Ad Valvas 1995-1996 - pagina 420
AD VALVAS 29 FEBRUARI 1996
PAGINA 10
Van Kemenade: 'Hij kon erg vasthoudend zijn' J.A. Van Kemenade
Met Harry Brinkman vertrekt de meest ervaren bestuurder uit het hoger onderwijs. Ik heb zijn ideeën over de ontwikkeling van de universiteiten altijd zeer helder gevonden. Over zijn opvattingen bestond nooit een enkel misver stand en hij kon erg vasthoudend zijn. Toch was hij ook bereid tot luisteren naar andere geluiden om dan eventueel zijn mening bij te stellen. Hij werkte nooit polarise rend, maar effectief en resultaat gericht. Hij had een heel scherp gevoel voor de verantwoordelijkheid van de over heid en tot hoever die strekte. Ik her inner mij een vergadering met mmis ter Deetman en directeurgeneraal In 't Veld over de bezuinigingsoperatie TVC. De minister wilde dat de colleges van bestuur zelf mvulhng zouden geven aan de bezumigmgsdoelstelling, maar Brinkman zei direct dat hij zich niet voor de kar van de minister liet spannen. De overheid moest niet den ken dat zi) haar eigen verantwoorde lijkheden kon afschuiven naar de autonome mstellingen. Bnnkman was altijd uit op een duide lijke markering van die publieke ver antwoordelijkheid en de autonome verantwoordelijkheid van instellingen, ook al werden ze voor honderd pro cent door de overheid gefinancierd. Het betekende dus niet dat hij onder alle omstandigheden de absolute auto nomie van instellingen voorstond. Hij was er alleen voortdurend alert op of de overheid zich niet te indringend bemoeide met de universiteiten dan wel het juist liet afweten. Zijn opvattingen over de verhouding publiekautonoom heeft hij verdedigd ongeacht welke mmister of politieke stroming aan het bewind was. Hij zocht nooit de persoonlijke lobby. Van vnendjespolitiek moest hij niets heb ben, omdat hij vond dat zaken via een politieke afwegmg tot stand moeten
m
I^^H
1 Hm 1
^^^^^^1
l^^^^l
^^^^^^^^^HHI ^^^^^^^^^HH^HI K^BRIQ^^SWipS^. ^^^^^^^Kmi^ B B B ^ M M \ j4
fli
t^ÊM m llil
! ^ * t
p
n
H
vmmÊÊÊÊHKi^ H F
t
il T^ .^.
li
^pppr
m
W ">
1 .?
^'1
^^^nï
mWauJri Prof .dr Van Kemenade (links) en drs Wim Deetman in 1 9 8 3
komen en niet afhankelijk moeten zijn van regelarij en individuen. Dat maakt alleen maar kwetsbaar. Met zijn afkeer van willekeur en vriendjespolitiek en zijn opvattingen over publieke verant woordelijkheid binnen eigen grenzen, staat hij onmiskenbaar binnen de tra ditie van de AntiRevolutionaire Partij, al heb ik geen idee of hij daar ooit lid van is geweest.
Levensovertuiging Ik denk dat Brinkman en ik in hoofd lijnen hetzelfde denken over het hoger onderwijs. Of het nu gaat over de structuur van de opbouw van studies of over de noodzaak dat universiteiten
Bram de Hollander
zelf hun kwaliteit bewaken en daar ook om vragen door visitaties. Ook over studiefinanciering waren we het eens. Zo waren we beiden ongelukkig met het invoeren van de basisbeurs. In 1988 heb ik bij mijn afscheid als collegevoorzitter van de Universiteit van Amsterdam gepleit voor een ander universitair bestuursmodel, met een soort raad van toezicht. Ook daar blijken we elkaar te hebben gevonden, want zo'n orgaan komt er nu aan de Vrije Universiteit. Waar we het ongetwijfeld niet over eens zijn is de noodzaak van bijzonde re instellingen voor hoger onderwijs (primair onderwijs is een andere
zaak). Ik vind het belangrijk om bin nen het hoger onderwijs waarden, normen en levensovertuigingen te laten doorklinken in de opleiding, maar dat behoort op alle universitei ten te gebeuren. Voor de emancipatie van de protestantschristelijke zuil is de Vrije Universiteit erg belangrijk geweest, maar anno 1996 lijkt het mij niet meer nodig om bijzondere imiver siteiten op te richten die gevoed wor den door een bepaalde geloofsovertui ging. Nu de Vrije Universiteit er een maal is, wil ik haar bestaansrecht ove ngens niet betwisten. Brinkman was bepaald geen universi taire bestuurder die alleen naar de
