Ad Valvas 1995-1996 - pagina 233
EEKBLAD Vijftigjarig Amsterdams Studentenpastoraat wil niet 6ls een nachtkaars uitgaan
VAN
DE
V R I J E-'^ü ITTTE R S I T E I T 30 november 1995
New age-denkbeelden rukken op aan de VU: voor het toeval moet je openstaan
11
8/9 Vergrijzing en ontgroening: gemiddelde leeftijd van het personeel blijft stijgen
Dierproefexpert neemt afscheid: 'Voor fruitvliegen zie ik geen dierproefregeling komen'
16
Co-assistenten kunnen hun sociale leven wel vergeten. Ze hebben vooral slaap
Jrg. 43 nr. 14 internet-verbinding met Sarajevo startklaar De vu wil nog voor de Kerst de Internet-verbinding met de universiteit van Sarajevo tot stand brengen. Momenteel overlegt de werkgroep Vusus, die de lijn opgezet heeft, met minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking over de nog benodigde twee ton. "Dit is het moment om toe te slaan", aldus Vusus-voorzitter K. Molenkamp. De werkgroep Vusus (vu Steunt Universiteit van Sarajevo) is al bijna twee jaar lang actief om het oorlogsleed bij de Bosnische universiteit te verzachten. De laatste maanden is er hard aan gewerkt om de universiteit op het wereldwijde computernetwerk Internet aan te sluiten. Eerst was de bedoeling dit te doen via de bestaande satellietverbinding van de Bosnische PTT naar Geneve. Toen dit politiek en organisatorisch onhaalbaar bleek, werd gekozen voor een duurdere, maar makkelijker aan te brengen 'dak-tot-dak'verbinding met twee satellietschotels. Nu er vrede in het gebied is bereikt, lijken de ontwikkelingen in een stroomversnelling te komen. Alle technische voorzieningen zijn inmiddels getroffen. Diverse belangstellenden voor het project bezochten afgelopen weekend alvast de vu om afspraken te maken over gebruik van de lijn. De enige kink die nog in de kabel kan komen zijn de kosten van het project. De lijn zal zo'n twaalfduizend gulden per maand gaan kosten. Voor de eerste twee jaar is dus zo'n 2,5 ton nodig. De vijftigduizend gulden die de vu eventueel beschikbaar wil stellen, is daarvoor niet toereikend. Daarom heeft Vusus nu minister Pronk benaderd. "Het is een internationaal gezien zo prestigieus project, dat de dreiging bestaat dat anderen het van ons overnemen", aldus K. Molenkamp, voorzitter van Vusus. "We hebben echter heel goede hoop dat Pronk ons financieel zal steunen." (PB)
j Jonge wetenschappers staan vaak aan de zijlijn in het wetenschappelijk bedrijf (Zie pagina 8/9)
Illustratie Berend Vonk
Regels voor wachtgeld worden strenger
rCollegeldverhoging strijdig met internationaal verdrag' Ivlartine Zuidweg I Verhoging van het collegegeld is in I strijd met het internationale verIdrag over economische, sociale en [culturele rechten. Dat zegt v u jhoogleraar en Eerste-Kamerlid Iprof.mr A. Postma, die vindt dat Ide volksvertegenwoordiging haar (verantwoordelijkheid moet nemen. r'Het zou een punt van discussie I moeten zijn. Maar het probleem is [dat het in de politieke discussie [nauwelijks een rol speelt." Postma beroept zich op artikel 13 van [het Internationale Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele j Rechten, dat in 1979 in werking is [getreden. Dit artikel behandelt het I recht op onderwijs en spreekt van een verplichting tot 'geleidelijke invoering Ivan kosteloos onderwijs'. "De Staten
