Ad Valvas 1995-1996 - pagina 95
PAGINA 3
I A D VALVAS 28 SEPTEMBER 1995
iSCW-vrouwen willen meer macht en banen
_i
Dirk de Hoog "Iedereen moet een aanstelling voor vijf jaar krijgen en daarna opnieuw naar zijn of haar functie solliciteren. D a n krijgen vrouwen, die meestal nieuwkomers zijn binnen een organisatie, tenminste gelijke kansen ten opzichte van de al zittende mensen." Dit bepleitte organisatiedeskundige dr Attie de Jong vorige week woensdag op de studiemiddag over positieve actie die de faculteit scw organiseerde.
Prof.dr Jeanne de Bruijn: 'Huidige arbeidsbestel leidt tot krankzinnige Mtuatles voor vrouwen'
Bram de Hollander
De studiemiddag was georganiseerd met een deel van de opbrengst van de vu-stimuleringsprijs positieve actie ter grootte van 15 duizend gulden die de faculteit vorig jaar won. De meeste vrouwelijke docenten op de faculteit zien in de praktijk nog niet veel van emancipatie terug. Docente dr M.H.G. den Uyl startte bijvoorbeeld direct na het uitreiken van de prijs een actie om de aandacht erop te vestigen dat bijna alle vrouwelijke docenten een tijdelijke aanstelling hebben en bij de ophanden zijnde reorganisatie op straat dreigen te komen staan. De faculteit telt in formatieplaatsen anderhalve vrouwelijke hoogleraar tegenover 10,61 mannen, nul universitaire hoofddocentes (8,6 mannen) en 7,01 docentes tegenover 32,32 docenten. De vrouwen zitten bovendien vooral bij onderdelen bitmen de faculteit die zich met vrouwenstudies bezighouden. En de toekomst van de sectie beleid, cultuur en seksevraagstukken is allerminst zeker. De faculteit moet reorganiseren omdat vooral de instroom van HBO studenten stagneert. De decaan van de faculteit, prof.dr G.W. Noomen, schetste tijdens de discussiedag het dilemma waar universitaire bestuurders in tijden van bezuiniging voor staan. "Er moeten mensen weg. Aan de ene kant zit er een vijftigplusser die nog op één pitje naar het pensioen toewerkt en aan de andere kant is er een veelbelovend talent, een vrouw die met vier pitten aan op een
£R verdeeld over strengere aanpak werkloze afgestudeerden
tijdelijk contract werkt. In de huidige constellatie is het de vrouw die eruitgaat." Noomen zei in het kader van de lopende reorganisatie met zo'n dertig wat oudere werknemers gesproken te hebben over de mogelijkheden vrijwillig te vertrekken of een andere functie te aanvaarden. "Ik heb nog nooit zoveel mensen gesproken die zoveel plezier in hun werk hebben", zei de decaan om uit te leggen dat de gesprekken nagenoeg niets hadden opgeleverd. Het zal dus nog moeilijk worden voor de vrouwen om zich binnen te vechten. Een spreekster van het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschappen gaf aan dat het ook anders kan bij reorganisaties. Bij het ministerie werden formeel alle medewerkers ontslagen en iedereen moest opnieuw naar een functie solliciteren. Daarbij was vooraf afgesproken dat het percentage vrouwen na de reorganisatie niet lager mocht zijn dan daarvoor. Bovendien werden vrouwen gestimuleerd naar hogere fiancties te solliciteren. Voor vrouwen werd de reorganisatie een succes. Hun aandeel binnen de organisatie steeg tot boven de dertig procent.
Evalueren Een andere spreekster, dr Attie de Jong, van een organisatiebureau dat gespecialiseerd is in het begeleiden van positieve actie, zei dan ook dat er voor vrouwen van "alles mogelijk is als men maar wil". Zo zou het volgens haar best mogelijk zijn iedereen een aanstelling voor vijf jaar te geven en na afloop van die termijn te evalueren of opnieuw een aanstelling zal volgen. "Dan hebben vrouwen tenminste ook een kans een organisatie binnen te komen die wordt gedomineerd door marmen van boven de veertig jaar in vaste dienst." Hoogleraar vrouwenstudies prof.dr J.G.M, de Bruijn wilde niet gelijk pleiten voor het overnemen van de suggestie voor vijfjarige contracten, maar ziet wel problemen met het huidige arbeidsbestel. "De ambtenarenstatus van wetenschappers maakt het stelsel heel rigide. Er is nauwelijks mobiliteit.
