Ad Valvas 1995-1996 - pagina 584
AD VALVAS 23 MEI 1996
PAGINA 6
'Die neiging tot ordening fascineert me' t . » :r«.wv, <h
Carla Klein schildert verzamelingen "Dit zijn aiie salamanders die in Europa voorl<omen. Maar het gaat me er niet om die diertjes precies na te schiideren. Het gaat om de verzameiing, de manier van ordenen en de presentatie daarvan. Dat fascineert me", vertelt de zesentwintig-jarige Haagse schilderes Carla Klein, staande voor één van de vijf doeken van haar hand die tot eind juni te bezichtigen zijn in het Exposorium van de Vrije Universiteit. Dirk de Hoog Het Exposorium toont de komende weken werk van Carla Klem. Op een van haar schilderijen staat een museumcollectie afgebeeld van zo'n dertig glazen potten met salamanders op «terk water. Daarboven hangt een soort landkaart dat het verspreidingsgebied weergeeft, maar het is meer een vage veeg dan een gedetailleerde weergave van Europa. Met dit schilderij, gemaakt in 1994 en met een afmeting van drie bij ruim anderhalve meter, won Klein vorig jaar de belangrijke Koninklijke Subsidie voor de Vrije Schilderkunst. De expositie in de hal van het vu hoofdgebouw is haar eerste echte tentoonstelling. "Mensen hebben natuurlijk wel werk van me gezien in mijn open atelier en afzonderlijk werk op andere gelegenheden, maar dit is de eerste keer dat vijf schilderijen van mij zo bij elkaar staan", zegt ze. Aan de hand van een ander doek, 'Kontaktvel' uit 1995, legt Klein haar manier van werken uit. "Dit zijn allemaal nageschilderde contactafdrukken. De foto's heb ik gemaakt in een heel mooi kamertje in het Utrechts Universiteitsmuseum. Maar je krijgt nooit alle indrukken op één foto, dus heb ik een hele sene gemaakt. Door het na te schilderen krijgen de dingen een andere betekenis, een andere waarde. Het is een andere manier van representeren. En dat geeft de meerwaarde aan het schilderij. Ik probeer de werkelijkheid, de foto en de eigen waarneming met verf door elkaar te roeren." Al haar tentoongestelde werken zijn ontstaan door het naschilderen van door haar gemaakte foto's. Daar heeft
de Klein bewust voor gekozen. "Foto's hebben iets dubbels. Ze zijn gemaakt vanuit de subjectieve positie van de fotograaf, maar tegelijk lijkt het beeld iets objectiefs voor te stellen. En we hebben geleerd op een bepaalde manier naar foto's te kijken, alsof het de waarheid is. Maar er is niet één waarheid. Een serie foto's zegt meer dan één plaatje. Door de foto's na te schilderen probeer ik die subjectieve beleving weer duidelijk te maken aan
de kijker." Vanwege dezelfde vermenging van een subjectieve benadering met een poging een objectief beeld te tonen, is ze geïnteresseefd geraakt in museale collecties van opgezette dieren. "De opgezette beesten en vloeistofpreparaten representeren de diverse, bestaande soorten. Ze zijn echter tegelijkertijd, door hun eigen dode werkelijkheid en de wijze waarop zij tentoongesteld zijn, een duidelijk produkt van de menselijke behoefte om te ordenen, te classificeren en te beheersen. Daardoor vormen zij de menselijke herindeling van de wereld", meldt de uimodiging voor de tentoonstelling. Klein heeft met haar werk niet de pretentie kritiek te leveren. "Ik wil schilderijen maken waar mensen naar komen kijken. Maar ik hoef helemaal niet de wereld te verbeteren, of mensen te veranderen. En ik heb ook geen medelijden met al die diertjes hoor. Ik wil geen dwang opleggen met mijn werk, maar ik hoop wel dat mensen dezelfde geboeidheid ervaren, als
Carla Klein... waarmee ik mijn werk maak." Dat het de schilderes niet om de diertjes gaat, blijkt ook uit de serie doeken die ze de laatste tijd heeft gemaakt. Het zijn lege glazen aquanumbakken, die ze fotografeert in dierenwinkels en daarna naschildert. "Het gaat niet om het dier dat in het hokje zit, maar om al die hokjes samen." Een associatie met flatgebouwen heeft ze zelf nog niet gelegd. "Mijn collecties hebben wel iets met leven te maken. Een verzameling apparaten zou ik niet snel schilderen. Misschien gaat het over de rol van de mens in de samenleving, maar ik denk niet direct aan onmense-
..en een van haar werken lijkheid, vervuiling of de wreedheid waarmee mensen met dieren omgaan. Het is geen kritiek op de moderne maatschappij." Ze verklaan haar fascinatie door er simpel op te wijzen dat bijna ieder mens wel iets verzamelt. De een kamerplanten, de ander suikerzakjes. Zijzelf verzamelt dode dieren, verklapt ze met een beetje verlegen stem. "Die zet ik op alcohol en dan kun je ze bewaren. Dat vind ik iets moois hebben, bijna iets huiskamerachtigs, tegenover de kilte en de vergankelijkheid die ik vaak zie, maar ik denk niet dat ik er een schilderij van ga maken."
