Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 417

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 417

11 minuten leestijd

AD VALVAS 29 FEBRUARI 1996

PAGINA 7

'VU telt internationaal mee' Collegevoorzitter Brinkman verlaat universiteit met tevreden gevoel Vandaag ,29 februari, neemt drs H.J. Brinkman afscheid van de VU na bijna 24 jaar voorzitter van het college van bestuur te zijn geweest. Hij blikt terug op een periode waarin de universiteit zelfvertrouwen opbouwde. De VU kan zich volgens hem meten met de academische top. Dirk de Hoog "Wat ambities betreft oriënteert de Vrije Universiteit zich op de internationale top van de academische wereld. Op sommige terreinen komt de vu er in een onderlinge vergelijking dan helemaal niet zo slecht van af." Dit vindt drs H.J. Brinkman, die vertrekt als voorzitter van het college van bestuur. Brinkman zit al sinds 1972 in dit dagelijkse bestuur van de universiteit. In 1979 kozen zijn bestuurlijke collega's hem tot voorzitter. "Ik had zelf niet voor een bestuurlijke loopbaan gekozen", vertelt Brinkman. "Toen het college van bestuur in 1972 wettelijk werd ingevoerd, ben ik benaderd of ik er zitting in wilde nemen. Ik had daar helemaal geen zin in. Maar ze konden niemand vinden en kwamen weer bij mij terug. T o e n heb ik maar ja gezegd, om ze uit de brand te helpen." Het was Brinkmans bedoeling twee jaar in het bestuur te blijven. Uiteindelijk werden het er bijna vierentwintig. "Ik had bij de faculteit letteren net een nieuw curriculum opgezet voor moderne Nederlandse grammatica. Dat had me veel tijd gekost en ik hoopte er de vruchten van te gaan plukken en weer aan wetenschappelijk onderzoek toe te komen. Maar eenmaal in het college ontdekte ik dat universitair bestuurder zijn een echte baan is. Bovendien bleek er veel behoefte te bestaan aan mensen die dat vak willen uitoefenen. En toen begon ik het ook nog leuk te vinden." Brinkman voegt eraan toe dat hij al tijdens zijn studententijd zowel wetenschappelijk als bestuurlijk bezig is geweest. "Ik heb in die tijd ongeveer

alles gedaan wat toen denkbaar was. Ik ben voorzitter van de faculteitsvereniging en van het studentencorps geweest. Ook heb ik in het bestuur van de Nederlandse Studenten Raad gezeten. Dus mensen die me uit die tijd kenden, stonden niet helemaal verbaasd te kijken dat ik in het universitair bestuur belandde."

Zeventjes en achtjes Veel meer wil Brinkman niet over zijn loopbaan - carrière vindt hij een te groot woord - vertellen. Over zijn persoon en zijn privé-leven wenst hij al helemaal niet te praten: "Dat is m dit verband toch niet interessant." Maar over de Vrije Universiteit zelf praat hij des te enthousiaster. "Delegaties uit allerlei landen komen kijken hoe het hier toegaat. Uit Duitsland, Portugal, Zweden, Rusland, Zuid-Afrika - overal vandaan", vertelt hij. Die internationale belangstelling komt volgens Brinkman voort uit het feit dat de Nederlandse universiteiten de afgelopen decennia flink hebben moeten bezuinigen. Daardoor is er veel veranderd. N u ook in andere landen de overheid minder geld over heeft voor de universiteiten, willen de collega's graag weten hoe die processen zich hier hebben afgespeeld. "En omdat het met de v u goed gaat, ook in vergelijking met andere Nederlandse imiversiteiten, komen de internationale delegaties graag kijken hoe de vu de zaken aanpakt." Brinkman laat zich niet verleiden tot de uitspraak dat de vu de beste universiteit van Nederland is, maar het antwoord komt wel dicht in de buurt. "Uit allerlei officiële kwaliteitsmetin-

gen op het gebied van onderwijs en onderzoek blijkt telkens weer dat de v u het door de bank genomen goed doet. Zeg maar zeventjes en achtjes. Weinig uitschieters naar de top, maar ook zeer zelden uitschieters naar beneden in de onvoldoendes. Dat geeft het beeld van een solide en , degelijke universiteit en dat past wel bij ons. En juist door die stabiele kwaliteit hoort de v u zeker tot de betere universiteiten van dit land. Elders bestaan nogal eens grilliger beelden van zowel uitschieters naar boven als naar beneden."

