Ad Valvas 1995-1996 - pagina 297
AD VALVAS 11 JANUARI 1996
PAGINA 7
Biologie wil meer bèt Faculteit verzoekt als eerste om bindend studieadvies Biologie is meer dan ooit een bètastudie. De bèta-freaks worden daarom met open armen verweilcomd; ongescliil<te studenten wil de faculteit het liefst al na de propaedeuse wegsturen. Dat is niet zozeer een persoonlijke voorkeur van de faculteitsbestuurders, maar een logisch gevolg van de wetenschappelijke ontwikkeling van het vakgebied. Dat zegt de decaan van de faculteit.
Martme Zuidweg
I
Een kwart van de huidige biologiestu denten hoort volgens decaan prof. dr Frits de Graaf niet thuis op de univer siteit. De faculteit wil deze groep daarom voortaan tijdens de opleiding uitselecteren. In zijn beleidsplan voor de komende vijf jaar formuleerde het bestuur maatregelen om dat te berei ken. Het aantal herkansingen zal wor den beperkt tot hooguit twee per vak en studenten krijgen na hun eerste jaar een bindend studieadvies mee naar huis. Tenminste, als het aan de biologiefa culteit ligt. Biologie is op de vu de eerste faculteit die zwart op wit pleit voor een bindend studieadvies. Volgens beleidsmedewerker van het college van bestuur D. Schinkelshoek heeft verder alleen Tandheelkunde zich in het verleden voorstander getoond van een dergelijke selectie. Schmkelshoek wijst erop dat facultei ten niet zelf kunnen besluiten tot het invoeren van een bindend studiead vies. Eerst moet de universiteitsraad zich erover buigen. Volgens de beleidsmedewerker zitten er nogal wat haken en ogen aan een dergelijke maatregel. "Je mag iemand niet ten onrechte afwijzen. Een student kan dat aanvechten en dan moet je als faculteit wel stevig in je schoenen SLsan."
Prikkebeen Maar Biologie ziet meer voor dan nadelen aan een bindend studieadvies. De decaan verwacht dat strengere selectie alleen die studenten zal afschrikken die toch al niet op hun plaats waren op de universiteit. De Pnkkebeen, de hobbyist die in zijn vnje tijd achter vlinders aan holt, heeft volgens het faculteitsbestuur zijn
fl
langste tijd gehad. Rasechte bèta's, middelbare scholieren met behalve biologie ook schei, natuur en wis kunde in het eindexamenpakket, wil het bestuur in de gangen zien. Volgens De Graaf loopt zijn faculteit daarmee niet uit de pas. Tijdens de discussies over de profielen van mid delbare scholieren in de biologiekamer van de Vereniging van Samenwer kende Nederlandse Universiteiten (VSNU) is herhaaldelijk gepleit voor meer bèta in het eindexamenpakket van toekomstige biologiestudenten. De Graaf: "Het verschil zit 'm daarin dat wij dat graag als een soort selec tiedrempel zouden willen zien, terwijl anderen met een aanbeveling tevreden zijn." Op landelijk niveau is alleen de Leidse universiteit aan het experimen teren met een bindend studieadvies. Aanvankelijk was biologie in de ogen van collegabètawetenschappers voor al een tweederangs bètavak. Iemand die om planten en dieren heen draai de, was toch een heel ander soort wetenschapper dan iemand die met kernfysica bezig was. Het 'softe' imago heeft biologen in het verleden weliswaar veel studenten opgeleverd, maar ook meer dan eens parten gespeeld. Bijvoorbeeld bij de verdeling van budgetten. De Graaf: "In de periode dat ik op de vu kwam, in de jaren zestig, werd biologie wat dat betreft niet behandeld zoals andere bèta's. Wij werden niet echt als een experimentele faculteit gezien. Het college van bestuur zei destijds: 'Natuurlijk, biologen doen ook experi menten, maar dat kun je toch niet vergelijken met die van een chemicus.' Destijds een gebruikelijke opvatting. Wij zouden ons meer bezighouden met beschrijving van verschijnselen en het met minder goede laboratoria en dus met minder geld kuimen doen."
