Ad Valvas 1995-1996 - pagina 497
AD.VALVAS 4 APRIL 1996
PAGINA 1 1
V
—
Tconomen waarderen toegepast onderzoek te weinig' Hanne Obbink
Er bestaat een te grote kloof tus sen onderzoek op het gebied van enerzijds de fundamentele en anderzijds de toegepaste econo mie. Aan de universiteiten wordt het toegepaste onderzoek ten onrechte weinig gewaardeerd. Dat schrijft de Verkenningscommissie Economie, die vrijdag 29 maart haar rapport openbaar maakte. De commissie, onder leiding van oud premier R. Lubbers, wil sturing van het economisch onderzoek door de overheid voorkomen. Beter is het als de onderzoeks'markt' zijn werk kan doen. De verkenningscommissie had als opdracht na te gaan hoe het eco nomisch onderzoek in de toekomst in maatschappelijk en wetenschappelijk opzicht van belang kan zijn. Anders dan haar opdracht was, heeft de commissie ervoor gekozen géén inhoudelijke 'agenda' op te stellen voor het onderzoek van de toekomst, maar zich uitsluitend te richten op de organisatie van het onderzoek. De commissie ziet een scheiding tussen fundamenteel en toegepast econo misch onderzoek, die geen van beide ten goede komt. Het fundamentele onderzoek dreigt te verzanden in het opstellen van "elegante theorieën" die, door het ontbreken van de band met de praktijk, een "esoterisch karak ter" krijgen. Het toegepaste onderzoek dreigt het zicht te verliezen op nieuwe weten schappelijke verworvenheden. Dat zet de kwaliteit van dit onderzoek dat veelal buiten de universiteit wordt ver richt onder druk. De commissie doet aanbevelingen om dit euvel te verhel pen. Om te begmnen moet het econo mieonderwijs breed opgezet worden. De keus die studenten vroeg in de studie maken tussen economie en eco nometrie moet verdwijnen, en er moet meer aandacht besteed worden aan communicatieve vaardigheden en wer ken in teamverband. Dat de studie daardoor zwaarder wordt, is volgens de commissie geen bezwaar. Ook de aioopleiding moet breed zijn. Aio's moeten de kans knjgen in deel tijd mee te draaien in bednjfsleven of overheid. Dat bevordert de wisselwer king tussen fundamentele en toege paste economie en bereidt aio's tege lijk voor op een loopbaan buiten de wetenschap. Om dezelfde reden beveelt de commissie aan dat econo men soms eerst praktijkervaring
De Verkennings commissie Econom ie, onder leiding van oud premler R. Lubbers, vindt dat aio's de l<:ans m oeten krijgen In deeltijd m ee te draalen in het bedrijfsleven of bij de overlieid
Bram de Hollander
opdoen vóór zij aan promotieonder zoek begirmen. Fundamentele onderzoekers moeten minder eenzijdig beoordeeld worden op de reputatie die zij onder collega onderzoekers hebben, schrijft de com missie ook. Deze reputatie onder meer afgemeten aan citaties en publi katies in internationale tijdschriften bepaalt grotendeels de richting van het onderzoek, maar leidt de aandacht af van de praktijk.
Kritiek De vraag of fundamenteel onderzoek zich leent voor toepassing moet voor taan meegewogen worden in het oor deel over de kwaliteit ervan. De com missieLubbers heeft dan ook kritiek op de visitatiecommissie die eind vorig jaar de kwaliteit van het econo misch onderzoek beoordeelde. Het bedrijfseconomisch onderzoek kwam er toen nogal slecht af; maar, schrijft Lubbers nu, dat kwam vooral omdat de maatstaven van de visitatie die van "de gevestigde orde van het gilde van de internationale wetenschappers"
waren. Oog voor de praktijk was voor de visitatiecommissie geen criterium. De verkenningscommissie pleit ervoor fundamentele onderzoekers met "financiële prikkels" te dwingen zich meer aan de praktijk gelegen te laten liggen. Dat kan bijvoorbeeld door de tweede geldstroom (geld dat door onderzoeksorganisatie Nwo verdeeld wordt) en de derde geldstroom (geld dat verdiend wordt met opdrachten van buiten de universiteit) met elkaar te verbinden. Teams waarin econo men uit de fundamentele en de toege paste richting samenwerken zouden met geld uit beide stromen onderzoek moeten doen. Het werk van de commissieLubbers werd tijdens een bescheiden symposi um, afgelopen vrijdag aan de Vrije Universiteit, zeer kritisch ontvangen door de Overlegcommissie Verkennin gen (ocv), die de opdracht tot de ver kenning had gegeven. "Het is een mooi rapport, maar niet het rapport waar we om gevraagd hadden", zo vatte dr A.D. WolffAlbers, voorzitter van de ocv de kritiek samen.