die partij zijn bi) dit Verdrag, erkennen dat, ten einde tot een verwezenlijking van dit recht te komen: (...) Het hoger onderwijs door middel van alle passende maatregelen en in het bijzonder door de geleidelijke invoering van kosteloos onderwijs voor een ieder op basis van bekwaamheid gelijkelijk toegankelijk dient te worden gemaakt", aldus het verdrag. Het is evident, zo redeneert bijzonder hoogleraar onderwijsrecht en CDAsenator Postma, dat het huidige wetsvoorstel dat universiteiten en hogescholen de vrijheid geeft zelf het collegegeld te bepalen, niet past in een ontwikkeling van 'geleidelijke invoering van kosteloos onderwijs'. Deze strijdigheid van het wetsvoorstel en het mensenrechtenverdrag moet aan de kaak worden gesteld, vindt Postma. De rechter kan dat echter niet doen. Het verdrag geeft individuele burgers geen mogelijkheid er een
beroep op te doen, maar is bedoeld als een richtlijn voor de betrokken overheden. Juist daarom moet de volksvertegenwoordiging zich erover buigen, is de mening van Postma. "En als ze inderdaad vinden dat de wet in strijd is met het verdrag, dan moeten ze die tegenhouden." Op dit moment ligt het wetsvoorstel over de collegegelden bij de Eerste Kamer. Postma wil zich er sterk voor maken dat zijn eigen fractie het voorstel zal afwijzen. "Ik verwacht ook dat het een eye opener zal zijn voor andere partijen in de Eerste Kamer. De meeste zijn nog helemaal niet op de hoogte van dit artikel." Als er iemand in de senaat is die zijn vinger op moet steken, dan is het oudstaatssecretans en huidig l?vdA-senator prof.mr M.J. Cohen, betoogt Postma. "Hij weet heel goed dat de collegegeldverhoging in strijd is met artikel 13. Hij
heeft er indertijd zelfs een stuk over geschreven." Dat was voordat Cohen als staatssecretaris universiteiten en hogescholen de vrijheid gaf het collegegeld te verhogen van studenten die langer dan zes jaar studeren. Desgevraagd zegt Cohen dat hij in de jaren tachtig inderdaad overtuigd was van de strijdigheid tussen verhoging van collegegelden en genoemd verdrag. Inmiddels is hij echter van gedachten veranderd. "Je moet zo'n protocol wel in z'n tijd zien. Het is gemaakt in een tijd dat het alleen maar beter werd, in een tijd dat er ongelooflijk veel werd verwacht van de overheid. Je kunt je afvragen of zo'n bepaling nog wel houdbaar is in een tijd van een terugtredende overheid." Vervolg op pagina 2
Nauwelijks WP-vrouwen in besturen universiteit Dirk de Hoog Vrouwelijke wetenschappers zijn nauwelijks vertegenwoordigd in bestuursorganen van de VU. Studentes en vrouwelijke O B P I leden zijn daarentegen vrij representatief aanwezig in raden en [ commissies. Dit blijkt uit een onderzoek van de emancipatiecommissie van de v u dat binnenkort verschijnt. Voor het onderzoek inventariseerde Marscha Mehciz de samenstelling van zo'n 120 raden en commissies aan de vu. In het college van bestuur en de universiteitsraad zijn geen WP-vrouwen vertegenwoordigd. In slechts twee van de vijftien faculteitsbesturen zit een vrouwelijke docent, onder wie de decaan van Tandheelkunde. De faculteitsraden tellen 11 procent
vrouwelijke wetenschappers, terwijl bij 7 faculteiten alleen mannen in de raad zitten, zoals bij Letteren, scw en Rechten, waar meer dan een kwart van het WP uit vrouwen bestaat. Bij de wetenschaps- en opleidingscommissies is het al niet anders: rond de acht procent vrouwelijke docenten, met hier en daar een uitschieter naar boven en beneden. Opmerkelijk is dat de Ondernemingsraad wel een evenredige vertegenwoordiging van WP-vrouwen heeft. Van het wetenschappelijk personeel aan de vu is 24 procent vrouw. Voor een groot deel zijn dat echter aio's en andere tijdelijke onderzoeksters. De wetenschappelijke staf (docenten en, hoogleraren) telt slechts twaalf procent vrouwen. Bij de hoogleraren is het percentage vrouw 4,3 procent. Van de studenten is bijna de helft vrouw, en bij het OBP is het percentage 41 procent. Volgens het onderzoek is een van de
