Ad Valvas 1995-1996 - pagina 10
PAGINA 10
AD VALVAS 24 AUGUSTUS 1995
Geen prestatiebeurs, wel tempobeurs Wat iedere student moet weten over beurs, collegegeld en studiepunten Hoe zit het ook alweer precies met de tempobeurs en hoeveei studiepunten moeten er dit jaar worden binnengesleept? Hieronder de actuele stand van zaken. Coen van Basten De Eerste Kamer heeft met een stem verschil het wetsvoorstel over de prestatiebeurs verworpen. Studenten krijgen dus geen lening in hun maag gesplitst die achteraf kan worden omgezet in een beurs. Exit prestatiebeurs. Maar het idee lijkt voor de toekomst nog niet helemaal van de baan. Alinister Ritzen en het kabinet denken erover om het voorstel, in min of meer gewijzigde vorm, nogmaals in te dienen. De prestatiebeurs zou dan voor het studiejaar 19961997 gaan gelden. Studenten die op 1 september aanstaande beginnen met hun opleiding in het hoger onderwijs vallen dus onder de tempobeurs. Op 1 augustus 1993 is voor het hoger beroepsonderwijs en op 1 september voor het wetenschappelijk onderwijs deze studievoortgangscontrole in werking getreden. Met ingang van
dit studiejaar krijgen studenten him basisbeurs en aanvullende beurs alleen voorwaardelijk toegekend. Daarnaast kunnen ze een gewone lening afsluiten. Na het behalen van voldoende studiepunten wordt de beurs definitief een gift. Voor degenen met te weinig punten wordt de beurs omgezet in een lening. Studenten bouwen een schuld op die kan bestaan uit 'omgezette beurs' en uit een gewone lening. Vanaf dit studiejaar geldt de tempobeurs niet meer voor studenten aan universitaire eerstegraads lerarenopleidingen. De tempobeurs maakt geen uitzonderingen voor studenten die onvoldoende studiepimten halen als gevolg van ziekte, een handicap of zwangerschap. Hun beurs wordt dus omgezet in een lening. Maar de instellingen voor hoger onderwijs bieden wel een oplossing voor deze studenten. Zij kunnen een beroep doen op hun afstudeerfondsen. Ook de vu kent zo'n fonds.
Studiepunten ' De afgelopen twee studiejaren moest een student 10 van de 42 studiepunten (25 procent) halen. Dit studiejaar 1995-1996 is de temponorm verhoogd naar vijftig procent. Dat betekent dat een student 21 pimten moet scoren. Studenten die in het aankomende studiejaar op of na 1 februari met een opleiding in het hoger onderwijs begin-
nen, kunnen met 14 van de 21 studiepunten volstaan. Wie tijdens het studiejaar van opleiding wil veranderen, hoeft zich voortaan geen zorgen meer te maken over studiepunten. De behaalde studiepunten van diverse opleidingen, ongeacht de inschrijvingsvorm (voltijd, deeltijd, auditor, extraneus), mogen bij elkaar worden opgeteld. Studenten die twee studies tegelijk doen, mogen de studiepunten van beide opleidingen gebruiken om aan het vereiste aantal studiepunten te komen. Wie halverwege het studiejaar met een nieuwe opleiding begint, moet ook aan de voor dat jaar geldende temponorm voldoen. Studenten die vrijstelling hebben voor bepaalde vakken mogen de eventueel daaraan verbonden studiepunten gebruiken om 21 studiepunten te bereiken. Studenten die stoppen met him studie moeten toch 21 studiepunten halen. Er is een uitzondering voor studenten die voor het eerst in het hoger onderwijs ingeschreven staan. Zij kunnen gebruik maken van de zogenaamde 1-februariregel. Als zij voor 1 februari van dat jaar stoppen met hun opleiding, hoeven ze niet te voldoen aan de temponorm van 21 punten. Hun beurs wordt dus niet omgezet in een lening. Voorwaarde is wel dat ze datzelfde studiejaar niet opnieuw studiefinanciering aanvragen
voor een opleiding in het hoger onderwijs. Studenten die al eerder in het hoger onderwijs stonden ingeschreven, een nieuwe studie beginnen en daar vervolgens voor 1 februari mee stoppen, moeten wel 21 studiepunten halen. Studenten die van opleiding veranderen, mogen de behaalde studiepunten van de diverse opleidingen bij elkaar optellen. Het collegegeld wordt de komende jaren in drie stappen verhoogd met in totaal vijfhonderd gulden. (In september 1995 gaat het van 2150 naar 2250 gulden, een verhoging waartoe het vori-
ge kabinet al had besloten.) In september 1996 wordt het eerste gedeelte van de vijfhonderd gulden collegegeldverhoging ingevoerd: 150 gulden. De volgende twee jaar elke keer met 175 gulden. In 1998 betaalt een student 2750 gulden. De verhoging geldt ook voor alle deeltijdstudenten, zoals extraneï die alleen examens afleggen, auditoren en studenten die geen recht meer hebben op studiefinanciering.
