Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 191

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 191

10 minuten leestijd

PERSONEELSKATERN

D VALVAS 9 NOVEMBER 1995

PAGINA 1 1

Aio is student en werlinemer tegelijk' iscussie over status aio's nadert apotheose e vormen bijna tien procent van het personeel van de j , draaien misschien wel de meeste uren van iedereen, aar hebben desondanks de meest wankele echtspositie: de aio's. Mogelijk nog dit jaar zal de vu eslissen of de aio's in het vervolg een beurs krijgen in laats van salaris. "In feite wordt het probleem van de astgeroeste wetenschappers op ons afgeschoven", vindt Joke van Saane, secretaris van het aio-overleg. "De aio's hebben over het algemeen een hoge wetenschappelijke output, maar zitten wel op de schopstoel, omdat ze geen vaste aanstelling hebben." "De vu wil gewoon een bepaald deel van haar werknemers in tijdelijke dienst hebben. We kunnen niet iedere aio een vaste baan bieden", repliceert H. Urbanus, via Personeelszaken betrokken bij de aio-problematiek. Iedere aio is nu nog werknemer van de vu en krijgt bij aanstelling een contract voor vier jaar. Wie daarna nog niet klaar IS, knjgt een uitkering, wachtgeld geheten. Tegenwoordig moet dat door de werkgever, de universiteit, betaald worden. Aan een gemiddelde aio is de vu nu zestien maanden uitkering kwijt. "Het probleem met aio's die niet tijdig promoveren is niet nieuw. Door de decentralisatie van de wachtgelden en door de grote aantallen aio's die zijn aangenomen is het alleen scherper voor ogen gekomen. Vroeger draaide de minister voor de kosten op", vertelt Urbanus. "Nu niet meer."

Miniem De vereniging van universiteiten VSNU bracht enige tijd geleden onrustbarende cijfers over de aio's uit. Slechts zeven procent van alle promovendi zou erin slagen binnen de vier jaar een proefschrift af te hebben. Een derde van alle aio's zou dat zelfs nooit halen. Aan de vu blijken deze cijfers iets beter te zijn, maar ook hier zijn de rendementen laag. Van de 364 aio's die tussen 1986 en 1990 zijn begonnen, hadden er maar 28 na vier jaar hun doctorsbul op zak (7,7 procent). Nog eens 133 lukte het in minder dan vijf jaar de dissertatie af te ronden. Van de 189 aio's die tussen '86 en '88 begonnen heeft uiteindelijk driekwart het gehaald. Over mogelijke manieren om het rendement te vergroten, zijn de meningen verdeeld. "De begeleiding zou moeten verbeteren", meent aio Van Saane. "En bij de aanname van aio's zou beter

op de gevolgen moeten worden gelet. Nu worden er echt te veel aio's aangenomen. De begeleiders hebben daardoor geen tijd meer over. We hebben ook voorgesteld elk jaar een beoordelingsmoment in te lassen, een soort voortgangscontrole. Nu krijg je alleen na het eerste jaar een beoordeling. Als je jaarlijks beoordeeld wordt, is de druk natuurlijk wel groter." "Het systeem is niet gericht op promoveren in vier jaar", vult Urbanus aan. "Je ziet een promotiepiek tussen 55 en 60 maanden. Het normbesef ten aanzien van promoties is hoog. Een promotor wil vooral een goed proefschrift, niet een snel. We kunnen de normen verlagen, maar daar schiet natuurlijk niemand wat mee op." Niet alleen de snelheid van de aio's, maar vooral ook de aansluiting van de aio's op de arbeidsmarkt blijkt een probleem. Ook aio's die klaar zijn maar nog geen baan hebben, kosten wachtgeld. De kans om binnen de universiteit aan de slag te komen, is miniem. En ook daarbuiten liggen de banen niet voor het oprapen. De vu organiseert al enige tijd voor alle aio's een arbeidsmarktcursus, de iKU-cursus. Tot nu toe kregen de promovendi die in het vierde jaar, maar omdat aio's dan aan weinig anders kunnen denken dan aan hun promotie, wordt die cursus nu naar voren gehaald. Het probleem om aio's aan een (passende) baan te helpen lijkt er niet veel minder groot op te worden. "Wij zien de cursus als een veredelde poging om van ons af te komen", aldus Van Saane cynisch. "De meeste aio's willen blijven, maar die plaatsen zijn er niet. Dat is moeilijk." Dat zal ook niet veranderen als de promovendi een beurs krijgen, vreest Van Saane. "Als je een beurs krijgt, bouw je geen werkervaring op. De promotie wordt dan echt gezien als de laatste fase van je studie. Dan wordt het als promovendus steeds moeilijker om je te profileren voor een werkgever. We gaan ervan uit dat mensen intrinsiek gemotiveerd zijn om te promoveren. Onderzoek doen is leuk. Maar de universiteit zou er beter aan doen daar goede voorwaarden voor te