De ocv had van Lubbers en de zijnen gevraagd inhoudelijk aan te geven waar het economieonderzoek zich in de toekomst mee bezig zou moeten houden zoals twee weken eerder ook de verkenningscommissie rechten voor haar vakgebied had gedaan. In een "startnotitie" werden zulke economi sche thema's inderdaad genoemd (onder meer milieu, globalisering, informatisering), maar vervolgens besloot de commissie die niet uit te werken.
Sturing De commissie was met name bang dat het aangeven van thema's ongewenste sturing van het economisch onderzoek zou uitlokken, legde voorzitter Lub bers vrijdag uit. De belangnjke the ma's komen door de werking van de onderzoeksmarkt vanzelf wel boven drijven. Volgens voorzitter WolffAlbers is het de ocv echter niet te doen om stu ring, maar om "het opnemen van de temperatuur" m een bepaalde disci pline. De ocv is in 1992 ingesteld
door minister Ritzen, met de opdracht uit te zoeken welke lange termijnprio riteiten in het Nederlandse onderzoek moeten gelden. De ocv zal in mei een rapport uit brengen op grond van de verkennin gen die inmiddels uitgevoerd zijn. In dat rapport zal gepleit worden voor een "zeer beperkte" rol van de over heid in het sturen van onderzoek. "Zelfregulermg is het meest effectief', aldus W olffAlbers. Minister Ritzen kondigde bij het ver schijnen van het rechtenrapport nog aan het onderzoek door middel van schuiven met geld te willen sturen. Dat is een oud plan, dat al eerder door de Tweede Kamer is verworpen. Hij wil het nu echter verder "scherpte geven". In september zal hij aangeven hoe hij zich dat voorstelt. (HOP)
''Druk om studie te staken neemt toe" De postmoderne student wil straks avondcursussen Binnen tien jaar is het missch ien gedaan met h et 'traditionele studeren'. "Het zal in leder geval enorm afnemen," zegt J. van Ravens, beleidsadviseur van de HBO-Raad. De student van de toekomst gaat werken en leren steeds meer combineren. Instellingen moeten hierop inspringen, vindt Van Ravens. Het aanbieden van flexibel onderwijs, kan namelijk een overlevingskans in de toekomst zijn.