Prof .dr Fr its de Gr aaf: 'De weg van levende or ganismen naar moleculen leidt vanzelf naar bèta' Peter Wolters - AVC/VU
Pas met de opkomst van de molecu laire biologie in de jaren zeventig werd het 'softe' imago van biologie lang zaam maar zeker bijgesteld. Biologen gingen zich richten op bouwstenen van een steeds kleiner niveau en zo deden steeds meer klassieke bètacom ponenten htm intrede. De Graaf, zelf microbioloog: "De biologie, die is begonnen met planten en dieren te beschrijven en in te delen, ging later over tot het bestuderen van de fysiolo gie van levende organismen en is geleidelijk aan afgedaald naar het moleculaire niveau. Als je die weg volgt, van levende organismen naar moleculen die processen in levende organismen bepalen, kom je vanzelf in aanraking met scheikunde en natuur kunde." Het is dus niet zo, zegt De Graaf, dat zijn faculteit een nieuwe koers gaat varen door alleen de echte bèta's te verwelkomen. Studenten hebben meer dan voorheen kennis van vakken als natuur en scheikunde nodig om de studie met goed gevolg te doorlopen. "We spelen alleen maar in op een ontwikkeling die al jaren gaande is. Steeds meer ontdekken we, naarmate we dieper graven in de analyse van levensverschijnselen, dat we chemie en natuurkunde nodig hebben om er een goed begrip van te krijgen." "Neem de fotosynthese, daarvan zou je zeggen: dat is nou bij uitstek een
biologisch verschijnsel. Maar om een goed idee te krijgen van hoe licht leidt tot de produktie van chemische ener gie in een cel, heb je de fysica nodig. Fotosynthese is typisch een proces dat pas goed kan worden bestudeerd als je de biologie en de fysica bij elkaar brengt." Steeds vaker raken de verschillende bètavakken eikaars terrein: "Het onderscheid tussen wat wij moleculai re biologie noemen en wat men vanuit scheikunde biochemie noemt, is volle dig vervaagd." De Graaf juicht die ontwikkeling toe. "Veel nieuwe ideeën zie je vooral tot uiting komen op die raakvlakken. Ik vind dat de schotten tussen de faculteiten op de vu, orga nisatorische maar ook historisch gegroeide schotten, belemmerend werken op dat proces." Het plan van het college van bestuur van de universiteit om natuur, schei kunde en biologie samen te voegen, kan dan ook de goedkeuring dragen van de biologen. Op dit moment wer ken de drie faculteiten al samen in onderzoekinstituten. Maar de optie om met bewegingswetenschappen een cluster 'levenswetenschappen' te vor men, is eveneens bespreekbaar. De Graaf: "Dat zou uniek zijn. In de Verenigde Staten is lifesciences een begrip, in Nederland kermen we zoiets niet omdat de schotjes tussen de faculteiten hier nu eenmaal anders
lekker onder gaan in de massa heb ik gemist'
Drs Kokkie van Oeveren: 'Je hebt meer last van betweters dan van vliegtuigjes door de klas'
Terwijl politici roepen om stelselherziening en studeerbaarheid, roemen universiteiten de kwaliteit van het eigen onderwijs. Maar wat vinden studenten eigenlijk zélf van hun studie? In deze serie leggen recent afgestudeerden hun studie op de weegschaal. Deze week: drs Kokkie van Oeveren (23) over klassieke talen. Frieda Pr uim
C
Het ünago van klassieke talen is saai en stoffig. Met je neus in de boeken. Maar het is veel meer dan dat. Grieks en Latijn staan ver van je af, dus je moet er hard aan werken, dat is zo, maar je hebt nog andere vakken, zoals oude geschiede Inis, archeologie, filosofie, taal en lite Iratuurwetenschap. Dat maakt het al Iveel breder en hoe verder je komt, hoe Imeer je leert dat heel veel van die jGneken en Romeinen komt. Je krijgt Idaardoor inzicht in de wereld om je heen. Latijn staat bijvoorbeeld aan de [basis van het Frans. En je leert de jbasis van de Nederlandse cultuur een jheel eind begrijpen. Dat maakt het Iboeiend en niet saai vooral. ISoms is het wel eens lekker om onder |te gaan in de massa, maar dat is bij Jklassieke talen onmogelijk. Dat heb ik Wel eens gemist. Er is een ontzettende
staan." Toch ligt deze optie niet echt voor de hand. Tussen biologie en bewegingswetenschappen vindt op dit moment geen enkele samenwerking plaats. Bovendien zouden de biologen bij zo'n cluster wel voldoende inbreng vanuit de chemie en de fysica willen zien. Want dat biologie bèta is, kun 'nen ze niet genoeg benadrukken. De Graaf vermoedt dat een aanzien lijk deel van de wetenschappelijke wereld biologie inmiddels beschouwt als een volwaardige bètafaculteit. Maar of dat beeld echt breed gedra gen wordt, betwijfelt hij. "Een duide lijk voorbeeld is het pleidooi van de technische universiteiten voor een vijf jarige opleiding, waarbij scheikunde en natuurkunde de technische univer siteiten hebben beticht van concurren tievervalsing en ook een vijfjarige opleiding eisten. Biologie bleek opeens niet meer mee te tellen. Bèta werd verengd tot natuur en scheikun de, met het argument dat dat vakken zijn die je ook aan de technische uni versiteit kunt volgen. Maar biologi sche vakken, denk aan microbiologie, kun je aan de TU in Delft evengoed studeren. Het is tekenend dat daar in eerste instantie niet aan is gedacht."