Illustratie: Berend Vonk

«7*^%% scheppen. Het beleid is nu halfslachtig. Ze willen het Amerikaanse systeem imiteren, maar zijn niet bereid daarvoor te betalen. In Amerika zijn het juist de briljante studenten die promoveren. Die krijgen ook een heel intensieve begeleiding. Hier dreig je de toppers kvidjt te raken aan het bedrijfsleven."

Mengvorm , Bij de universiteiten van Amsterdam en Leiden zijn de eerste beurspromovendi inmiddels een feit geworden. Hoe de ervaringen zijn, is nog niet te zeggen, "maar het aio-overleg daar is er ook fel op tegen", weet Van Saane. "Ook als de beurs even hoog is als het salans, ga je er nog op achteruit. In arbeidsvoorwaarden en rechtspositie bijvoorbeeld." Hoe lang het aan de vu nog duurt voor de eerste promovendi een beurs krijgen, is moeilijk te zeggen. Waarschijnlijk wordt de faculteiten de keus gelaten. "Het is de mengvorm tussen werkne-

mer en student die de weerstand veroorzaakt", verklaart Urbanus. "In zekere zin is een promotie vergelijkbaar met een doctoraalexamen. Dat examen doe je ook niet alleen om je diploma te halen. Je steekt er iets meer van jezelf in. Vroeger was het je eigen zaak of je promoveerde of niet. Nu met het aiostelsel heb je als promovendus een duidelijke taak. Je wordt speciaal aangesteld om binnen vier jaar een promotie af te ronden. Mensen die dat zonder problemen doen, dat zijn de goede. Die redden het. Maar ik hoor ook wel aio's die zeggen: je hebt tenminste een baan. Dat vind ik niet de goede insteek. Doordringen in de wetenschappelijke wereld vraagt wel iets meer dan dat." "Uit een enquête van ons van vorig jaar bleek dat zestig procent van de aio's niet meer zou promoveren als ze daar een beurs voor zouden krijgen", vertelt Van Saane ontdaan. "Dat zegt toch wel

%J/A^^J1»I^ iets. We zijn echt bang dat de kwaliteit van de proefschriften achteruit gaat. Daar hebben we ook met het college van bestuur over gepraat. Maar daar wordt absoluut niet naar ons geluisterd. De notitie die zij over beurspromovendi gemaakt hebben, hebben ze zelfs helemaal niet naar ons opgestuurd. Die kregen we via de ondernemingsraad." "Het lijkt me erg gevaarlijk om te denken dat talent toch wel komt bovendrijven. Daar zou het college van bestuur zich nog wel eens lelijk in kunnen vergissen", zegt Van Saane. "We weten ook wel dat het moeilijk is om alle aio's aan een baan te helpen. Maar een simpele regel als 'Neem geen nieuwe aio aan zolang je de oude nog betaalt' zou al veel kunnen verbeteren."

