Ad Valvas 1995-1996 - pagina 149
i AD VALVAS 26 OKTOBER 1995
PAGINA S ' *
'"^"ih
H 6 i 6r6aOCtOrddt" Siljly
er en vooral erkenning Ook dit jaar werd de dies de viering van de verjaardag van de vu opgeluisterd met de uitreiking van een aantal eredoctoraten. De Zuidafrikaanse literator en wetenschapper Njabuló Ndebele, de Amerikaanse filosoof Alvin Piantinga, de Amerikaanse bewegings wetenschapper iVlich ael Turvey en de vumedewerker Gerrit de Vries werden op eervolle wijze in het zonnetje gezet. Hieronder twee van hen aan het woord.
ïi'
Plantinga: 'Dat ze ons vreemd vinden? So what?' allerlei religieuze en politieke kwesties kunnen bespreken en het eens kunnen worden. Er zou voor alle mensen fas na afloop van het gesprek zegt eenzelfde rationaliteit gelden. Postmo ^vin Plantinga dat het eigenlijk een dernisme verwerpt dat idee en gaat veel schitterende dag is voor een fietstocht verder, door te zeggen dat er helemaal door het Hollandse landschap. Maar geen algemene waarheid bestaat. De het programma van een kersverse calvinistische traditie is op een meer eredoctor is overvol en Plantinga is gematigde manier postmodem en dat geslist veel te aardig om een afspraak af lijkt mij veel juister. Een belangrijk idee te zeggen. Bovendien is hij zo van het calvinistische denken is dat betrokken bij zijn vak, de christelijke filosofie, dat je hem daarover maar even overtuigingen centraal staan en dat hoeft aan te spreken om direct zijn volle deze overtuigingen niet geheel rationeel zijn. Maar het gaat erom dat ze de aandacht en enthousiasme te hebben. commitments bepalen waar je je voor Voor Alvin Plantinga, naast talloze inzet, ook in het intellectuele leven en andere fimcties hoogleraar aan de in de wetenschap." University of Notre Dame, is de Plantinga verwijt de postmodernisten christelijke filosofie een ernstige zaak. dat ze doorschieten naar de andere kant Als christelijk filosoof ben je in de eer wanneer ze, in hun kritiek op het ste plaats christen en dan pas weten Schapper. Je kiest positie en dat moet je project van de Verlichting, stellen dat er helemaal geen algemene waarheid niet onder stoelen of banken steken. bestaat. "Het is moeilijk dit standpunt Pat hoeft ook helemaal niet, want is van bijvoorbeeld Rorty en Lyotard ijiiet juist een van de inzichten van deze óostmodeme tijd dat dergelijke overtui serieus te nemen. Het grenst aan domheid. Als je met een boer praat en Sngen altijd een rol spelen in het intel je zegt dat er eigenlijk geen waarheid Kctuele debat? Dat hadden de calvinis schuilt in het feit dat hij een bepaald tische aartsvaders van de VU, Abraham aantal koeien bezit, zou hij denken dat Kuyper en Herman Dooyeweerd, al in je gek bent. Bovendien gaat iedereen de smiezen. Plantinga aarzelt daarom wel degelijk uit van een algemene waar ifiet om hen in dat opzicht postmoder heid als hij geUjk wU hebben. En ook de nen avant la lettre te noemen. postmodernist wil dat. Rorty zegt dat er ^ e n centraal idee van de moderniteit geen waarheid is, maar hij vindt beshst .S dat rationele mensen met elkaar Arjan Spit
dat zijn mening veel beter is dan de mening dat er wel een waarheid is." Christelijke en atheïstische wetenschap pers, ze hanteren ieder hun eigen uit gangspunten. Maar dat betekent voor Plantinga nog niet dat ze kunnen op houden met logisch nadenken. De kritiek van zijn hoogleraar aan Wayne University heeft hij zich aangetrokken. Die verkondigde altijd dat een intelli gent iemand niet kon geloven. Zijn medewerker Plantinga toch niet bepaald dom vormde een lastige weerlegging van dit idee. En Plantinga is er na enkele boeken over dit onder werp van overtuigd dat rationaliteit en geloof elkaar niet bijten. "Het bestaan van God is gewoon geen wetenschap pelijk vraagstuk. Het is meer zoals de vraag of er een verleden bestaat. Daar kun je ook geen wetenschappelijk onderzoek naar doen. Je kunt bijvoor beeld wel oude documenten aanhalen om aan te tonen dat er een verleden is, maar dan veronderstel je al dat het documenten uit het verleden zijn. Als je daar niet meer zeker van bent, zijn er wel boeken die eruit zien als oude boe ken, maar dat bewijst niets. Toch we ten we natuurlijk dat er een verleden bestaat. Hetzelfde geldt wat mij betreft voor het bestaan van God." Daarmee ligt de toekomst voor een christelijke wetenschap open. En de