waardoor vrouwen niet echt aan de bak komen. En soms werkt de sociale zekerheid zelfs in het nadeel van werkneemsters. Zo mogen mensen maar vijf jaar een tijdelijke aanstelling hebben. Prachtig natuurlijk, maar vanwege de reorganisatie hier krijgt niemand meer een vaste aanstelling. Nu moeten medewerksters weg bij ons omdat de termijn van vijf jaar om is. Terwijl er geld beschikbaar is uit onderzoeksopdrachten en de medewerksters zelf dolgraag willen blijven." Dat noemde De Bruijn een krankzinnige situatie. "De universiteiten zouden gezamenlijk eigen arbeidsvoorwaarden moeten opstellen die aansluiten bij de praktijk van de wetenschap. Die is helaas vaak zo dat je onderzoek projectmatig gefinancierd krijgt, dus dat medewerksters van de ene tijdelijke aanstelling naar de andere hobbelen. Maar als iedereen die een vaste aanstelling heeft nooit meer weggaat, de veertig-plus mannen dus, krijg je wel een tweedeling in het personeel. Aan de top moet dus ook mobiliteit komen." De scw-vrouwen hadden nog een andere belangrijke klacht. Ze zouden systematisch uit de faculteitsraad en andere bestuurlijke organen zijn geweerd, met verschillende argumenten. Zo zou het bestuur een te grote tijdsbelasting zijn voor mensen met een part-time aanstelling, vooral vrouwen dus. Diverse vrouwelijke docenten zeiden zich aangemeld te hebben voor een plek in de faculteitsraad, maar door de betrokken vakgroepen geen kandidaat te zijn gesteld. Het resultaat is dat er nu geen vrouwelijk personeel in de raad zitten, wel studentes. De scw-vrouwen overwegen nu zich volgend jaar openlijk kandidaat te stellen en verkiezingen af te dwingen om daadwerkelijk deel te gaan nemen aan de facultaire macht. Decaan Noomen beloofde ze geen strobreed in de weg te leggen. Overigens meldde dr M.H.G den Uyl zich spontaan aan om in de universiteitsraad te gaan zitten toen ze vernam dat de fractie van het wetenschappelijk personeel al jaren op zoek is naar vrouwelijke leden.
Buitenlandbeleid universiteiten kan beter Frank Steenkamp
IVlarcel Wiegman Werknemers en werkgevers in de Sociaal Economische Raad (SER) reageren verdeeld op het plan van minister Melkert (sociale zaken) om afgestudeerden te dwingen sneller werk onder h u n niveau te accepteren. De vakbondsvertegenwoordigers vreten verdringing van lager opgeleiden op de arbeidsmarkt. De werkgevers daarentegen zijn enthousiast vanwege de prikkelende werking die van de maatregel uit zou gaan. Melkert wil het begrip 'passende arbeid' per 1 januari 1996 verruimen. Schoolverlaters, waartoe ook pas afge-
studeerden van universiteiten en hogescholen behoren, moeten in het vervolg alle banen aaimemen die zij aangeboden krijgen, ongeacht het niveau van het werk. Ook de regeling voor academici die al enige tijd aan het werk zijn wordt scherper. Zij moeten direct nadat zij werkloos worden een baan op HBO-niveau accepteren. Melkert verwacht door de maatregel twee miljoen gulden te besparen op uitkeringen. De vertegenwoordigers van werknemers en gemeenten in de Commissie Sociale Voorzieningen van de SER wijzen het plan van Melkert af, omdat zij denken dat het ten koste gaat van de werkgelegenheid voor lager opgeleiden. Bovendien levert de maatregel volgens hen nauwelijks geld op, omdat er geen nieuwe vacatures door ont-
staan. Ook vrezen de werknemers en gemeenten kapitaalvernietiging als afgestudeerden overhaast werk moeten aannemen op lager niveau. Er is nu eenmaal een zekere zoektijd nodig om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt bij elkaar te brengen, stellen zij. De werkgevers en onafhankelijke leden van de SER staan wel achter het plan van Melkert. Zij denken dat de maatregel langdurige werkloosheid helpt voorkomen, onder meer doordat werkloze afgestudeerden worden gedwongen "efficiënter en effectiever" naar werk te zoeken. Dat voordeel weegt volgens hen ruimschoots op tegen eventuele verdringing van lager opgeleiden. Het plan van Melkert betekent een drastische aanscherping van de