De broek ophouden Brinkman doet er nog een schepje bovenop. "Kwaliteitsmeting kun je doen op een heleboel verschillende terreinen. Bij de bestaande visitaties komen allerlei zaken niet aan bod die de v u juist goed voor elkaar heeft. Als die meetellen, komt onze universiteit er zeker heel redelijk van af." Brinkman noemt een aantal van die punten, zoals de huisvesting van de universiteit op de campus, de professionaliteit van het bestuur en management en de financieel gezonde situatie. Hij voegt daar nog aan toe dat de v u in vergelijking met andere instellingen weinig personeelsconflicten kent. "Ik denk dat de vu een goede werkgever is en dat de werknemers dat ook als zodanig herkennen. Dat de v u als enige universiteit een ondernemingsraad heeft, is daar een teken van. Overigens staan verschillende andere instellingen op het p u n t ook zo'n raad in het leven te roepen." Brinkman is er de m a n niet naar om zich op de borst te kloppen vanwege de goede resultaten die de v u op veel terreinen haalt.,Bijvoorbeeld op het financiële. Hij laat de v u financieel gezond achter, terwijl elders de ene bezuiniging na de andere nodig is om uit de rode cijfers te komen. "Vanwege het bijzondere karakter van de vu heeft deze universiteit een njke en lange traditie in het zichzelf besturen, zelf beleid maken en de broek ophouden. De rijksuniversiteiten hebben toch meer de neiging af te wachten wat de minister bedenkt", verklaart Brinkman. Bovendien heeft de vu volgens hem een uniek bestuurssysteem. "De faculteiten hier zijn integraal verantwoordelijk voor wat ze doen, ook op financieel gebied. Wie te veel geld uitgeeft, moet daar zelf een oplossing voor vinden. Dit kan de v u doen vanwege het private karakter. Voor andere universiteiten was dit systeem wettelijk uit den boze. N u is de minister, en met hem vele anderen, ervan overtuigd dat het op de rijksuniversiteiten ook zo Brinkman over de jaren zeventig: "Vergeleken met wat er nu aan de hand is, stelde de verhoging van het collegegeld tot duizend gulden begin jaren zeventig niets voor, terwijl de studenten daar toen zwaar actie tegen voerden." Van links naar rechts collegevoorzitter C. de Niet, H.J. Brinkman (destijds gewoon collegelid) en de actievoerende studenten Theo de Roos, Frans Berkers en Victor Rutgers.

Eduard de Kam

Scheidend collegevoorzitter H.J. Brinkman: 'Er sluit zich een soort cirkel Sidney Vervuurt - AVC/VU in mijn leven' moet als aan de vu. Maar daardoor hebben wij wel een voorsprong van vele jaren." Een van de mooiste momenten die hij als collegevoorzitter heeft meegemaakt, noemt Brinkman het eeuwfeest van de v u in 1980. "Er vond toen onder meer een groot internationaal congres plaats over de relatie tussen geloof en wetenschap. Ik ervoer toen een nieuw elan aan de vu, een groeiend zelfvertrouwen. Daarvoor kwam je nog wel eens een wat miezerige sfeer tegen. Twijfel of de vu nog wel bestaansrecht had, twijfel over de eigen identiteit. Maar dat eeuwfeest heeft ons zelfbevsoistzijn opgepept." Op dat congres zijn volgens Brinkman ook belangrijke inhoudelijke conclusies getrokken. "Vrijwel iedereen is ervan overtuigd geraakt dat er geen specifiek christelijke wetenschap bestaat, iets waar de v u in het verleden toch vaak naar op zoek is geweest. Geloof en wetenschap zijn twee benaderingswijzen van de werkelijkheid. Ze hebben allebei hun eigen reikwijdte, met mogelijkheden en beperkingen." Door deze inzichten heeft de v u volgens Brinkman een eigen universitaire positie behouden. "Natuurlijk bestaan er momenteel veel vragen op het gebied van het geloof en de christelijke identiteit. Maar die liggen er ook op het gebied van de wetenschap, in de zin dat we wel steeds meer weten, maar tegelijkertijd ook steeds meer

inzien dat de wetenschap beperkingen heeft en niet alles oplosbaar maakt. Zo gaan op allerlei maatschappelijke terreinen oude zekerheden onderuit. We moeten leren leven met onzekerheden en dat is binnen de westerse traditie een enorme cultuurschok." Brinkman legt deze omslag nader uit. "De universiteiten ontstonden in de middeleeuwen rondom de kerkleer, de scholastiek. H e t waren bolwerken van zekerheid. Tijdens de Verlichting is de ene absolute zekerheid ingeruild voor een andere. N u was de rationaliteit alles. Eens zouden we alle geheimen ontrafeld hebben en alle problemen kunnen oplossen. N u zien we in dat die grote verhalen niet meer gelden en we in een pluralistische wereld naar eikaars kleine verhalen moeten luisteren op zoek naar nieuwe wegen. Dat maakt deze tijd, ondanks het feit dat voortdurend het woord 'crisis' valt, ook tot een heel boeiende tijd. Daarbij liggen er voor de v u allerlei nieuwe uitdagingen en mogelijkheden."

