Ad Valvas 1995-1996 - pagina 240
AD VALVAS 30 NOVEMBER 1995
PAGINA 8
Vergrijzing De gemiddelde leeftijd op de VU stijgt sterk De vu vergrijst. En snel ook. Vorig jaar steeg de leeftijd van de gemiddelde vu-werknemer voor het eerst tot boven de veertig jaar. Inmiddels zijn er meer vijftig-plussers dan dertig-minners. Een ontwikkeling die, zoals het er nu naar uitziet, nog lang niet ten einde is. Een overzicht van de vergrijzing en de 'ontgroening' van de vu.
Jonge garde:'Geef ons een eerlijke kans' et probleem ligt niet zozeer bij de vele grijze haren, betoogt de jonge garde, maar bij het personeelsbeleid van de universiteit. Niet geld, maar kwaliteit moet uitgangspunt worden, zegt de studentenvakbond. En de assistenten-in-opleiding vechten tegen een m o d e m concept: het aioschap als eindstation.
Voorzitter Mike Riegel van de Landelijke Studentenvakbond (Lsvb) valt niet achterover van verbazing als hij de cijfers over vergrijzing op de universiteit onder ogen krijgt. De vtrstudent noemt het een onvermijdelijk gevolg van het 'first-in-first-out-pnndpe' dat de huidige bezuinigingen begeleidt. Maar de grijze koppen eerder wegsturen, ziet Riegel niet als remedie. "Je kunt niet iemand zomaar de VUT insturen." Wel moeten jonge wetenschappers volgens hem een eerlijke kans krijgen. En het huidige personeelsbeleid geeft ze die niet. Riegel: "Er wordt op dit moment niet geselecteerd op basis van kwaliteiten maar op basis van financiële motieven. Een oudere werknemer ontslaan is voor de universiteit een stuk duurder vanwege de wachtgeldregeling. Jongeren zijn daarvan de dupe. Dat is geen goede gang van zaken." De juiste persoon op de juiste plaats, dat moet volgens Riegel uitgangspunt worden van personeelsbeleid. Zodat
de docent die zijn studenten niet weet te boeien, een andere fimctie krijgt. En zodat de onderzoeker die weinig presteert, zich met andere zaken gaat bemoeien. Dan pas krijgen jonge wetenschappers een eerlijke kans, aldus Riegel. Het ziet er echter niet naar uit dat jonge onderzoekers erop vooruit zullen gaan. Integendeel: steeds meer universiteiten pakken de post wachtgelden aan door onderzoeksassistenten de status van werknemer te ontnemen, zodat zij niet langer op de begroting drukken. De vtJ heeft het voorbeeld van Groningen, Leiden, Utrecht en de tJvA nog niet gevolgd. Maar het college van bestuur heeft al wel te kermen gegeven het aio-stelsel te duur en te omslachtig te vinden. Aan een gemiddelde aio is de vtJ zestien maanden aan uitkering kwijt.
Doorstroming De aio's zelf zien de oplossing liever in een betere doorstroming van onderzoekers. Uit landelijke cijfers blijkt dat minder dan tien procent van de gepromoveerden op de universiteit terecht kan. Vice-voorzitter Janet Bijl van het aio-overleg van de vu: "Er ligt een voorstel van onze kant bij het college: stel nou minder aio's aan en zorg dat diezelfde aio's na hun promotie kunnen doorstromen binnen de universiteit. Dan hoef je minder wachtgelden uit te keren."
Maar aio's zijn goedkoper dan gepromoveerde onderzoekers, weet Bijl. "Op dit moment wordt onderzoek waaraan een zeker risico vastzit, nog te vaak aan beginnende wetenschappers overgelaten. Terwijl de kans dat dit soort onderzoek slaagt groter is als je er een gepromoveerde onderzoeker op zet." Het college heeft het voorstel van de aio's om de doorstroming van beginnende onderzoekers te verbeteren, al naast zich neer gelegd. Bijl: "Het college zei ons dat we niet moesten verwachten dat de universiteit ons na de promotie een baan biedt. Daar is ze niet voor. De promotie moeten we volgens het college zien als eindpunt, als een afronding, in die zin dat je dan volwaardig onderzoeker bent. Dat hebben ze letterlijk zo gezegd." Het college heeft verklaard zich überhaupt niet te willen bemoeien met de aanstelling van nieuwe onderzoekers. Dat is een zaak van de faculteiten, zeggen de universitaire bestuurders. Niefalleen beginners worden getroffen door de vergrijzing van het universitair personeel. Het is onontkoombaar dat het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek erop achteruitgaan, waarschuwt de jonge garde. "Irmovaties in het onderwijs hebben natuurlijk veel minder kans van slagen bij mensen die al zo lang op een vaste plek zitten", zegt vakbondsvoorzitter Riegel. "Probeer maar eens een goed mentortutorsysteem in te voeren bij docenten
die niet anders gewend zijn dan jaar in jaar uit hun lessen te geven in de vorm van hoor- en werkcolleges." En innovaties behoren op de universiteit toch allesbehalve een bijzaak te zijn, betoogt Riegel. "Het gaat om wetenschap, die behoort vernieuwend te zijn. Op de universiteit probeer je toch onderzoekers op te leiden: mensen met een drang naar vernieuwing." Radboudt van Trigt van de Progressieve Kiesvereniging (PKV) van vu-studenten gelooft dat jonge knappe koppen de universiteit snel vaarwel zullen zeggen als promovendi niet meer krijgen dan een beurs. "Het ligt voor de hand dat de beste studenten dan in het bedrijfsleven verdwijnen en dat de mensen die niet zo gemakkelijk een baan kunnen vinden, wetenschappelijk onderzoeker worden. Vergeet niet: studenten van nu zijn ontzettend berekenend; ze kiezen van alle mogelijkheden de beste eruit." In een vorig jaar gehouden enquête onder promovendi op de vu zegt 62 procent van de aio's inderdaad voor een andere baan te zullen kiezen als hun de werknemerstatus wordt ontnomen. "Natuurlijk zal de kwaliteit van het onderzoek lijden onder zo'n beursstelsel", beaamt Bijl van het aio-overleg. "Goede onderzoekers, die het voor het kiezen hebben, zullen kiezen voor een baan in het bedrijfsleven."
