Ad Valvas 1995-1996 - pagina 647
AD VALVAS 20 JUNI 1996
PAGINA 5
'Mondriaan en Rietveld verbrandden scliepen aciiter zicli zonder pijn' Hoogleraar Blotkamp redigeert boek over De Stijl In 1982 studeerde een aantal studenten onder leiding van dr Carel Blotkamp af op de avantgardebeweging De Stijl. De artikelen die zij schreven, werden uitgegeven ais boek. De afgelopen tijd werkten zij in dienst van de VU aan het vervolg, dat deze week wordt gepubliceerd. "Je zou de geschiedenis van De Stijl uitsluitend in termen van conflicten kunnen beschrijven", zegt Blotkamp. "IVlaar zo ver zijn we niet gegaan."
Frieda Pruim
Hoogleraar kunstgeschiedenis dr Carel Blotkamp is al sinds zijn jeugd gegrepen door De Stijl. Vooral Piet Mondriaan en Gerrit Rietveld boeiden hem al toen hij nog een jongetje was. "Ik houd erg van het radicale van hun werk", legt hij uit. "Beide kunstenaars hebben zonder pijn schepen achter zich verbrand. Zij hadden ook allebei een buitengewoon scherp visueel ver mogen. Hoe groot de latjes van zijn stoelen moesten zijn en hoe de verbin dingen totstandkwamen, bepaalde Rietveld niet met een centimeter, maar hij ging op z'n ogen af. Zo ging Mondriaan ook met z'n schilderijen om. Allebei concentreerden zich op één kunstvorm, in plaats van te fliere fluiten van het een naar het ander, zoals Theo van Doesburg deed." Hoewel Van Doesburg als eindredac teur van het tijdschrift De Stijl van het begin tot het eind de drijvende kracht was achter de gelijknamige beweging, is zijn naam minder blijven leven dan die van kunstenaars als Mondriaan en Rietveld. "Hij dichtte en schreef soms wat proza, hij heeft aan architectuur gedaan en hij maakte ook wel schilde rijen, maar dat gebeurde eigenlijk tus sen neus en lippen door", vertelt Blot kamp. "Zijn kunstuitingen waren altijd losse flodders. Hij kon vooral goed organiseren en was heel initia tiefrijk, zowel door te schrijven als door op mensen af te stappen. Ook in het buitenland, al sprak hij de taal van zo'n land nauwelijks of niet. Hij heeft
Prof Carel Blotkam p: 'De invloed van de Stijl op veel neo-expressionistische grootheden van nu is groor, ook al zie je dat aan hun werk niet af' Peter W olters - A V C A U
er heel veel energie in gestoken om het blad overeind te houden en inter nationale bekendheid te geven. Dat is zijn grootste verdienste geweest. Bovendien schreef hij het voor een kwart vol." Begin jaren tachtig begeleidde Blot kamp, toen nog docent aan de Uni versiteit Utrecht, een afstudeerproject over De Stijl. Dat mondde uit in een aantal artikelen over de verschillende kunstenaars die in de periode 1917 1922 waren verbonden aan het tijd schrift De Stijl. In 1982, bij de ope ning van de grote tentoonstelling over De Stijl in het Stedelijk Museum in Amsterdam en het KróUerMöUermu seum in Otterlo, verschenen deze arti kelen gebundeld als De beginjaren van De Stijl 1917 - 1922. Dat boek is inmiddels in het Engels en Italiaans vertaald, en aan een Japanse vertaling wordt gewerkt. "Een aantal van ons bleef zich na ver schijnmg van het boek bezighouden met De Stijl", zegt Blotkamp, die vlak na de verschijning van De beginjaren in dienst kwam van de vu. "We hadden de behoefte om ook de vervolgjaren nog een keer uitgebreid te behande len. Daarom hebben we een subsidie aanvraag ingediend bij NWO en de vu. Die is gehonoreerd. De auteurs, voor een groot deel dezelfde als die van het eerste deel, hebben ruim een jaar parttime aan dit onderzoek gewerkt in dienst van de Vrije Universiteit. Daar naast hebben twee hoogleraren archi tectuurgeschiedenis van elders een bij drage geleverd zonder door de vu te
