Ad Valvas 1995-1996 - pagina 135
PERSONEELSKATERN
VALVAS 12 OKTOBER 1995
PAGINA 1 1
Flexibiliteit beheerst personeelsbeleid 'Hoogleraar geneeskunde mag meer verdienen dan een letteren-prof Flexibilisering en marktgericht denken. Dat zijn de twee belangrijkste instrumenten waarmee de dienst personeelszaken van de vu de eeuwwisseling tegemoet gaat. En dat betekent ook: flexibiliteit in honorering. "Je kunt je afvragen hoe tang je een hoogleraar geneeskunde nog even veel kunt betalen als een hoogleraar bij Letteren." moeilijk. Maar het is niet onmogelijk. Het vraagt wel wat van de mensen, maar als universiteit mogen we dat ook best." Een flexibeler tiniversiteit betekent ook een flexibeler honoreringsstructuur, menen de twee personeelsverantwoordelijken. "In de samenlevmg zie je de salarissen sterk uiteenlopen. Een geNota hoofdlijnen personeelsmanagement neeskundige krijgt over het algemeen 1995-1999 ons voorschotelt, is duidelijk: veel meer betaald dan iemand met een wil de universiteit de barre toekomst en letterenachtergrond. Je kimt je dan afde sterk veranderende samenleving kun- vragen of je dat verschil op een univernen weerstaan, dan zal het personeels- siteit waar alle disciplines zitten, maar bestand moeten flexibiliseren. Minder moet vergeten", aldus Jonker. Het vaste banen, een minder uniforme sala- hoofd PZ is van mening dat de univerrisstructuur, meer mobiliteit en markt- siteit nu maar eens uit de ivoren toren gerichtheid. Jonker en zijn collega drs moet komen en zich meer moet gaan H. Urbanus geven toe dat in de nota de- richten op wat er in de samenleving geze boodschap misschien iets overtrok- beurt. "Je moet de honorering niet in de ken wordt, "maar je moet goed begrij- enge wereld van de universiteit zoeken, pen dat we een lange periode van dan kom je voor problemen te staan. In inflexibiliteit achter de rug hebben. Nu plaats van te kijken of iemand universitair docent is of niet, denken we dan komt de reactie daarop." Een flexibel personeelsbestand wordt ook dat je beter kunt kijken naar wat in deze tijd nog te vaak als bedreigend iemand in een soortgelijke functie in de gezien, vinden de twee verantwoordelij- samenleving verdient. Een hoogleraar ken voor de nota. Terwijl dat helemaal geneeskunde zal dan inderdaad iets niet altijd nodig is. "We willen flexibi- meer gaan verdienen dan een hoogleraar liteit niet alleen zien als vertrek uit de kunstgeschiedenis." organisatie, maar liever als een mentale ommekeer", legt Urbanus uit. "We Marktgericht moeten leren flexibeler te gaan denken; "Zelfs birmen een faculteit zou je ons sneller aan te passen aan de veran- kunnen variëren, bijvoorbeeld tussen deringen die de dynamische omgeving een kinderarts en een hartchirurg. Dat met zich meebrengt. We kurmen het ons betekent niet dat we gelijk markteenvoudigweg niet veroorloven om dat conforme salariëring krijgen. We kunniet te doen." nen op dit terrein natuurlijk niet tippen aan de salarissen van de markt. Maar Kameleon enige variatie is ons inziens zeer welAl die flexibiliteit heeft echter ook een kom. Nu houden we er helemaal geen keerzijde, beseft men ook bij Perso- rekening mee." neelszaken. "De ervaring leert", aldus De nota rept ook over een meer het rapport, "dat concrete voornemens 'marktgerichte' opstelling van de unitot wijziging van de organisatie, onge- versiteiten. Jonker en Urbanus zijn er acht de vraag of er sprake is van objectief echter als de kippen bij om te benagezien ernstige wijzigingen, dikwijls veel drukken dat dat niet betekent dat de commotie met zich meebrengen met universiteit een goedkoop onderzoeksnadelige gevolgen voor de werkver- bureau wordt. "Als de universiteit zich