Ad Valvas 1995-1996 - pagina 343
1 FEBRUARI 1996 Nr. 20 Forensische geneeskunde: juridische kennis steeds belangrijker voor artsen
WEEKBLAD
VAN
DE
VRIJE
Onderwijsdirecteuren moeten de kwaliteit en de studeerbaarheid gaan managen
UNIVERSITEIT
8/9 « i ^%
16
Sommige onderzoekers eten beschuit met muisjes als hun proefdier jongen krijgt De CGV-wInkel, de supermarkt in het bèta-gebouw, moet mogelijk dicht Hospes Jan Bremmer wil liever geen mannelijke huurders: 'Die kunnen homofiel zijn'
Kopstuk justitie bedankt voor vu-congres Mr A. Docters van Leeuwen heeft de organisatie van het vu-congres over het rapport-Van Traa schriftelijk laten weten dat hij geen verhaal zal komen houden.
"Hagedissen hebben maar een paar gram hersenen. En als je dan ziet wat ze er allemaal mee kunnen! Daar neem ik mijn petje voor af', zegt onderzoeker dr P. Hoogland. Een studium génerale-cyclus over de relatie tussen mens en dier. Zie pagina 8/9 Peter woiters - AVCAU
Faculteiten moeten status promovendi kiezen Universiteitsraad kraakt bursalenplannen college Het college van bestuur wil de faculteiten in de toekomst zelf laten kiezen of ze voor promotieonderzoek een aio of een beurspromovendus aanstellen. Het voornemen is om al per 1 maart de mogelijkheid voor promovendi met een beurs te openen. De fracties m de universiteitsraad hebben zich unaniem tegen het voorstel verklaard, omdat ze vrezen voor de rechtspositie van de promovendi. Het college wil door de invoering van beurspromovendi bezuinigen op de wachtgelden. Een aio heeft als werknemer van de universiteit na een aanstelling van vier jaar recht op een wachtgelduitkering van anderhalf jaar. Een beurspromovendus krijgt volgens het voorstel slechts vier jaar een beurs. Daarna komtt hi), als hij geen andere baan heeft gevonden, in de bijstand. Een beurspromovendus krijgt m het plan van het college 2300 gulden bruto per maand. Als hij biimen vier jaar met zijn proefschrift klaar is, komt daar een bonus van vierduizend gulden bij. De promovendus
wordt volgens het voorstel geen werknemer van de vu, maar moet zijn promotie zien als een verlengstuk van de studie. Omdat zijn status volgens het GAK en de Belastingdienst ook niet op die van een werknemer mag lijken, krijgt een beurspromovendus geen eigen werkplek, kan hij geen aanspraak maken op secundaire arbeidsvoorwaarden en heeft hij geen aanwezigheidsplicht. In tegenstelling tot een aio krijgt een beurspromovendus ook nauwelijks onderwijstaken. Eventueel kan hem wel een dienstverband van bijvoorbeeld een dag in de week worden aangeboden om onderwijs te geven. Dit heeft geen invloed op duur of hoogte van de promotiebeurs. Het college wil, om verwarring te voorkomen, geen aio's en bursalen naast elkaar in een faculteit zien. ledere faculteit moet een duidelijke keuze maken wat betreft de status van haar promovendi. Het aio-overleg binnen de vu is tegen de plannen. De verenigde aio's vinden een promovendus niet te vergelijken met een student. Bovendien
denken ze dat promoveren onaantrekkelijk wordt als er geen rechtsbescherming bestaat. De aio's denken dat het plan geen oplossing is voor het werkelijke probleem - de geringe arbeidsmarktperspectieven van gepromoveerden - omdat het aantal promoties intact blijft. De vaste universiteitsraadscommissie personele en studentenzaken sloot zich dinsdag aan bij het aiooverleg. De commissieleden adviseerden unaniem negatief. De verwachting van collegelid mr J. Dormer dat het merendeel van de faculteiten niet voor de beurzen zal kiezen omdat de promovendi er geen eigen werkplek mogen hebben, bracht de commissie niet op andere gedachten. R. van Trigt, student-lid van de PKV, vroeg zich af waarom het hele plan nodig was, aangezien de wachtgeldlasten van aio's nog geen 17 procent van de totale wachtgelduitkeringen bedragen. Commissievoorzitter H.J. ter Bals sprak van 'risicodoorschuivmg naar de schouders van de promovendi'. De verantwoordelijkheid om in vier jaar klaar te zijn komt m het nieuwe
voorstel geheel bij de promovendus te liggen. Bij het aio-stelsel heeft ook de faculteit belang bij spoedig afronden van de promotie, omdat zij voor de wachtgeldlasten moet opdraaien. De vu is nu voor iedere aio gemiddeld zestien maanden wachtgeld kwijt. Slechts acht procent van de aio's rondt in vier jaar zijn promotie af. In vijf jaar is dat 44 procent. De universiteitsraad heeft formeel geen zeggenschap over dit voorstel van het college. Omdat de bursalen geen werknemers zijn, kan ook de ondernemingsraad het plan niet tegenhouden. De beslissing komt te liggen bij de faculteiten. In de concept-kaderregeling die het college gemaakt heeft staat dat de faculteitsraad over de status van de promovendi besluit. Hoofd Personeelszaken drs C. Jonker sprak dat dinsdag echter tegen, tot woede van de UR-commissieleden. Volgens Jonker kan het faculteitsbestuur in de toekomst ook tegen de zin van de faculteitsraad besluiten beurspromovendi aan te stellen. (PB)