leeftijd
40
30
Martine Zuidweg Peter Boerman
H
50
•91
'92
'93
'94
In drie jaar vijftien maanden ouder In drie Jaar tijd is de gemiddelde leeftijd van het vu-personeel met bijna vijftien maanden gestegen. In 1991 was de gemiddelde leeftijd nog 39 jaar en drie maanden. In 1994 passeerde de gemiddelde vu-werknemer voor het eerst de veertig. Doordat er steeds minder twintigers en dertigers op de universiteit werken, ligt de gemiddelde leeftijd nu op 40 jaar en zes maanden. Vooral het gemak waarmee de drempel van veertig jaar werd genomen, is opvallend. Voorheen nam de gemiddelde leeftijd van het vu-personeel jaarlijks vrij stabiel toe met zo'n vier maanden. Maar juist het laatste jaar is de stijging veel groter. In 1993 was de gemiddelde vuwerknemer nog maar 39 jaar en tien maanden; een jaar later was hij ruim acht maanden ouder. Dat komt vooral doordat het aandeel vijftig-plussers de laatste jaren sterk is gestegen en het aantal twintigers sterk gedaald. In 1991 maakten de twintigers nog 23 procent van het totaal uit, in '94 was dat teruggelopen tot onder de twintig procent. Het aandeel vijftig-plussers nam daarentegen toe van 16,3 procent in 1991 tot 21,5 procent in 1994.
TmW VU Nederland
De grafieken zijn gebaseerd op cijfers uit: Personeel in cijfers, 1994. Een uitgave van de dienst Personeelszaken
%
<30 <35 <40 <45 <50 <55 <60 <65
Oudere jongere sterk vertegenwoordigd
Meer vijftig-plus dan dertig-min
Wie de bevolkingsopbouw van Nederland naast die van de vu legt, ziet opmerkelijke verschillen. Slechts gelet op iedereen tussen de 25 en 65 jaar zijn aan de vu de groepen tussen de 35 en 55 jaar verhoudingsgewijs erg sterk vertegenwoordigd (grijze balken in de grafiek). Het merendeel van die groep heeft een vaste aanstelling. Dat door 'natuurlijk verloop' binnenkort veel plaatsen vrijkomen is dus niet waarschijnlijk. Als de regelingen om vervroegd uit te treden.
De gemiddelde vu-werknemer was in 1994 voor het eerst ouder dan veertig. De omvang van de leeftijdsgroepen tot 40 jaar neemt gestaag af. Het aantal mensen tussen de 40 en 50 blijft vrij constant, terwijl vooral de groep vijftig-plussers toeneemt. Van de ruim vierduizend personeelsleden die de vu in '94 telde, was slechts een op de achttien onder de vijfentwintig en een op de vijf jonger dan dertig. De groep vijftig-plussers is nu voor het eerst groter dan de groep onder de dertig. Bijna vijfhonderd vu-medewerkers zitten tussen de 50 en 55 en nog eens zo'n driehonderd tussen de 55 en 60. Hoewel (nu nog) vut-gerechtigd, werken er bovendien nog ruim honderd zestig-plussers. Per vijfjaar bekeken is de groep 30- tot 35-jarigen overigens het grootst, op de voet gevolgd door de groep 45 tot 50.
zoals verwacht, ophouden te bestaan, duurt het nog minstens tien jaar voor de eerste grote bulk ouderen pensioneert. De groep die wèl binnen tien jaar de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar bereikt, is aan de vu zelfs relatief slecht vertegenwoordigd. Met de 'ontgroening' van de vu valt het overigens nog mee. Hoewel er steeds .^minder jongeren worden aangenomen, maken de 25- tot 35-jarigen op de vu toch nog een even groot deel uit van de
bevolking als in heel Nederland: ruim dertig procent van iedereen tussen de 25 en 65 jaar. Bron. Personeel in cijfers 1994, Centraal Bureau voor de statistiek. Voor deze grafiek is het totaal aantal personen tussen de 25 en 65 jaar op 100 gesteld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's