houdingen." Met andere woorden: de meer richt op wat er in de maatschappij mens is geen kameleon. Je kimt wel heel gebeurt, betekent dit dat de maatschapflexibel met de omvang van je organi- pelijke functie van de universiteit alleen satie proberen om te gaan, de mensen maar beter gediend wordt", aldus Jonzelf zouden wel eens heel wat minder ker. "Nu heb je wel eens het gevoel dat flexibel kuimen blijken. "We hebben de universiteiten de boot missen of in de door de gestage groei van de universiteit verkeerde hoek zitten. We moeten leren in de loop der jaren veel vaste dienst- al onze antennes uit te zetten. Bijvoorverbanden lopen", aldus Urbanus. beeld door de feed back die je van stu"Dan is flexibel worden inderdaad denten tijdens colleges krijgt, te gebrui"We hebben echt nog geprobeerd het woord flexibiliteit er zoveel mogeUjk uit te schrijven", vertelt het hoofd Personeelszaken (PZ), drs C. Jonker, lachend. "Maar het valt dus toch nog op. Ja, dan moet de boodschap wel duidelijk zijn." Inderdaad: de boodschap die de deze maand binnen de universiteit verspreide
lllustratie: Berend Vonk
ken. Dat gebeurt nu nog te weinig." Speciale aandacht in de nota krijgt de problematiek met betrekking tot aio's. De nota spreekt zich niet direct uit voor een beurzenstelsel voor promovendi, maar pleit wel voor 'voorzichtigheid'. Weliswaar promoveert aan de vu iets meer dan het landelijk gemiddelde van zeven procent van de aio's in vier jaar, "maar zelfs als je dat percentage verdubbelt, heeft nog meer dan tachtig procent zijn promotie niet in vier jaar af', weet Jonker. En dat heeft heel vervelende gevolgen, zoals een sterke stijging van de ontslaglasten die de universiteit betaalt aan vertrokken werknemers. "Je mag verwachten dat faculteiten, nu ze zelf al een aantal jaren verantwoordelijk worden gehouden voor de uiüoop van aio's, hun begeleiding hebben geoptimaliseerd. Als nu blijkt dat nog zo weinig mensen het in vier jaar halen, moet je je misschien gaan afvragen of promoveren in vier jaar niet te moeiUjk is." Het feit dat maar weinig aio's kans
hebben op een baan aan de universiteit na hun promotie, ziet het hoofd Personeelszaken niet als een probleem. "We zijn betrekkelijk hard. We willen gewoon zo'n twintig tot dertig procent aan niet-vast personeel in ons bestand hebben om steeds nieuwe groepen een kans te geven onderzoekservaring op te doen en om flexibel te blijven. Mensen die weg moeten, moeten beseffen dat ze erg blij waren dat hun voorgangers dat ook moesten. We willen natuurlijk wel de mensen die weg moeten zo goed mogelijk voorbereiden op de arbeidsmarkt. Met de aio's gebeurt dat al, maar ook met het andere tijdelijk personeel willen we dat gaan doen. Veel mensen hebben weinig kaas gegeten van solliciteren. Daar kan de universiteit best in helpen." "Voor het wetenschappelijk personeel is dat natuurlijk niet makkelijk", vult Jonker aan. "Die zijn meestal erg gespecialiseerd. Flexibiliteit is voor hen waarschijnlijk eerder het omschakelen naar andere specialismes dan het aan-
vaarden van een andere baan. Bij het niet-wetenschappelijk personeel is het anders. Daar is men mobieler, zowel intern als extern. Maar of je nu binnen de organisatie blijft of niet, mobiliteit kan ervoor zorgen dat de motivatie op peil blijft. En nieuwe ervaringen geven." Jonker denkt niet dat het probleem erin zit dat er te veel aio's worden aangenomen. "Je kunt zo duizend onderwerpen verziimen waar je op kunt promoveren. Het aantal aio's wordt meer bepaald door de begeleidingscapaciteit dan door de hoeveelheid werk die zonodig gedaan moet worden. De ervaring leert dat er in de praktijk zo'n vierhonderd aio's zijn. Dat lijkt me heel werkbaar."