Kapitaalsvernietiging Brinkman wil na enig aandringen ook zeggen wat de grootste schok is geweest tijdens zijn bestuurlijke loopbaan. "Dat was de landelijke taakverdelingsoperatie in het begin van de jaren tachtig. Dat was niet alleen voor mij persoonlijk een geweldige schok, maar voor alle universitaire bestuurders en medewerkers. De minister wilde bezuinigen en vdj moesten maar

aangeven welke afdelingen zouden worden gesloten. Ik weet nog hoe we als bestuur een zaal vol mensen binnenstapten met de mededeling: 'dames en heren, uw faculteit wordt gesloten en uw werk is beëindigd'." Brinkman kan zich er nog over opwinden. "Die hele operatie geeft aan hoe ondoelmatig de politiek te werk gaat. Bij de te realiseren bezuinigingen heeft niemand de enorme kapitaalsvernietiging meegeteld, niet alleen in termen van stoppen van het lopend onderwijs en onderzoek, maar ook in termen van alle investeringen in de opleiding en het intellectuele vermogen van de betrokken werknemers. Bovendien kregen de betrokkenen jarenlang wachtgeld, dus netto heeft het weinig opgeleverd." Ook bij het aantreden van het nieuwe paarse kabinet stak Brinkman zijn woede over de voorgenomen bezuinigingen op het hoger onderwijs niet onder stoelen of banken. Maar de universiteiten lijken niet zo slecht weg te komen. "De bezuinigingen van dit kabinet op het onderwijs komen hoofdzakelijk voor rekening van de studenten door vermindering van de studiefinanciering, verhoging van de collegegelden en verkorting van de studie. Studenten hebben nog nooit zoveel reden gehad te hoop te lopen tegen het regeringsbeleid. Vergeleken met wat er nu aan de hand is, stelde de verhoging van de collegegelden tot duizend gulden begin jaren zeventig natuurlijk niets voor, terwijl de studenten daar toen zwaar actie tegen voerden."

Lorren Brinkman ziet zelfs 'de student' verdwijnen. "De komende generaties studenten moeten een sterke afweging maken wat betreft kosten en baten van de studie. Dat pakt voor iedereen anders uit. D e een blijft thuis wonen, de ander sluit een lening, en weer iemand anders combineert werken en studeren. D e student als sociale categorie bestaat dan niet meer. Daar zal de universiteit nog een hele klus aan hebben, want je moet al die mensen wel maatwerk leveren." T o c h deelt Brinkman de vrees van studentenorganisaties niet dat er geen plaats meer zal zijn voor vormende elementen tijdens de studie. "Vroeger was daar inderdaad veel meer tijd voor, maar je gelooft toch niet dat studenten die tijd voor vormende activiteiten benutten? Studenten houden van lorren. Daarom moet je ze een onderwijsprogramma aanbieden dat voorkomt dat studenten tijd verspillen. Je moet ze aan het werk zetten. E n een goed onderwijsprogramma is heel vormend. Maar studenten moeten het wel zelf doen. Het zijn volwassen mensen en het is geen school hier, waar alles wordt voorgekauwd." Bovendien ziet hij nieuwe vormende elementen in de studies ontstaan. "Neem de hele internationalisering. Bijna iedereen kan tegenwoordig een poosje in het buitenland studeren. Dan zie je toch een hoop van wat er te koop is in de wereld. Ik moest dat nog allemaal zelf regelen, wat ik overigens met veel enthousiasme heb gedaan." Brinkman bezocht tijdens zijn studie onder meer Rusland, ZuidAfrika en India. D e scheidend voorzitter verlaat de vu omdat hij binnenkort 62 jaar wordt. "Dat biedt me de mogelijkheid om gebruik te maken van een vuT-regeling op het moment dat ik me nog fit en vitaal genoeg voel om nieuwe dingen aan te pakken. Ik ga in Rusland en Zuid-Afrika meewerken aan cursussen op het gebied van tmiversitair bestuur. In die regio's vinden enorme veranderingen plaats, die de universiteiten met ongemoeid laten. Er sluit zich een soort cirkel in mijn leven. Dat vind ik wel een aardig idee. Ik heb beide landen tijdens mijn studententijd bezocht en ik heb ze beide sindsdien ook altijd met interesse gevolgd. Ik had niet verwacht in mijn leven nog mee te maken dat de apartheid verdween en het ijzeren gordijn openging. Ik vind het geweldig om die positieve ontwikkelingen nog te kunnen blijven volgen en er een bijdrage aan te kunnen leveren."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 417

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's