Ad Valvas 1995-1996 - pagina 332
PAGINA 6
ADVALVAS 25 JANUARI 1995
De snelste rondjes voor de Heinekencup Studenten strijden op de schaats om de stedenbeker Op maandag 5 en dinsdag 6 februari vinden in Heerenveen de Nederlandse studentenItampioenschappen ailround-schaatsen plaats. Van de usvu, de schaatsen fietsvereniging van de VU, doen vijf leden mee. Casper Helling en Annemieke Sonneveld behoren tot de kanshebbers voor het erepodium.
Sonneveld traint zes keer per week en werkt ook een avond als schaatsinstructrice. Dat valt soms moeilijk met haar studie te Combineren: "Vooral met tentamens. Dan ben je minder scherp op de baan. Op dit moment heb ik het heel druk, even stressen, maar dat is volgende week gelukkig voorbij." Casper Helling studeert bewegingswetenschappen. Hij haalde in 1995 brons, maar is erg voorzichtig in zi)n verwachting voor dit jaar. "Op de laatste dag van de vorige vorstperiode heb ik een illegale elfstedentocht gereden en daarna was ik een week ziek. Ik ben nu net weer een week aan het trainen. Gisteravond had ik een wedstnjd en dat ging lekker." De eerste plaats ziet Helling niet voor zich weggelegd. Tegenstanders als Edwin Roetman en Carl Verheyen - hoewel de laatste dit jaar misschien niet meedoet - zijn.voor hem toch een maatje te groot. "Die doen mee aan de Nederlandse kampioenschappen van
Dick Roodenburg
De schaatskampioenschappen zijn een onderdeel van de Heineken Studenten Steden Cup. In dit hele jaar doorlopende toernooi bestrijden de universiteitssteden elkaar binnen een tiental verschillende takken van sport. Vorig seizoen won Amsterdam en mochten de vu en de UVA samen ƒ10.000,delen. De ASVU kocht van de prijs een scorebord voor de sporthal op Uilenstede. De bijbehorende beker staat volgens sportleider Even Rijks nog bij Heineken: "Alleen tijdens de uitreiking hebben we hem even gezien. Ze waren bij Heineken misschien bang dat hij kwijt zou raken". Ook halverwege de tweede editie van de Studenten Steden Cup - snooker, zeilen, tennis en volleybal staan voor de komende maanden nog op het programma - prijkt Amsterdam weer bovenaan de ranglijst. Een woordvoerster van Heineken vertelt dat in de toekomst de twee hoofdstedelijke universiteiten waarschijnlijk afzonderlijk mee gaan doen. Dat maakt het natuurlijk wel sparmender. De usvu telt een kleme tweehonderd leden, die vaak op de Jaap Edenbaan, maar ook wel eens elders op de fiets,
d e KNSB".
De kleine tweehonderd leden van de IJSVU oefenen op de Jaap Edenbaan
op het wad, in de Batavierenrace en soms zelfs in de kroeg te vinden zijn. Op dit moment is economiestudent Frank Onink voorzitter van de ijsvu. Vorig jaar deed hij mee aan de NSKschaatsen, maar dit keer moet hij wegens studieverplichtingen verstek laten gaan. Onink denkt dat de deelnemers niet zozeer voor Amsterdam, alswel voor hun eigen klassering rijden. Hij eindigde in 1995 ergens tussen de dertigste en de vijfendertigste plaats. "Maar ik reed wel drie persoonlijke records. Dat vind ik belangrijker." In Heerenveen rijden de marmen op de eerste dag een vijfhonderd en een drieduizend meter, de tweede dag een vijftienhonderd en een vijfduizend
meter. De vrouwen werken in twee dagen achtereenvolgens de 500, 1500, 1000 en 3000 meter af Net als bij de Europese kampioenschappen doen alleen de beste zestien deelnemers aan de langste afstand mee. Opvallend is
dat tijdens de studentenkampioenschappen per kwartet gereden wordt: het tweede paar start als het eerste ongeveer een halve baan op weg is. Volgens Onink gaat dat meestal prima, alleen een valse start op de vijfhonderd meter geeft wel eens proble-
Bram de Hollander
men. De grootste ijsvu-troeven tijdens de NSK zijn Annemieke Sonneveld bij de vrouwen en Casper Helling bij de mannen. Annemieke Sonneveld is vijfdejaars bedrijfsvsdskunde informatica aan de vu. Vorig jaar werd zij zesde. Dit maal hoopt ze nog hoger te eindigen en in ieder geval een afstandsmedaille te wiimen. Dat zal lastig worden, want een dag voor de studentenkampioenschappen heeft ze subtop-wedstrijden van de KNSB. Haar sterkste afstand is de vijftienhonderd meter: "Ik ben geen sprinter en de drie kilometer vind ik te lang. Op de vijftienhonderd meter kun je een rondje kapot zitten en toch een goede tijd maken."
Helling wilde dit jaar ook aan de Nederlandse kampioenschappen meedoen, maar miste tijdens de selectiewedstrijden de boot: "Je moet dan in het begin van het seizoen al in vorm zijn. Ik kom meestal wat later op gang." In tegenstelling tot wat zijn Elfstedenavontuur doet vermoeden, is Helling geen specialist op de lange afstand. "Nee, die tocht wilde ik gewoon een keer gedaan hebben. Mijn sterkste afstanden zijn de vijftienhonderd en de drieduizend meter." Overigens wordt op dezelfde dagen m Heerenveen ook het Nederlands studentenkampioenschap ijshockey gehouden. De Amsterdamse vereniging Thor, waar ook vu-studenten bij zijn betrokken, vaardigt één of twee ploegen af.
