Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 277

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 277

8 minuten leestijd

AD VALVAS 14 DECEMBER 1995

PAGINA 9

Aansluiting studie - baan moet beter Plannen om studenten intensiever voor te bereiden op arbeidsmarkt Studenten moeten op hun faculteit met vragen over hun loopbaan terecht kunnen. Bovendien moeten ze al in hun eerste jaar inzicht krijgen in de arbeidsmogelijkheden. Alle afgestudeerden van de vu worden daartoe ondervraagd over hun baan en over de manier waarop ze daaraan zijn gekomen. Dat zijn enkele van de punten uit het onlangs verschenen rapport 'Baan in zicht', dat de overstap van universiteit naar de arbeidsmarkt wil vergemakkelijken.

Peter Boerman De arbeidsmarkt wordt steeds krapper en steeds ondoorzichtiger. Vroeger, toen het aantal academici nog beperkt was, konden veel afgestudeerden direct op de universiteit terecht voor bijvoorbeeld onderzoekswerk. Nu het aantal vrijkomende banen op de universiteiten behoorlijk afneemt en tegelijkertijd het aantal afgestudeerden fors groeit, zullen studenten zich steeds eerder moeten beraden op de overstap van studie naar werk. De vu wil, m navolging van andere universiteiten, studenten daarbij beter begeleiden. Als vervolg op Noblesse Oblige, het project waarmee de kwaliteit van het onderwijs systematisch onder de loep wordt genomen, acht het college van bestuur de ti)d nu rijp om studenten beter op de arbeidsmarkt voor te bereiden. Het college stelde een jaar geleden al de projectgroep Loopbaanbegeleidmg

en arbeidsmarktoriëntatie in. Basis voor het werk van deze projectgroep, die voorgezeten werd door prof. H.J. de Ru, de toenmalige decaan van de rechtenfaculteit, was het rapport Over de drempel, waarin geïnventariseerd werd wat de vu zoal doet om haar studenten op de arbeidsmarkt voor te bereiden. Al in juni legde de projectgroep een aantal voorstellen op tafel, maar nu pas zijn deze openbaar.

Aanspreekpunt Het accent van de activiteiten komt in de voorstellen van de projectgroep bij de faculteiten te liggen. Daar wordt het onderwijs verzorgd en daar kan dus ook het best worden ingespeeld op de tijd na het diploma. De projectgroep vindt dat alle faculteiten een plan moeten maken voor loopbaanbegeleiding en arbeidsmarktoriëntatie. Dat betekent in ieder geval dat er een aanspreekpunt moet komen waar studen-

ten terecht kunnen met vragen over hun loopbaan. Daarnaast zal elke faculteit aan haar afgestudeerden moeten vragen wat voor baan zij nu hebben en wat de eerste baan was die zij kregen. Daarbij komt ook aan de orde hoe men aan die eerste baan is gekomen en hoe de afgestudeerden na hun afstuderen tegen hun opleiding aan kijken. Bij Rechten is zo'n enquête enige tijd geleden al uitgevoerd. Die enquête kan model staan voor de andere faculteiten. Met de resultaten van al die facultaire enquêtes moet de voorlichting worden aangepakt. Niet alleen kan daarmee aan aankomende studenten worden verteld wat de beroepsperspectieven zijn, ook de eerstejaars zullen inzicht krijgen in het werkveld van degenen die hen zijn voorgegaan. Bij het kiezen van een afstudeerspecialisatie moet de student worden gewezen op de gevolgen voor de arbeidsperspectieven.

Positief De projectgroep denkt er daarnaast aan om studenten in facultaire werkgroepjes te trainen in het solliciteren. Ook zullen de stages in het vervolg meer aandacht krijgen. Per faculteit (of vakgroep of opleiding) wordt iemand volledig verantwoordelijk gemaakt voor het stageaanbod. Als laatste facultaire verandering - en dat is misschien wel het meest opmerkelijk - stelt de projectgroep voor om studenteninitiatieven meer te stimuleren. Als studenten iets organiseren, zullen docenten hieraan deel moeten nemen, vindt de projectgroep, zodat studenten meer aansluiting ervaren tussen het onderwijs en deze activiteiten.

Ook op centraal niveau dient er het een en ander te gebeuren. Ten eerste wil de projectgroep het informatiecentrum beter documenteren. Hier moeten onder meer de vaktijdschriften ter inzage komen te liggen van sectoren waar veel afgestudeerden een baan vinden. Ook komt er een informatiebestand over werkgevers op basis waar-

'Alle studieadviseurs van de faculteiten moeten een cursus volgen over de werking van de huidige arbeidsmarkt*

krijgen te oefenen in het 'netwerken'. Ook alle studieadviseurs van de faculteiten moeten in de plannen van de projectgroep een cursus volgen, over de werking van de huidige arbeidsmarkt. De totale kosten van het project zijn nog niet precies bekend. De enquêtes onder de afgestudeerden, die in drie jaar achter de rug moeten zijn, gaan zeker zo'n veertigduizend gulden per jaar kosten. Daarnaast zijn er nog ongeveer vier nieuwe arbeidskrachten nodig, onder meer voor de scholing van de studieadviseurs en voor het informatiecentrum. De planning voor het project is vrij strak: in 1998 moet een en ander al volledig in bedrijf zijn. Dan staat ook een eerste evaluatie gepland. Maar eerst moeten de plannen nog door de universiteitsraad (UR). Daar staat het punt pas in januari op de agenda. Afgaande op de voorbespreking, dinsdag in de raadscommissie personele en studentenzaken, zal de UR waarschijnlijk niet dwars gaan liggen. De commissie toonde zich unaniem positief over de voorstellen.

van (ex-)studenten open sollicitaties de deur uit kuimen doen. Mogelijk kan hiervoor het bestand van het loopbaanadviescentrum (LAC) van de Universiteit van Amsterdam worden overgenomen. Ook moet de scholing verbeteren, stelt de projectgroep: studenten van alle faculteiten moeten bijvoorbeeld bij het Vormingscentrum de mogelijkheid

'Bewegingswetenschapper, maar wat kun je nu eigenlijk precies?'

