Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 209

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 209

9 minuten leestijd

ADVALVAS 16 NOVEMBER 1995

PAGINA 9

'Als er meer naar ons geluisterd was...' Jurist Schalken vindt dat justitie wat kan leren van de wetenschap Als een moderne evangelist sjouwt prof. T. Schalken dezer dagen van studio naar studio. In alle landelijke kranten duikt zijn naam op. En als hij niet voor een interview wordt gevraagd, dan zorgt hij er wel voor dat zijn stem via de opiniepagi­ na's doorklinkt. "Het recht houdt een opdracht in om in discussie te blijven", aldus de hoogleraar strafrecht, wiens columns uit 'de Volkskrant' nu zijn gebun­ deld.

Ï;­;­".,*,~';,­,­­,j;

­ ­ *M ' w

*

* " * *^

a t i * « ' ;**"**><*

x.

T--

^JV^ > ­f 4

" *iA*^

Martine Zuidweg Vorige week kwam een einde aan het openbare deel van de parlementaire enquête over opsporingsmethoden, die volgens prof. Tom Schalken is ontaard in 'een soort Goede tijden, slechte tij­ den'. De rechtswetenschap kan een rol spelen bij het bekorten van die slechte tijden, zo meent de hoogleraar straf­ recht. "Strafrecht heeft van oorsprong al een kritische functie naar de macht van de overheid toe. Als de overheid haar macht niet goed gebruikt, dan moeten wij daarop wijzen. Ik vind dat dat nog te weinig gebeurt. We moeten blijven hameren op de functie van het straf­ recht; er steeds op wijzen dat je voort­ durend in debat moet blijven. Als iedereen ­ het openbaar ministerie, de politie, de rechtspraak ­ kritisch was geweest, was die parlementaire enquê­ te niet nodig geweest." Tot nu toe heeft de overheid tot onge­ noegen van Schalken haar oor niet te luisteren gelegd bij de wetenschap. Integendeel: "Al die stukken die we schrijven. Als daar wat meer naar gekeken was... Nee, de wetenschap werd juist gemarginaliseerd. Zo van: jullie begrijpen de tijdgeest niet; jullie zijn disloyaal."

Tom Schalken: '••".:' j • j,'. 'IRT­Enquête is ontaard i ' " \ ; " ~^' in een soort Goede tij­ ^^ v" =­ ­­.^ den, slechte tijden.' >-,

r­.*; Sidney Vervuurt ­ AVC/VU ' ^

ft'

* '­

Bijna drie jaar achtereen verwoordde Schalken zijn kritiek in de columns die hij voor de Volkskrant schreef. De mythe van het gezag heet de recent uitgebrachte bundel met een selectie van die colimins. Al schrijven­ de raakte Schalken naar eigen zeggen gefascineerd door gezagsdragers, waar­ onder politici, officieren van justitie en hoofdcommissarissen, "die in de afbraakfase van de verzorgingsstaat hun gevoel voor oriëntatie zijn kwijtge­ raakt". Volgens de hoogleraar groeide de aan­ dacht voor de zware criminaliteit in de jaren tachtig buiten proportioneel. De

doelstellingen van het openbaar minis­ terie (OM) werden ambitieuzer, terwijl de beschikbare financiële middelen snel slonken. Schalken: "Daar is die desoriëntatie uit voort gekomen. In de trant van: wat moeten we eigenlijk gaan doen; we moeten de criminaliteit bestrijden, maar we moeten toch ook de politie in de hand zien te houden, of moeten we ons in de eerste plaats bezighouden met preventie?" De oplossing werd niet gevonden in minder doelstellingen, maar in een andere bedrijfscultuur. 'Marktgerichtheid', 'klantvriendelijk­ heid' en 'management' werden tover­

woorden, zegt Schalken, die het aan den lijve ondervond als medewerker op het departement van justitie en als advocaat­generaal bij het OM. "Er werd gewerkt aan de vorm, maar con­ sensus over waar we naartoe moesten, was er niet. Dat kun je de mensen die de reorganisaties bij justitie en politie hebben geleid kwalijk nemen; dat ze dat niet helder hebben geformuleerd." De hoogleraar vindt het niet vreemd dat het OM vervolgens zijn oeroude kerntaak verwaarloosde: het op een 'fatsoenlijke' manier presenteren van zaken aan de rechter en in dat kader toezicht houden op de politie. Het leidde ertoe dat "de overheid in haar ijver criminelen op te sporen, zich ook zelf als een crimineel was gaan gedra­ gen".

