Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 232

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 232

9 minuten leestijd

Stom wijf V,

I-^^^- 'i

'.[ . W "

VU-bouwkundige Jan Koenen: 'Ik gel oof dat ik toch het liefst al l es grijs houd'

Peter Wolters - AVC/VU

De hele VU IS 1111)11 aomein •

Ellen van Da en

't-i

Collega's op de vu trekken hem wel eens aan de mouw: "Kan hij vandaag nog de kwast ter hand nemen om het saaie, grijze beton te doen veranderen in abrikoosgeel of satijnroze?" En: "Zou in plaats van die ouderwetse, bruine tegels een vermiljoenkleurig tapijt niet eens aardig zijn?" Jan Koenen moet er niet aandenken dat hij deze adviezen moet opvolgen. Koenen prijst zich gelukkig dat hij als

'1V -

H

bouwkundige en projecdeider van de gebouwendienst aan de VU wat in de melk te brokkelen heeft als het gaat om de inrichting van de imiversiteit. Samen met zi)n vijftien collega's houdt hij zich dagelijks bezig met tientallen verbou­ wingen en renovaties op de vu: van toiletten tot mensa's en van vergader­ ruimtes tot snijzalen. De veel gehoorde klaagzang over de saaiheid van het hoofdgebouw ontmoe­ digt Koenen wel eens. "Bovendien staan de medewerkers van de afdeling gebouwendienst vaak aan kritiek bloot. Sommigen vinden dat het te lang duurt voordat er iets wordt opgeknapt, anderen klagen over geluidsoverlast of vervuiling als we bezig zijn met een verbouwing. Wij doen ons best, maar er is zoveel werk te vemchten op de vu dat het onmogelijk is om alles in korte tijd naar ieders wens te realiseren", zegt hij verontschuldigend. Voor hem op een tafel in zijn kantoor op de tweede verdieping in het hoofdgebouw liggen tekeningen van twee totaal verschillende projecten: de snijzaal in het geneeskundegebouw en het kinderdagverblijf 'Het Olifantje', dat volgend jaar zal herrijzen in het pinetum, de turn achter de medische faculteit. Belde projecten zullen tegelijkertijd uitgevoerd worden. "Het ontwerpen van een nieuwe snijzaal is geen alledaagse klus voor een bouwkundige", zegt Koenen. "Je bent

eigenlijk bezig met heel vreemde zaken, maar toch sta ik daar tijdens mijn werk nauwelijks bij stil." De tekening van de toekomstige snijzaal toont een plattegrond met wasruimtes, een transportsluis en verschillende onderzoekskamers. Koenen: "Na de verbouwing zal alles naar de kelder verhuizen, vlak naast het mortuarium. Nu nog moeten de dode lichamen per lift vervoerd worden naar de eerste verdieping en dat kost vooral Veel tijd. Daar gaan wij straks wat aan doen. Bovendien maken we de zaal een stuk groter, zodat zo'n zeventig mensen er tegelijkertijd kunnen werken." Koenen vindt het leuk dat hij via zijn werk over bijna elke ruimte op de vu wel wat heeft te zeggen. "Ik bepaal voor een belangrijk deel hoe het domein van een student of medewerker er uitziet. Eigenlijk is dit dan ook niet mijn werk­ kamer." Hij wijst naar de versleten grijze vloerbedekking, zijn witte bureau en verdorde plant. "De hele vu is mijn domein!", zegt hij terwijl hij enthou­ siast met zijn armen wijd om zich heen zwaait. Al meer dan twintig jaar bepaalt Koenen mede het gezicht van de vu. In de tekenkamer van de afdeling Gebou­ wendienst maakt hij samen met zijn collega's ontwerpen voor renovaties of nieuwe gebouwen. Via de PC laat hij driedimensionale tekeningen in

