Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 248

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 248

1 minuut leestijd

AD VALVAS 30 NOVEMBER I995

PAGINA 16

Muüsch new age

• J f »

'Je mag

Peter Wolters - AVCAU

iia <7i nai. 13, tidii |iie|jt;ii ^e ie Uil ueu'

*Co­schappen? Vergeet je sociale leven maar "wSWA­^wijy ïU ''' 'ü'<' ^

Een verblijf in de betonnen gewelven van de vu lijkt onpersoonlijk. iMaar in gangen, kamers en si^lonken bakenen studenten, medewerkers en docenten hun domein af. Zo probeert Iedereen een eigen plek te vinden. In deel veertien van Het Territorium de co­ assïstentenkamer in fiet vu­ziekenhuis, waar studenten geneeskunde uitpuffen na een ronde tangs de patiënten. Elsbeth Vernout Als ik maar niet in het vu­ziekenhuis co­schappen hoef te lopen, denken veel vu­studenten geneeskunde als de plaatsen voor het opdoen van praktijk­ ervaring worden verloot. Het acade­ misch ziekenhuis van de vu staat bij )Rm *MM wim ^m

!^

^x^

Het territorium studenten bekend als een harde leers­ chool. Er zou veel stnjd zijn tussen de co­assistenten onderling, omdat deze bijna allemaal in aanmerking voor een opleidingsplaats willen komen, vu­stu­ dent geneeskunde Melita Bendter (28) had ook haar twijfels toen ze zes weken geleden de afdeling interne geneeskun­ de van het ziekenhuis binnenstapte. "Maar het is me erg meegevallen. Ik heb gemerkt dat veel afhangt van hoe je je opstelt." Melita zit ontspannen in een van de bureaustoelen in de co­assistentenka­ mer, een speciale ruimte op de afdeling interne geneeskunde ­ "ingewanden, zeg maar" ­ die ze met nog twee co­ assistenten deelt. De kamer heeft de af­ metingen van een krappe studentenka­ mer en blinkt met de blauwe gordijnen, het Imoleum op de vloer en de blauwe stoelen niet uit in luxe. Maar daar gaat het niet om, vindt Melita. "Dit is de basis, de plek waar je terugkomt." Niet iedere afdeling van het vu­zieken­ huis heeft een speciale kamer voor co­ • assistenten. Vaak moeten de medici in spe zich behelpen met een plaatsje in de kantine. Soms bivakkeren ze op de kamer bij arts­assistenten, die zich spe­ cialiseren in een bepaalde richting. Zo niet bij interne geneeskimde, waar de studenten m hun eigen kamer een status van een patiënt kunnen uitsch­ rijven, of medische termen kunnen op­ zoeken in aanwezige handboeken. "Het is prettig een aparte kamer te hebben".

vindt Melita, "want met je mede­co­ assistenten durf je meer te bespreken dan met de begeleidend arts." Een eigen plek is ook hard nodig in de medische draaimolen, vinden de drie 'co's'. "We werken van acht uur 's ochtends tot zes uur 's avonds", zegt Margot van Berkel (24), sinds drie weken co­assistent. "Het komt best vaak voor dat je tot een uur of negen, tien 's avonds hier blijft. Dan is het fijn dat je je even terug kunt trekken. Ook draaien we nacht­ en weekenddiensten. Dan moet je soms 36 uur achter elkaar werken. Als je pech hebt, word je met Oud en Nieuw ingezet. Je mag wel sla­ pen natuurlijk, maar als er wat is, dan piepen ze je uit bed." Tijd voor een leven buiten de co­schap­ pen is er volgens de co­assistenten niet. "De eerste acht weken kun je je sociale leven wel vergeten", vertelt Melita. "N a vier weken ben ik voor het eerst weer naar een toneelvoorstelling geweest, maar achteraf had ik daar spijt van. Ik had in die tijd liever willen bijslapen." Een willekeurige dag van een co­assis­ tent bij interne geneeskunde begint om acht uur 's ochtends met bloed prikken. Dan volgt het 'visite lopen' met een