Ombudsman krijgt meer macht Frank Steenkamp De Nationale Ombudsman mag zich vanaf I november met de openbare universiteiten en hogescholen bemoeien. Over de bijzondere universiteiten zoals de vu heeft de ombudsman voorlo-pig niets te zeggen. Een vorm van rechtsongelijkheid, vindt minister Ritzen. Met kwesties waarvoor al colleges van beroep bestaan gaat de ombudsman zich niet bemoeien. Voorbeelden daarvan zijn zaken rond examens, collegegeld, inschrijving en voor het perloneel bijvoorbeeld de functiewaarde-
ring. Bovendien blijft de spelregel bestaan dat studenten en medewerkers zich eerst tot de eigen universiteit of hogeschool moeten wenden. Wordt de klacht daar niet behoorlijk behandeld, dan kan iemand verhaal proberen te halen bij de ombudsman. Begin september heeft de ombudsman de betrokken universiteits- en hogeschoolbesturen er in een brief aan herirmerd dat zij, als gevolg van een besluit van het vorige kabinet, vanaf 1 november 1995 onder zijn werkterrein vallen. Dat betekent dat "uw instelling en haar medewerkers het voorwerp kunnen zijn van onderzoek", na klachten van studenten, personeel of derden. De ombudsman wordt overigens
niet bevoegd voor de bijzondere onderwijsinstellingen: Vrije Universiteit, de Katholieke Universiteit Brabant en de KU Nijmegen. Komt een docent op donderdagavond bijvoorbeeld niet opdagen en word de klacht daarover niet serieus genomen, dan heeft een student dus straks bij sommige instellingen de kans om te klagen bij de ombudsman en bij andere instellingen niet. Dat is inderdaad een vorm van rechtsongelijkheid, vindt een medewerker van de ombudsman. Het komt allemaal doordat in de Wet Algemeen Bestuursrecht de besturen van bijzondere onderwijsinstellingen niet als 'zelfstandig bestuursorgaan'
De universiteiten zijn wel actief op het gebied van internationale samenwerking, maar volgens de inspectie van het onderwijs is het beleid vaak hap-snap en ontbreekt een goede kwaliteitsbewaking.
bestaande regeling. Nu hoeven universitair opgeleiden pas na een half jaar werkloosheid genoegen te nemen met een baan op HBO-niveau. Na een jaar moeten zij werk op MBO-niveau accepteren en na anderhalf jaar op LBOAlle imiversiteiten hebben voor interniveau. Pas na twee jaar wordt ongeschoold werk beschouwd als passende nationalisering wel een min of meer arbeid. HBO-ers komen een niveau uitgewerkt beleid. De trend is daarbij* dat uitwisseling van studenten steeds lager uit: na een half jaar moeten zij meer ingebed wordt in vaste netwerwerk op MBO-niveau accepteren, na ken en samenwerkingsverbanden met één jaar op LBO-niveau en na anderhalf buitenlandse instellingen. Ook komt er jaar op het niveau van ongeschoold geleidelijk meer aandacht voor vergewerk. (HOP) lijking en uitwisseling van studieonderdelen. De inspectie vindt dat belangrijk, omdat zo ook de grote meerderheid van 'thuisblijvers' van de internationale samenwerking kan profiteren. Speciale aandacht besteedt de inspectie in zijn deze zomer afgeronde rapport aan de kwaliteitsbewaking bij buitenlandse samenwerking. Bijna overal kent men wel enig soort evaluaties op dit terrein. Maar het kan veel beter. De aanpak berust teveel op "het geloof' dat internationale uitwisseling op zichzelf goed is, in plaats van een middel tot doelen als goed onderwijs worden beschouwd. Dat is vreemd, of goed inzetbare afgestudeerden. want ze voldoen in feite wel aan de Evaluatie blijft vaak beperkt tot de belangrijke eis van diezelfde wet, dat vraag of uitgezonden studenten tevreze "met enig openbaar gezag bekleed" den terugkomen. Men onderzoekt zelzijn. Minister Ritzen gaf een jaar geleden of door internationalisering ook den dan ook te kermen dat hij alle 'hogere' beleidsdoelen bereikt worden. instellingen van hoger onderwijs als En men verdiept zich nauwelijks in de zelfstandige bestuursorganen behankwaliteitszorg bij buitenlandse parmerdeld zou willen zien. Maar voorlopig instellingen. De inspectie wil nu dat geldt dit dus alleen voor de 'openbade universiteiten gaan uitzoeken hoe ze ren'. Hetzelfde geldt overigens voor de het 'succes' van de internationalisering Wet Openbaarheid van bestuur. Ook meetbaar kunnen maken. Dat betekent die wet is per 1 november van kracht ook dat ze moeten aangeven wat ze in het hoger onderwijs, maar alleen bij precies met de buitenland-contacten de openbare universiteiten en hogewillen bereiken. (HOP) scholen. (HOP)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's