Ad Valvas 1995-1996 - pagina 186
ADVALVAS 9 NOVEMBER Mi
PAGINA 6
Pingpong in de polder 'Allemaal neuroten, die tafeltennissers' 'De gezelligste en goedl(oopste studentenvereniging', belooft een oproep in de rubriek adjes. Natuurlijk wordt bij ASVU/AMVJ fanatiek getafeltennist, maar het moet wel leuk blijven. Een sport tussen competitie en ontspanning.
'De een heeft moeite met de forehand, de ander heeft een mentale blokkade wat de backhand betreft'
Dick Roodenburg
Het Sportcentrum van de vu op Uilenstede groeide letterlijk uit zijn krachten: de apparatuur van krachttraining neemt zoveel ruimte in beslag dat voor tafeltennis geen plaats meer is. "Nou, slechte ontwikkeling. We vinden het in ieder geval jammer", aldus COMstudent Onno Fabery de Jonge, een van de Asvu-tafeltennissers. Een fusie met de vereniging AMVJ bleek de oplossing voor het huisvestingsprobleem: de trainingen en wedstrijden vinden sinds vorig jaar plaats in de zaal van AMVJ aan 't Loopveld, in de polder tussen Uilenstede en de Amstel. Een bijkomend voordeel van de fiisie is dat de vereniging nu beschikt over twee goede trainers. Ed van den Berg neemt de woensdagavond voor zijn rekening, Jan Temede de donderdagavond. De maandag- en dinsdagavonden zijn gereserveerd voor de competitie. De Asvu/AMVj-combinatie heeft acht seniorenteams en een jeugdteam, die in verschillende klassen van de afdeling Randstad-Noord uitkomen. Daarnaast zijn er de recreanten, die voor hun ontspanning komen pingpongen. Het eerste team speelt in op een na hoogste klasse van de afdeling. Volgens Jan Temede is het niveau daar zowel technisch als tactisch goed te noemen: "Daar zitten heel veel trainingsuren in
Bram de Hollander
en daar komen de getalenteerderen uit." Temede legt uit hoe een wedstrijd verloopt. Een team bestaat uit drie spelers, die tijdens de avond alledrie" een keer tegen de spelers van het andere team uitkomen. Dat zijn dus negen enkelspelen. Samen met één dubbelspel kunnen de uitslagen variëren van 10-0 tot 5-5. Het aantrekkelijke van tafeltennis vindt Temede het explosieve karakter: "Het korte moment van recuperatie. Je hebt een paar seconden om na te denken en dan ga je weer voor het volgende punt. Vergelijk dat eens met gewoon tennis. Daar wordt geserveerd. In het net. Dan neem je weer alle tijd om de tweede service in te brengen." Tafeltennis is dan ook geen 'tennis in het klein'. Er wordt veel geconcentreerder en
'De studie is te nieuw'
technischer gespeeld. "Misschien is dat wel een overeenkomst met zaalvoetbal. Als bijvoorbeeld je voetenwerk niet
Sport klopt, kom je op gras of gravel nog wel uit de voeten. In de zaal val je onherroepelijk door de mand." Het belangrijkste bij tafeltennis is volgens de trainer een goede oog-handcoördinatie: "Je ziet de bal en gaat er met het batje naar toe." Natuurlijk zijn ook een goede slagtechniek en beweeglijkheid onmisbaar. En "het constant willen proberen de druk op het spel te houden". Verder speelt ook het materiaal een rol. "Jawel hoor", aldus
Temede. "Allemaal neuroten, die tafeltennissers. Je hebt zo'n groot aanbod van rubbertjes en houtjes. In de laboratoria van de grote tafeltennismerken worden steeds nieuwe materialen onderzocht. Het gaat dan om snelheid, maar met behoud van de controle. Daar zijn ze hier op de vereniging ook mee bezig." Hij wijst de zaal in: "Hij daar heeft al vijf batjes geprobeerd. Maar je hebt ook mensen die zeggen: met dit batje speel ik lekker, een keer in de twee jaar een nieuw rubbertje, klaar. Laat ik in het algemeen zeggen: hoe neurotischer de sport, hoe meer de spelers het gaan zoeken in het materiaal. Idioot natuurlijk, want het grootste deel zit toch tussen de oren." Onno Fabery de Jonge bevindt zich qua spelniveau naar eigen zeggen in de
middenmoot. "Als ik speel, ben ik wel' fanatiek hoor, maar ik train slechts eeif keer in de week. Het moet wel leuk blijven, voor mij is het vooral ontspaiming." Tafeltennis speelt hij al vanaf zijn jeugd, via een broer kwam li bij een vereniging terecht. Ook de competitie vindt Fabery de Jonge erg gezellig: "Je bent de hele avond lekker bezig en tussen de wedstrijden door drink je wat." Hij vertelt dat er per jaai twee competities zijn. "Mensen die nii lid worden, kunnen nog meedoen aan de voorjaarscompetitie. Die begint in februari". Jan Temede loopt tijdens de training langs de vier tafels, raakt met een spek in gesprek over top-spin en back-spm, doet de bewegingen voor en corrigeert waar nodig is. "Je kunt niet vanuit het boekje met iedereen op dezelfde mama aan de slag. De een heeft moeite mei de forehand, de ander heeft een mentals blokkade wat de backhand betteft. Enji hebt daarnaast ook de verschillende speelstijlen. Uiteraard is er tijdens de les en in de loop van het jaar sprake vai een logische opbouw, maar je hebt wel rekening te houden met de individuele mogelijkheden van de spelers." Tijdens de Olympische Spelen van Seoul was tafeltennis nog een demonstratiesport, sinds Barcelona staat het oÊBcieel op het programma. Toch loopl de belangstelling voor spelen in clubverband vooral in de Randstad terug. Temede heeft daar geen verklaring voor: "Iedereen vindt het leuk en iedereen doet het ook, op de camping, op zolder of op school." Maai wie de jeugd heeft, heeft de toekomst op het prikbord langs de wand van de zaal worden de junioren opgeroepen zich op school als een ambassadeur vaii hun sport te gedragen. Belangstellenden kunnen voor informatie bellen (6470520, Onno) of langskomen op 't Loopveld {woensdagavond vanaf 18.00 uur)
/
Terwijl politici roepen om stelselherziening en studeerbaarheid, roemen universiteiten de kwaliteit van het eigen onderwijs. Maar wat vinden studenten nu eigenlijk zélf van hun studie? In deze serie leggen recent afgestudeerden hun studie op de weegschaal. Deze week: drs Antoinette Veldhuizen (26) over de kopstudie cultuur, organisatie en management (Com).