Budgetten Wetenschappelijk onderwijs 1995 (augustus/september t/m december) part.
uitwonend Ziekenf.
met
Levensonderhoud Boeken en leemiiddelen Ziektekostenverzekenng Ondemvijscontnbutie
808.30 89.72 64.91 187.50
808.30 89,72 8 00 187.50
808.30 89.72 0.00 187.50
Budget
1150.43
1093.52
Basisbeurs Aanvullende beurs Rentedragende lening
470 00 320.93 359 50
470.00 264 02 359.50
Bron: Infonnatie Beheer Groep
thuiswonend part. Ziekenf.
met
473.30 89.72 64 91 187.50
473.30 89.72 8.00 187 50
473.30 89 72 0.00 187.50
1085.52
815.43
758.52
750.52
470 00 256.02 359.50
158.00 297.93 359.50
158.00 24102 359 50
158.00 233.02 359.50
•
CDA wil snel beurs voor jonge studenten CDA-kamerlid A. Lansink wil studenten die jonger zijn dan achttien jaar per 1 januari 1996 recht op studiefinanciering geven. Afgelopen zomer heeft hij daarvoor een initiatief-wetsvoorstel ingediend. Minister Ritzen wil de maatregel pas per 1 oktober 1996 laten ingaan, omdat eerdere invoering extra geld kost. Op dit moment kunnen studenten alleen een beurs krijgen als zij achttien
jaar of ouder zijn. Ongeveer 5500 studenten in het hoger onderwijs hebben die leeftijd nog niet bereikt. Zij hebben alleen recht op kinderbijslag en een tegemoetkoming in de studiekosten. Daar tegenover staat een groep scholieren in het voortgezet onderwijs die wel recht op studiefinanciering hebben, omdat zij ouder zijn dan achttien jaar. Zowel Ritzen als de Tweede Kamer willen van deze ongelijke behandeling af. Niet de leeftijd moet het recht op een beurs bepalen, maar de vraag of iemand al dan niet een studie volgt aan
een universiteit of hogeschool. Onenigheid bestaat alleen over de datum waarop de nieuwe systematiek gaat gelden. Invoering van studiefinanciering voor jonge studenten kost geld, terwijl afschaffing van studiefinanciering voor oudere scholieren geld oplevert. De laatste maatregel gaat volgens de huidige plannen van het ministerie van onderwijs pas gelden per 1 januari 1997. Door jonge studenten al op 1 januari 1996 recht op een beurs te geven ontstaat er, volgens de berekeningen van Lansink zelf, een gat van veertien
miljoen gulden. Lansink denkt echter dat ook de afschaffing van studiefinanciering voor oudere scholieren op 1 januari 1996 kan ingaan. De hele operatie zou dan geen cent extra kosten. "De zaak moet eigenlijk worden afgedaan als een hamerstuk", aldus het kamerlid. "Het plan werd nota bene al in 1989 in het regeerakkoord aangekondigd." Ritzen acht vroegtijdige afschaffing van studiefinanciering voor oudere scholieren echter niet mogelijk. De Informatie Beheer Groep in Groningen heeft volgens hem tijd nodig om de maatre-
gel zonder brokken uit te voeren. Wel denkt hij dat jonge studenten per 1 oktober 1996 een beurs kuimen krijgen. De kosten daarvan worden gedekt door de prestatiebeurs, die Ritzen vanaf 1 september 1996 in wil laten gaan. Eerder was het de bedoeling de prestatiebeurs op 1 september 1995 in te voeren. De Eerste Kamer ging daar echter niet mee akkoord. (MW/HOP)
'Ik wilde absoluut niet naar Rotterdam' Frieda Pruim Sjoerd Olfers (19) hangt met wat vrienden rond in de hal van het hoofdgebouw. M e t z'n negenen hebben ze het Amsterdams Lyceum voor de vu verruild. Sjoerd heeft gekozen voor economie. "Ik wist niet wat ik anders moest gaan doen", verklaart hij zijn keuze. "Na de Havo heb ik eerst het vwo gedaan, omdat ik nog niet wist wat ik wilde gaan studeren. Maar nu weet ik het eigenlijk nog steeds niet." Economie is volgens hem heel algemeen. "Je kunt er alle kanten mee op, want de hele wereld draait om economie." Hij heeft nog geen flauw idee wat voor beroep hij later zal uitoefenen. "Alles op zijn tijd. Daar rol je op een gegeven moment vanzelf wel in", relativeert hij. "Hoop ik", mompelt hij er achteraan. De berichten over de invoering van de tempobeurs hebben hem wel aan het denken gezet. "Maar mijn ouders hebben gezegd dat geld geen reden mocht zijn om met te gaan studeren." Hij verwacht niet dat hij in tijdnood zal komen. "Als je het goed organiseert, denk ik dat het goed te doen is." Verandering van studie zit er onder de huidige tijdsdruk niet m. Om die reden verwacht Sjoerd dat hij het bij economie zal houden. Op zijn middelbare school stond de vu beter bekend dan de UVA. Zelf lijkt het hem wel handig dat alles in één gebouw is geconcentreerd. Als het aan zijn vader had gelegen, was hij naar de Erasmusuniversiteit in Amsterdam gegaan. "Hij kent iemand die daar bedrijfseconomie heeft gedaan. Die heeft nu een prima baan. Maar ik wilde absoluut niet naar Rotterdam." Sjoerd gaat voorlopig nog niet op kamers wonen. "Daar is ook niet echt reden toe, want ik heb het goed thuis. Bovendien lijkt het me wel lekker rustig, zo'n eerste studiejaar. Anders wordt het, denk ik, extra moeilijk om je te concentreren."
.SIWTOI' i
Eerstejaars Sjoerd Olfers: 'De hele wereld draait om economie'
Petei Wolters AVC/VU
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's