Ad Valvas 1996-1997 - pagina 63
AD VALVAS 19 SEPTEMBER 1996
PAGINA 5
Mk ben geen s omber mens ' Nieuwe collegevoorzitter N o o m e n geeft muren in zijn werkkamer kleurtje "Het is in ieder gevai een aardige man", luidde alom het comme ntaar op de benoeming van prof.dr. W. Noomen tot voorzitter van het colle ge van bestuur van de VU. Officieel is hij pas drie weiten aan de slag in zijn nieuwe functie, maar hij is al genoeg door de bestuurlijl<e wol ge ve rfd om op vragen over he ike le onde rwe rpe n diplomatieke antwoorde n te geven, "ik heb geen eigen programma op zak. Ik be n er vooral voor de continuïteit van de organisatie e n een goede grap op zijn tijd."
geruimd en wie ben ik dan om te zeg gen dat het allemaal anders moet. Het vorige college heeft samen met de uni versiteitsraad een instellingsplan opge steld tot aan de eeuwwisseling. Dat lijkt me een mooi document om mee aan de slag te gaan." N o o m e n geeft wel toe dat hij sommi ge zaken belangrijker vindt dan ande re. "Ik vind de binding van het perso neel met de v u een heel belangrijk punt. Dat mensen hier met een tevre den gevoel en veel plezier werken. M e t een deftig woord heet dat de cor porate identity; ikzelf hou meer van iets simpeler taalgebruik." Een tweede zaak die hem na aan het hart ligt, hangt daar nauw mee samen. H o e moet het verder met de christelij ke identiteit van de vu? "In het colle ge van decanen hebben we daar al verschillende keren uitgebreid over gesproken aan de hand van de zoge naamde zelfbeelden waarin de ver schillende faculteiten aangeven wat de doelstelling in de praktijk voor het onderwijs en onderzoek betekent.
Dirk de Hoog "Alle mensen", is de spontane reactie van prof.dr. W. Noomen, 54 jaar en Wim voor intimi, op de vraag een omschrijving van zijn persoon te geven. Sinds vorige week is de hoogle raar communicatiewetenschappen en gewezen decaan van de faculteit soci aalculturele wetenschappen de nieu we voorzitter van het college van bestuur van de Vrije U niversiteit. Hij IS de opvolger van de bijna legendari sche drs. H.J. Brinkman, die na 25 jaar trouwe bestuursdienst dit voorjaar de vu verliet om met de VU T te gaan. Brinkman stond er niet om bekend dat hij graag praatte over zijn eigen persoon. N o o m e n is er na enige aarze ling toe bereid. "Ik vind dat persoon lijke kenmerken ertoe doen als het gaat om iemand die leiding geeft en beslissingen neemt, maar het is wat anders om allerlei details uit het privé leven aan de grote klok te hangen." Noomen probeert de vraag nog te ontwijken door op te merken dat anderen beter een oordeel over zijn persoon kunnen geven. U iteindelijk waagt hij een poging. "Ik vind mezelf een optimist en het is een beetje ris kant om dat van mezelf te zeggen, maar ik hoor graag van anderen dat ik gevoel voor humor h e b . " Hij voegt er een min of meer objectieve constate ring aan toe. "Toen ik 34 jaar geleden gekeurd werd voor militaire dienst, bleek dat ik een redelijk stabiel mens ben." Wat Noomen van zichzelf ook belangrijk vindt, is dat hij redelijk geneigd is goed naar anderen te luiste ren voordat hij met een eindoordeel komt. De samenvattende conclusie luidt: "Ik ben in het algemeen vrolijk en opgewekt. Ik ben geen somber mens. Wel een v u m a n in hart en nie ren. Sinds ik hier in 1964 ben komen studeren, heb ik de vu niet meer ver laten en daar heb ik nooit spijt van gehad. Hoewel ik het misschien anders zou aanpakken als ik het over mocht doen." Het gesprek vindt plaats in Noomens werkkamer in de bestuursvleugel. Het hele interieur de tafel, de stoelen, de boekenkast, de muren is uitgevoerd in dezelfde kleur lichtgrijs. "Het is nog de inrichting van mijn voorgan ger. Alleen de computer is nieuw, want die had Brinkman niet", veront schuldigt N o o m e n zich enigszins. "Als zuinig calvinist dacht ik eerst dat ik het zo zou laten, want alles ziet er nog pico bello uit. Maar ik heb toch beslo ten het een en ander te veranderen. Ik wil wat meer kleur in mijn omgeving. Ach, veel mensen hebben al opge merkt dat het niet mee zal vallen mijn voorganger te doen vergeten. Dat hoeft ook niet. Ik zeg altijd dat ik niet de opvolger van Brinkman ben, maar de nieuwe voorzitter van het college. Dan is het goed dat mensen die mijn kamer binnenlopen, zien dat er iets is veranderd."