arts­assistent langs de patiënten. Me­ lita: "In principe lopen we alleen mee, maar soms komt Jiet voor dat je over­ legt over het bijstellen van de medicatie of dat je de patiënt beluistert met de stethoscoop." Demonstratief rammelt Melita in de zak van haar doktersjas, waarin het medische instrument nog net te zien is. Een andere taak van de co­assistenten is het opstellen van een rapport over de patiënt. Hiertoe wor­ den nieuwe patiënten uitgebreid on­ dervraagd en onderzocht. "Als iemand last heeft van zijn voet, controleer ik ook de ogen", vertelt Melita. De co­assistenten die met hun eerste co­schappen bezig zijn, hebben de afge­ lopen weken gemerkt dat het dragen van een witte jas hun een ander aanzien geeft. Volgens Jiwan Gopie (26), die nu voor de tweede week in het ziekenhuis werkt, verwachten patiënten dat hij alles weet als hij een witte jas draagt. En waar patiënten Jiwan meteen als dokter accepteren, worden Melita en Margot nog wel eens als 'zuster' aan­ gesproken. "Vooral oudere mensen denken dat vrouwen met een witte jas verpleegkundigen zijn", vertelt Melita. "Maar als ik me duidelijk als co­assis­ tent voorstel, noemen ze me de volgen­ de keer gewoon dokter." In de studie geneeskunde op de vu wordt bij het vak filosofie veel aandacht besteed aan 'de patiënt als mens', niet als medisch object. In de praktijk valt het volgens Jiwan tegen hoe artsen met de patiënten omgaan. "Ze werken onder enorme tijdsdruk, waardoor ze nooit eens een praatje maken aan het ziekbed. Het ziekenhuis lijkt door het toenemende aantal patiënten steeds meer op een fabnek. Zodra een bed vrij is, ligt daar een minuut later weer ie­ mand anders in."

De co­assistenten, die vaak een soort tussenpersoon tussen arts en patiënt zijn, hebben nog wèl tijd voor contact met zieken. Tegen co­assistenten vertellen patiënten daarom meer dan tegen doktoren, merkt Melita. "Ze kij­ ken op tegen de arts. Aan mij durven ze eerder persoonlijke dingen te vragen." Hoe de aankomend artsen later zelf met de tijdsdruk om zullen gaan, weten ze nog niet. Margot: "Ik begin nu idealistisch. Maar ik weet niet of ik dat vol kan houden als ik het als arts heel druk heb." Haar collega Melita wil misschien huisarts worden, omdat ze dan het contact met patiënten beter in stand kan houden. Even later, als de drie co­assistenten vanuit hun kamer op weg gaan naar de dagelijkse bespreking van röntgen­ foto's, krijgen ze de kans hun deskun­ digheid te bewijzen. Een verpleegkun­ dige heeft een prangende vraag: "Deze mevrouw zegt dat ik haar man oog­ druppels moet geven, maar ik weet niet welk middel ik moet gebruiken." Mar­ got mompelt meteen een Latijnse naam van een medicijn voor zich uit, want "ze hameren er hier op dat je alle medi­ cijnen uit je hoofd kent". Melita wijst de zuster waar het bevsoiste middel staat. Zij loopt het langst op de afdeling rond en begint al te groeien in haar rol als medicus. Toch vindt ze het ook fijn om, zonder wdtte jas, 'gewoon Melita' te zijn. Als de dag in het zieken­ huis erop zit, verruilt ze zo snel moge­ lijk haar doktersjas voor haar eigen kle­ ren. "Zonder die jas eisen mensen min­ der van je. Dat is toch ook wel lekker."

De leer van Smit UUHV

(

i^

^\z schandelijke döe 2ou<lieYi 7 " ^ toe reaper»

­'

aentflteri»«f.­ sM-^

1 ^

%

^ -

^

^ ­ '^

0 , 0 0 fi.

