolkestein was hem echter voor en zei als eerste dat er iets moest gebeuren. De pers viel hem daarop aan, maar een paar dagen later kwamen Lubbers en Kosto met hetzelfde verhaal. Zo werd de aandacht afgeleid. Dat Bolkesteins standpunt onfatsoenlijk zou zijn, was daarmee vergeten. En de mensen die zich in zijn standpunt konden vinden, had hij al gewonnen. De kritiek die zou komen op uitspraken over immigratie, had Bolkestein zo heel slim ingecalculeerd." Het boek Democratie op drift geeft een boeiende reconstructie van de meest
Dr J. Kleinnijenhuis: "De stelling 'Alle nieuws is goed nieuws' is in ieder geval onzin" Bram de Hollander
onvoorspelbare Nederlandse verkiezingen ooit. Ook de onderzoekers zelf bleken steeds weer verrast over de ontwikkelingen. "Nederland is een uniek laboratorium voor dit soort onderzoek", aldus Oegema. "Er wordt goed opinieonderzoek gedaan en de pers en de televisie hebben een landelijk bereik. In 1994 kenden we bovendien voor het eerst drie verkiezingen vlak achter elkaar. Dat maakte het voor ons bij voorbaat interessant. Wat we echter niet hadden kunnen voorzien, was dat het steeds slechter ging met het CDA. Die partij kwam op een
gegeven moment in een spiraal terecht waar ze zich niet uit los kon maken. Op het moment dat je fouten maakt, of als de pers de indruk wekt dat het slecht met je gaat, gaan ze op zoek naar nieuwe fouten."
Argwaan "En ge'en enkele kiezer wil stemmen op een verliezer", vult Kleirmijenhus aan. "Wat wij hebben aangetoond is dat niet alleen de kiezer zweeft en de partijen qua inhoud steeds minder van elkaar verschillen, maar dat ook de media zweven. De oude verschillen
uit de tijd van de verzuiling zijn weggevallen. De pers wil tegenwoordig slechts objectief en neutraal zijn, wat tot gevolg heeft dat er nauwelijks meer naar de inhoud gekeken wordt. Alleen nog maar naar hoe goed of slecht het met iemand gaat." "Bovendien", zegt Oegema, "hebben journalisten een enorme argwaan ten opzichte van politici, zeker in verkiezingstijd. Voor een deel is dat nog terecht ook. Toch zijn de journalisten voor hun primeurs wel op de politici aangewezen. Ze letten daarom steeds meer op ruzies. Tussen verschillende partijen, maar het liefst natuurlijk binnen partijen." "Op Kok IS door de campagnemakers eindeloos ingepraat dat hij nooit mocht zeggen dat een bepaalde uitslag hem tegen viel, hoeveel de PvdA ook verloor. Bij het CDA was het omgekeerd. Dan zag je Brinkman op de voorpagina met de kop: 'Ik baal als een stekker'. Dat heeft van hem een steeds grotere veriiezer gemaakt." Als er één ding is wat het onderzoek heeft aangetoond, dan is het wel dat sterk generaliserende conclusies over mediaberichtgeving nauwelijks te trekken zijn. "Wij hebben m ieder geval aangetoond dat de stelling 'Alle nieuws is goed nieuws' grote onzin is", aldus Kleirmijenhuis. Veel meer factoren dan alleen aandacht spelen een rol. Hoe graag campagnemakers het ook willen, het nieuws laat zich niet regisseren. En dan nog is de reactie van de kiezer niet te voorspellen. "Dat Brinkman alleen debet is aan de nederlaag van het CDA, is niet stellig te zeggen. Er zijn ook mensen die medelijden hebben gekregen met Brinkman en zo toch op hem hebben gestemd. En ook nu Brinkman weg is, gaat het niet lekker met het CDA. Door heel precies te kijken naar de verbanden tussen mediaberichtgevmg en opiniepeilingen, heeft dit onderzoek echter wel iets duidelijk gemaakt van hoeveel verschillende effecten van berichtgeving er zijn."
Moderne beeldende kunst van A tot Z Alumni stellen kunstencyclopedie samen Van ABC Art tot 'wilde schilderkunst', van Hans Aarsman tot Rhonda Zwillinger, van Heftige IVIalerei tot Business Art. Het is allemaal te vinden in 'Kunst van nu', een nieuw encyclopedisch overzicht van moderne beeldende kunst en kunstenaars dat werd samengesteld door drie oudstudenten kunstgeschiedenis van de VU.
