Ad Valvas 1995-1996 - pagina 114
A D V A L V A S 5 OKTOBER 191,
- PAGINA 6
Tegen een hole-in-one kun je je verzekeren Leren golfen op de driving range van Het Loopveld "Dat imago heeft golf lang gehad: een sport voor oudere mensen die over veel geld en vrije tijd beschikken. Maar de kosten zijn hier voor studenten goed op te brengen." Jos Pelk begeleidt de Asvu-cursus golf, die op de sportvelden tussen Uilenstede en de Amstel gegeven wordt door Martijn van Grieken, 'teaching professional' bij de vereniging Olympus. J.M
Dick Roodenburg Dinsdagmorgen half tien. Het regent pijpestelen. Toch zijn alle deelnemers aanwezig. "Fantastisch, wat een enthousiasme", roept de begeleider. Gehuld in regenpakken loopt het gezelschap richting driving range. De driving range is een veld met matjes waar beginnende golfers kunnen oefenen in het raken van de bal. 'Chippen' heet dat: de bal over een korte afstand met zo weinig mogelijk risico naar de vlag slaan. Pas als je die vaardigheid onder de knie hebt - en dus niet meteen het gras aan flarden slaat mag je de golfbaan op. Bij de meeste banen in Nederland moet je over een diploma, het zogeheten Golf VaardigheidsBewijs (GVB), beschikken. Op Het Loopveld liggen de eisen minder hoog. "Dit zijn voetbalen hockeyvelden", vertelt Pelk. "Dan heb je ook wel eens een sliding. Na vier of vijf keer oefenen op de driving range, mogen de mensen hier al het gras op".
In een rij oefenen de deelnemers hun slagen. Golf-pro Van Grieken legt gedetailleerd uit hoe de club vastgehouden wordt - "De rechterhand alsof je geld telt"; hoe je hoort te staan "EJiieën van slot"; en hoe het balletje geraakt moet worden - "Je lichaam is de klok, je armen zijn de wijzers." De cursus bestaat uit tien lessen van een uur. Voor degenen die vaker willen oefenen, wist de Asvu bij Het Loopveld een goedkope regeling te bedmgen. Het ofSciële vaardigheidsbewijs heb je daarmee echter nog niet. Daarvoor moet via de golf-pro een examen afgelegd worden. De afgelopen vijfjaar hebben volgens Pelk zo'n vijftig
Golf: 'De rechterhand alsof je geld telt en de knieën van slot' Bram de Hollander
studenten hun GVB gehaald. "Elk jaar organiseren we een dag naar België, een mooie baan bij een kasteel. Dan regel ik wat afgestudeerden met een Mercedes, dat spaart weef een bus uit." Zo houd je dus een relatief dure sport betaalbaar. En daarom halen de deelnemers zelf de balletjes op die anders door een machine verzameld worden. Jos Pelk werkt al dertig jaar bij de Asvu, onder andere als voetbaltrainer en tennisleraar. Pas vijfjaar geleden ontdekte hij de golfsport en hij blijkt nog steeds 'razend enthousiast'. Daarmee bevindt hij zich in het gezelschap van Ajax-voetballer Ronald de Boer, die voor het programmaboekje van de onlangs gehouden Dutch Students Open in een voorwoord schreef: " Whenever I have some free time left, you can meet me on Dutch and foreign golfcourses..." Voorts poneert De Boer de troostrijke gedachte dat "A university education is not necessary to become a successful soccer player". De regen komt nu met bakken naar
beneden en Pelk roept het doorweekte groepje bijeen. "In principe gaat golf altijd door, maar eh..." De opinie luidt eensgezind dat we beter naar binnen kimnen gaan. In de AMVj-kantine worden de regenpakken te druipen gehangen en improviseert Martijn van Grieken een theorieles. In vlot tempo passeren termen ah fairway, foregreen, bogey en triple bogey de revue. "Allemaal erg veel hè? Dus als je vragen hebt, gewoon stellen."