Alvin Plantinga: 'Ch ristelijke intellectuelen laten zich vaak intimideren door de rest van de academisch e wereld. Ze zouden best wat assertiever kunnen zijn' Foto's Peter Wolters - AVC/VU
ontwikkelingen in de Verenigde Staten leren dat die toekomst zelfs rooskleurig kan zijn. De christelijke universiteiten en de Society of Christian Philoso phers, opgericht door Plantinga, heb ben over belangstelling niet te klagen. "Vijfentwintig jaar geleden dachten alle experts dat het christendom een uitster vend verschijnsel was aan de Ameri kaanse universiteiten. Maar er is een opmerkelijke revival van religie geweest. Nu zegt 95 procent van de Amerikanen dat ze in God geloven. Het opmerke lijke is dat, toen ik in aan het Calvin College studeerde, we juist altijd naar Nederland verwezen. Daar stelde religie tenminste iets voor. We beschouwden Amerika toen als in religieus opzicht onderontwikkeld. Dat is nu eigenlijk omgedraaid." Vindt Plantinga dat de vu daar lering uit zou moeten trekken en zich expli cieter als christelijke universiteit zou
moeten profileren? "Ach, ik denk dat het dom is voor iemand uit een andere cultuur om dat soort uitspraken te doen. Maar ik weet wel dat het geen schande is om een christen te zijn. Christelijke intellectuelen laten zich vaak mtimideren door de rest van de academische wereld. Ze zouden best wat assertiever kunnen zijn. Maar het is een algemeen gevoel onder christelijke intellectuelen dat ze zich schamen, dat ze bang zijn dat andere mensen hen maar vreemd vinden. Wel, dat is dan maar zo. Veel mensen denken min achtend over mij. So what? Ik heb ook geen hoge dimk van hen!" Alvin Plantinga lacht eens hartelijk. Wat hem betreft komt het wel goed met de christelijke filosofie.
|Het is mijn plicht een bijdrage te leveren an de wederopbouw van mijn land' Caroline Buddingh '
ZuidAfrika mag weer, nu de apartheid is opgeheven. En daar wordt door Nederlandse instellingen gretig gebruik van gemaakt. Ook de vu is al verschil lende samenwerkingsverbanden aange gaan met zowel overwegend blanke als ""swarte' universiteiten. Afgelopen vrij Hg werd bovendien tijdens de diesvie ifng aan de Zuidafrikaan Njabulo Sdebele een eredoctoraat uitgereikt, irofessor Njabulo Ndebele (1948) l^nd de ceremonie rond de uitreiking van het eredoctoraat indrukwekkend. ulhe land kent tradities. Daar houd ik ;1 van. Ik was helemaal volgens de orschriften gekleed. Lange zwarte jurk, speciale blouse. Zelfs mijn sokken waren volgens het protocol." Het was niet Ndebeles eerste doctor honons causa, die overigens werd aangevraagd door de rechtenfaculteit. Een Japanse universiteit was de vu voor. Ndebele is qok niet de eerste Zuidafrikaan die van de vu een eredoctoraat kreeg uitgereikt. Bominee Beyers Naudé nam al in 1972 | e eretitel in ontvangst. Ndebele is wel | e eerste zwarte Afrikaan die deze fnderscheiding ten deel valt. "In mijn land heeft de zwarte bevolking een grote achterstand opgelopen. Zo langzamerhand beginnen we sterk te worden en kuimen we ons profileren. Ik beschouw dit eredoctoraat dan ook als een internationale erkenning voor J e activiteiten die ik samen met vele jnderen ontplooi voor de wederop bouw van mijn land." P e afgelopen jaren heeft de Ndebele ^len steeds prominentere rol gespeeld in !$jn geboorteland. Volgens eigen zeggen is hij in de eerste plaats
f
literator. Een groot aantal verhalen, romans, gedichten en essays staat op zijn naam. Ze zijn voornamelijk geschreven in de twintig jaar dat hij in ballingschap m Lesotho leefde. Voor zijn Pools and Other Stories ontving hij de prestigieuze Nomaaward. "Ik zou me wel volledig willen toeleggen op het schrijven van romans. Dat kan echter niet. Ik heb de kans en dus is het mijn plicht een bijdrage te leveren aan de wederopbouw van mijn land."