worden betaald." Omdat alle auteurs ook nog ander werk hadden, heeft het jaren geduurd voordat het boek hele maal afwas. De twee boeken over De Stijl onder redactie van Carel Blotkamp zijn zeker niet de eerste alomvattende wer ken over deze avantgardebeweging, maar verschillen wel van de eerdere publikaties. "In het verleden is er altijd heel generaliserend over deze beweging geschreven", aldus Blot kamp. "De filosofie van De Stijl werd steeds sterk opgehangen aan de theo rieën van Van Doesburg en Mondri aan. Wij wilden ook de verschillen tussen de werken en de ideeën van de betrokken kunstenaars naar voren halen. In de latere jaren van De Stijl, van 1922 tot het einde van de bewe ging in 1932, werden die steeds talrij ker. Het leek het calvinisme wel, met al z'n afscheidingen. Je zou de geschiedenis van De Stijl uitsluitend in termen van conflicten kunnen beschrijven, maar zo ver zijn we niet gegaan." Een eerste mijlpaal in de geschiedenis van de beweging is de oprichting van het tijdschrift De Stijl in 1917. Enkele Nederlandse beeldende kunstenaars en architecten willen via het blad begrip kweken voor hun abstracte kunst en sobere architectuur. Zij ver wachten dat hun kunstuitingen zullen versmelten en dat er een nieuwe, geïn tegreerde kunst zal ontstaan. Bij het blad sluiten zich een aantal kunstenaars aan. Zij vormen een beweging, die ook enkele keren een
manifest uitgeeft. Er zijn echter altijd wel een paar kunstenaars die weigeren hun handtekening onder zo'n mani fest te zetten omdat ze het niet eens zijn met de strekking ervan. "V anaf het begin is er, zeker onder de opper vlakte, onenigheid geweest, die varieerde van banale persoonlijke aard tot zeer principieel. De beweging is een interessante combinatie van idealisme en elkaar het licht in een ogen niet gunnen", meent Blotkamp. In de beginjaren staat de visie van Mondriaan, de oudste kunstenaar die bij het tijdschrift is betrokken, cen traal. "Hij meent dat kunst in een voortdurend zuiveringsproces is ver wikkeld en inmiddels het hoogste sta dium heeft bereikt, zodat kunstenaars zoals hij met hun kunst een zuiver beeld kunnen geven van hoe de wereld eruit zou moeten gaan zien", vat Blotkamp samen. Deze visie wordt door de een wat luchtiger opgevat dan door de ander en geleidelijk aan ont staan er verschillen in opvatting bin nen de bewegmg. Na een jaar begin nen de eerste kunstenaars alweer uit te treden en komen er nieuwe voor hen in de plaats. "Van Doesburg gaat als eindredacteur vanaf 1922 allerlei nieuwe mensen bij zijn blad betrekken", vertelt Blot kamp. "Zij worden dan doorgaans niet meer om principiële redenen aan getrokken, maar vormen meer een dwarsdoorsnede van de internationale avantgarde van de jaren twintig. Daarom kun je in de loop van de jaren twintig niet meer spreken van één stijl van De Stijl."