'%
NO NEW ARTISTS
Ben Koster
"Het motief om dit boek te maken, was het gebrek aan een goed overzichtswerk", zegt kunsthistorica, Mieke Mekkmk, die aan de vu afstudeerde op een werkstuk over Yoko Ono. "Het ontbrak aan een boek over kunst uit de periode 1970-1995." Over de periode daarvoor verscheen m 1971 een boek met de titel Kunst van nu. De samenstellers, kunsthistorici uit Utrecht, stemden erin toe die titel opnieuw te gebruiken. Het boek uit 1971 hebben de drie samenstellers van de nieuwe Kunst van nu gebruikt als referentie, als ijkpunt. Kunstenaars die in het oudere overzichtswerk zijn opgenomen, daarin voldoende uit de verf kwamen en geen ontwikkeling van belang doormaakten, werden niet meer vermeld in het nieuwe. Zo ontbreekt van de Cobra-ktmstenaars bijvoorbeeld Comeille, maar hebben Appel en Constant wel een plaats gekregen. De drie samenstellers van de nieuwe Kunst van Nu, Mieke Mekkink, René Pmgen en Els van Strien, schreven eerder voor htm vrije keuzeruimte een overzicht van stromingen in de moderne beeldende kunst van 1980 tot 1990. Ze deden dat op verzoek van het kunsttijdschrift Metropolis M,
Een werk van Les Levine siert de achterzijde van het boek 'Kunst van nu'
dat daarmee zijn tienjarig bestaan luister wilde bijzetten. Het overzicht, het eerste op dit gebied, was zo geslaagd dat dit nummer van het tijdschrift een zeer gewild item werd. Een Leidse uitgever vroeg de drie inmiddels afgestudeerden het overzicht uit te werken tot een naslagwerk. Het moest geen echte encyclopedie worden, maar wel encyclopedisch van opzet zijn. Oogmerk was dat het boek kunstenaars en kunststromingen zou bevatten die Nederlanders vaak tegenkomen. Het moest meer worden dan een opsomming van feiten en jaartallen. Elk lemma over het oeuvre en de ontwikkeling van een kim.stenaar werd daarom voorzien van een selecte bibliografie.
De drie samenstellers schreven de lemma niet altijd zelf; een groep van zo'n vijftien studenten en afgestudeerden van voornamelijk de vu werkte mee. Het maken van korte, bondige hoofdstukjes was niet gemakkelijk. Els van Strien: "Dat leer je helemaal niet tijdens je studie." Maar gelukkig kwamen Van Strien en Mekkink voor hun stage terecht bij de Rijksdienst voor Beeldende Kunst. Daar werkten ze mee aan het samenstellen van een catalogus van aangekocht werk die de Dienst dat jaar uitgaf. In die catalogus werd elk werk afgebeeld naast een korte beschrijving van de kunstenaar. Daar deden ze dus ervaring op voor het schrijven van him overzichtswerk. In Kunst van nu is relatief veel aan-
dacht geschonken aan kunstenaars uit Nederland. Van de ruim zeshonderd behandelde kunstenaars zijn er meer dan honderd Nederlander. Voor buitenlandse kunstenaars gold het criterium dat ze van zich deden spreken met internationale solo- of groepstentoonstellingen. Een deugdelijke, algemeen toegankelijke documentatie was een belangrijke vereiste. Extra aandacht kregen vrouwelijke kunstenaars, omdat die moeilijk erkenning krijgen in de wereld van de beeldende kunst. Mekkink voegt daar aan toe: "We hebben geprobeerd bij de samenstelling een evenwicht te vinden tussen vrouwen, Nederlanders en Amerikanen." De samenstellers beoordeelden de kunststromingen op
grond van tentoonstellingen en aan de hand van discussies in binnen- en buitenlandse vakbladen. Het schrijven en samenstellen kostte veel tijd en moest gebeuren naast andere werkzaamheden. Pingen werkt bij het Amsterdamse Fonds voor Beeldende Kunst, Van Stnen is docente taalvisualisatie, audiovisueel en fotografie aan het Individueel Kimstzinnig Onderwijs (iVKO), Mekkink is freelance-kunsthistorica en schrijft onder meer voor het feministisch kunstblad Ruimte. Het schnjven van de tekstjes leverde 16 cent per woord op, maar de rest - het organiseren, het samenstellen - deden ze belangeloos. "Verdienen doe je geloof ik pas bij de vijftiende druk", lacht Van Strien. Een naslagwerk is uitermate geschikt en komt misschien wel beter tot zijn recht op CD-rom. Daar is wel over gedacht, maar, zegt van Stnen: "Geld is de bottleneck bij kunstgeschiedenis. Een boek met een schijfje erin leek ons wel wat, maar daar is helemaal geen geld voor." Het boek mocht vooral niet te duur worden, daarom is het aantal illustraties beperkt tot zo'n honderdvijftig zwart-wit afbeeldingen. Bij elke kunstenaar een foto plaatsen werd te duur. En aan kleurenfoto's hoefde al helemaal niet te worden gedacht, ook al waren er enkele fondsen die het project steunden, zoals het Pnns Bemhardfonds. Maar het verschijnen van een degehjk en vooral betaalbaar naslagwerk voor moderne beeldende kunst maakt dat gemis meer dan goed. Mieke Mekkmk, René Pingen, Els van Strien Kunst van Nu, encyclopedisch overzicht vanaf 1970, uitgeverij Primavera Pers, Leiden 1995, ISBN 9074310-12 5, ƒ54,50
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's