Ad Valvas 1995-1996 - pagina 311
36
a
PAGINA S
AD VALVAS 18 JANUARI 1996
'Geoloog heeft meestal ongelijk' Prof.dr Murris wijst in oratie op zwakke voorspellingen van olievoorraden Voorspeilingen over voorraden olie en gas in de bodem komen meestal niet uit. Als een geoloog een groot olieveld ontdekt, is dat gewoon een kwestie van geluk. Dat stelt prof.dr R.i. Murris, die afgelopen maandag bijzonder hoogleraar bij Aardwetenschappen werd. Hij sprak over 'het ondraaglijke ongelijk van de geoloog'.
Geologenkamp in de woestijn
Martine Zuidweg
"Je hebt een donkere kamer waarin een doos staat, je bent geblinddoekt en )e mag even voelen aan het object in de doos. Ze vertellen erbij dat het waarschijnlijk steen is, misschien graniet. En dan moet jij vertellen hoe zwaar dat is." Volgens prof.dr R.J. Murris is dat zo ongeveer de ervaring van een geoloog die moet schatten of er olie in de bodem zit. In zijn inaugurele rede afgelopen maandag beklaagde de bijzonder
hoogleraar zich over "het bittere lot van de arme geoloog, die op grond van onvolledige gegevens en onvolkomen modellen in elk individueel geval moet voorspellen of het om een aardige, maar niet opwindende propositie gaat, of dat een grote ontdekking verwacht mag worden". Niet meer dan één op de tien boringen in onontgonnen gebieden, zogenaamde 'green fields', levert een economisch interessante ontdekking op. Murris heeft de mislukkingen in de 35 jaar dat hij bij Shell werkte, aan den
lijve meegemaakt. Zo maakte hij deel uit van een team van geologen die een put boorden ten westen van Ierland, omdat ze er vrijwel zeker van waren dat daar olie zat. Het team stuitte niet op olie, maar op een vulkaan. Waarmee tien tot vijftien miljoen dollar over de balk was gesmeten. De geoloog verklaart: "Je werkt met iets in de ondergrond. Je ziet het dus niet. Je meet het ook met rechtstreeks. Je moet het allemaal afleiden. En je hoeft maar een of twee parameters te laag of te hoog in te schatten en het
Foto's Archief Mums
uiteindelijke resultaat wijkt behoorlijk af van de werkelijkheid." Met de huidige technieken is het weliswaar mogelijk een scherper beeld te knjgen van de bodemstructuur, waardoor de kans op succes groter is dan twintig jaar geleden, maar ook nu nog berust een grote olievondst volgens Murris op louter toeval. Zoals die m de Niger Delta in het zuiden van Nigena. "Men is daar gaan boren op grond van volledig foutieve uitgangspunten. Uiteindelijk vond men wel olie en gas, maar niet op grond van het oorspronkelijke geologische model. Het was puur toeval." Of neem Cusiana, een gebied in het zuidwesten van Colombia. De ene na de andere geoloog schudde daar zijn hoofd en rapporteerde dat het niet de moeite was op die plek een boor in de grond te zetten. Tot een oliemaatschappij toch de gok waagde en uiteindelijk enkele miljarden vaten met olie kon vullen.
Ingebouwde r e m
Olieboring in
de steen-
woestijn in liet westen van Libië
^m
"Je hebt geluk als jouw model klopt", zegt Murris. Hij vmdt het van belang wetenschappers dat eens goed onder de neus te wrijven, omdat zij, juist in deze tijd van computers en steeds complexere modellen, de theone wel eens verwarren met de werkelijkheid. "Mijn oratie moet je zien als waarschuwing: ho, niet zo vooruit hollen, kijk nou nog eens goed naar je resultaten." Volgens Mums hebben te veel geologen de neiging om vooronderstellingen als zekerheden te poneren. Wat hij overigens ook wel weer begrijpt. "Men zal natuurlijk de neiging hebben om iets meer te beloven dan men eigenlijk kan. Logisch, de wetenschap moet ook geld hebben. Dat doen kernfysici ook. Dat doen biologen, medici, noem maar op; geef ons een • plak geld en wij zorgen ervoor dat kanker begrepen en bestreden wordt." Alleen een gebied waar al eens eerder is geboord, waar de geologische structuur van de bodem genoegzaam bekend is, waar men ongeveer wel weet in welke regio olie of gas te vmden is, alleen daar heeft vijftig tot zeventig procent van de boringen succes. "Maar dat wil altijd nog zeggen dat bijna de helft van de voorspellingen fout is", voegt Murris eraan toe. De Nederlandse bodem is zo'n oude bekende van geologen. Toch worden ook hier nog foute voorspellmgen gedaan. Soms bewust. Het bericht eerder deze maand dat de Nederlandse gasreserves veel groter bleken te zijn dan verwacht, was voor Murris geen verrassing. "In de olieen gasmdustrie is er een ingebouwde rem op het maken van optimistische schattingen. De straf voor het over-
schatten is groter dan voor het onderschatten van reserves. Als je onderschat, kun je altijd nog wat bijbouwen. Als je overschat, heb je voor niets een dure installatie neer laten zetten. Daarom is het een algemeen verschijnsel dat reserves groeien in de loop der tijd. De officiële reserves olie in de wereld van dit moment zijn precies even groot als zo'n tien jaar geleden. Het gaat natuurlijk wel om een eindige voorraad. Eens houdt het op. Maar er is meestal veel meer dan men wil toegeven."
Vaak m i s Ondanks alle inspanning en toewijding blijft het voorspellen van de grillen van Moeder Aarde hopeloos moeilijk, zeg Mums. En dat wordt niet beter. "Natuurlijk, de technieken worden beter, de kennis groeit, maar naarmate de exploratie voortschrijdt, wordt het gebied waar nog iets zit hoe langer hoe kleiner. De hele grote velden vind je in het begin vaak bij toeval. Die zijn haast met te missen. Wat overblijft is steeds moeilijker te ontdekken." Niettemin is het voorspellen van voorraden olie en gas een van de belangrijkste taken van de geoloog. "Voorspellen is vanaf het eerste begin van de geologie als wetenschap en eigenlijk al daarvoor - denk maar aan de wichelroedeloper - een essentieel element geweest in het geologenbestaan", stelt Murris in de schnftelijke versie van zijn rede. Voorspellen is, in de woorden van de bijzonder hoogleraar, zelfs 'de rechtvaardiging' van de economische geologie. Maar als het voorspellen zo 'hopeloos moeilijk' is, kan de geoloog zijn tijd dan niet beter besteden? Mums schudt z'n hoofd. "We verdienen toch ons brood. De olieindustne geeft ons nog steeds geld om voor hen olie en gas te vinden. Ondanks het feit dat voorspellingen meestal niet uit komen, is er voldoende rentabiliteit." 'Dus, zolang de gek er wat voor geeft...' De geoloog lacht: "Ja, zo is het toch. Je gaat ook naar een ziekenhuis en je betaalt het ziekenhuis, of je nu beter wordt of met. Een geoloog heeft veel weg van een arts: je probeert een diagnose te stellen en soms heb je het bij het rechte eind en soms niet. In de economische geologie word je gedwongen om je nek uit te steken en te zeggen: als je daar boort, heb je zoveel kans op olie. En dat gaat natuurlijk wel eens mis, of liever: dat gat vaak mis."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's