Schuine lijnen
Iv)
II»
H ^ ^^HHHiHHI^nÉ^ Ansichtkaart van het Bauhaus, een belangrijke kunstopleiding in Weim ar, m et com m entaar van Theo van Doesbui^. De opleiding was volgens de eindredacteur van De Stijl niet radicaal genoeg. van DoesburgArchief
Halverwege de jaren twintig zegt ook Mondriaan zijn medewerking aan het blad op. "Als aanleiding wordt door gaans gezien dat Van Doesburg schui ne lijnen in zijn composities gaat toe passen, terwijl Mondriaan vasthoudt aan strikt horizontale en verticale lij nen", aldus Blotkamp. "Maar daaron der ligt een veel dieper conflict: terwijl Mondriaan zijn kunst als eindpunt beschouwt, ziet Van Doesburg kunst als onderdeel van een continu proces van verandering. De schuine lijnen die hij gebruikt, staan symbool voor de dynamiek die in de hele cultuur aan wezig IS." "Omdat Van Doesburg Mondriaan nodig heeft als vlag voor zijn tijd schrift, verdoezelt hij aanvankelijk hun groeiende verschil in visie", vervolgt de hoogleraar. "Zij zitten ook niet zo dicht op eikaars lip, want Mondriaan woont vanaf 1919 in Parijs, waardoor de communicatie vooral schriftelijk verloopt. Pas als Van Doesburg daar in 1923 ook komt wonen, barst de bom. "Daarbij spelen ook heel banale zaken mee", zegt Blotkamp. "Je kunt je dat niet plat genoeg voorstellen. Mondiaan vindt het bijvoorbeeld niet
prettig dat van Doesburg zo vaak bij hem op bezoek komt en hij kan niet opschieten met Van Doesburgs piep jonge vrouw, een mooie, wilde meid van 21 die hem maar een ouwe zeur vindt." Zonder Mondriaan houdt V an Does burg het nog enkele jaren vol. In 1928 verschijnt het laatste reguliere num mer van De Stijl. Na de dood van Van Doesburg in 1931 wordt er op initia tief van zijn weduwe en een aantal oudmedewerkers begin 1932 alleen nog een herdenkingsnummer gepubli ceerd. Dan is het definitief met het blad en de beweging gedaan. Dat de beweging zo bekend werd, was niet te danken aan de oplage van het blad. In de hoogtijdagen van de bewe ging telde het tijdschrift hoogstens vijfhonderd abonnees, waarvan de helft ook nog eens gratis werd rondge stuurd. Dat de beweging ondanks dat een redelijke bekendheid genoot, hing samen met de provocerende stelling name van de kunstenaars die bij het blad waren betrokken. "Ze scholden bijvoorbeeld flink op bekende behou dende kunstenaars zoals Roland Holst, de belangrijke man van de monumentale kunst", vertelt Blot kamp. "En Van Doesburg zaaide onrust in Wetmar, waar zich het Bau haus bevond, een belangrijke kunstop leiding die volgens Van Doesburg niet radicaal genoeg was. Dat waren manieren om aandacht te trekken." Ook de betrokkenheid van Mondriaan bij de beweging droeg bij aan de bekendheid van De Stijl. "Mondriaan werd als een heel vreemd tj^e gezien en de waardering voor zijn werk was niet bijster groot, maar hij was ook tij dens zijn leven al wel een persoonlijk heid m de Nederlandse kunst", aldus Blotkamp. Pas in de jaren vijftig wordt Mondri aan in Europa erkend als gevestigde kunstenaar. Nog steeds zijn er kunste naars die m de lijn van De Stijl wer ken, maar veel zijn het er met. "De mvloed van de Stijl op veel neo expressionistische grootheden van nu is misschien nog wel groter, ook al zie je dat aan hun werk niet aP', meent Blotkamp. "Het is van betekenis op een onderliggend niveau. Misschien bewonderen ze de denkbeelden van deze beweging, maar geven ze er anders vorm aan. Maar ik denk dat ze vooral getroffen zijn door de radicali teit en visuele genchtheid van kunste naars als Mondriaan en het zeer rigoureuze beslissen dat het zus moet, en niet zo." Care! Blotkamp e a De vervolgjaren van De Stijl 1922 1932, Amsterdam, uitgeverij Veen, 1986, ISBN 90 254 0712 9, ƒ65.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's