'Van sommige vakken kan ik me nauwelijks iets lierinneren' Terwijl politici roepen om stelselherziening en studeerbaarheid, roemen universiteiten de kwaliteit van het eigen onderwijs. Maar wat vinden studenten nu eigenlijk zélf van hun studie? In deze serie leggen recent afgestudeerden hun studie op de weegschaal. Deze week: drs René Winsen (28) over medische biologie.
C
Vorige week ben ik hier op de vu bij de faculteit geneeskimde begonnen aan een onderzoeksproject dat ongeveer drie maanden zal duren. Ik hoop hierdoor meer kans te maken op een aio-plek, hoewel ik weet dat het voor mij niet zal meevallen om daarvoor in aanmerking te komen. Mijn vooropleiding, het Hoger Laboratorium Onderwijs (HLO) wordt binnen de faculteit namelijk niet altijd gewaardeerd. Er wordt toch snel van uitgegaah dat je met zo'n vooropleiding te licht bent voor een onderzoeksfunctie, of te oud. Of dat je al te veel noten op je zang hebt. Studenten die meteen vanaf het vwo zijn doorgestroomd naar de universiteit zijn nog kneedbaar, zo wordt gedacht. Het probleem is dat ik juist wel ben opgeleid tot onderzoeker. Dus het Wopt niet echt. Bovendien is het volgens mij ook een vooroordeel dat het HLO een minder gunstige vooropleiding is, want tijdens die opleiding heb ik veel waardevolle praktische kennis opgedaan. Het curriculum voor 'doorstroomstudenten' is drie jaar, en die heb ik ook wel nodig gehad. De eerste anderhalf jaar heb ik vakken gevolgd. Daarna heb ik een half jaar in Portugal stage gelopen. Dat was heel leerzaam. Ik ben erachter komen dat in andere landen op dezelfde wijze onderzoek wordt gedaan als op deze faculteit. Dat heeft mijn ogen wel geopend. En
Drs René Winsen: 'Drie weken intensief vakken volgen, een aantal dagen later een tentamen en daarna werd er niet meer op teruggekomen'
ik ben toch ook wel anders tegen Nederland gaan aankijken. Dat kan eigenlijk alleen maar als je een tijdje afstand hebt kunnen nemen. Toen ik weer terug kwam, heb ik nog extra vakken gevolgd en mijn scriptie geschreven.
Bram de Hollander
Al met al was het best wel een zware studie. Ik heb er altijd hard aan moeten trekken om bij te blijven. Zeker m de eerste anderhalf jaar moet je in een korte tijd veel stof verwerken. Een nadeel van de opbouw van de studie is, dat je vanwege de grote hoeveelheid vakken niet verder komt dan summiere inleidingen. En er is ook later in de studie nauwelijks tijd om je ergens nog eens wat in te verdiepen. Het komt dus echt op je scriptie en je keuzevakruimte aan om je te kunnen
KLAAR
AF specialiseren. Dat vind ik te weinig. Dat merk ik nu. Er hadden wat mij betreft minder verplichte vakken mogen zijn, hoewel ik van een aantal verplichte onderdelen nu wel inzie dat ze heel waardevol zijn geweest. Maar
toch denk ik dat je als student meer zelf moet kunnen beslissen welke vakken je wilt volgen, om je sneller binnen een bepaalde richting te kunnen specialiseren. Er zou een aantal specialisaties moeten komen. En je zou al in een vroeg stadium moeten kunnen beslissen in welke je je gaat verdiepen. Een ander nadeel van de wijze waarop de studie was georganiseerd, was dat de cursussen in blokken werden gegeven. Drie weken intensief vakken volgen over één onderzoeksgebied en een aantal dagen later een tentamen. Daarna werd er niet meer op teruggekomen. Het onderzoeksgebied was al weer afgerond. De stof is bij mij in ieder geval m de meeste gevallen niet echt blijven hangen.
Op het HLO kregen we het hele jaar door een paar uur per week college over een bepaald onderzoeksgebied. Doordat je er dan toch voor langere tijd mee bezig was en regelmatig nog eens wat opzocht in de bibliotheek, bleef de opgedane kennis bij mij echt hangen. Ik merk nu nog wel eens dat ik kermis uit die tijd nog echt toepas. Terwijl ik van vakken die ik binnen medische biologie heb gevolg, me al vaak nauwelijks meer kan herinneren waar het ook al weer over ging. Ik was over het algemeen wel tevreden over de wijze waarop college werd gegeven. Ik vind een cursus goed als een docent eerst theorie geeft, studenten vervolgens de theorie toepassen
door onderzoek te doen en daarna een presentatie geven over de bevindingen. In de werkelijkheid is dat ook de werkwijze. Het is nuttig als je dat tijdens je studie al leert. Een aantal docenten was hier heel consequent in, hoewel ik ook wel begrijp dat deze wijze van college geven bij echte theorievakken niet mogelijk is. Maar ik heb aan mezelf gemerkt dat ik die praktijkprikkeling nodig heb om gemotiveerd te blijven en volgens mij ben ik daar geen uitzondermg in. CCB)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's