Kolder Belangrijk bij golf is de etiquette. Dat je altijd een plag teruglegt die je weggeslagen hebt, lijkt logisch. Maar ook het betreden van de zogenaamde bunkers, de zandkuilen rond een hole, blijkt aan regels gebonden: je gaat er altijd aan de lage kant in en uit. "Anders heb je op den duur geen hoge kant meer", aldus Van Grieken. En een tak in de bunker blijft liggen. "Alles wat natuurlijk is, moet je laten liggen. Wat onnatuurlijk is, moet je weghalen.
Sigarettepeuk? Weghalen!" De cursisten tonen zich snel van begrip. "Baksteen?» "Weghalen!" "Kiezelsteen?" "Laten liggen!" De twee basis-spelvormen van golf zijn matchplay en stroke play. Bij matchplay spelen de tegenstanders tegen elkaar om elke hole afzonderlijk. Aan het eind wordt dan gekeken wie de meeste hole's heeft. Bij stroke play spelen de tegenstanders als het ware tegen de baan: elke hole heeft een gemiddeld aantal slagen ( PAR = professional average result), waar de speler onder of boven kan zitten. De einduitslag heeft dan betrekking op de opgetelde resultaten per hole. Het bijzondere - en leuke - van golf is, dat aan beginners en gevorderden verschillende eisen gesteld worden. Beginners krijgen per hole bijvoorbeeld enkele slagen extra. "Dus," doceert Van Grieken, "als mijn oma morgen de kolder krijgt om te gaan golfen, kan ze nog van mij winnen." De droom van elke golfer is uiteraard
een hole-in-one: in één keer in dat gaafli ruim honderd meter verderop. Dat levert de betreffende speler tijdens een wedstrijd naast de gebruikelijke auto ook een hoop publiciteit op. Tijdens dt afgelopen Ryder Cup, de tweejaarlijks! golfmatch tussen de Verenigde Staten en Europa, werden twee hole-in-one's geslagen. Tegen zo'n hole-in-one kun f je volgens Van Grieken laten verzekeren. Verzekeren? "Jawel", legt Pelk later uit. "Als je lid van een club bent en je slaat een hole-in-one, is het de gewoonte dat je alle aanwezigen een rondje geeft. Stel je voor: mooie dag, tweehonderd aanwezigen, hole-in-one, rondje! Dat gaat heel wat kosten". Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden bij het Sportcentrum (tel 020-4445090). Bij voldoende belangstelling wordt geprobeerd een extra cursus te organiseren
'Je hoeft niet meer stiekem lid te zijn' Vakbond AbvaKabo VU viert een kwart eeuw strijd Ellie Pauëlsen, als vakbondsconsulent voor de AbvaKabo werkzaam in de duistere kelder van het hoofdgebouw van de vu, ziet de toekomst zonnig in. En terecht, want het ledental van de bond groeit nog steeds. Vrijdag staat het 25-jarige bestaan van de vuafdeling van de vakbond op het programma. "De problemen zijn veranderd, maar de strijd is nog niet gestreden." Peter Boerman Vijf leden kwamen er op de oprichtingsvergadering van de AbvaKabo-vu, nu een kwart eeuw geleden. Niet meer. En er waren "toch al niet zoveel werknemers van de gereformeerde instelling aangesloten bij de bond", zoals het jubileumboekje meldt. Dat gaf dus weinig hoop voor de toekomst. Toch werd er doorgezet. Een besluit dat niet geheel zonder succes bleef. De vakbond telt nu aan de vu ruim zeshonderd leden, samen met het vu-ziekenhuis zelfs bijna het dubbele. Daarmee is de AbvaKabo-vu de grootste bond van de universiteit. Sinds vier jaar heeft de vakbond voor
het dagelijkse werk een eigen consulent, Ellie Pauëlsen. Pauëlsen heeft de oprichting van de bond aan de vu zelf net niet meegemaakt, maar werd bijna direct nadat ze een betrekking als tandartsassistente aan de universiteit had gevonden, in 1972, wel lid van de bond. "Die tijd herirmer ik me heel goed. Bij een vakgroepsvergadering heb ik toen nog stampei gemaakt, omdat er alleen maar wetenschappelijk personeel in het vakgroepsbestuur mocht. Die regel is veranderd, maar ik weet nog wel dat de tandarts waar ik op dat moment voor werkte, tegen ons voorstel heeft gestemd. Dat schetst de verhoudingen."
