Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 509

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 509

10 minuten leestijd

ADVALVAS 18 APRIL 1996

PAGINA 7

De zoektocht naar studeerbare academische vorming o p naar een compleet andere wetenschap of moet de universiteit doelen leren stellen? Zo'n honderd mensen namen afgelopen maandag deel aan de onderwijsdag die de vu dit jaar voor de vierde keer organiseerde. De aanwezigen konden zich over vele problemen buigen. Zo maken steeds meer studenten en docenten zich zorgen over de vraag of studeerbaarheid de academische vorming in gevaar brengt. Tijd voor actie?

Een ander dacht dat het vooral te maken heeft met "reflectie op de dingen waar je mee bezig bent. Je hebt er tijd en rijping voor nodig. Vergelijk het met een kunstenaar." Ook meldde iemand dat in het verleden het bijbrengen van een maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef expliciet m de wet opgenomen stond "en met het steeds complexer worden van de maatschappij heb je daar eerder meer dan minder tijd voor nodig dan vroeger." Een student meende "dat werkelijk recht doen aan het bijbrengen van academische vorming een compleet andere invuUmg van wetenschap in de westerse wereld betekent." Dat houdt dan wel een hoop bijscholing voor de docenten in, merkte een collega op "en dat levert vast weerstand op van hier tot Tokio".

Studeerbaarheidsgekte

Dirk de Hoog

"Iedereen weet hoe boeren ganzen vetmesten. Ze krijgen een trechter tussen de snavel waardoor voedsel wordt gepropt. Maar waar komt toch die merkwaardige, maar wijdverspreide opvatting vandaan dat deze techniek ook heel werkzaam is voor het leerproces op de universiteit?", vroeg drs G.M.G.M. van Lieshout van de Universiteit Twente zich af bij zijn openingsspeech voor de vierde onderwijsdag aan de Vrije Universiteit. De bijeenkomst vond afgelopen maandag plaats onder het motto 'Goed onderwijs vraagt om actie'. De ongeveer honderd aanwezigen, waaronder maar een handjevol studenten, konden na de inleiding aan een van de negen werkgroepjes deelnemen. De onderwerpen varieerden van 'De scnptie als struikelblok' en 'Tentamenprogrammering en studeergedrag' tot aan de vraag 'Hoe bindend kan het studieadvies zijn?' Van Lieshout die de middag inleidde, bleek wat sceptisch over alle goedbedoelde pogingen om het onderwijs beter studeerbaar te maken. "Studenten vertonen steeds meer strategisch studiegedrag. Maar dat kun je ze niet kwalijk nemen, want ze moeten studiepunten verzamelen. Daar worden ze op afgerekend. Dat leidt weer tot allerlei herkansingsregelingen. En langzaam maar zeker neemt de verschoolsing van de universiteit toe. En dat terwijl iedereen het zo goed bedoelt", schetste hij een van de problemen.

Kale kennis Veel problemen zijn volgens Van Lieshout helemaal niet zo nieuw. "Tegenwoordig hoor je vaak de klacht van docenten dat steeds meer jongeren komen studeren om een leuke en liefst goed betaalde baan te vinden, in plaats van uit interesse voor de wetenschap. Maar volgens mij is dat altijd al zo geweest en is er niets nieuws onder de zon."

Op de dag van het onderwijs bogen de aanwezigen zich over de vraag of het verlangen naar studeerbaarheid is omgeslagen in studeerbaarheidsgekte Peter woiters AVC/vu

Van Lieshout vond dan ook dat de universiteiten in plaats van te klagen, beter rekening kuimen houden met de motieven van studenten. "Docenten hebben erg de neiging om ontzettend veel wetenschap aan te dragen; kale kennis. Eerstejaars studenten geneeskunde krijgen bijvoorbeeld gelijk vakken als fysische chemie en statistiek. En ze gingen studeren om met patiënten om te gaan. Die zien ze niet het eerste jaar. Dan trek je wel een sterke wissel op ze." De afgelopen twintig jaar is er volgens Van Lieshout in de universiteiten een 'dictatencultuur' ontstaan, waardoor de contacturen zijn gaan lijken op een schriftelijk hoorcolleges. "Dat is een weinig geschikte methode om academische vaardigheden bij te brengen. Het leidt tot stampen van feitjes die je op het tentamen moet kunnen spuien. En daarmee wordt een student geen 'zelfstandig verder lerend wezen'." Zijn recept klinkt eenvoudig: "Je moet studenten niet volstoppen met feitjes, maar ze zelf aan het werk zetten. Laat ze actief iets met de stof doen." Hijzelf merkt op zijn universiteit bijvoorbeeld dat studenten heel anders studeren als een poosje stage hebben gelopen. "Dan weten ze ineens waar ze al die kennis voor nodig hebben en