kleurendruk maken, zodat je op het scherm precies kunt zien wat het resultaat van de verbouwing zal zijn. Tot zo'n vijfjaar geleden werkte Koenen nog heel anders. Hij maakte toen op een groot vel papier zijn schetsen; met podood, gom en een zwarte pennetje. "Toen ik hier in 1975 kwam, tekenden we in een heel langzaam tempo. Vaak zat je uren te krassen en te verbeteren. Dan was het hele papier versleten en moest alles over in het net. Soms had je een ontwerp wel in één keer klaar, maar dan wilde de opdrachtgever opeens toch weer heel iets anders. Kon je ook opnieuw beginnen, vreselijk was dat!" De opdrachtgevers van Koenen en zijn collega's zijn meestal bestuurders van een faculteit. Voordat zij tot verbou­ wing overgaan, wordt eerst gekeken welke eisen zij hebben en hoeveel geld de verbouwing gaat kosten. De be­ stuurders zijn meestal gebonden aan veel regels. Koenen: "Iemand die in het hoofdgebouw werkt, kan nog zo graag de grijze stenen muren geel willen ver­ ven, maar wij kunnen daar nooit toe­ stemming voor geven. Het past niet bij de architectuur van het gebouw en bo­ vendien zou de vu dan binnen de kort­ ste tijd één groot, bont schilderij zijn." Toch zijn er wel kleurrijke plekjes op de vu te vinden, volgens Koenen. Zo lukte het de medewerkers van de faculteit Sociaal Culturele Wetenschappen om in samenwerking met een binnenhuis­ architect het bruin en gnjs te verban­ nen op hun nieuwe afdeling, de vierde verdieping van het wis­ en natuurkun­ degebouw. Een en ander gebeurde in het kader van het verbeteren van de leefbaarheid binnen de gebouwen. "Het is een heel gewaagde mrichting geworden", aldus de projecdeider. Met gepaste trots toont hij het resultaat. Het bruine linoleum in de gangen is omgetoverd tot een mozaïek van

roomrode en ei­gele vlakken Imoleum. De grijze wanden zijn lichtblauw geverfd en het plafond wordt binnen­ kort zo gemaakt dat het net lijkt alsof je onder een ereboog loopt. "Bij ruimtes die niet direct voor het grote publiek toegankelijk zijn, zoals sommige werkkamers of ruimtes bmnen de dependances, kunnen wij nog wel eens een oogje dichtknijpen. En we maken wel vaker uitzonde­ ringen. Wanneer een afdelingshoofd graag tapijt wil in plaats van vloerbe­ dekking, krijgt hij dat, ook al is het materiaal onderhoudsgevoeliger." De bouwkundige wil met de voorbeel­ den aantonen dat de gebouwendienst de vu 'zo leefbaar mogelijk wil maken'. Hij ergert zich vreselijk aan alle negatieve reacties over de 'saaie inrich­ ting' van de universiteit. Geïrriteerd: "Je voelt je met thuis op je werkplek doordat je de werkkamer een laagje roze of groene verf hebt gegeven, maar door de mensen die je om je heen hebt. Het zijn je collega's, je medestudenten en je vrienden die de vu voor jou aankleden." Hoe zijn eigen, ideale werkkamer eruit zou moeten zien, maakt hem uitein­ delijk dan ook niet veel uit. Het lijkt er zelfs op dat hij nog niet eerder over zijn 'droomdomein' heeft nagedacht. Maar na een lange overpeinzing zegt hij vertwijfeld: "Ik geloof dat ik toch het liefst alles grijs houd: de muren en de vloer. Of anders grijsblauw. Om het gezellig en huiselijk te maken plaats ik een plantje op de grond of hang ik een kalender of poster aan de muur, mits het niet te rommelig staat. Ja, zo wil ik het. Of ben ik dan toch te saai?"

voor een daT(^e ?