Terwijl politici roepen om stelselherziening en studeerbaarheid, roemen universiteiten de kwaliteit van het eigen onderwijs. Maar wat vinden studenten nu eigenlijk zélf van hun studie? In deze serie leggen recent afgestudeerden hun studie op de weegschaal. Deze week: Drs Miranda Boonstra (23) over haar studie bewegingswetenschappen.

Drs Miranda Boonstra: 'Ik heb een jaar in Calgary gezeten en daar kijken ze echt op tegen onze studie'

Bram de Hollander

Caroline Buddingh'

C

Toen ik begon met bewegingswetenschappen, wist ik absoluut niet wat de studie inhield. Ik was zeventien toen ik een van de belangrijkste keuzes m mijn leven moest maken. Maar wat wéét je nu op die leeftijd. Toen duidelijk werd dat ik vanwege mijn slechte ogen geen piloot kon worden, heb ik me laten leiden door een beroepentest. Deze studie kwam, met scheikunde overigens, uit de bus. Ik had nog nooit van bewegingswetenschappen gehoord, maar ik deed veel aan sport, dus ben ik naar de open dag geweest. Daar lieten ze zien wat de studie mhield. Leek me leuk en ik dacht: ik zie wel wat het is. Tijdens de studie leer je de theorieën achter het menselijk bewegen. Je leert hoe het menselijk lichaam werkt en hoe je de houding of de wijze van bewegen kunt verbeteren. Ik doe zelf aan atle-

tiek en heb het boeiend gevonden dat ik met behulp van mijn studie voor mezelf of voor anderen kon uitzoeken hoe we optimaal konden trainen. Bij sommige vakken miste ik wel de diepgang. Wat mij betreft hadden som-

KLAAR

AF mige docenten meer op de stof in mogen gaan. Daar wachtte ik dan op. Maar ik begrijp wel dat het niet altijd te ondervangen is. Tijdens deze studie krijg je veel vakken, dan is diepgang moeilijk. Bovendien is het zo'n nieuw

vakgebied, dat over veel onderwerpen nog weinig bekend is; er moet nog veel onderzoek worden gedaan. Ik vind het prettig dat bewegingswetenschappen een relatief kleine faculteit is. Je zit niet met honderden in een zaal, de docenten groeten je en je kunt overal binnenlopen. Het onderwijs was goed. Ik heb een jaar in Calgary gezeten en daar kijken ze echt op tegen onze studie, vanwege de kwaliteit van ons onderwijs. Dat zegt toch wel iets. In Canada merkte ik dat er andere theorieën worden gehanteerd. Dat vond ik heel verhelderend. Vanuit deze faculteit stimuleren ze dat je een tijd elders studeert, zodat je merkt dat er ook andere benaderingen zijn. Vanwege de hoeveelheid vakken zijn er in de opleiding van de vu keuzes gemaakt. Maar het is nooit gezegd dat de aan de vu gehanteerde benaderingen de beste zijn.

Ik ben cum laude afgestudeerd. Ik vond de studie niet moeilijk. Maar ik heb dan ook altijd alle stof doorgenomen. Als het je interesseen, doe je dat gewoon. Bij anderen merkte ik dat zij op aantekeningen hun tentamens haalden. Dat vind ik een slechte zaak. De tentamens hadden best zwaarder gekund. Afgestudeerden moeten toch ook wat bagage hebben? Ik denk dat ik met de richtingen die ik heb gekozen, wel genoeg basis heb gelegd om verder te komen. Ik vind het overigens wel een nadeel van deze studie dat het zo vaag is wat je ermee kunt doen. Je weet veel over het menselijk lichaam, bent nu klaar, maar wat kun je nu eigenlijk precies? Tijdens mijn studie heb ik me ook wel eens afgevraagd: waar leer ik nu precies voor? Dat weet ik nu nog steeds niet. Ja, voor onderzoeker, maar als dat er niet inzit, dan wordt het vaag. De

faculteit heeft daar nog wel een verantwoordelijkheid, vind ik. Ze hadden ons meer moeten voorbereiden op de arbeidsmarktmogelijkheden. Ik werk nu als secretaresse bij een fysiotherapie-praktijk en hoop op deze manier ergens in te rollen. Een van de therapeuten heeft aangegeven dat ze therapieën aan topsporters geven die ook door bewegingswetenschappers gedaan ktmnen worden. Dat zou ik wel willen. Maar ik wil ook wel terug naar Canada om daar als begeleider van topsporters aan de slag te gaan. Of ik wil aio worden. Het is allemaal ^^ nog open. Het is gewoon de ^^ vraag waar het kwartje zal vallen. ^r

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 277

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's