Ad Valvas 1995-1996 - pagina 34
ADVALVAS 3 1 AUGUSTUS 1995
PAGINA 10
'Hoger onderwijs kan eigen wildgroei niet beteugelen' 269 universitaire studies blijkt iets te veel Frank Steenkamp De versnippering van opleidingen in het hoger onderwijs moet drastisch aangepakt worden. Omdat de 'zelf regulering' van de instellingen niet werkt, moet de overheid bij de sane ring het voortouw nemen. Dat zegt de adviescommissie onderwijsaan bod (Aco) in een 'discussiebijdrage' over het stelsel van hoger onderwijs. Er is niet alleen een rem nodig op nieuwe opleidingen, ook het be staande onderwijsaanbod moet tegen het licht gehouden worden. De aco wil dat onafhankelijke deskun digen de minister gaan adviseren over sluiting of samenvoeging van bestaande studies. Ze moeten zowel naar inhoud en kwaliteit van opleidingen kijken, als naar het aantal plaatsen waar een oplei ding gegeven wordt. Na deze adviezen moet de minister zijn plannen bekend maken in zijn tweejaarlijkse Hoger On derwijs en Onderzoekplan (HOOP). De instellingen en de Kamer kunnen er dan op reageren. "Zo breng je de kwestie van het onder wijsaanbod terug in de politiek", zegt
Acovoorzitter mr C. Koppelaars des gevraagd. Dat is volgens hem beter dan het 'ieder voor zich' dat bij de instellin gen zelf blijft overheersen. De Aco begint niet als eerste over ver mindering van het aantal opleidmgen. Twee jaar terug riep werkgeversorgani satie RCO al om een sanering van het versnipperde aanbod. En recent pleitte adviesorganen van de regering (WRR, Onderwijsraad) voor 'brede' basisoplei dingen: de arbeidsmarkt had geen be hoefte aan smal opgeleide superspecia listen. In januari kwam een groep HBObe stuurders met het plan om de 250 hui dige opleidingen te bundelen tot dertig a vijftig veel bredere studies. En ook een groep universiteitsbestuurders heeft zelfs precieze plannen gemaakt (maar nog niet afgerond) om het aantal oplei dingen te verminderen van 262 naar 73. De Aconotitie past dus in een trend. Nieuw is echter dat men een aanpak voorstelt waarbij de zorg voor een 'doelmatig' landelijk onderwijsaanbod wordt weggehaald bij de universiteiten en hogescholen. Want, zo zegt de com missie: de instellingen zijn nu formeel wel verantwoordelijk voor die doelma
tigheid, "maar die verantwoordelijkheid wordt niet genomen." In praktijk over heerst de strijd om de student, waarbij men door nieuwe opleidingen probeert marktaandeel te winnen. De commissie beschrijft nog eens de wildgroei of: de "drang tot ongeor dende uitbreiding en differentiatie". Sinds juni 1993 behandelde ze 235 plannen voor nieuwe opleidingen: 205 uit het HBO en dertig van de universitei ten. Slechts één op de vijf keer be"5br deelde ze positief. Want de meeste plannen waren doublures met wat al bestond: misschien goed voor de eigen instelling, maar niet voor een efficiënt ingericht hoger onderwijs en evenmin voor de kwaliteit van het onderwijs. De rem van de commissie was dus hard nodig.
