Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 32

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 32

9 minuten leestijd

ADVALVAS 31 AUGUSTUS 1995

PAGINA 8

Studeerbaarheid nu officieel beleid, maar helpt het ook? 'Akkoord is niet meer dan een stapje op weg naar beter onderwijs' Een waterig compromis of een doorbraak? Het akkoord over kwaliteit en studeerbaarheid heeft veel weg van het eerste. De opstellers zijn uiteraard enthousiaster. "Er is lang over beter onderwijs gepraat. Nu is het verheven tot officieel beleid." Pieter Evelein

Het 'smdeerbaarheidsakkoord' is een rapport van 41 pagina's over de vraag hoe "concrete en structurele verbeteringen van de kwaliteit en studeerbaarheid" kunnen worden gestimuleerd. Elke universiteit moet een 'kwaliteitsmanagementplan' opstellen. Per studierichting moet er een stuk komen over de kwaliteit van het onderwijs en hoe die verbeterd gaat worden. Minister Ritzen beschikt over een potje

van vijfhonderd miljoen gulden. Daar- uit kunnen de imiversiteiten en hogescholen in 1996, '97 en '98 bijdragen ontvangen om him onderwijs te verbeteren. Dat wil zeggen: te ontdoen van drempels en zo hier en daar te vernieuwen, bijvoorbeeld door de invoering van onderwijs via de computer. Aanleiding voor het smdeerbaarheidsakkoord was de verhoging van het collegegeld met vijfhonderd gulden. Die verhoging was voor de Tweede Kamer slechts aanvaardbaar als studenten daar

wordt geregeld, staat niet in de tekst beter onderwijs voor terug kregen. Dus van het rapport. stelde Ritzen een stuurgroep in, waarin de voorzitters van de VSNU (het orgaan Over de plichten van de studenten van de samenwerkende universiteiten), wordt niets meer opgemerkt dan dat de HBO-Raad en de studentenorganisaook eisen aan hun gedrag in het statuut ties Lsvb en iso onder zijn leiding spijzullen worden opgenomen. De gedeelkers met koppen moesten slaan. Inmid- ten waarin de plichten van de instellindels is dat gebeurd. gen worden beschreven, komen erg be"We wilden er zoveel mogelijk uitsletuttelend over. "Het kan kennelijk niet pen", blikt iso-voorzitter Saskia Nuyanders worden geregeld dan zo", vindt ten terug. "Dit was de kans om toezegSaskia Nuyten. "De enige manier om gingen af te dwingen." En dus werden - beter onderwijs af te dwingen is om de ambtenaren en onderhandelaars overzaken op papier te zetten. De instellinstelpt met wensenlijstjes, tekstvoorstellen en amenderingen daarop. De vsnu en de hbo-Raad reageerden met zo kort en voorzichtig mogelijk geformuleerde alinea's voor in de definitieve tekst. 'De studenten

Winnaars Scheidend vsNU-voorzitter Van Lieshout: "De studenten wilden alles in wetteksten vastleggen. Volkomen begrijpelijk. Dat wilde mijn achterban uiteraard niet." Toch lijken de studenten op het eerste gezicht de overwinnaars van de onderhandelingen. De universiteiten en hogescholen krijgen nogal wat plichten opgelegd: ze moeten een kwaliteitsplan schrijven, een diagnose geven van elke opleiding en ruimhartig meewerken aan een nieuw studentenstatuut. In het statuut komen de "leveringsvoorwaarden" te staan. Wat in het kwaliteitsplan komt te staan, is echter onduidelijk. Er wordt slechts een lange lijst van mogelijke onderwerpen genoemd. Hebben studenten daarover klachten, dan kunnen zij een procedure aanspannen of steun zoeken bij de (nog in te stellen) ombudsman van de hogeschool of universiteit. Hoe dit precies

wilden alles in wetteksten vastleggen'

gen roepen al zo lang dat ze er hard aan werken, maar er gebeurt veel te weinig. Het gaat veel te langzaam allemaal." Met dat laatste is Lsvb-voorzitter en vu-student Mike Riegel het eens. Maar beter onderwijs laat zich volgens hem niet van bovenaf regelen. Riegel: "Er is nog geen reden om blij te zijn. Dit rapport is nog maar het begin. Een stapje in de goede richting. De voorzitters van de VSNU en de HBO-Raad willen echt graag, maar uiteindelijk moeten de docenten het doen. En de studenten zul-

