Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 605

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 605

10 minuten leestijd

AD VALVAS 30 MEI 1996

PAGINA 7

ik

Van Woord tot oor voor de wereld Met inloopcentra profileren kerken zich in dorp en stad Inioopcentra zijn in opkomst. Toen theoloog Sake Stoppels hierover zijn proefschrift schreef, telde Nederland er al tachtig. Maar de kerken weten van geen ophouden: inmiddels hebben zij er meer dan honderd het licht doen zien. Als afwasser, koffieschenker, barman en gast maakte Stoppels kennis met de 'ins' en 'outs' van dit fenomeen.

Frieda Pruim Voor zijn proefschrift over inloopcentra beperkte theoloog Sake Stoppels zich niet tot het bestuderen van gewichtige theologische werken in zijn kamertje op de vu; hij reisde ook het land door om het reilen en zeilen van enkele open huizen met eigen ogen te aanschouwen. Met inloopcentra bedoelt Stoppels het groeiende aantal "laagdrempelige gelegenheden waar iedereen kan binnenkomen voor ontmoeting, gesprek en een kop koffie", waarmee vooral protestantse kerken zich profileren in hun dorp of stad. Ten tijde van zijn onderzoek telde Stoppels er tachtig, maar inmiddels is het aantal inloophuizen in Nederland de honderd al gepasseerd. In het drukke inloopcentrum Oud West in Amsterdam schonk hij aan de lopende band koffie en waste hij af, in jongerencentrum Meet-Inn in Ede stond hij achter de bar en in Tiel en Lelystad zat hij voornamelijk tussen de andere gasten op de bank. Zijn belevenissen in deze vier centra beschrijft hij uitvoerig in zijn boek. Hij steekt daarbij zijn eigen mening niet onder stoelen of banken. Zo klikt het in Tiel minder dan in de andere onderzochte centra. De ouderen domineren, hij komt nauwelijks gastvrouwen en -heren tegen en sjoelen en handwerken zijn populair. Toen Stoppels aan zijn onderzoek begon, had hij het idee dat dat weinig te maken had met "waar het in een inloopcentrum uiteindelijk om zou moeten gaan". De relatie met het inloophuis in Lelystad daarentegen is "vanaf het allereerste contact hartelijk en plezierig" en in Amsterdam is er "grote openheid". "Het getuigt van wetenschappelijke integriteit om te zeggen: ik ben geen tabula rasa, maar een persoon met gevoelens", meent Stoppels. "In veel participerende observaties lees je niets over hoe de schrijver zich gevoeld heeft, terwijl dat wel degelijk het onderzoek kleurt. Dat kan niet anders. Net als dat voor anderen zou gelden, heb ik me op verschillende plekken heel verschillend gevoeld. Dat kunnen mensen meenemen in de waardering van mijn beschrijving." Hij erkent dat participerende observaties in een wetenschappelijke publikatie niet op zichzelf kunnen staan. "Maar als ins-

Sake Stoppels: 'Ik ben geen tabula rasa, maar een mens met gevoelens' trument naast andere instrumenten kunnen ze een goede dienst bewijzen." Stoppels koos ervoor de inloophuizen in Amsterdam, Ede, Tiel en Lelystad te portretteren, omdat deze centra in een aantal opzichten heel verschillend zijn: zij bedienen verschillende doelgroepen, staan in een andere omgeving en hebben een uiteenlopende achterban. Terwijl men in Ede vreest dat de onderzoeker niet in staat zal zijn om tegenover een bezoeker van zijn geloof te getuigen, gaan bij de medewerkers in Amsterdam de haren al recht overeind staan van het woord 'missionair' in de brief waarin Stoppels zijn onderzoek toelicht. Met name het grote aantal buiten- en randkerkelijke medewerkers is als de dood dat zijn onderzoek te kerkelijk zal zijn.