Moratorium De indruk dat de universiteiten zich meer beheerst hebben dan het HBO, blijkt overigens onjuist. Ze zijn de poli tiek alleen te snel afgeweest. In 1992, toen minister Ritzen korte tijd de 'pro grammeervrijheid' voor instellingen be zong, lieten ze snel 140 nieuwe oplei dingen registreren, waarmee het totale aantal ruim verdubbelde. Toen daarna
door ingrijpen van de Kamer de Aco als sluiswachter werd ingesteld, hadden de universiteiten weinig plannen meer op de plank liggen. Vandaar de schijn van beheersing, vanaf 1993. Op de 140 'nieuwe' universitaire oplei dingen van 1992/'93 heeft de Aco ove rigens dezelfde kritiek als op de plan nen die ze sindsdien behandelde. Het ging vaak om verzelfstandiging van 'vrije' of 'experimentele' studierichtin gen. En dikwijls waren die opleidingen zoals 'beleidsgerichte economie' of 'bedrijfscommunicatie letteren' vrij smal en beroepsgericht. De Aco vindt het niet juist dat alleen plannen voor nieuwe opleidingen be oordeeld worden, temeer omdat die plannen getoetst moeten worden aan het bestaande aanbod dat zelf voor een deel het resultaat is van wildgroei. Ze vindt het daarom hoog tijd dat zowel de 241 bestaande HBOopleidingen als de 269 universitaire studies de komende tijd aan een kritisch oordeel worden on derworpen. Uiteindelijk moet dat lei den tot opheffing en/of samenvoeging van een groot aantal studies. Zowel de geografische spreiding, de breedte, de inhoud als de kwaliteit van bestaande opleidingen moet volgens de
Aco worden beoordeeld. Voor informa tie over de eerste punten kan de Aco zorgen. Voor de 'validering' van de kwahteit moeten de deskundigen een beroep doen op rapporten van landelij ke onderwijsvisitaties die elke zes tot acht jaar bij een studie gehouden wor den. Die rapporten moeten dan wèl voor dat doel geschikt zijn, doordat ze ingaan op de plaats van de opleiding in het geheel van het hoger onderwijs. De VSNU en de HBORaad blijken beide sceptisch over dit nieuwe gebruik van visitatierapporten. "Als je te veel dinge aan die visitaties ophangt, breng je de onbevangen beoordeling in gevaar", licht een vsNUwoordvoerder toe. Voor het overige wacht men af wat mi nister Ritzen over dit onderwerp gaat zeggen. Want in het nieuwe HOOP dat op Prinsjesdag uitkomt, zal hij zeker op de kwestie van het 'onderwijsaanbod' ingaan. Al was het maar omdat hij in juni zelf een moratorium op nieuwe op leidingen heeft ingesteld. (HOP)
'Als ik over mijn toelcomst nadenic, word \k erg ongemalckelijlt' jaar
later
Destijds vertelden vijf nieuwe eerstejaars in Ad Valvas over hun verwachtingen en aspiraties. We zijn nu vier jaar verder. Het einde van de studie nadert en de toekomst komt steeds dichterbij. Hoe is het de vijf dit jaar vergaan en wat moet er van hen terechtkomen?
Na vier jaar weet Steven de Graaff (22) nog steeds niet wat liij straks op de arbeidsmarkt te zoeken heeft. De aankomend natuurkundige wil eerst liet land uit om in aanraking te komen met "nieuwe externe factoren". Hoofdbrekens kostte het afgelopen jaar vooral de combinatie van zijn studie met een bestuursfunctie bij het vu-corps. Martine Zuidweg
III
"Het was rond de nieuwjaarsborrel. Die viel precies in de tentamenperiode. We hadden een heel drukke periode achter de rug met het dispuut. Je hebt in het najaar de ontgroening, je hebt de verenigingsfeesten. In de tentamenpe riode moest ik heel hard werken. De laatste twee jaar heb ik niet veel ge haald, omdat ik zoveel met de studen tenvereniging bezig ben geweest. Dat moest ik inhalen." "In die tentamenperiode liet ik het dis puut even voor wat het was. Ik dacht: nu wil ik studeren. Daar waren ze niet zo blij mee. In principe zou ik dat ook nooit mogen doen in die positie: als praeses het dispuut laten sloffen. Dat is het afgelopen jaar een misser geweest waar ik veel van heb geleerd. In zo'n functie, met zoveel verantwoordelijk heid, ontdek je waar je eigen tekortko mingen zitten. Daar word je ook heel duidelijk op gewezen. Je krijgt het ge woon te horen als je het slecht doet als voorzitter, als je mensen niet goed mo tiveert. Het is natuurlijk een spel dat je het elkaar moeilijk maakt. Dat wist ik van tevoren."
Vastpinnen "Als ik niet verder de natuurkunde in ga als onderzoeker, dan ga ik misschien op zoek naar een leidinggevende fitnc tie. Als voorzitter van een dispuut heb je ook een leidinggevende functie. Dan zie )e gelijk in hoeverre je in zo'n positie functioneert. Ik heb gemerkt dat ik me niet goed kan concentreren op twee dingen tegelijk." "Als ik over mijn toekomst moet na denken, word ik daar heel erg onge makkelijk van. Ik heb daar helemaal geen zin in. Ik wil helemaal nog niet gaan werken. Dat idee trekt me hele maal niet. Ik denk heel veel na over wat ik moet gaan doen na het studeren.