len dat heel goed in de gaten moeten houden. Hun betrokkenheid is een barometer voor de weerbaarheid van de studenten in Nederland." Daarmee snijdt Riegel een cruciaal punt aan: wat schieten studenten ermee op? Kunnen zij ervan worden verzekerd dat zij probleemloos hun studie kunnen voltooien (mits zij slim genoeg zijn en zich voldoende inspannen)? Nuyten, zeer beslist: "Nee. Het onderwijs zal nooit zo goed worden. Standaard in vier jaar afstuderen, dat lukt nooit. Ritzen eist een onmogelijke perfectie." Studenten, bestuurders en kamerleden, iedereen is het er over eens: het akkoord past in de trend dat er meer aandacht komt voor goed onderwijs en kan als zodanig een "stimulans" zijn of een "steun in de rug". Of dat snel effect heeft, staat echter te bezien. De instellingen hebben ingestemd met de hoofdlijnen van het akkoord, maar over de uitwerking is nog het nodige te doen. Niemand hoeft verbaasd op te kijken als dat de komende maanden aanleiding geeft tot verhitte taferelen en harde dreigementen over en weer. Scheidend vSNU-voorzitter kijkt al wat verder. "De tekst van het akkoord zal zeer vergankelijk zijn. Ik ben benieuwd wie daar over vijf jaar nog over spreekt. Want die vijfhonderd miljoen en die projecten, dat duurt maximaal vier jaar. Daar houdt alles mee op." (HOP)

'Rapport over studeerbaarheid zal slechts bureaucratie versterken' Onderwijskundige Wijnen mist concrete stimulansen Weer zo'n betuttelend rapport vol regels en voorschriften. Waar blijven de concrete voorstellen die docenten stimuleren om echt iets van hun onderwijs te maken? Onderwijskundige prof.dr W.F.H.W. Wijnen is teleurgesteld. Als het rapport over studeerbaarheid en onderwijskwaliteit iets zal versterken, is het de bureaucratie. Pieter Evelein Onderwijsgoeroe Wijnen: 'En waarom bestaan er nog steeds geen landelijke tentamenbanken?' Bram de Hollander Ingezonden Mededeling

Opening academisch j a a r De officiële opening van het collegejaar vindt traditiegetrouw plaats in een openbare zitting van de Universiteitsraad. De opening van het collegejaar 1995/1996 geschiedt op maandag 4 september 1995 om 1 5.30 uur in de aula van het hoofdgebouw. VU-studenten, -docenten en overig personeel zijn hierbij

van harte welkom De rector magnificus, prof. dr E. Boeker, zal een bestuurlijke beschouwing geven onder de titel: "Schoolbord of beeldscherm?". Vervolgens zal prof. mr P.H. Kooijmans een rede houden getiteld: "Hoe dient de wereldgemeenschap om te gaan met intern-natlonale conflicten? De lessen van Joegoslavië, Somalië en Rwanda". Prof. mr P.H. Kooijmans is hoogleraar Volkenrecht aan de Rijksuniversiteit Leiden. Een muzikaal Intermezzo wordt verzorgd door de muziekgroep Salomon Klezmorim. Voorafgaand aan de plechtigheid vindt In de aula een liturgische bijeenkomst plaats met als thema: "Heilig vuur". Hierin gaat voor de universiteitspastor mw drs J.A. Delver. Medewerking wordt verleend door leden van de Universiteitsraad en het Amsterdamse Dominicuskoor o.l.v. Luc Löwenthal en pianist Tom Janssen. De aanvang Is om 14.00 uur. Vanaf 13.30 uur kunnen bezoekers met het koor 'inzingen'. Na afloop is er een receptie in de foyer.

"Wat gaat er gebeuren? Een college van bestuur trekt vier ambtenaren aan die een dienst kwaliteitszorg gaan vormen. Dat kost al vier ton. Het duurt een jaar voordat ze zich in de faculteiten hebben ingevochten. En vervolgens wordt er alleen een beroep op hen gedaan als dat de faculteit uitkomt. Want zo'n diens wordt beschouwd als het verlengstuk van het bestuur." Hoofdschuddend slaat prof.dr Wijnen de gang van zaken rond het verbeteren van de studeerbaarheid gade. Hij was voorzitter van de naar hem vernoemde commissie die eind 1992 een lange lijst met aanbevelingen voor beter onderwijs pubhceerde. De lijst vond gretig aftrek bij universiteiten en hogescholen. Dat beloofde veel. Met het rapport van de stuurgroep studeerbaarheid en onderwijskwaliteit wordt naar zijn mening echter een stap terug gezet. De eerste fout zit volgens Wijnen in het studeerbaarheidsfonds van vijfhonderd miljoen gulden. Dat wordt over de opleidingen verdeeld naar rato van het aantal studenten. Zij hoeven slechts een projectvoorstel voor onderwijsverbetering in te dienen. Wijnen: "Dat stimuleert niet. Het is weer die verdelende rechtvaardigheid. Die speelt ons voortdurend parten. Echte keuzen worden niet gemaakt." De overheid moet doelgerichte subsidies verstrekken, vindt Wijnen. Wie de beste voorstellen indient, krijgt daarvoor geld. Een opleiding krijgt bijvoorbeeld een bedrag om twee mensen een nieuw begeleidingssysteem te laten ontwerpen en dat een aantal jaren in de praktijk uit te testen. Een andere mogelijkheid is om premies