Evangelie Uit een enquête die de onderzoeker hield onder de medewerkers van een groot aantal inloopcentra, blijkt dat de meeste medewerkers van inloophuizen hun werk niet aanduiden met kerkelijke of christelijke begrippen. Tegelijkertijd heeft volgens de meesten van hen het werk te maken met datgene waar het in hun ogen in het evangelie

ten diepste om gaat. Hoe valt dat te rijmen? Stoppels: "Mensen kunnen hun werk als heel evangelisch ervaren zonder dat ze uit de voeten kunnen met allerlei klassiek kerkelijke begrippen die daar van oudsher voor werden gebruikt zoals pastoraat, diakonaat, missionair werk en evangelisatie. Die begrippen worden door de kerk nog overeind gehouden, maar in een inloophuis gaan ze naadloos in elkaar over. Mensen die daar werken, zoeken daarom naar andere woorden. Zij komen vooral op de proppen met het begrip gastvrijhfiid om hun werk te typeren." Maar gastvrijheid klinkt eenvoudiger dan het is, zo blijkt uit Stoppels' proefschrift. "De kerken pretenderen dat de inloophuizen voor iedereen zijn, maar in werkelijkheid trekken zij voornamelijk mensen aan de rand van de samenleving aan", legt hij uit. "Veel medewerkers typeren de bezoekers aan de hand van problemen. Ze willen geen hulpverleners zijn, maar vervallen vaak wel in die houding en zeggen dat ze zelf niet naar een inloophuis zouden gaan. Dat wijst op ongelijkheid. Medewerkers zouden moeten erkennen dat de startsituatie ongelijk is, maar zouden vervolgens wel moeten streven naar ontvangen

Sake Stoppels neemt stelling "Het pleit niet voor de vu dat besloten is stellingen niet langer deel uit te laten xnaken van een te verdedigen proefschrift", stelt Sake Stoppels in zijn 'Stellingen, NIET behorend bij het proefschrift Gastvrijheid. Het inloopcentrum als vorm van kerkelijke presentie. "Stellingen behoeven niet bij een proefschrift te behoren om er toch aan toegevoegd te worden", vervolgt hij, en hij heeft de daad bij het woord gevoegd. Ze zijn opgenomen in de uitnodiging om zijn promotie op 30 mei bij te wonen. "Ik geniet altijd van spitsvondige stellingen uit proefschriften die in de krant worden gepubliceerd", licht de promovendus toe. "Van de vu hoor je nooit meer iets sinds het verboden is om stellingen aan je proefschrift toe te voegen. Dat vind ik publicitair niet sterk. Bovendien biedt het formuleren van stellingen je de mogelijkheid om buiten je vakgebied te kijken. Dat dat nu niet meer kan, vind ik een verenging." "Met een serieuze stelling, die controversieel en puntig dient te zijn, ben je wel een week zoet", verklaart rector-magnificus prof.dr E. Boeker het verbod op het produceren van stellingen dat twee jaar

geleden van kracht werd. "Het formuleren van zes stellingen buiten je vakgebied zou een promovendus dus zes weken extra kosten. Dat is onverantwoord in deze tijd waarin promoveren zo snel mogelijk moet." Ook het bedroevend lage niveau van een aantal stellingen heeft bijgedragen tot afschaffing ervan. Een stelling is er imtners om verdedigd te worden, meent Boeker, en dat stelt eisen aan het niveau. Bij wijze van protestactie heeft Stoppels zestien stellingen bedacht waaraan hij zeker geen zestien weken heeft besteed en die dan ook niet voor verdediging in aanmerking komen. "Hiermee zou ik onmiddellijk door de mand vallen", erkent hij volmondig. "Promoveren is zo'n serieuze zaak", vindt hij. "Ik wUde daar iets ontspannends aan toevoegen." Zo luidt stelling vijf: "Het gebruik van de wijvorxn in wetenschappelijke publikaties, wanneer er sprake is van slechts één auteur, wijst erop dat het proces van individuaUsering in de wetenschap nog niet is voltooid." (FP)

Bram de Hollander

over en weer. Het is belangrijk om ook deze mensen als begaafd te beschouwen." Gastvrijheid moet niet opdringerig zijn, maar dat wil volgens Stoppels nog niet zeggen dat je bezoekers niet vertelt bij wie ze te gast zijn. "Het kan geen kwaad te laten zien dat je als kerk gastvrij bent, zonder mensen iets door de strot te duwen. Vroeger zei de kerk: 'wij hebben een Woord voor de wereld'. In de inloopcentra is dat vaak geworden tot: 'wij hebben een oor voor de wereld'. Dat hele triomfantelijke 'Woord voor de wereld' moet nooit meer terugkomen, maar we hoeven ook niet te verhullen dat we iets in huis hebben dat ons goed doet en mogelijkerwijze anderen ook goed zou kunnen doen. Ik pleit dus enerzijds voor een grote gereserveerdheid ten aanzien van het evangelie, maar aan de andere kant de bereidheid bij mensen die op zoek zijn naar de verworteling van hun bestaan het evangelie ter sprake te brengen als een mogelijke bron daarvoor. Uit de enquêtes die ik heb gehouden blijkt namelijk dat bezoekers opvallend vaak met vragen komen over geloof en zingeving."