Driejarige studies icrijgen nauwelijlts steun Staatssecretaris Nuis staat vrijwel alleen in zijn streven naar driejarige studies aan universiteiten. Dat bleek deze week tijdens de behandeling van het Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan in de Tweede Kamer. Nuis moet zijn plannen nu eerst uitwerken, voordat hij ze m wetsvoorstellen kan omzetten. Alleen Nuis' partijgenote van D 6 6 , Jorritsma, denkt dat er "zinvolle curricula" voor driejarige studies zijn op te stellen. Woordvoerders van de andere regeringsfracties en ook het
CDA lieten weten dat zij weinig of niets verwachten van driejarige studies. Het idee om driejarige studies in te nchten, met een vervolgopleiding voor de beste studenten van doorgaans twee jaar, is afkomstig uit het regeerakkoord van augustus 1994. Het kwam in afgezwakte vorm terug in het HOOP; volgens dat plan moeten universiteiten per opleiding de keuze krijgen of zij vierjarige studies blijven aanbieden of 3+2-curricula gaan opstellen. De Tweede Kamer betwijfelt echter of er op de arbeidsmarkt wel vraag is naar afge-
studeerden van driejarige studies; de meeste fracties zien ook niet in hoe een student in drie jaar de gewenste academische vorming kan krijgen. Van Gelder (PvdA) kwam in het HOOP-debat met een alternatief. Volgens hem moet een studie in beginsel vier jaar duren, waarvan de eerste dne "breed" zouden moeten zijn. Een student kan zijn studie vervolgens bijvoorbeeld afronden in deeltijd, kiezen voor een beroepsgericht jaar of zich voorbereiden op wetenschappelijk onderzoek. "Het is maar een schets", aldus
Van Gelder. Zo worden kansen voor onderwijskundige vernieuwing geboden, vindt hij, en kan voorkomen dat "slechts een select groepje studenten langer dan drie jaar kan studeren en er veel talent verloren gaat". Op verzoek van Van Gelder komt Nuis nu eerst met een notitie over cursusduurmodellen aan de universiteiten, alvorens hij de gedachten uit het HOOP in wetsvoorstellen omzet. Die notitie zal over enkele maanden klaar moeten zijn. (HO, HOP)
Daarmee geeft de voorzitter van het college van procureurs-generaal gehoor aan de oproep van de ministers Sorgdrager en Dijkstal om zich op de vlakte te houden in het komende debat over opsporingsmethoden. Volgens een woordvoerder van het openbaar ministerie ligt er echter nog geen keihard 'nee' van Docters van Leeuwen op het bureau van de congresorganisatie. Weliswaar heeft hij schriftelijk al afgezegd, meldt de voorlichter, maar er wordt nog overleg gevoerd tussen hoogleraar politierecht prof. dr J. Naeyé (organisator van het congres) en Docters van Leeuwen. Het openbaar ministerie wijst erop dat de 'terughoudendheid' waar Sorgdrager en Dijkstal om vragen nog geen spreekverbod betekent. Er is volgens de woordvoerder altijd nog een mogehjkheid dat Docters van Leeuwen op 15 februari wel komt praten, maar niet zijn mening zal geven over onder meer nieuwe wetgeving over opsporingsmethoden. Desgevraagd zegt organisator Naeyé dat hij het zou betreuren als het kopstuk van het openbaar ministerie niet op het congres zal spreken. Als Docters van Leeuwen het laat afweten, zullen andere prominente sprekers volgen, verwacht Naeyé. "Het lijkt mij voor de hand liggen dat het geen solo-actie zal zijn", aldus de hoogleraar politierecht. (MZ)
Financiering II opnieuw struikelblok De resultaten voor het tentamen Financiering II waren in januari opnieuw zeer laag. Van de 167 studenten die meededen haalden er 33 een voldoende. Bijna een op de drie studenten scoorde minder dan een drie. Financiering II, een vak voor doctoraalstudenten economie, is een van de meest gevreesde tentamens binnen de vu. De slagingspercentages komen zelden boven de twmtig procent uit. De economiestudenten voeren al jaren actie om de normen te versoepelen, maar vooralsnog gaat de vakgroep daarvoor niet overstag. Bij het jongste tentamen, gehouden op 2 januari dit jaar, was het hoogste cijfer een 7,5. Tien studenten haalden meer dan een zes, nog eens 23 scoorden tussen de 5,5 en 6,0. Ongeveer de helft van de studenten scoorde tussen de 3,0 en de 5,5; 53 studenten zaten daar nog onder. (PB)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's