beschikbaar te stellen voor samenwerkingsprojecten. "Universiteiten en hogescholen maken veel te weinig gebruik van eikaars ervaringen", vindt Wijnen. "Het is lang niet altijd nodig dat een docent per se een ander boek gebruikt dan zijn collega bij een andere instelling. En waarom bestaan er nog steeds geen landelijke tentamenbanken? Nu worden er elk jaar nieuwe opgaven gemaakt, of de docent put steeds uit dezelfde, kleine voorraad. Dat is allebei niet goed."

Betuttelend Wijnen zegt het al veel langer: er is een • radicaal andere benadering van onderwijs nodig. Vooral op de universiteiten is nog een lange weg te gaan, zolang onderzoek daar de boventoon voert. Het rapport dat de stuurgroep onder leiding van minister Ritzen eind juni publiceerde zal daar volgens Wijnen niets aan veranderen. De betuttelende toon van het stuk versterkt de weerzin alleen maar. "Er staat in dat het college van bestuur de docenten moet uitnodigen tot kwaliteitszorg. Maar het had moeten aangeven hoe dat dan kan. Bijvoorbeeld door een onderwijsprijs in te stellen, of door rendementscijfers te publiceren en daar commentaar bij te leveren. Zo kan ik een hele tijd doorgaan. Maar daarover wordt niets gezegd." Het rapport dat de stuurgroep onder leiding van minister Ritzen emd juni publiceerde, is niet het bevlogen stuk geworden dat het onderwijs nodig heeft, vindt Wijnen. Een stuk dat docenten prikkelt. "Als je de docenten niet enthousiast krijgt, kun je het wel schudden. Dat realiseert men zich te weinig."

De aandacht voor onderwijskwaliteit spitst zich volgens Wijnen in het rapport te veel toe op het stroomlijnen van het onderwijs, bijvoorbeeld door niet meer twee tentamens op hetzelfde moment af te nemen. Letterlijk staat er: "Studeerbaarheid heeft daarbij betrekking op het ontbreken van belemmeringen om een diploma binnen de nominale cursusduur (..) te behalen." Studeerbaarheid is echter meer, zoals de commissie Wijnen eind 1992 ook al aangafin Te doen of niet te doen. Met die term wordt ook bedoeld het zinvol toepassen van uiteenlopende onderwijsvormen. In het rapport komen die kort aan de orde in de laatste anderhalve pagina van het rapport, onder het kopje Onderwijstechnologie.

Voorleescollege Volgens Wijnen wordt de rol van de onderwijsmethode daarmee wel erg bescheiden afgedaan. Dat zal docenten er niet toe aanzetten om hun voorlees-colleges af te schaffen en te vervangen door meer uitdagende oplossingen. En juist dat is nodig. "Welbeschouwd is het toch te gek voor woorden dat in een tijd dat de wereld aan elkaar hangt van elektronica, wij onderwijs definiëren alsof het zich afspeelt in de achttiende eeuw." Docenten worden echter niet beloond als ze investeren in him onderwijs. Er zijn uitzonderingen. Zijn eigen universiteit, m Maastricht, heeft furore gemaakt met PGO, probleemgestuurd onderwijs. De Universiteit Utrecht biedt docenten de kans om een onderwijscarrière op te bouwen en het onderzoek naar de achtergrond te schuiven. In het HBO is het 'co-op onderwijs' geïntroduceerd, waarbij studenten periodes in een bedrijf afwisselen met periodes op hun hogeschool. Er gebeurt dus wel iets, constateert Wijnen. Maar voor een Grote Sprong Voorwaarts maakt het rapport de geesten niet rijp. (HOP)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 32

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's