Ad Valvas 1995-1996 - pagina 241
5
I
AD VALVAS 30 NOVEMBER 1995
PAGINA 9
;i ontgroening
Illustratie: Berend Vonk
'Alleen solidariteit kan vergrijzing tegengaan' ~^ cht wat doen aan de vergrij„jzing valt niet mee, weet prof. W. Noomen, decaan van de faculteit sociaal culturele wetenschappen (scw). Dwangmiddelen ontbreken. Je kunt mensen vragen of ze met de VUT gaan. Of je kunt een beroep doen op solidariteit. Maar of dat veel zal opleveren... Noomen heeft er een hard hoofd De faculteit sociaal culturele wetenschappen staat aan de vooravond van een ingrijpende reorganisatie. In zes jaar moeten maximaal twintig arbeidsplaatsen verdwijnen. Vooral de mensen met een tijdelijke aanstelling, vrouwen en jongeren, dreigen daar de dupe van te worden. De ouderen blijven veelal buiten schot. Zij hebben een vaste baan en als er gereorganiseerd wordt, telt dat zwaarder dan produktie. Noomen, decaan van de faculteit en ervaren universitair bestuurder, proefde het begin van een scheefgroei, maar besefte zijn onmacht. Hij besloot te gaan praten met zo'n dertig personeelsleden van boven de vijftig. De resultaten? Noomen lacht licht cynisch. "Het was erg prettig om te constateren dat iedereen hier dolgraag werkt." De bestuurder die de vergrijzing echt wil aanpakken, zit met zijn handen in
zijn haar. Mensen vragen om met de VUT, of met deeltijd-vuT te gaan, is een optie. Of je daarmee veel bereikt, is echter de vraag: de VUT is vrijwillig en dreigt bovendien te worden afgeschaft. De andere optie is zo mogelijk nog vrijblijvender: een beroep op solidariteit. Als vier mensen met een vaste aanstelling ieder een dag afstaan, kan een tijdelijke aanstelling worden verlengd. Bij de Nederlandse Spoorwegen is dat recept onlangs succesvol gebleken. Bij de vu heeft zo'n aanpak echter slechts kans van slagen als het centraal geregeld wordt, denkt Noomen. Op facultair niveau ziet hij er weinig heil in. Iedereen vindt van zichzelf dat hij te veel werk heeft om het in minder uren te doen. Noomen begrijpt de 'berekenende' houding van zijn werknemers wel. "In
tijden van reorganisatie is het riskant om tijd in te leveren. Minder werken heeft gevolgen voor je pensioenopbouw. Mensen krijgen bovendien steeds later kinderen en dragen dus ook langer de lasten daarvan." Met andere woorden: solidariteit werkt alleen als je het je kunt veroorloven. En daar loopt het spaak. De arbeidsmarkt ziet er zacht gezegd niet echt rooskleurig uit, waardoor mensen niet zo makkelijk bereid zijn een kijkje elders te nemen. En dus blijven degenen met een vaste aanstelling gewoon zitten. Mr B. Wessels, hoogleraar aan de rechtenfaculteit, denkt dat deze ontwikkeling nadelige gevolgen kan hebben voor het onderwijs. Op de video Van waarden weten, een officiële uitgave van de vu, zegt hij: "Je kunt je afvragen of mensen van vijftig en ouder wel de meest geschikte mensen
zijn om mensen van twintig tot 25 op te voeden in het kader van de taak die de wet aan docenten opdraagt." Noomen bestrijdt dit standptmt echter stellig. "Het is een misvatting om te denken dat mensen die oud zijn per definitie maar weg moeten. Jongeren kunnen veel leren van ouderen. Vergrijzing is alleen maar een probleem als mensen vastroesten. Ik denk dat we genoeg instrumenten hebben om daar wat tegen te doen. Functioneringsgesprekken bijvoorbeeld." Heeft de vergrijzing dan helemaal geen gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs? "Ik kan me uit mijn eigen studietijd ook niet herinneren dat ik me er ooit aan gestoord heb dat er ouderen voor me stonden. Ouderen zijn niet per definitie uitgeblust." Ook het college van bestuur stelt zich blijkbaar op dit standpunt. Het college
stelt dat personeelsbeleid in principe een zaak van de faculteiten is. Wel kondigt de dienst personeelszaken in de Nota hoofdlijnen personeelsmanagement 1995-1999 aan de komende jaren een 'leeftijdsbewoast personeelsbeleid' te willen voeren. "Met iemand van dertig jaar voer je een ander gesprek dan met iemand van vijftig", legt C. Jonker, hoofd van de dienst, uit. "Met die laatste praat je meer over mentale flexibiliteit. Lees je de literatuur wel genoeg, wat wil je nog bereiken, etcetera. Bij jongeren is het vizier veel meer naar buiten gericht. Hoe kom je ergens anders aan de slag? Waar liggen je kansen?" Of de strijd tegen de vergrijzing daarmee gewonnen kan worden, valt nog te bezien.