reden voor de ondervertegenwoordiging van WP-vrouwen dat voor sommige bestuurlijke fiincties alleen hoogleraren in aanmerking komen. Bij zulke commissies zou gekeken moeten worden of ook universitaire hoofddocenten in aanmerking kunnen komen, want vrouwelijke hoogleraren zijn er nu eenmaal nauwelijks. Een andere belangrijke oorzaak van de óndervertegenwoordiging is dat het werk van veel commissies onbekend is. Dat geldt nog sterker voor de wijze waarop de leden worden geselecteerd. Dit gebeurt vaak op informele wijze. Volgens onderzoek dat bij andere organisaties is verricht, zouden vrouwen juist bij informele procedures door mannen worden buitengesloten. Meer openheid over de werkzaamheden en de werving van raden en commissies zou volgens het onderzoek de deelname van vrouwen kunnen verhogen. De faculteit Geneeskunde krijgt
wat dit betreft een pluim, omdat deze in het jaarplan 1995 expliciet aandacht vraagt voor de positie van vrouwen in raden en besturen. Het onderzoek geeft geen antwoord op de vraag of in deeltijd werken van invloed is op de participatie in het bestuur. In vergelijking met gegevens uit 1989 is de deelname van het vrouwelijk WP aan raden en commissies de laatste jaren zeker niet toegenomen. Dit in tegenstelling tot de medezeggenschapsorganen bij de centrale diensten. Daar is het percentage gestegen tot een representatief aantal. Alleen het Audiovisueel Centrum kent een uitschieter naar beneden met nul vrouwen in het dienstoverleg. Over het onderzoek wordt 14 december een forum georganiseerd.
Werknemers van universiteiten krijgen in de toekomst minder snel wachtgeld. In de 39 weken voorafgaand aan het ontslag moet iemand minstens 26 weken hebben gewerkt. De norm was tot nu toe 26 weken per/aar. Minister Ritzen schrijft dit in een brief aan de Tweede Kamer. Uit onderzoek blijkt dat de gehele onderwijssector steeds meer geld uitgeeft aan wachtgeld. Het tekort (exclusief het hoger onderwijs) stijgt dit jaar met 79 miljoen gulden. Vorig jaar was er al een tekort van 98 miljoen. Ritzen wil juist dat de Uitgaven eindelijk eens fors gaan dalen. Het hoger onderwijs doet het relatief niet slecht. Als enige sector boeken de universiteiten aan het eind van dit jaar een daling van de uitgaven aan wachtgeld, schrijft Ritzen. Hij verwacht dat het om 10 miljoen gulden gaat. De universiteiten gaven vong jaar 337 miljoen gulden uit aan uitkeringen. Een verklaring voor de daling heeft de minister niet. Ritzen is met de verenigingen van universiteiten VSNU in overleg over de wachtgeldregeling. Doel is de vermindering van het aantal wachtgelders. De universiteiten verwachten dat zij dit jaar 65 miljoen gulden tekort komen op de uitkeringen. Elke universiteit moet zijn eigen tekort zien te dekken. De universiteiten worden ook betrokken in een omvangrijk landelijk onderzoek naar de falende pogingen om het aantal wachtgelders te verminderen. Uit het onderzoek moet duidelijk worden wat hiervan de oorzaken zijn, en welke maatregelen wèl kunnen werken. Zolang hij minister is probeert Ritzen al het aantal ontslagen omlaag te krijgen. Dat lukt echter niet. Het ^aantal uitkeringen blijft stijgen, terwijl steeds minder mensen met een uitkering weer een baan vinden. (PE, HOP)
Editie Ad Valvas 14 December a.s. verschijnt het laatste nummer van Ad Valvas voor de Kerst. Het eerste nummer na de feestdagen komt uit op 11 januari 1996. Het personeelskatern komt uit op 7 december en 18 januari.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's