hoor je ze niet meer over te zware boekenlijsten en te moeilijke tentamens. Ze vragen om meer en beter." Overigens verklapte van Lieshout de remedie niet zelf bedacht te hebben. Hij was te rade gegaan bij de Griekse wijsgeer Socrates die zo'n vier eeuwen voor het begin van onze jaartelling zijn leerlingen al onderwees door vragen te stellen in plaats van antwoorden te geven. Diezelfde Socrates kwam ook verschillende keren ter sprake tijdens de twee workshops over de vraag of het streven naar studeerbaarheid de academische vorming in gevaar brengt. Uitgangspunt van de discussie was een uitspraak van de voormalige staatssecretaris en huidige rector van de universiteit van Limburg, prof.mr J. Cohen: "Studeren is een proces van vallen en opstaan, van tijd verspillen en nederlagen lijden. Wie streeft naar studeerbaar onderwijs, wil die nederlagen vermijden. Een te zwaar accent op studeerbaarheid is een bedreiging voor de academische vorming". Cohen zei dit onlangs bij het twintigjarige bestaan van zijn universiteit. Voorzitter van een van de werkgroepen, de ook uit Limburg afkomstige prof dr W.H.F.W. Wijnen, zette een stelling tegenover Cohens uitspraak:

"Als academische vorming dreigt te verdwijnen, vinden we het als universiteit niet belangnjk genoeg of maken we slechte onderwijsprogramma's." Wijnen is de opsteller van het bekende rapport Te doen of niet te doen, waarmee het begrip studeerbaarheid alom intrede deed m de universitaire wereld. "Alsnog mijn excuses voor dit afschuwelijke begrip", zei Wijnen, die stellig verdedigde dat academische vorming programmeerbaar is in curricula, mits de inhoud van het begrip maar duidelijk is. Hij vindt dat het erom draait dat afgestudeerde academici over bepaalde vaardigheden beschikken waarmee ze als zelfstandige wetenschappers aan de slag kunnen. "We moeten dan ook minder nadruk leggen op de lesinhouden, de feitenkennis of wat mensen moeten weten na him afstuderen, maar vooral op wat ze moeten kurmen, zeg maar de gereedschapsdoos die ze meekrijgen." Wijnen vindt het essentieel dat het verwerven van deze vaardigheden ook getoetst wordt tijdens tentamens. Maar de grote vraag was natuurlijk wat die academische vorming nu precies inhoudt. "Het lijkt wel een mjTiiisch begrip dat buiten het officiële onderwijsgebeuren rondzweeft", verzuchtte een discussiedeelneemster.

Vervolgens vroeg een professor zich af of studenten wel behoefte hebben aan een kritische aanpak van het onder- . wijs. "Ik begin vaak met het stellen van vragen zoals wat recht eigenlijk is bijvoorbeeld. Maar het kost altijd moeite om antwoorden te krijgen. Laatst stond na twintig minuten een meisje op in de collegezaal en die zei een beetje verwijtend: 'Wij zijn er niet om vragen te beantwoorden. Daar bent u voor. Ik heb nog niets kunnen opschrijven.' Dan sta je wel even met je handen in het haar met alle goede bedoelingen." En zo gmg de discussie over de 'studeerbaarheidsgekte' nog even door. Het volgende groepje dat zich over dezelfde vraag boog, was er snel uit. "Academische vorming is het stellen van een doel en dat binnen een vastgestelde termijn bereiken", onderwees een docente. Toen ze daarna ook nog met een pasklaar model van vijf punten kwam aanzetten over hoe kennisoverdacht werkt, was de groep even stil. Men leek overtuigd. "We moeten van het idee af dat de professor de autoriteit is en de studenten niets weten. Eigenlijk kunnen docenten studenten niets leren. Ze kurmen de deur openen, maar de student moet zelf naar binnen gaan. Dat is de taak van docenten. Studenten motiveren dat te doen is onze taak en daarbij kunnen we ze erop wijzen dat ze daarbij iets als kennis nodig hebben", luidt een vrije samenvatting van de methode waarmee academische vorming ook studeerbaar kan zijn. Maar kan dat alles wel in vier jaar? "Ach dat kon twintig jaar geleden ook. Alleen toen deed bijna niemand het", relativeerde een aanwezige. Maar de echte relativering kwam van Wijnen zelf. "We zijn goed in het bedenken van fraaie woorden voor dmgen die eigenlijk gewoon onzin zijn."