'Je moet van je onderzoek liouden' Oio Lieke Peper: 'Het is goed om te weten dat er mensen achter je staan'

"Als je boft met je begeleiding, heb je er een fantastische baan aan. Dat meen ik echt." Dat aio of oio zijn niet voor iedereen een pretje is, weet promovenda Lieke Peper ook wel. "Ik heb óók hard gewerkt. Natuurlijk. Maar ik vond dat ook leuk." Een zwoegende promovenda in de serie 'werkpaarden'. Het verhaal van Lieke Peper is vrij uitzonderlijk voor een promovenda. Waar het merendeel van de aio's en oio's meer dan vier, meestal zelfs meer dan vijf jaar nodig heeft om een proefschrift af te leveren, deed Peper dat in drieëneenhalf. Pas in april volgend )aar heeft ze haar vierjarig contract erop zitten, maar al voor deze maand staat haar promotie gepland. "Ik heb daardoor het geluk dat ik niet een dag later mijn bureau hoef op te ruimen", lacht de aanstaande doctor. "Ik kan nog even door." Peper studeerde in september 1990 af in de bewegingswetenschappen aan de vu. 'Het verlangen' dat ze als student had om door te gaan in de wetenschap, bleek te kunnen worden vervuld. Ze mocht als aio aan de slag bi) haar eigen faculteit. Een plaats die ze echter maar anderhalf jaar bezet hield. "Het NWO had m die tijd net de aanvraag gehonoreerd voor een onderzoek, dat nauw aansloot op waar ik op afgestudeerd

was. Mijn afstudeerbegeleiders vroegen me of ik daar geen interesse voor had. Na lang wikken en wegen heb ik toen ja gezegd. Het was mijn eerste liefde." Van aio werd Peper zo oio. Heeft ze verschil gemerkt tussen de twee? "Niet

E WERKPAARDEN echt. Als oio deed ik mee in wat een 'aandachtsgebied' heet. Dat betekent dat ik veel contact had met mensen in andere universiteiten. Als aio was dat veel minder." De klacht dat er veel schort aan de begeleiding is onder aio's veel gehoord.

Peter W/olters - AVC/VU

Gebrek aan begeleiding is vaak de eerste zondebok voor vertraging in de promotie. Van Peper zal je zo'n geluid echter niet horen. "Ik heb veel contact met mijn begeleiders gehad; kon er altijd zo binnenlopen. Heel losjes allemaal. Dat was voor mij ideaal. Het is goed om te weten dat er mensen achter je staan." Peper blikt dus tevreden terug op haar promotiewerk. Was zelfs het lage salaris haar geen doom m het oog? "Het loon is in het eerste jaar natuurlijk wel belachelijk laag. Zeker als je kijkt naar wat je ervoor doet. Maar daar heb ik persoonlijk nooit zo mee gezeten. Ik heb ook geen man of kinderen waar ik voor moet zorgen. Dat scheelt. Ik heb zelf zoiets van: het is een leuke baan. Je doet leuk onderzoek. Je bent flexibel in het

indelen van je tijd. Af en toe kun je gewoon een dag vrij nemen, terwijl je soms op zaterdag en zondag doorwerkt. Dan maakt het loon niet zoveel uit. Je moet het aio- of oio-schap niet zien als zomaar een baan. Het toekomstperspectief is niet best, dat weet ik ook wel. Je moet dus wel van je onderzoek houden." Peper denkt de zes maanden die ze nog onder contract staat makkelijk te vullen met één groot experiment en nog een publikatie. Na afloop van haar contract hoopt ze op een post-docplaats, maar ze beseft dat de competitie groot is. "Ik wil graag wetenschapper worden", zegt ze overtuigd. "Ik weet dat de kansen klein zijn. Hier aan de faculteit nemen ze niemand meer in

vaste dienst aan. Toch ben ik hard bezig voor mijn kansen. Ik werk hier in een heel leuke groep, met een onderwerp waar ik graag mee verder wil." Pepers tevredenheid wordt slechts door één ding licht vertroebeld. "Wat ik raar vind, is dat we allemaal braaf ons boekje laten drukken en na afloop een groots diner en een feest geven. Dat kost handenvol geld, ettelijke duizenden guldens. Ik doe het ook, hoor. Niemand wil dat zijn proefschrift er , als een scriptie uitziet. Maar ik vind het wel een heel schril contrast met het toekomstperspectiefvan misschien thuis zitten."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 191

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's