De slagersjongen in de fotografie 'ik ben niet zo'n carrièreplanner", lacht fotograaf Dirk de Jong (44). In de deze week verschenen brochure 'Loopbanen aan de Vrije Universiteit' wordt hij gepresenteerd als schoolvoorbeeld van arbeidsmobiliteit. "IVIaar ik ben er nooit naar op zoek geweest, hoor", zegt hij min of meer verontschuldigend. "Het is me eigenlijk altijd aan komen waaien." De Jong begon ooit bij zijn vader in de slagenj. Na een korte tijd waarin hij vakken vulde bij de Makro, werd hij gewezen op een advertentie van de vu waarin om een dierverzorger werd gevraagd. De Jong had geluk: op voorwaarde dat hij een cursus zou volgen, mocht hij meteen aan de slag. Na zo'n drie jaar met dieren in de weer geweest te zijn, maakte de slagerszoon
DE WERKPAARDEN
echter zijn eerste overstap: naar het mortuarium. Op het eerste gezicht een reuzenstap, maar volgens De Jong viel dat wel mee. "De ingang van de dieren en de uitgang van het mortuarium grensden aan elkaar. We kwamen elkaar vaak tegen. Via via ben ik er toen ingerold." In het mortuarium prepareerde De Jong tien jaar lang de lichamen van overledenen en onderhield hij de contacten met de familie. In de uurtjes die overschoten, zat hij meestal te tekenen. Totdat het begon op te vallen en hij van zijn hobby zijn werk kon maken. "Tekenen heb ik altijd gedaan, met name cartoonachtige dingen", verklaart hij. "Op een gegeven moment begon ik proefschriften te illustreren. De toenmalige fotograaf van de vakgroep anatomie, die net voor zijn VUT zat, viel dat op en zag in mij zijn opvolger." Hetgeen geschiedde. Na een cursus fotografie belandde De Jong twaalf jaar terug in zijn huidige fimctie.
Anatomisch fotograaf Dirk de Jong: 'Je vorige baan vergeet je vrij snel'
Nico Boink - AVC/VU
Hij heeft nu een fraaie kamer met een prachtig uitzicht over de hortus. Volgend jaar hoopt hij er zijn zilveren jubileum aan de vu te vieren. "Wat je hiervóór gedaan hebt, vergeet je toch weer vrij snel", legt hij uit. "Natuurlijk heb je
er wel voordeel van dat je een flink aantal banen hebt gehad. Je hebt het allemaal al meegemaakt. Maar ik zie deze functie wel als een soort eindbestemming. Dit is het mooiste wat er is: ik heb van mijn hobby mijn werk gemaakt."
"Maar, al is dit het meest afwisselende werk dat ik tot nu toe gedaan heb, het is ook heel gespecialiseerd. Ik had twintig jaar geleden nooit verwacht hier terecht te komen. Maar ik zie mezelf nu ook niet zo makkelijk meer vertrekken. De banen liggen ook niet meer voor het oprapen. In de tijd dat ik begon, was dat nog heel anders. Wel zie ik de inhoud van het vak veranderen. Als de vakgroepen kleiner worden, moet de technische staf voor bijna alles inzetbaar zijn. Je moet een soort duvelstoejager zijn. Ik ben nu vierenveertig. Dat is gelukkig nog niet zo oud dat ik zeg: voor mij hoeven die vernieuwingen allemaal niet meer. Ik vind het prachtig dat nu alles digitaal wordt. Daar wil ik wel in meegaan." "Ik ben geen medisch tekenaar in de strikte zin van het woord", vervolgt hij. "Die jongens die de handboeken illustreren, zijn gewoon artiesten. En dus voor niemand meer te betalen. Ik doe meer andere dingen: het fotograferen van anatomische objecten, reprodukties voor boeken, maar soms bijvoorbeeld ook de lay-out van posters. Nog steeds werk ik hier met veel plezier. Ik heb hier mijn eigen afdelinkje. Ik werk graag zelfstandig. Dat moet je ook kunnen; je moet er geen misbruik van maken. Gelukkig geniet ik dat vertrouwen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's