Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 349

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 349

10 minuten leestijd

AD VALVAS 1 FEBRUARI 1996

PAGINA 7

ledere faculteit een onderwijsdirecteur Verbetering van de organisatie van het onderwijs vereist meer sturing Het college van bestuur verwacht veel van nieuw aan te stellen onderwijsdirecteuren. Die moeten de kwaliteit en de studeerbaarheid gaan managen. Het college wil twee miljoen gulden investeren in de plannen. Sommige faculteiten hebben al managers rondlopen die het onderwijs beroepshalve sturen. Een kijkje bij drie faculteiten. Dirk de Hoog "Verdere verbetering van het onderwijs is alleen mogelijk indien het facultair management ten aanzien van onderwijs verandert", schreef het college van bestuur van de vu afgelopen najaar in een notitie. In hetzelfde stuk pleit het college voor de invoering van onderwijsdirecteuren op de faculteiten. Zo'n directeur "initieert, stimuleert en coördineert activiteiten die de kwaliteit van het onderwijs in het algemeen bevorderen", staat in een bijgevoegde profielschets te lezen. De directeur, die direct onder verantwoordelijkheid van het faculteitsbestuur opereert, moet ook uitvoerende macht krijgen. Hij of zij "kan de vakgroep aanwijzingen geven met betrekking tot de uitvoering van de onderwijs- en examenregeling. Dit kunnen aanwijzingen zijn met betrekking tot de aard, het niveau of de omvang van de te onderwijzen leerstof, de gehanteerde werk- of toetsvormen of aanwijzingen met betrekking tot inzet van' docenten." Het college wil deze oplossing echter niet dwingend voorschrijven. Elke faculteit mag binnen bepaalde grenzen een eigen oplossing kiezen voor de knelpunten in het onderwijsmanagement. Daarvoor heeft het college in ieder geval wel geld over. Twee miljoen gulden uit het vu-studeerbaarheidsfonds wordt gereserveerd voor begeleiding van en investeringen in het proces van verbetering van het onderwijsmanagement.

Zinvol De eerste officiële onderwijsmanager aan de vu ziet de komst van een onderwijsdirecteur wel zitten. "Je hebt iemand nodig die ervoor gaat, plannen maakt, anderen stimuleert en met een beetje trekken en duwen de zaak m beweging brengt", zegt cir M. de Jong-Brink. Tweeëneenhalf jaar geleden werd zij naast haar baan als universitair hoofddocent voor twee dagen in de week aangesteld als onderwijsmanager bij de faculteit biologie. Maar die functie heeft ze net weer neergelegd. "De combinatie van wetenschapper en manager vond ik te zwaar. Als ik 's avonds thuis kwam, moest ik meestal nog aan mijn wetenschappelijke arbeid beginnen." Maar het werk als zodanig vindt ze zinvol. "Je voetbalt voor het totale onderwijsplaatje." Onder haar 'bewind' vond een complete vernieuwing van het eerstejaarsonderwijs plaats. "Vroeger kregen alle vakgroe-

pen een eigen partje in het eerste jaar dat ze naar believen mochten invullen. Nu is er een basisinleiding van drie maanden waar elke vakgroep een omschreven bijdrage aan moet leveren. Dat is toch een hele verandering die alleen maar lukt als het proces gestuurd wordt. Dat doet een manager." In het nieuwe eerste jaar is plaats ingeruimd voor computerondersteund onderwijs. Daar ziet De Jong-Brink nog veel meer mogelijkheden voor. "Er zijn her en der goede ervaringen met probleemgestuurd onderwijs opgedaan, waarbij ook de computer een rol speelt. Dat is voor studenten erg motiverend. Maar het zijn veranderingen die je niet van individuele

docenten kunt verwachten. Daar heb je een onderwijsorganisatie voor nodig."

I

Dr E. Vester stuurt het onderwijs op de letterenfaculteit. Op de vraag wat haar functie inhoudt, antwoordt ze: "Dat is een probleem. Na vier jaar zijn de verschillende instanties het nog steeds niet met elkaar eens hoe mijn functie moet worden aangeduid. Ik heb nog steeds mijn oude aanstelling als docent Latijn. Wat dat betreft zou het officieel instellen van de functie van onderwijsdirecteur positief zijn. Het geeft duidelijkheid."