sociale controle als je met drie man college hebt: als je ziek bent, bel je af. Dat soort dingen. Ik heb ook wel eens alleen college gehad. Dat is niet zo aangenaam, in je eentje tegenover een
KLAAR
AF hooggeleerde professor. Soms word je er wel eens moe van om altijd voorbe reid en paraat te zijn. Klassieke talen telt nu zo'n twintig man in totaal, dus dat is gewoon heel klein. Het voordeel van een kleine studierichting is dat je een goed contact hebt met docenten en in mijn geval ook met medestuden
Bram de Hollander
ten, maar ik kan me voorstellen dat het ook heel erg fout uit kan vallen. Je moet je echt een beetje aanpassen aan elkaar. Als je kritiek hebt, dan wordt daar in principe wel wat mee gedaan. Dat is fijn. Ik vind ook dat er over het alge meen erg goed college wordt gegeven. Dat heeft te maken met de persoonlij ke aandacht die je krijgt. Er wordt absoluut verwacht dat je nadenkt. Dat is prima. En je kunt altijd binnenlo pen bij docenten, niet alleen met vra gen over de studie maar sowieso. Ik heb twee jaar in de opleidingscom missie gezeten. Daar kun je aardig op de hoogte raken van wat er binnen je studie speelt. Een kleine studierichting stimuleert tot dit soort activiteiten, want die komen anders vaak op dezelfde mensen neer. Ik heb altijd voor de klas willen staan. Tijdens je studie leer je vooral de talen en het is een ander verhaal om
dat uit te leggen aan dertien en veer tienjarigen. Dat leer ik nu op de lera renopleiding, maar het is, denk ik, toch vooral een kwestie van ervaring. Het is toch een hoop passieve kermis die je bezit. En dat moet je dan een beetje levendig over gaan brengen. Daar ben ik nu mee bezig. Ik heb al vier rectores aan de lijn gehad die mij vroegen of ik alsjeblieft invalwerk wil komen doen. Op de middelbare school stijgt het aantal leerlingen dat Grieks en Latijn kiest, maar het aantal studenten op de uni versiteiten daalt schrikbarend en daar mee ook het aantal docenten. Morgen begin ik met een tijdelijke baan op een school in Amersfoort. Grieks en Latijn zijn altijd keuzevak ken, in elk geval op het ongedeeld vwo, dus je hebt gelukkig altijd te maken met redelijk gemotiveerde leer lingen. En vrij slimme kinderen ook. Dus je hebt meer last van betweters dan van vliegtuigjes door de klas.
Als je zegt 'klassieke talen', weten veel mensen al niet wat je studeert. Z e denken vaak hebreeuws of zo. En 'Wat heb je d'r aan?' is vraag twee. Ik kan daar geen volledig antwoord op geven. En misschien wil ik dat ook niet eens. Ik vind het belangrijk en leuk genoeg voor mezelf om het gedaan te hebben. Als een ouder op school mij straks gaat vragen: waarom moet mijn zoon Latijn kiezen, kan ik alleen maar zeggen: het is goed voor z'n ontwikkeling. En dat denk ik ook echt. Maar als ze zeggen 'Ja luister eens, als ze Engels doen, kunnen ze op vakantie Engels praten', dan denk ik: dat vind ik ook belangrijk. Kijk, het blijft natuurlijk iets dat niet door iedereen noodzakelijkerwijs bestudeerd moet worden dat zou onzin zijn maar het geeft een ^^ sleutel om de cultuur waarin je ^J leeft te ontsluiten. ^
'A
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's