Tegencultuur In de meeste inloophuizen wordt geen programma aangeboden. "Je kunt dat zien als een tegencultuur van de kerk in een tijd waarin zelfs buurthuizen op hun produktie worden afgerekend", zegt Stoppels. "De kracht van de inloopcentra zit 'm juist in de improduktiviteit. Voor zover ik weet, organiseren alleen de kerken zoiets. Ik vraag me af wie dat werk zouden kunnen overnemen als de kerken wegvallen. De overheid doet een hoop, maar particulier initiatief op een wat grotere schaal zie ik niet." Toch toont onderzoek uit 1990 aan dat kerkdijken mtoleranter tegenover 'vreemden' staan dan onkerkelijken. Hoe verklaart Stoppels het dat juist die kerken gastvrijheid bieden aan deze 'vreemden'? "De kerk heeft daarin een soort dubbelheid", legt hi) uit. "Enerzijds is er het appèl vanuit het evangelie om gastvrij te zijn tegenover de vreemdeling. Aan de andere kant wordt de kerk beleefd als een bastion, een veilige haven, met angst voor alles wat vreemd is. De sociologen duiijen dat dilemma aan met comfort en challenge: het enerzijds beschuttende en anderzijds uitdagende van de kerk." Terugkijkend op zijn rondgang langs

de verschillende inloophuizen, heeft de eenzaamheid van de bezoekers de meeste indruk op Stoppels gemaakt. "Het kopje koffie dat in een inloophuis wordt aangeboden aan de gasten, wordt nog wel eens gebagatelliseerd, maar ik ben veel mensen tegengekomen voor wie het helemaal niet zo gewoon is om koffie aangeboden te krijgen. Zelf vond ik het prettiger om op plekken te zijn waar ik een kop koffie kon kopen, want daardoor had ik het gevoel met recht een stoel te bezetten, maar dat geldt niet voor alle bezoekers. Volgens een beroepskracht worden inloopcentra vooral bevolkt door mensen die "de schaamte voorbij" zijn. Zij willen wel voor een probleemgeval doorgaan als daar een kop koffie tegenover staat. Ondanks dat hebben zij een grote overlevingsdrang. Dat vond ik heel indrukwekkend. Het stigma van inloophuizen is dat zij bedoeld zijn voor kneusjes. Vanuit burgerlijk perspectief is dat in zekere zin ook zo. Maar daarmee ontken je dat deze mensen vaak een enorme weerbaarheid hebben." Stoppels kwam erachter dat de meeste gasten ook de weg weten te vinden naar andere inloopcentra, buurthuizen en cafetaria, terwijl veel medewerkers van inloophuizen denken dat ze zich * richten op mensen die elders niet komen. "Het zijn mensen die het vermogen hebben om drempels over te gaan. Mensen die zitten te verpieteren achter de geraniums, worden ook door de inloophuizen niet bereikt. Dat moet een tegenvaller voor hen zijn." Een andere tegenvaller is dat niet elk inloophuis automatisch een succes is. Een centrum dat werd geopend in een nieuwbouwwijk met nogal wat koopwoningen en tweeverdieners en een zeer lage werkloosheid, liep voor geen kant. En ook in een inloophuis in een dorp met een paar duizend inwoners bleef het angstvallig stil: de gemeenschap was te klein om de anonimiteit van de gasten te kunnen waarborgen. "Omdat de inloophuizen op een aantal plekken goed lopen, worden de kerken overmoedig", signaleert Stoppels. "Maar een inloophuis is niet het recept om de kerk weer een plaats te geven in de maatschappij. Het is een recept dat op sommige plekken werkt en op andere helemaal niet." Sake Stoppels, Gastvrijheid Het inloopcentrum als vorm van kerkelijke presentie, Kok. Kampen 1996, ISBN 90 242 7906 2, prijs f 49,50

f'

I ^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 605

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's