Alice van der Plas
Op het ogenblik gaan scholieren afkomstig van het Havo en het vwo nog studeren op de 'traditionele' manier. Dat wil zeggen: fulltime en zonder al te grote onderbrekingen. "Maar traditioneel studeren wordt steeds duurder, terwijl de arbeids markt steeds meer lokt", zegt Van Ravens, die vorige week sprak op de conferentie 'Stimulansen tot studeren' in Amsterdam. Scholieren zullen mis schien meer geneigd zijn om meteen te gaan werken, is de schatting van de beleidsmedewerker. Het beleid van minister Ritzen is erop gericht om de studentenaantallen terug te dringen. Door de invoering van strengere regels voor studiefinan ciering, zoals de tempo en prestatie
beurs, lijkt hem dat aardig te lukken. De universiteiten hebben nu te maken met dalende studentenaantallen. Het wordt misschien niet zo aantrekkelijk meer voor scholieren om een fulltime studie te gaan doen, denkt Van Ravens. Daar staat tegenover dat het door demografische ontwikkelingen steeds makkelijker zal worden om al tijdens de studie of zelfs meteen na de mid delbare school een baan te vinden. Steeds meer sectoren van de Neder landse economie vergrijzen namelijk. De hoog opgeleide ouderen houden binnenkort op met werken. Er zijn echter minder achttienjarigen, die deze ouderen kunnen vervangen. Daardoor zullen bedrijven niet meer zulke hoge opleidingseisen stellen. Bedrijven zullen in de toekomst steeds
meerscholieren of studenten in dienst nemen om een dreigend personeelste kort op te vangen, denkt Van Ravens. Scholieren met het juiste vakkenpak ket en veel interesse kunnen zelfs meteen na de middelbare school in de leer komen. In de accountancy en de informaticabranche komt dat nu al voor. "Bedrijven vinden het niet erg om scholieren in dienst te nemen, want vaak moeten ze ook degenen die afgestudeerd zijn nog bijscholen." Een scholier die meteen is gaan werken, kan dan later nog besluiten om erbij te gaan studeren. Degenen die wel besluiten om meteen na de middelbare school te gaan stu deren, nemen een bijbaantje om het hoofd boven water te kunnen houden. Volgens Van Ravens zal ook het karakter van deze bijverdiensten in de toekomst veranderen. Hij ziet nu al dat informatici, accountants en eco nomen in plaats van bijvoorbeeld schoonmaakwerk steeds meer bijbaan tjes krijgen met een zogenaamd 'leer effect'. "Zo zijn studenten informatica nu al op zijn minst computerdokter in de familie of hebben ze de administra tie van het bednjf van hun oom opge zet." Ook zouden studenten steeds meer freelance klussen voor bedrijven opknappen. "Soms met een hele ver antwoordelijkheid. Studenten zijn dan onmisbaar voor zo'n bednjf," zegt Van Ravens, die twee jaar geleden
deel uitmaakte van de visitatiecom missie informatica in het HBO. "Er wordt soms druk uitgeoefend op de student om bij het bedrijf in dienst te komen en de studie maar niet meer af te maken." Van Ravens denkt dat dit ook in andere sectoren zal gaan spe len. Een student met een leerzame bijbaan
'Een student met een leerzame bijbaan is veel kritischer'
is veel kritischer. Volgens Van Ravens moeten de instellingen daarop inspringen. Anders verliezen zij stu denten aan particuliere onderwijsaan bieders. Belangrijk voorbeeld is de LOI, die bmnenkort ook erkende HBO opleidmgen gaat aanbieden. Het onderwijs aan de universiteiten en hogescholen moet flexibeler, zodat de student makkelijker kan werken naast zijn studie. Daarnaast moet het onderwijs ook m kunnen springen op een student die steeds kritischer wordt
doordat hij vaak al werk heeft in zijn vakgebied. "Een student in het tweede jaar moet bijvoorbeeld een vak uit het vierde jaar kunnen nemen, als de situ atie op de werkplek dit noodzakelijk maakt" zegt Van Ravens. "Of vakken van een andere opleiding." Nu legt de instelling nog in hoge mate zijn jaarrooster op aan de student. Maar in de toekomst zal dat mis schien wel andersom zijn, denkt Van Ravens. Dan gaat de student het ritme bepalen. Concreet zou dat bij voorbeeld kunnen betekenen dat een academisch jaar niet meer automa tisch m september begint en dat de openingstijden van een mstelling zul len veranderen. Van Ravens verwacht dan ook een comeback van de zoge naamde 'avondcursuscultuur' van de jaren zestig. Studeren was toen nog in grote mate voorbehouden aan de elite. De armere student werkte fulltime en ging 's avonds of in het weekend naar school. "Deze cultuur komt alleen wel in meer moderne vormen terug," zegt Van Ravens. "Zo kan het zijn dat de student vanuit de werkplek leert via de computer. Veel bedrijven hebben al zo'n leerplek." (HOP)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's