Vorige week gaf het Bezinnings­ centrum een feestje in Ameri­ cain voor Harry Mulisch, omdat hij enige werkjes over zijn werk kreeg uitgereikt, onder meer vanwege de lezingencyclus die aan de vu plaatsvond. Een paar literatuurbonsjes hielden belang­ wekkende en lovende beschou­ wingen over Mulisch' Ontdek­ king van de Hemel, waarover hij opmerkte: "Ik heb­helemaal niet het gevoel dat het over mij gaat". Dat critici het boek haarscherp indelen naar Oude en Nieuwe Testament en feitelijk alles in verband met de bijbel kunnen brengen, beweerde Mulisch voor een groot deel niet bewoist op z'n geweten te hebben. Hij had het boek geschapen, maar kreeg steeds meer het gevoel dat het boek ook zichzelf geschreven had en dat het boek de schrijver ver­ anderd, 'gemaakt' had. Schrijven doet men dus niet al­ tijd volgens een vooropgezet plan. Mulisch onderscheidde twee soorten scheppen: een man­ nelijke en een vrouwelijke ma­ nier. Patriarchaal scheppen, dat is wat God en goden doen: men roept iets in leven of maakt wat met z'n handen. Matriarchaal scheppen is meer zoals een zwangere vrouw iets maakt. Ter­ wijl ze nieuw leven schept, leest ze een boek of doet ze de afwas, maar je kunt niet aan haar vra­ gen: "Wat ben je op dit moment aan 't scheppen, de oortjes, de vingertjes?" Zo worden Mulisch' boeken nu ook geschapen. En al scheppende glijdt Mulisch kennelijk automiatisch in arche­ typische patronen die de bijbel­ vaste criticus later vol vreugde ontleedt met een "Ha, ik weet wel waar hij dat vandaan heeft". Terwijl het allemaal zo oud is als de wereld. Maar ook zeer mo­ dem. Mulisch volgt, zoals hij al­ tijd gedaan heefl, de mode op de voet. In nevu age is ook niets toe­ vallig, krijgt men berichten 'door' en hangt alles met alles samen. SELMA SCHEPEL

Sorry pedel

In het blad FBWeetjes van Bewe­ gingswetenschappen mag promovenda Lieke Peper vooruitdromen over de dag van haar promotie. Het wordt een nachtmerrie, want ze schrijft het stukje 's middags om zes uur en de drukker die deze dag de proefschriften zou af­ leveren, heeft dat nog steeds niet ge­ daan. "De nachtmerrie van iedere pro­ movendus", schrijft ze. "Proefschriften dobberen in het IJ, inclusief het origi­ nele manuscript natuurlijk. Of afge­ leverd bij een abattoir in Leerdam. Per ongeluk verwisseld met een vrachtje plastic bekertjes en nu op weg naar Timboektoe. Hoe leg je zoiets uit aan de pedel? Sorry pedel, maar de boekjes zijn verbrand, opgegeten door een horde gnoes of gekrompen in de was." Gelukkig is het maar een droom en valt de werkelijkheid dubbel mee. IJeke had gehoopt in de aula te mogen promover­ en, maar die was gereserveerd. Pas later bleek dat de aula op haar naam stond gereserveerd, zodat de grote dag toch in het wetenschappelijke walhalla kan plaatsvinden. Alisschien kan ze op de faculteit ook nog andere mensen blij maken met haar promotie. De voorlichtingscom­ missie klaagt namelijk in het blad dat de map waarin artikelen over bewe­ gingswetenschappers worden bewaard, geheel leeg is. "Zijn de wetenschappers soms te bescheiden om artikelen in te leveren waar ze zelf prominent in staan?", vraagt het blad zich af. Voortaan kurmen de wetenschappers de kranteknipsels anoniem in een apart postvakje dumpen. Voor Pepers kun­ nen ze wel een aparte map aanschaffen, want als je proefschrift gaat over het drummen in een muziekgroepje, komen de journalisten als vliegen op de stroop af Peper zal de komende weken nog de nodige mediaconcurrentie moeten dul­ den. Collega­onderzoekers gaan bin­ nenkort de hort op met de zogenaamde klapschaats en met het nieuwe ijssei­ zoen voor de deur likken de journalis­ ten al aan hun pennen. BLADLUIS

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 248

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's