belangen van zijn eigen instelling keek. Hij had ook oog voor goede ver houdingen tussen universiteiten onderling. Verder was hij van mening dat een universiteit een.taak had ten opzichte van de buitenwereld en mogelijk vond hij daarin een deel van de christelijke identiteit terug. De Vrije Universiteit heeft misschien wel het meest van alle universiteiten gedaan aan samenwerking en onder steuning van academische ontwikke lingen in ontwikkelingslanden. Ik heb altijd veel waardering gehad voor Brinkmans overtuiging dat universitei ten een taak en roeping hebben met betrekking tot deze landen. Hij vond het een absolute noodzaak om daar waar mogelijk bij te dragen tot de ont wikkeling van onderwijs, kennis en onderzoek. Hij heeft het lef gehad om door te gaan met ondersteuning van universi teiten in ZuidAfnka, in de tijd dat dat tegen de stroom in was. Ik geloof dan ook dat Brinkman gelijk heeft gehad toen hij zich verzette tegen een breuk met de blanke universiteit van Potchefstroom. Natuurlijk kun je een systeem veranderen door pressiemid delen zoals culturele en economische boycots, maar tegelijkertijd moet je in dialoog blijven om mensen te kunnen overtuigen. Je moet dan een meer dualistische houding innemen dan zeker in de jaren zeventig wel eens het geval IS geweest. Dat de Vrije Univer siteit altijd zwarte universiteiten heeft gesteund, heeft ertoe bijgedragen dat er in ZuidAfrika onder de zwarte bevolking ruimte is gekomen voor de ontwikkeling van een academisch kader. Daardoor kunnen zwarten nu een rol spelen in besturen en maat schappelijke organisaties. De auteur is commissaris der koningin in Noord Holland Als minister van onderwijs en wetenschappen (van 19731977 en van 19811982) als collegevoorzitter van de Universiteit van Amsterdam (1984-88) en als voorzitter van het bestuur van de Nuffic de organisatie voor ontwikkelingssamenwerking van de Nederlandse universiteiten, heeft hij Brinkman meegemaakt
Minister dr A. Pais in 1 9 8 2 : 'Soms leek het of hij een goeie mop wel zou l<unnen waarderen onder het genot van een gereformeerd dranl<je' Bram de Hollander
Pais: 'Mij spral( iiij steeds ernstig toe' A. Pa s G. Klein wordt in 1 9 7 4 door vu-studenten 'warm' onthaald
Klein: 'Zijn openlieid was verkwikkend' G. K e n
E. de Kam
Een gereformeerde dominee, dacht ik toen ik hem voor het eerst zag. Misschien zelfs enig artikel K , 0 , (kerkelijke orde) onderhoudend. Ook z'n stemge luid leek me een geval van typecas ting: somber, maar met een ondertoon van hoop, moeiteloos het schip van een kerk vullend. Welke baaierd van wetenschap achter z'n doctorandustitel schuil ging, wist ik niet. Weet ik nog niet, maar theologie dringt zich op.
Aan de samenwerking met de Vrije Universiteit, in zonderheid het college van bestuur, gedurende de jaren 1973'77 bewaar ik de beste herinneringen: zake hjk, straight en ontspannen. De heer Brinkman die toen, naar ik meen, het jong ste lid van het college was, leverde een wel zeer grote bijdrage aan het scheppen In m'n herinnering zijn z'n bijdragen van die sfeer: zijn openheid was verkwikkend. Bovendien was hij een geboren aan discussies steevast in mineur bestuurder. Kortom: iemand die ik als een fijn persoon heb leren kennen. getoonzet. JVlij sprak hij steeds ernstig toe, met af en toe iets van verwachting G Klem was van 19731977 staatssecretaris met de portefeuille hoger onderwijs in z'n stem, zoals men een nog niet geheel opgegeven geval benadert.
Maar somberheid bleef troef. Merkwaardigerwijs was z'n oogopslag daarmee soms in tegenspraak. Dan leek het even of hij een goeie mop wel zou kunnen waarderen onder het genot van een gereformeerd drankje waarvoor zoveel had ik al van mijn CDAcollega's geleerd oude of jonge klare het meest in aanmerking kwam. Maar die momenten van genade duurden maar kort en snel hervond hij z'n vertrouwde rol, die nu eenmaal in het zwart gekleed ging. We spraken meestal over geld, de ver maning van 1 Timotheus aan onze laarzen lappend. Hij voerde vaak het woord namens de gezamenlijke uni versiteiten en met de gebundelde onaantastbaarheid van die burchten van wetenschap deponeerde hij de ene na de andere financiële claim op het bordje, dat ik, als minister van O. W., maar beliefde te vullen. Levendig staat me nog een wintervergadermg
met collegevoorzitters voor de geest waar hij in de diepste zwarten schetste hoe het universitaire bedrijf in Nederland in ontreddenng zou gera ken wanneer ik niet omgaand met vijf tig miljoen voor stookkosten over de brug zou komen. Aangezien ik die vijftig miljoen niet had, moest ik hem teleurstellen. De universiteiten hebben het overigens overleefd. Laatst kwam ik Brinkman weer tegen. Op een afscheidsreceptie, zoals past bij onze jaargang. Hij leek me wat opgewekter dan vroeger. Misschien was het vooruitzicht van binnenkort lekker veel vrije tijd plus aangenaam pensioen wel verlokkend. We begroet ten elkaar recht hartelijk en spraken de hoop uit elkaar gauw weer te zien. Deo volente zal dat op 29 februari a.s. gebeuren. A Pais was van 1977 tot 1981 minister van onderwijs
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's