Vriendjes In alle commentaren op de benoe ming van Noomen komt één aspect terug. Iedereen vind hem zo aardig. Is dat wel een goede eigenschap voor een bestuurder? Die moet toch moei lijke en pijnlijke beslissingen durven nemen? "Ik zou er moeite mee heb ben als mensen zouden zeggen dat ik té aardig ben. D a n deug je niet als bestuurder. Maar als ze bedoelen dat ik met iedereen de vrede probeer te bewaren voor zover dat van mij
Noomen: 'Je hebt als bijzondere instelling permanent de opdracht, hoe struikelend en hortend ook, aandacht te besteden aan je doelstelling.'
Verlegenheid
Sidney Vervuurt AVC/VU
afhangt, heb ik er geen probleem mee", is Noomens commentaar. "Er zit een kern van waarheid in de vraag", voegt hij eraan toe. "Echt met iedereen vriendjes willen blijven gaat ten koste van een duidelijke profile ring en besluitvorming. Soms moet je het aandurven om te zeggen: 'Ik vind je heel aardig, maar we gaan het toch zo en zo doen'. Aardig zijn is voor mij niet hetzelfde als over je heen laten lopen. Als decaan bij scw heb ik tij dens de lopende reorganisatie moeilij ke besluiten moeten nemen, echt beslissingen waar je een nacht van wakker ligt. Ik probeer dan altijd op
'Alleen de computer in mijn kamer is nieww, want die had Brinkman niet'
basis van een duidelijke argumentatie de conclusie te presenteren. Ik vind dat je geen goed werk aflevert als een ander die argumentatie zo onderuit kan halen. En ik vind het belangrijk iemand ervan te overtuigen dat ik een beslissing niet neem om iemand per soonlijk dwars te zitten, maar dat het belang van de faculteit of universiteit als geheel nu eenmaal zwaarder weegt dan individuele carrièreperspectieven. Als ik eenmaal de indruk heb dat het een bepaalde kant op moet, wacht ik niet te lang met de beslissing. Je kunt niet eeuwig compromissen sluiten. Als er iets pijnlijks moet gebeuren, moet
het ook maar snel gebeuren, is mijn mening." N o o m e n staat erom bekend de span ning te breken door een kwinkslag of een taalgrapje te maken als tijdens een vergadering de gemoederen wat hoog oplopen. Gebruikt hij humor bewust als instrument? "Nee hoor", ant woordt hij met een lach. "Een van mijn leermeesters deed dat wel. Die had een heel scenario achter de hand wanneer welk woord moest vallen en welke grap gemaakt. De ervaring leert dat je met een relativerende opmer king een heleboel spanning kunt weg halen. D u s dat doe ik wel, maar ik laat het erg van de omstandigheden afhangen. Het is niet voorgeprogram meerd. Ach, en ik vind dat vergade ringen voorzitten, net als college geven trouwens, ook iets cabaretesks heeft. Als je een goede grap kunt maken, moet je het niet laten. Mis schien heeft het iets te maken met een enigszins relativerende instelling. Dat zat er al vroeg in. T o e n ik veertien jaar was, had ik een keer een discussie met mijn vader over een onderwerp dat ik vergeten ben. Het was volgens hem heel belangrijk, maar ik deed er nogal luchthartig over, wat me op de vermaning kwam te staan: 'ik vind je nog veel te jong om zo relativerend te doen'. Dit wil overigens niet zeggen dat het mij niet uitmaakt of de uit komst van een proces x of Y is als ik van mening ben dat het één beter is dan het ander." N o o m e n zegt geen geheim te verklap pen als hij vertelt dat hij in zijn carriè replanning eerder aan het rectoraat had gedacht dan aan het voorzitter schap van het college. "De rector heeft de portefeuilles van onderwijs en onderzoek in beheer en dat zijn zaken die mij zeer interesseren. Ik werd ech ter gevraagd voor deze functie en toen heb ik er diep over nagedacht. Laat ik niet al te bescheiden doen, was de uit komst van dat denken. Ik moet nog een hoop leren, maar als anderen me geschikt vinden, neem ik de uitdaging
aan. Je krijgt niet vaak de kans op deze leeftijd nog een nieuwe wending aan )e loopbaan te geven. Bovendien kon ik biimen de academische wereld blijven. En door het bestuurswerk op de faculteit was ik toch al niet meer aan wetenschappelijk onderzoek toe gekomen. Dat is bijna niet te combi neren. Ik heb er bewust voor gekozen wel onderwijs te blijven geven. Dat vind ik leuk om te doen en het is een goede manier om van de ontwikkelin gen in je vakgebied op de hoogte te bhjven."