Het voornaamste dat een kwart eeuw vakbondswerk volgens Pauëlsen de vu heeft opgeleverd, is "dat je niets meer stiekem hoeft te doen. Vroeger kon je eigenlijk niet zeggen dat je vakbondslid was. Dan werd je toch een beetje met de nek aangekeken. Nu is het veel gewoner. Ook de openheid is toegenomen. Dat er een ondernemingsraad en emancipatiecommissie is, daar kijkt nu niemand meer van op. Maar dat is wel allemaal hard bevochten."
Onrust De strijd is echter nog niet gestreden, meent de vakbondsconsulent. "Wel is de problematiek veranderd. Dat hele gedoe rondom de wachtgelden was 25 jaar geleden nog niet aan de orde. De universiteit is eigenlijk al die tijd groeiende geweest. Nu merk je dat dat niet meer zo is. Er is nu min of meer sprake van een continue reorganisatie. Dat brengt veel onrust op de werkvloer met zich mee. In sommige gevallen kunnen we dan best met de tmiversiteit meedenken. Als er minder studenten komen, is het logisch dat je ook minder personeel nodig hebt. Maar we wdllen wel altijd wrijzen op de andere manieren waarop je met je personeel kunt omgaan. Wat dat betreft heb ik soms
wel eens het gevoel dat sommige dingen eerder teruggedraaid worden dan vooruitkomen." Het werk van een vakbondsconsulent omschrijft Pauëlsen als 'heel afwisselend'. Ze behandelt klachten van leden, houdt contact met collega's in het hele land, schrijft in het bondsblad De Vrije Ambtenaar en verzorgt de publiciteit van de bond. Pauëlsen is blij dat, hoewel ze diep verscholen in de kelder van het hoofdgebouw zit, veel mensen haar kamer toch weten te vinden. "Sinds de vakantie is het hier steeds drukker geworden", vertelt ze. "Elke dag krijg ik wel nieuwe mensen over de vloer, ook niet-Ieden. Ik probeer er ook voor te zorgen dat de drempel zo laag mogelijk is." Enig organisatietalent is bij haar fimctie overigens wel vereist. Zo staan er eind oktober alweer acties op het programma om te demonstreren tegen de voorlopige uitkomsten van de CAOonderhandelingen. Maar eerst moet nog het zilveren jubileum worden gevierd. Morgen, vrijdag 6 oktober, is het zover. Dan wordt in de kerkzaal in het hoofdgebouw een sjTnposium gehouden, dat onder meer bezocht zal worden door de voorzitter van de FNV, Johan Stekélenburg, evenals CNV-vicevoorzitter Aart-Jan de Geus, de
hoogleraren Ger Harmsen en Henk van Zuthem en dr Hetty Pott-Buter. De bondsleden zullen tijdens het symposimn onder meer de houding bespreken die ze in moeten nemen ten aanzien van de golf van flexibilisering die het land overspoelt. "We wallen best met de werkgevers meedenken over flexibilisering", legt Pauëlsen het doel van de middag uit. "Een flexibele inzet kan ook de werknemers nieuwe kansen geven en ze motiveren. Maar het kan zich ook tegen je keren. De hele flexibilisering die nu plaatsvindt, vind ik dan ook een slechte zaak. De wachtgeldproblematiek wordt nu te veel op de werknemer afgewenteld. Ik ken een vroegere werknemer van de vu die op wachtgeld zit en via een uitzendbureau weer is aangenomen, maar geen tijdelijke aanstelling kan krijgen. Omdat hij dan weer nieuw wachtgeld kan krijgen. Dat vind ik niet kunnen, zo ga je niet met mensen om. Voor dat soort dingen wol ik me graag blijven in zetten."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's