Vergaderen Wat ze doet, kan ze wel uitleggen. "Veel vergaderen", is het eerste spontane antwoord. En het is een drukke baan. "In het begin combineerde ik management en wetenschap, maar dat is onmogelijk. Ik heb de laatste tijd geen Latijns boek meer gelezen." Letteren besloot de functie in het leven te roepen, omdat de faculteit heel gecompHceerd is. "In totaal zijn er zestien opleidingen, zoals Engels, Nederlands, geschiedenis, maar ook combinaties als woord beeld en algemene letteren. Docenten verzorgen onderwijs bij verschillende oplei-

dingen. Andersom volgen studenten vakken dwars door de faculteit heen. Dat vraagt om coördinatie en organisatie." Vester vindt zeker niet dat in het verleden geen aandacht bestond voor de kwaliteit van het onderwijs. "Elke opleiding op zich was best goed georganiseerd. En omdat we vooral met kleine groepen studenten werken, is de relatie student-docent ook meestal goed. Hier heb je geen massale hoorcolleges. Maar het gebeurde soms wel dat een student tentamen moest doen voor het ene vak, terwijl hij voor een ander vak college moest lopen. Zo'n ingewikkeld onderwijsprogramma als bij ons is voor de individuele docent niet meer te overzien." Eén van de concrete verbeteringen die dan ook is ingevoerd, is de uniforme jaarindeling: elk vak in een blok van acht weken. "Dat heeft ruim anderhalf jaar discussie gekost. Elke opleiding had natuurlijk legitieme argumenten waarom zij alles bij het oude wilde laten. Dan kom je alleen verder als iemand de kar trekt." Vester is ook verantwoordelijk voor de onderwijsvoorlichting op haar faculteit. "Het is nuttig als de verschillende studiegidsen en voorlichtingsbrochures van de

Illustratie: Berend Vonk

'*/'-.>."/X> I ""^i^Kvy»

faculteit er een beetje hetzelfde uitzien en er dezelfde informatie in staat. En voor middelbare scholen is het soms wel zo handig dat ze voor informatie en voorlichting over alle zestien opleidingen bij één iemand terecht kunnen en niet zestien verschillende docenten over de vloer krijgen."

Normen In de discussie over de organisatie van het onderwijs aan de vu staat vaak de grootste faculteit. Geneeskunde, model. Daar zwaait sinds kort dr A.M.J.J. Verweij-van Vught de scepter over de sectie onderwijs van het factilteitsbureau. "Mijn functie komt aardig overeen met de omschrijving van onderwijsdirecteur", zegt ze. De baan is niet nieuw, want "de faculteit is al jaren ondenvijsminded en bezig met een proces van verbetering van het onderwijs", aldus Verweij-van Vught. Zo is het onderwijs thematisch van opzet en wordt het voorbereid door projectgroepen. Die benaderen vakgroepen met het verzoek een bepaald onderdeel te verzorgen. Maar volgens de onderwijsdirecteur heeft de faculteit nog een belangrijk ijzer in het vuur. "Landelijk zijn heel precies de eindtermen opgeschreven waaraan een afgestudeerde arts moet voldoen. Dat kun je weer vertalen naar concrete onderwijsdoelen per vak. En ook bij de evaluaties is dat weer een criterium. Voldoet het vak aan de gestelde eisen?" Verweij-van Vught is niet echt ontevreden met de rendementscijfers van de faculteit. "46 procent haalt de propaedeuse in augustus. Een paar maanden later is dat rond de 70 procent. Maar daar ligt wel een mooie doelstelling voor het onderwijsmanagement. Die 70 procent moeten we al in augustus halen, want studenten kunnen zich geen vertraging meer veroorloven. En dat moet volgens mij kunnen zonder te mortelen aan het niveau van de opleiding." Bij Biologie hebben ze het echter niet zo op met rendementscijfers. "Je kunt er net zoveel laten slagen als je wilt. Als je de normen maar aanpast en ze zes herkansingen laat doen", zegt De Jong-Brink. "Misschien moet het rendement juist omlaag. Biologie heeft nu erg veel studenten en de vraag is of die allemaal wel geschikt zijn voor het vak. Ik ben voor goede selectie in het eerste jaar: een bindend studieadvies." Ook bij Letteren is men wel voor selectie. Vester: "We geven sommige studenten advies iets anders te gaan doen, maar dat volgen ze meestal niet op. De ervaring is dat juist deze studenten de rest van de studie de meeste aandacht en zorg nodig hebben. En dan kun je de vraag stellen of dat de juiste inzet van middelen is. Dat is nu een echte managementvraag."