'Twee vrouwen alleen? Op Sicilië?'

Zo stom

Antropologiestudenten Heleen Smits en Sigrid Kristensen verrichten drie maanden veldwerk op Sicilië. Om de week berichten zij van hun beleve­ nissen tijdens hun onderzoek. Een verslag van hun aankomst in de serie 'De wereldstudent'.

Heleen Smits Sigrid Kristensen Strepen op de weg. Stoplichten en ver­ keersborden lijken hier totaal overbo­ dig te zijn. Men toetert en scheurt vro­ lijk door. Naar een medeweggebruiker of voetganger wordt niet omgekeken. Sterker nog, er wordt helemaal niet gekeken. Als dit luidruchtige en chao­ tische rijgedrag een afspiegeling is van de Sicihaanse cultuur, dan staat ons nog heel wat te wachten. De eerste stad waar wij onze ogen de kost kurmen geven is Catania, gelegen aan de voet van de Etna, aan de oost­ kust van het eiland. Veel tijd om om ons heen te kijken wordt ons echter niet gegund, biimen vijf minuten zijn we getuige van een overval op een auto. De ruit wordt ingeslagen en alle bagage eruit gesleept. Ondertussen kij­ ken wij angstig om ons heen naar de berg rugzakken, tassen, laptop en prin­ ter die ons scheidt van deze criminele stad. Welkom op SiciKë! De volgende ochtend blijkt Catania ook een ander gezicht te hebben: wui­ vende palmbomen langs een azuur­ blauwe zee, imposante gebouwen in Barokstijl met de grillige en onrustige Erna op de achtergrond die echter meestal schuil gaat achter de zeer smalle steegjes behangen met was. Twee Italiaanse vrienden loodsen ons een paar dagen door deze hectische

stad waarvan het straatbeeld bepaald wordt door met mannen bevolkte piazza's, op scooters scheurende pubers en goed geklede vrouwen. De universiteit van Catania bestaat uit een voor ons nog steeds onbekend aantal gebouwen. Een kunsthistoricus zou ervan uit zijn dak gaan. Een stu­ dent op zoek naar een professor ook: een wirwar van trappenhuizen, verla­ ten uitziende faculteiten en stoffige bibliotheken zijn getuigen van onze zoektocht. Even, heel even maar ver­ langen we naar de vu...

Dak Terwijl de man achter het loket het geld van onze buskaartjes gretig in zijn borstzakje steekt, wagen wij de over­ steek naar de andere kant van de weg waar de bus naar Palermo op punt van vertrekken staat. Als de grillige bergen, de bloeiende cactussen en olijfboom­ gaarden langs ons heen flitsen, vragen we ons stilletjes af waar we vanavond zullen zijn. Bereiken we vandaag nog een geschikt dorpje voor onderzoek en zo ja, hoe? Vinden we wel een dak boven ons hoofd? Na een busreis van enkele uren wor­ den we midden op een drukke piazza gedropt. De hoofdstad ontpopt zich als een indrukwekkende smeltkroes van Arabische, Griekse en Afrikaanse culturen. Volop genietend van ons

antropologenbestaan, wordt hier bijna een einde aan gemaakt door een langs­ scheurende ambulance. Onze bagage weer bij elkaar rapend begeven we ons op weg naar de volgende bus. Een hele toer aangezien straamamen, weg­ wijzers en busntunmers hier kennelijk niet tot het straatmeubilair behoren. Na enig kunst en vliegwerk bereiken we de haast onbegaanbare binnenlan­ den en maakt het rumoer van de grote stad plaats voor de stilte en gesloten­ heid van het platteland. Voor het don­ ker zitten we tussen alleen maar man­ nen in de plaatselijke dorpskroeg, die ons vol ongeloof aanstaren. Twee vrouwen alleen? Als we ze om hulp vragen bij het vinden van onderdak worden spontaan hele families inge­ schakeld. Regelen en ritselen kunnen ze hier wel: nog dezelfde avond heb­ ben we een eigen kamer in een gezellig familiehotelletje dat eigenlijk al hele­ maal volgeboekt was. Moe van alle indrukken vragen we ons af hoe het onze voorgangers vergaan is. Malinowski had vast geen proble­ men met het invoeren van zijn laptop en zou Margaret Mead naar huis gefaxt hebben dat zij veilig aangeko­ men is?