'Ik vind dat vergaderingen voorzitten, net als college geven, iets cabaretesks heeft'
Terwijl prof.dr. E. Boeker drie jaar geleden adn het rectoraat begon met zijn bekende programma van de vijf w's (waarheid, waarden, wijsheid, waardigheid, warmte), zegt N o o m e n geen eigen beleidsplan in zijn binnen zak te hebben. "Aan de vu is het een beetje traditie dat de rector, die in principe slechts voor twee periodes van twee jaar aantreedt, met iets extra's komt, een beetje eigen profile ring meebrengt. De rest van het colle ge is er vooral voor de continuïteit van de organisatie. Bovendien stap ik in een gespreid bedje, want in een aantal opzichten, zoals financieel, gaat het uitstekend met de VU . Er hoeft dus niet eerst allerlei pum te worden
Daarbij heb ik gezegd dat veel mensen zich vol enthousiasme storten op het element in de doelstelling 'Zijn wereld dienen'. Het is echter een bewijs van armoede als we als instelling bijna niets weten te zeggen over de verticale lijn, het dienen van God. Daarover bestaat blijkbaar enige verlegenheid. Niet dat ik pretendeer de juiste ant woorden op alle vragen te hebben. Ik vind wel dat die vraag niet weggemof feld mag worden. Daar moet volop discussie over blijven bestaan en zeker als bestuur van deze universiteit zul je daarover iets te melden moeten heb ben. Anders maak je je voortdurend kwetsbaar voor kritiek in de zin dat er twee universiteiten in één stad bestaan. Het gaat om je eigen legiti miteit. Je hebt als bijzondere instelling permanent de opdracht, hoe struike lend en hortend ook, aandacht te besteden aan je doelstelling." Voor N o o m e n zelf ligt een deel van de invulling van de doelstelling in kleine, alledaagse dingen: "Hoe je met elkaar over problemen in de samenleving praat, maar ook dat opvattingen over een leven na de dood een zekere bescheidenheid met zich meebrengen over wat je in je aardse leven kunt realiseren. Het gaat niet om een kant enklaar verhaal. Het gaat erom dat er meer is tussen hemel en aarde dan waar je met je oren en ogen tegen aanloopt. Daar mag je het hart ook mee laten spreken en je geloof." N o o m e n zal zich in het college ook gaan bezighouden met studentenza ken. "Niet dat ik daar om gevraagd heb, het kwam zo uit. Ik dacht in mijn naïviteit dat het eigenlijk een taak van de rector was. Ik vind het belangrijk en interessant. Al was het alleen maar omdat mijn dochter hier studeert en die moet het natuurlijk wel naar haar zin hebben." Wat vindt hij van de dreigende ver mindering van de inspraak van stu denten? "U it eigen ervaring kan ik niet anders zeggen dan dat studenten het bestuurlijke werk uitstekend doen. Ze kermen hun zaken en bereiden zich altijd goed en creatief voor. De uni versiteit doet zichzelf te kort warmeer er geen mogelijkheid wordt geschapen om studenten de gelegenheid te geven zich over allerlei zaken, maar met het name het onderwijs, uit te spreken." Of dat betekent dat er een universi teitsraad moet blijven, wil hij niet zeg gen. "Als college hebben we afgespro ken dat we pas over de bestuursstruc tuur gaan praten als er een wet is aan genomen. Ik bespeur wel her en der conserverende trekjes in de discussie. Uit vrees voor verandering willen velen krampachtig vasthouden aan de bestaande structuren. Misschien kun je inspraak ook heel anders vormge ven. Aan een universiteit werkt het niet om alles van boven op te leggen. Daar zijn de mensen te eigenstreepje wijs voor. Aan de andere kant leidt alles vrijlaten tot chaos. Ik zit er ergens tussenin." Hij knikt lachend bij de samenvatting "een beetje inspraak dus".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's