«FTl
'En toen moest ik weg'
100
N
egenenvijftig was hij toen personeelszaken hem duidelijk maakte dat het erg fijn zou zijn als hij zou vertrekken. Prof.dr Henk van den Berg, tegenwoordig nog docent bij het Hoger Onderwijs voor Ouderen (HOVO), schrok zich rot. Ik was daar helemaal nog niet aan toe."
< 2 5 < 3 0 < 3 5 < 4 0 < 4 5 < 5 0 < 5 5 < 6 0 60-H
Verliouding tijdelijlc contract (grijs) versus vaste baan (zwart)
Jong is tijdelijk, oud is vast Wie jong is en aan de vu wordt aangenomen, hoeft voorlopig met te rekenen op een vaste baan. Slechts een op de vijf vu'ers onder de dertig heeft een contract voor onbepaalde tijd. Wie nog geen 25 Is, heeft zelfs maar een kans van een op de tien op een vaste aanstelling. Flexibiliteit is bij deze groep het toverwoord. Heel anders ligt dat bij de oudere garde. Daar ben je met een tijdelijk contract de uitzondering. Van de veertig-plussers heeft
meer dan 90 procent een vaste aanstelling, van de vijftig-plussers zelfs meer dan 95 procent. Opvallend is dat van degenen met een vaste aanstelling het juist de jongeren zijn die nog wel eens de vu verlaten. Bijna de helft van al het personeel met een vaste baan dat de vu vorig jaar verliet, v^as onder de veertig, slechts eenderde boven de vijftig. De ontwikkeling dat er verhoudingsgewijs steeds meer ouderen komen met vaste banen, lijkt voorlo-
pig nog met ten einde. In het hypothetische geval dat memand met een vaste aanstelling de komende tien jaar voor zijn 65ste de vu verlaat, telt de universiteit in 2004 bijna tweeduizend vaste personeelsleden boven de 45 jaar, de helft van het hele huidige personeelsbestand.