De gezagscrisis was een feit. In de inleiding van zijn boek stelt Schalken "dat er niet alleen in de jaren zestig, zeventig, maar ook nu weer van een gezagscrisis sprake is; minder explo­ sief, eerder sluimerend, maar onmis­ kenbaar. Het gezag is een mythe geworden." Volgens de hoogleraar is er één belangrijk verschil met de gezagscrisis zoals die zich in de jaren zestig ontwik­ kelde. Nu zijn het de autoriteiten zélf die de troon hebben omgegooid. "Terwijl de gezagscrisis in de jaren zestig een gevolg was van kritische geluiden vanuit de samenleving, is het nu gewoon stommiteit van de autori­ teiten zelf. Ze hebben het zelf in de hand gehad. Dat maakt het zo ontzet­ tend stom." Rechtshandhaving veronderstelt het massaal naleven van normen en dat gebeurt alleen als mensen vertrouwen hebben in het rechtssysteem. Juist dat vertrouwen wordt volgens Schalken op dit moment wel erg op de proef gesteld. "Als je nu een onderaoek zou houden onder de bevolking, zou je zien dat mensen het helemaal niet zo erg vinden dat de politie drugs door­ laat. Als ze maar criminelen vangen. Het betalen van afkoopmiljoenen aan een hoge ambtenaar is veel schadelij­ ker voor de beeldvorming. Het is funest. Dat men dat miskend heeft op het departement... Dit soort dingen, daar moet je alert op zijn." Over het vervolg op de parlementaire enquête, zegt Schalken: "W e moeten uitkijken dat er geen bijltjesdag komt. Dat zou verkeerd zijn. Het is niet alleen een zaak van een enkele hoofd­ officier of commissaris. Iedereen is schuldig." Volgens de hoogleraar is het de 'non­ interventie­cultuur' bij het OM geweest die de overheid op het criminele pad heeft gebracht. "Men heeft niet geleerd om kritisch naar elkaar te kij­

ken. Oie cuuuui ib er nooit geweest. De officieren van justitie bemoeien zich niet met elkaar, maar ook niet met de politie. Het is een professione­ le, academische cultuur: de mensen hebben allemaal een vrij hoge status en niemand wordt geacht zich met het werk van de ander te bemoeien. Men vergeet elkaar op de hoogte te houden, te communiceren, en ook te toetsen." Het klimaat doet denken aan dat van

'Niet alleen in de jaren zestig, zeventig, maar ook nu is weer sprake van een gezagscrisis'

de tmiversiteit. "Net als op de univer­ siteit heeft men ook bij het OM func­ tioneringsgesprekken lang tegengehou­ den. Dat was toch een soort aanslag op je autonomie." De onderzoekstaken van wetenschappers werken een non­ interventiecultuur op de universiteit in de hand, meent Schalken. "Maar omdat het openbaar ministerie een onderdeel is van het strafrechtelijk apparaat, moet het personeel daar wel intensief samenwerken." Mogelijk kan al tijdens de rechtenop­ leiding aan een mentaliteitsverandering worden gewerkt, denkt Schalken. "W e moeten de juristen er al in een vroeg stadium van bewustmaken dat ze niet in hun eentje met een vak bezig zijn." Op schrift droomt Schalken intussen alvast over betere tijden: "Eens zal de tijd |;omen dat grote mensen weer belangrijke dingen zullen zeggen, dat mensen die belangrijke dingen zeggen dat ook menen, dat mensen die menen wat ze zeggen integer zijn, dat mensen die integer zijn in hoge functies terechtkomen, dat mensen in hoge functies ook daadwerkelijk gezag heb­ ben." Schalken, T.: De mythe van het gezag; over strafrecht, uitgeverij G.A. van Oorschot, Amstercjam 1995, ISBN: 90­282­08879.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 209

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's