Martine Zuidweg
"Ik had van tevoren het idee: de stap naar het bedrijfsleven wordt misschien makkelijker met zo'n opleiding. Omdat het toch een universitaire studie is en omdat er woorden als 'organisatie' en 'management' inzitten. Na de Hogere Hotelschool wist ik niet precies wat ik moest gaan doen. Als je met de Hotelschool het bedrijfsleven in gaat, zit je zo vast aan de horeca. Dat vind ik te beperkt. Ik dacht dat ik met deze studie meer kanten op zou kuimen. Maar tijdens het solliciteren heb ik gemerkt dat het. er eigenlijk alleen maar moeilijker op wordt. Elke sollicitatie weer moest ik uitieggen wat die studie inhoudt. Het is te nieuw. Het moet nog groeien in het bedrijfsleven, denk ik. Van tevoren had ik me er erg op verheugd, op het solliciteren. Omdat ik graag wilde werken. Maar ik werd er een beetje oiuustig van: telkens in de krant moeten kijken of er iets in stond; brieven terugkrijgen waarin staat dat je een van de duizend bent. Ik zou heel graag bij een adviesbureau willen
C
werken, maar het is heel erg moeilijk om daar binnen te komen. Zeker als je alleen maar theoretische kennis hebt. Op een gegeven moment wilde ik niet meer thuiszitten. Ik wilde gewoon aan de slag en werkervaring opdoen. Ik weet wel dat er mensen zijn die zeggen: 'Als je niks kent, word je
KLAAR
AF intercedent'. Mensen met HBO vinden het prima, maar mensen van de imiversiteit onderschatten het. Sinds mei werk ik bij Tempo Team. Een baan met veel uitdaging. Er gaan op dit moment ontzettend veel mensen bij een uitzendbureau werken als intercedent.
Antoinette Veldhuizen: 'Ik vind het gewoon niet slim om te gaan wachten op de baan die misschien nooit komt'
Bram de Hollandet
Ik hoef het natuurlijk ook niet eeuvidg te doen. Volgens mij zijn er heel weinig mensen die meteen aan de slag kuimen op grond van him studie. Bij mij op het werk zitten ook afgestudeerde juristen voor secretaresse te spelen. Ik vind het gewoon niet slim om te gaan zitten wachten op de baan die misschien wel helemaal nooit gaat komen. En ergens is er wel een link te leggen tussen mijn baan en mijn studie. Ik moet zorgen dat mensen op de juiste plaats terechtkomen. Als ik een uitzendkracht uitzendt, moet die passen binnen de cultuur van het bedrijf. Nou, tijdens de studie heb ik een goed inzicht gekregen in bedrijfsculturen: hoe de organisatie is
opgebouwd, hoe de sfeer is. Nu kan ik, als ik ergens binnenkom, vrij snel proeven wat de cultuur is. Eigenlijk is die studie puur voor mezelf geweest. Voor mijn algemene ontwikkeling. Als HBO'er leerde ik zaken niet van zoveel verschillende kanten te bekijken. Je kunt iets leren en dat aaimemen en dan is dat zo. Maar je kunt het ook van een andere kant bekijken, of van weer een andere kant. Dingen vanuit meerdere invalshoeken benaderen, niet alles zomaar aannemen, dat vond ik ontzettend leerzaam. Het enige nadeel is dat de studie zo populair is. Daardoor zijn er te veel
kandidaten voor een scriptiebegeleider Ik heb een perfecte scriptiebegeleider gehad. Alleen, het was een cultureelantropoloog. En ik deed dus organisatie en adviesprocessen. Geen moment heb ik spijt gehad van mijn studie. Ik had al een diploma en kon altijd nog in de horeca gaan werken. Het was voor mij geen noodzaak om een bul op zak te hebben. Ik ben eraan begonnen met het idee: vind ik het niks, dan stop ik ermee."
5
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's