Foto's Peter Wolters - AVC/VU
De eerste reacties op de tentoonstelling zijn overwegend positief. "Het is heerlijk penseelwerk, maar over je thematiek zou ik nog wel eens een robbertje met je willen vechten", is de eerste reactie in het schrift bij de tentoonstelling. Tijdens de openingsborrel merkte iemand op dat "hoe langer je kijkt hoe mooier de schilderijen worden. Maar er is ook kntiek, en wel van de oma van de schilderes: "Ik vind dat er visjes in het aquarium moeten."
'De opleiding zit lieel stralc in eliiaar' Terwijl politici roepen om stelselherziening en studeerbaarheid, roemen universiteiten de kwaliteit van het eigen onderwijs. Maar wat vinden studenten nu eigenlijk zélf van hun studie? In deze serie leggen recent afgestudeerden hun studie op de weegschaal. Deze week: Hanneke Koelemij (26) over de verkorte opleiding farmacochemie.
C
lk ben nu artsenbezoeker. Ik heb een eigen regio en ga daar bij huisartsen langs om medicijnen van een farmaceutisch bednjf te demonstreren. Meestal gaat dat heel serieus. Maar toen ik ook nog naar specialisten ging, moest ik een medicijn tegen impotentie promoten. Hilariteit natuurlijk. Dat geeft wel de jeu. Dit werk is leerzaam en boeiend, maar zeker niet mijn eindstation. Ik wil uiteindelijk onderzoeker worden in een ziekenhuis voor een farmaceutisch bedrijf. Daar heb ik deze ervarmg voor nodig. Tijdens mijn studie heb ik leren analyseren en uitpluizen, maar als onderzoeker voor een farmaceut moet je over meer vaardigheden beschikken. Je moet een produkt verkopen, maar ook communiceren en samenwerken. Je ziet het vaak hoor, dat een artsenbezoeker doorstroomt. Het verschil met werken in een lab is dat je in een ziekenhuis niet alleen maar onderzoek doet en medicijnen ontwikkelt, maar deze ook uittest. Dan pas kun je echt zien of het medicijn bijwerkmgen heeft en of het wel doet wat het bij de patiënt moet doen. Als dat zo is, dan ga je het medicijn introduceren. Je horizon is dus iets breder. Dat is ook de reden waarom ik na de Hogere Laboratoriumschool (HLO) in
Delft deze studie ben gaan doen. Als analist is je werkgebied erg klein. Je ben alleen aan het uitvoeren. Maar heb je een academische graad, dan geef JIJ leiding. Jij stippelt dan de lijnen uit. En dat wil ik. Die grens van het onderzoek, daar wil ik tegenaan zitten. Tijdens mijn studie hier merkte ik ook wel het verschil met de HLO. Je krijgt meer kennis aangereikt en leert meer problemen zelfstandig op te lossen. De opleiding zit heel strak m elkaar.
KLAAR Drs Hanneke Koelemij: 'Dit werk is leerzaam en boeiend, maar zeker niet mijn eindstation'
AF Zat je bijvoorbeeld bij het ene vak achter een computer de werking van paracetamol uit te vogelen, hoe het medicijn in elkaar zit en wat het precies doet in het lichaam, dan moest je bij het volgende vak dat medicijn in het laboratorium ontwikkelen. In het verlengde daarvan zat je weer bij een andere docent uit te zoeken welke
werkzame effecten het had. Er was één docent, waarvan je wist dat zij niet spoorde met de rest. Dat merkte je. Haar vak stond echt op zichzelf. Dat was wel jammer. Op de tentamens snapte ik de vragen niet eens. Nou ja, toen moest ik het een paar keer overdoen. Ook de theorie werd zoveel mogelijk geïntegreerd gegeven. Hoewel het wel verschillende vakken waren, lagen ze in eikaars verlengde. Ook daar waren de lijnen met de docenten heel kort. Als ik iets niet had begrepen, kwam ik
er na afloop nog even op terug. Ik heb nooit het gevoel gehad dat een docent dat storend vond. Dat is wel belangrijk binnen een studie als deze. Als je een onderdeel niet begrijpt, kun je niet verder. Er kwam wel veel stampwerk bij kijken. Thuis boven je boeken zitten en maar zorgen dat je het beheerst. Ik had de mazzel dat een aantal boeken hetzelfde was als op de HLO. Daar deed je er dan een of zelfs vier jaar over om ze door te werken, terwijl je op de vu door de boeken heen rende.
Bram de Hollander
De stof blijft dan toch niet goed hangen. Als ik na drie maanden weer iets moest toepassen, moest ik eerst opzoeken hoe het ook al weer zat. Hel is natuurlijk wel inherent aan deze opleiding. Er staat zoveel op het programma en het duurt maar twee jaar. Dan moeten er keuzes worden gemaakt. En ik heb altijd wel ^^ het gevoel gehad dat daarover is ^ ^ nagedacht in deze opleiding. ^r (CB)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's