maar ik heb nog geen zin om me ergens op vast te pinnen." "Mensen die echt weten wat ze willen, werken met een bepaalde gedrevenheid richting doel. IVIaar ik weet gewoon niet wat ik wil. Ik doe nu alleen dingen die ik leuk vind, en hoop zo op een plek te komen die ik leuk vind. Het krijgen van een baan op zichzelf is voor mij geen drijfveer om bepaalde dingen te doen. Die cvgerichtheid is de tijdgeest, maar bij natuurkunde leeft dat niet zo sterk. Een heleboel natuurkundestudenten willen niets liever dan wetenschapper worden en dan is zo'n cv niet zo be langrijk. Dan moet je gewoon goed zijn in je studie." "Ik wil in elk geval graag nog even het land uit voordat ik aan de slag ga. Ik heb het gevoel dat ik hier niet moet blijven zitten, dat ik hier weg moet, naar een nieuwe omgeving. Zodat ik gedwongen ben me aan te passen aan nieuwe externe factoren. Andere men sen, andere culturen. Om te zien wat er gaat gebeuren als ik helemaal in de middle of nowhere terechtkom, waar ik niemand ken, en opnieuw mijn eigen leefomgeving op moet bouwen." "Ik wU kijken of ik nou echt wel op eigen benen kan staan. Ik kan niet zeg gen dat ik dat hier doe: ik heb een heel veilige omgeving. Mijn ouders wonen in de buurt, met mijn zus woon ik op kamers en als de wasmachine het niet doet, zit ik dertig minuten in de tram en kan ik de was bij mijn ouders draai en. Ik bedoel, hier kan echt bijna niks mis gaan. Er zou alleen een meteoor op mijn huis ktumen vallen."
r •'jSftf'lfe ï * •'< Ml.
AA.:_
' '
vy .!*ïtr.^_ ^
steven de Graaft: 'Ik weet gewoon niet wat ik wii'
*.^t^'
>
Bram de Hollandt
Elektronische snelweg is ontdekt Opvallend weinig gebruikers elektronische snelweg op VU Frank Steenkamp Het gebruik van de 'elektronische snelweg' in het hoger onderwijs blijft toenemen. Driekwart van alle universitaire medewerkers zegt er gebruik van te maken. Bij de stu denten is dat eenderde. Volgens de landelijke organisatie SURF net BV blijkt uit een in mei gehouden gebruikersonderzoek dat zo'n 140.000 studenten en personeelsleden het net werk gebruiken. Dat aantal ligt veertig procent boven de streefcijfers die bij de start in 1987 zijn vastgesteld. En het is een verdnevoudiging vergeleken met 1991. Meegeteld zijn ovengens ook de mensen die slechts enkele malen per jaar op het net komen. Voor het universitaire personeel ishet gebruik van suRFnet nu bij veel facul teiten gemeengoed. L andelijk maakt nu 72 procent gebruik van het net, tegen
dertig procent in 1991. De meeste uni versiteiten zitten daar boven, maar het gemiddelde wordt gedrukt door de vu, Nijmegen en Leiden, waar slechts ze stig procent van het personeel zich op de elektronische snelweg begeeft. Per faculteit gerekend blijken de medici de minst ijverige netwerkgebruikers (zestig procent).
Studenten Een stroomversnelling is te zien bij de ontsluiting van het net voor studenten. Vier jaar geleden was pas zeven procent van hen 'gebruiker', nu is dat bijna vijf maal zoveel: 33 procent. Maar de ver schillen per universiteit zijn nog groot. De TU's zijn koplopers met ruim zestig procent. Tilburg en Wageningen vol gen met vijftig procent. Maar bij de an dere universiteiten komt niet meer dan een kwart van de studenten op SURF net. Hoeveel vustudenten gebruik maken van het net, wordt niet duidelijk
uit het onderzoek. Net als Delft en Rotterdam heeft de vu vanwege de pn vacy geen adressen van studenten voor het onderzoek beschikbaar gesteld. Driekwart van alle gebruikers van suRFnet verstuurt elektronische post. Het gebruik van World Wide Web is m korte tijd even populair geworden als de oudere informatiezoekdienst 'Gop her'. Beide toepassingen worden nu benut door de helft van alle netwerkge bruikers. In de enquête is ook gevraagd naar het algemene PCgebruik in het hoger onderwijs. Het computeranalfa betisme sterft uiteraard langzaam uit Het universitaire personeel beschikt bijna overal over computers, maar van hun studenten moet dertig procent die voorziening missen. (HOP) I
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's