• • *\%*\v»?i*

'Eeif machtig baasje lost de problemen niet op' ooral de cultuur rond het onder\«djs V moet veranderen, vindt Carole Brouwer. Ze studeert medicijnen aan de

vu, zat in het bestuur van de studentenbond SRVU en is coördinator van de werkgroep onderwijs van de landelijke studentenvakbond Lsvb. "Wat nu nogal eens gebeurt, is dat iedereen een eigen eilandje bezet op het gebied van onderwijs. Er is geen cultuur van samenwerking", zegt Brouwer. "Dat leidt ertoe dat het onderwijs bestaat uit allemaal losse brokken met onderling weinig samenhang." Ze geeft toe dat het college van bestuur dit probleem onderkent in de notitie over onderwijsmanagement, maar ziet in de komst van een directeur geen adequate remedie. "Cultuurverandering kun je niet dwingend van bovenaf opleggen. Dat moet groeien. Het is te makkelijk om maar een nieuw structuurtje te bedenken en een machtig baasje aan te stellen. Dat lost de problemen niet op." Brouwer wijst erop dat er nu al verschillende organen zijn die zich bezighouden

met het onderwijs. "Neem de opleidingsen de onderwijscommissies. Daar komt heel veel ervaring en expertise samen. Zeker ook omdat er studenten in zitten die zelf meemaken hoe het onderwijs loopt. Het probleem is echter dat die commissies geen macht hebben om dingen te veranderen. Kijk maar naar wat er met evaluaties gebeurt, meestal niets." De tegenwerping dat dit juist pleit voor invoering van directeuren met bevoegdheden brengt haar niet van de wijs. "Ik ben er zeker niet tegen als er mensen komen die coördinerende taken krijgen op het gebied van onderwijs, maar laat die dan werken onder supervisie van de onderwijscommissie. Daar wordt bijna niks over gezegd door het college, evenmin als over de controle door de faculteitsraden. Het gaat om een persoon die direct onder het bestuur werkt met veel volmachten. Ik ben bang dat zo iemand heel solistisch te werk zal gaan en de boel van bovenaf even wil regelen." Die vrees is haar extra ingegeven door de

wijze waarop het college tegen studenteninbreng aankijkt. "Studenten worden steeds meer als consumenten gezien, die eigenlijk niet in het universitaire bestuur thuishoren. Dat is heel iets anders dan een cultuur van samenwerken aan goed onderwijs."

R

rouwer voelt wel voor een persoon die een soort ombudsfunctie op het gebied van onderwijs kan vervullen. "Nu gebeurt het vaak dat mensen met vragen en klachten van het kastje naar de muur worden gestuurd en iedereen de verantwoordelijkheid afschuift op een ander. Maar zo iemand moet wel binnen en niet boven de organisatie staan." De roep om onderwijsdirecteuren past volgens haar in een landelijke hausse om iets aan de organisatie van het onderwijs te doen. Ze vindt de vu-voomemens niet eens de slechtste. "De vu neemt een beetje een tussenpositie in. Hier wil men een gekozen faculteitsbestuur houden en een onderwijsdirecteur die uit de eigen faculteit voort-

komt met duidelijke betrokkenheid bij het onderwijs en onderzoek. Andere universiteiten, zoals de UVA en Delft, overwegen extremere vormen: die willen beroepsbestuurders van buiten aantrekken, echte managers. Daar verwacht ik meer problemen dan oplossingen van. Aan de andere kant denkt de universiteit van Groningen meer onze kant op door de positie van de opleidings- en onderwijscommissies te versterken." Over de organisatie van het onderwijs op haar eigen faculteit is Brouwer redelijk te spreken. "Bij Medicijnen is echt van onderaf samenwerking gegroeid op het gebied van onderwijs. Vakgroepen hebben een stukje macht afgestaan en er zijn allerlei overleggen. Daar past dan prima een coördinator bij die het reilen en zeilen in de gaten houdt. Maar dit is niet gedwongen van bovenaf opgelegd en dat is een voorwaarde voor verbetering van de cultuur rond het onderwijs." (DdH)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 349

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's