Sinds een jaar of tien schrijf ik allerliande coluirmpjes en artikelen voor een gevarieerd tijdschriftenpubliek en soms heb ik zin/is het nodig heilige huisjes om te gooien, waarover mensen me dan streng, boos of verdrietig toespreken. M a a r nooit krijg ik zulke woedende brieven als wanneer er een onbenullige fout | in een cryptogram staat. En wat­i dacht­je­wat? Gebeurde het twee' keer achter elkaar! Wat er met de post kwam, wordt gelukkig niet gepubliceerd in de ingezon­ den­brievenrubriek en is daar in een paar gevallen wegens de scheldwoorden ook niet geschikt voor. Waarom is het zo erg als er fouten in puzzels staan? Omdat j e r een onuitgesproken afspraak bestaat tussen makers en f oplossers dat de boel klopt. De maker treitert de oplosser m e t omschrijvingen die zo vervelend mogelijk zijn, of moeilijk of ronduit flauw, m a a r die uitein­ delijk wèl helemaal verklaard kunnen worden door het te vinden woord. Wat degene die zit te piekeren bij elke vondst een gevoel van voldoening geeft. Het is een gevecht, m a a r dan tussen onbekenden in de stilte van de afzonderlijke huiskamers en altijd met goede afloop. Maar ais de puzzeloplosser zich al zit te ergeren omdat hij het woord niet kan vinden en dan ook nog ontdekt dat de maker een fout heeft gemaakt, vecht hij soms terug. Ook met woorden: 'Stom •wijf, schreef iemand m e . Vroeger kon een schrijver de schuld geven aan het zetduivel­ tje. Dat is uitgebannen door de m;odeme techniek, m a a r toch kan er nog van alles misgaan tussen iemand die woordjes intikt en iemand die ze later leest. Scheld m e uit als ik u beledig, op uw tenen sta, uw portemonnaie gerold heb, maar niet vanwege een spelletje. Anders speel ik niet meer mee hoor. SELMA SCHEP EL

Godsbesef Zware drinkers die van hun verslaving willen genezen, ontkomen volgens de Anonieme Alcoholisten (AA) niet aan het ontwikkelen van hun spiritualiteit Dat leerde Hester Vosmeer van Oprali Wmfrey. In Verrekijker, het blad van het Studentenpastoraat Amsterdam, verbaast zij zich erover hoe gemakkelijlc de AA is in het definiëren van spiritua­ liteit. "Het maakt ze geen bal uit of je christen, boeddhist of rondshoppende new ager bent. Ook atheïsten kimnen worden gered. Een simpele boswande­ ling is voor sommigen voldoende om weer in contact te komen met de hogere macht die ons leven omvat en bestiert." Vosmeers eerste reactie was dat je ongelukkige mensen in deze tijd niet meer kunt overvallen "met de een of andere hogere macht in wiens handen zij him leven moeten leggen om te kunnen genezen". Toch zette het haar aan het denken: de filosofie van de AA is immers ontwikkeld aan de hand van persoonlijke ervaringen van (ex­)drin­ kers en kan dus niet zonder meer schouderophalend opzij worden geschoveii. Wat willen ze dan toch met die spiritualiteit, vraagt ze zich af, waarna ze zelf het antwoord vindt: "In deze tijd van individuele verantwoor­ delijkheid wordt falen keihard aan het falende individu toegeschreven. Geen flauwekul over een God die zo zijn eigen bedoeling heeft en die best iets voor zal hebben met het geblunder van zijn schepse­len", filosofeert ze. "Maar we weten ook dat ons leven zich voor een groot deel aan ons handelen onttrekt. Nu komt dat aloude Gods­ besef om de hoek kijken. Het vertrou­ wen dat de dingen hun loop hebben, al begrijpen we niet waarom. Het geloof dat wij waardevol zijn, ondanks onze fouten. En het vertrouwen dat het leven (ook) goede dingen voor ons in petto heeft. Wat een verlichting geeft dat als je ziek, zwak en alcoholistisch bent. Als God niet bestaat, moeten we hem zelf uitvinden." BLADLUIS

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 232

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's