Zwarte universiteit Als vicechancellor van de Universiteit van het Noorden in Pietersberg zet Ndebele zich in voor de ontwikkeling van het academisch onderwijs en onderzoek in het nieuwe ZuidAfrika. Door zijn bewuste keuze voor de Universiteit van het Noorden, m 1959 door het apartheidsbewind opgericht voor zwarte studenten, heeft deze universiteit, die nu 13.500 studenten telt, haar positie aanzienlijk versterkt. Ndebele sloeg diverse functies met meer prestige onder meer een ministerschap af om een universiteit voor zwarte studenten tot ontwikkeling te brengen. Ndebele ziet het als zijn belangrijkste taak om studenten in het veranderings proces naar een nieuw ZuidAfrika te begeleiden. "Het is bekend dat goed onderwijs een belangrijke voorwaarde is om verantwoordelijke posities in een land te kunnen bekleden. Het is dus belangrijk dat wij aan onderwijs ruim aandacht besteden, nu we de positie van de zwarten willen versterken." "Natuurlijk merken wij daarbij dat de blanke bevolking zich bedreigd voelt en deze ontwikkelingen wil tegengaan.
Racisme is dan het motief. Maar geluk kig wordt deze groep blanken steeds kleiner. Aan de andere kant is er tegen stand van de zwarte bevolking die ge schoold werk verricht. Zij voelen zich ook bedreigd, nu steeds meer zwarten een goede opleiding volgen. We moe ten een passend antwoord vinden op deze gevoelens, zodat iedereen zich goed kan voelen bij de ontwikkelin gen." Een manier om het racistische argu ment weg te nemen en acceptatie te bevorderen, is volgens de Zuidafrikaan, blanke en zwarte universiteiten met elkaar te laten samenwerken. "Het zou niet alleen zo moeten zijn dat blanke en zwarte studenten naar dezelfde universiteiten kunnen gaan, maar ook dat universiteiten hun studiepro gramma's op elkaar afstemmen." Ndebele heeft er vertrouwen in dat de samenwerking tussen blanke en zwarte vmiversiteiten er uiteindelijk gaat ko men. "De blanke universiteiten kunnen deze ontwikkelingen enigszins tegen houden, omdat ze nog invloed kunnen uitoefenen op de besluitvormers. Deze zijn namelijk vrijwel allemaal geschoold aan de blanke universiteiten. Die situatie is echter al aan het veranderen. In Pretoria wordt nu vaker beslist op basis van objectievere criteria. Samen werking wordt de toekomst. Maar we moeten geduld opbrengen." Voor de professor is het eredoctoraat een steuntje in de rug. "Wij pleiten voor samenwerking en voor gelijke kansen en kennelijk staan buitenlandse instellingen daar achter. Naar de witte universiteiten, maar ook naar onze regering toe, zijn dit belangrijke signalen."
Njabulo Ndebele: 'Als de vu erachter komt dat de ideeën van De Klerk niet zijn veranderd, dan zou h et verstandig zijn de relatie met h em te beëindigen'
Ndebele heeft er geen moeite mee dat de vu ook samenwerkingsverbanden onderhoudt met witte universiteiten. "Ik juich dat zelfs toe. Maar dan moet het wel zo zijn dat deze Zuidafrikaanse universiteiten worden gestimuleerd mee te werken aan het nieuwe Zuid Afrika. Deze internationale samen werking mag geen legitimering zijn voor handhaving van het (post)apart heidsbeleid. Buitenlandse instellingen zoals de vu moeten daar goed op letten en moeten zich continue afvragen waarom bepaalde universiteiten contact vsdllen en welke positie ze innemen in ZuidAfrika." Van het gezicht van de Zuidafiikaan valt af te lezen dat hij zich afvraagt of dit is gebeurd toen F.W. de Klerk werd
gevraagd om de komende Kuyper voordracht van de vu te houden. "Als de vu erachter komt dat de ideeën van De Klerk niet zijn veranderd, dan zou het verstandig zijn de relatie met hem te beëindigen. Het kan ook zijn dat De Klerk zijn opvattingen over apartheid heeft herzien. Dan is contact vrucht baar. Laat vumedewerkers deze politicus kritische vragen stellen. Dan kan uw universiteit beslissen of de antwoorden bevredigend zijn en stroken met de werkelijkheid."
J
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's