Als ik het voor het zeggen had... 'Stage zou verplicht moeten zijn' Wat zou er gebeuren als a.htstejaars economiestudente Karin Ruardy het voor het zeggen had? Veertiende aflevering van de estafettecolumn, waarbij de pen van hand tot hand gaat. Karin Ruardy

Als laatstejaars studente economie maak ik gebruik van de gelegenheid om mijn studie eens te evalueren. Aanvankelijk heb ik gekozen voor de studierichting financiële economie. Deze richting houdt in dat zowel algemeen- als bedrijfseconomische vakken aan de orde komen, waarbij het stage-onderdeel niet verplicht is gesteld. Nu K dit laatste naar mijn mening een minder goede zaak. Het is zeer gebruikelijk dat economiestudenten na hun studie het bedrijfsleven of de overheidswereld instappen. Op het moment ben ik al druk

bezig met solliciteren en ik merk dat mijn cv. toch beter had kunnen zijn wanneer ik een stageperiode had ingevoegd. Dit zou dan een extra en onnodig aantal studieptmten hebben opgeleverd, maar ik zou dan wel meer relevante ervaring hebben opgedaan. Daarbij heb ik op diverse informatiedagen gemerkt dat veel studenten van deze richting zich vooral richten op financiële functies in bijvoorbeeld de bankwereld. Een stage helpt bij de oriëntatie op de eerste baan en is toch vaak een belangrijke eerste ervaring. Nu ik het toch voor het zeggen heb, wil ik de volgende vraag stellen: wat is nu eigenlijk het wetenschappelijke gehalte van de universitaire studie economie? Naar mijn mening is dat erg laag en ik zou bijna zeggen dat de studie een verkapte beroepsopleiding is voor de hoger-kader functies. Want vraag maar eens een eerstejaars economiestudent naar zijn of haar motivaties voor deze studie. Ik denk dat negen van de tien mensen als voornaamste reden geven dat zij een hoge functie

ambiëren. En kijk maar naar de praktijk, veel universitair geschoolde economen komen inderdaad terecht op dat soort functies, waarbij bijvoorbeeld heao-studenten veelal midden-kader managementfuncties blijken te vervullen. Wat is dan de meerwaarde van een universitaire studie economie, naast het feit dat men hogere functies bereikt op de arbeidsmarkt ? Ik vind dat de imiversiteit bij de studie economie een duidelijke tweedeling moet maken. Enerzijds moet er voor studenten die geïnteresseerd zijn in wetenschappelijk onderzoek en daar him loopbaan verder op willen richten een opleiding worden ontwikkeld die veel meer wetenschappelijk georiënteerd is dan nu het geval is. Zij moeten tijdens hun studie meer begeleid en gestimuleerd worden in het daadwerkelijk doen van wetenschappelijk onderzoek. Op dit moment is het schrijven van werkstukken bijvoorbeeld toch vaak het citeren van auteurs en wetenschappelijke onderzoekers om zo een vergelij-

De Estafette

kend warenonderzoek te plegen op een bepaald onderwerp. Studenten worden nu te weinig gemotiveerd en deskundig gemaakt om zelf een bepaald onderzoek op te zetten en vooral eigen wetenschappelijke denkbeelden te ontwikkelen. Anderzijds zal voor waarschijnlijk het grootste deel van de economie-studenten de universitaire opleiding veel meer ingericht moeten worden als een beroepsopleiding. Ik sluit mij op dit punt aan bij de mening van de Verkenningscommissie onder leiding van oud-premier R. Lubbers. Deze commissie werd gevraagd om inhoudelijk aan te geven waar het economie-onderzoek zich in de toekomst mee bezig zou moeten houden. Zij stelt onder andere dat er tijdens de studie economie meer aandacht besteed moet worden aan communicatieve vaardigheden en werken in teamverband. De universitaire studie economie moet dus danig herzien worden. Kann Ruardy geeft de pen door aan Kune Burgers, student rechten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 509

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's