Gedurende zijn loopbaan aan de vu had Van den Berg altijd met het idee geleefd dat hij tegen zijn zeventigste met pensioen zou gaan. Hij besefte ten tijde van de bezuinigingen van de jaren tachtig wel dat hij geen dertig meer was, maar zeventig was hij toch ook nog lang niet. Personeelszaken vroeg hem te vertrekken op het moment dat zijn vakgroep uit 'een diep dal omhoog kroop. Een paar jaar eerder had hij hard geploeterd om de vrije studierichting sociale gerontologie van de grond te krijgen. Die studie moest de kwakkelende sociale wetenschappen aan de vu nieuw leven inblazen. Dat lukte. "De lijn ging net weer omhoog: we kregen weer studenten, we kregen weer centen voor onderzoek. En toen moest ik weg. Terwijl de winkel juist weer begon op te fleuren", herinnert de inmiddels 68-jarige emeritus hoogleraar. Het was druk bij de vakgroep sociale gerontologie toen Van den Berg met emeritaat ging. "De medewerkers liepen bekkentrekkend van de zenuwen rond." Hij heeft nog geprobeerd zijn diensten op vrijwillige basis aan te bieden. Maar dat mocht niet. Niet van de vu-leiding en niet van Den Haag. Het werk moest worden gedaan door betaalde krachten. " Van den Berg vindt dat we ervoor moeten'waken ouderen te vroeg aan
de kant te zetten. En niet alleen omdat het neerkomt op leeftijdsdiscriminatie. In de ogen van Van den Berg is het een schijnoplossing. "De vergrijzing kost hoe dan ook geld. Je ziet op het ogenblik een geweldige strijd wie dat moet betalen. Moet de organisatie dat betalen, de bedrijfstak, de sociale partoers of de regering. Er zijn organisaties die het vergrijzingsprobleem voor zichzelf proberen op te lossen door de ouderen eruit te kieperen. Maar dat betekent wel dat je het probleem afschuift naar de nationale samenleving."
Barrière Personele maatregelen moeten niet worden genomen op grond van leeftijd, maar op grond van kwaliteit, vindt ook Van den Berg. Hetgeen nog niet betekent dat oudere werknemers moeten blijven zitten waar ze zitten. "Ik heb onderwijs geven altijd een heerlijk werk gevonden. Ik was ook zo eigenwijs om te denken dat ik dat goed kon. En dan steekt het als je tot de ontdekking komt dat jongere medewerkers van de vakgroep meer voeling hebben met eerste- en tweedejaars studenten dan jij. Het leeftijdsverschil wordt op een gegeven moment toch een barrière. De hele stijl van elkaar benaderen is gewoon meer up to date als je zes, zeven jaar van elkaar verschilt. Ook al doe je nog zo goed je best, je merkt een grotere afstand in de omgang." In plaats van ouderen aan de kant te zetten, moet er meer oog komen voor de capaciteiten van mensen op hoge leeftijd. Als het aan Van den Berg ligt, worden veranderingen die optreden bij het ouder worden in overeenstemming gebracht met het werk dat oudere werknemers verrichten. 'Leeftijdbewust personeelsbeleid' is de
kreet die hierbij past. Wat volgens Van den Berg ook neerkomt op bijscholing. "Als je de tijd van de opleiding beperkt tot de eerste tien jaar van iemands levensloop, dan moet je niet gek opkijken als blijkt dat mensen op oudere leeftijd wat achter raken qua deskundigheid." Er is naar de mening van de emeritus hoogleraar op de universiteit genoeg werk voor ouderen. In het bestuur van vakgroepen bijvoorbeeld of bij de organisatie van het onderzoek. "Als je ouder wordt, heb je zo langzamerhand een heel netwerk aan relaties opgebouwd, tot in Haagse kringen toe. En die zijn goud waard voor de imiversiteit als het gaat om het verkrijgen van onderzoeksgelden." Fimctioneringsgesprekken vindt hij ook bij uitstek een zaak voor oudere werknemers. "Ik heb mijn eerste functioneringsgeprek met een oudere collega gevoerd. Zo hoort het. Ik moet er niet aan denken dat het zou gebeuren door een vent die vijftien jaar jonger is dan ik." In het bedrijfsleven is leeftijdbewoist personeelsbeleid volgens de emeritus hoogleraar inmiddels een begrip. Dat het op de vu nog niet meer is dan een kreet, heeft volgens Van den Berg te maken met het karakter van de universiteit. "In het bedrijfsleven maakt men meer werk van een goed uitgewerkt personeelsbeleid. De universiteiten hebben hun accent altijd ergens anders gelegd. Maar naar mijn vaste overtuiging komen ze er niet onder uit. Vroeg of laat, en dat zal vast niet lang meer duren, moeten ze soortgelijke maatregelen nemen als in de rest van het land."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's