Ad Valvas 1996-1997 - pagina 370
AD VALVAS 13 FEBRUARI
PAGINA 1 0
1997
'Er zijn wel meer diersoorten uitgestorven' Geesteswetenschappen blijven hopen op betere tijden De geesteswetenschappen worden met de ondergang bedreigd. Dat was precies twee jaar geleden de boodschap van de commissie-Vonhoff die onderzocht had hoe het met de geesteswetenschappen gesteld was. Het rapport verdween niet in een la - en dat was op zich al heel bijzonder. Maar wat kwam er eigenlijk van terecht?
"Nederland kan zijn eervolle plaats in de republiek der letteren terugwinnen." Deze tevreden conclusie trok de Leidse hoogleraar godsdienstwetenschappen dr. L. Leertouwer eind vorig jaar in een column in het blad Academia. Als lid van de commissie-Vonhoff werkte hij destijds mee aan het schetsen van een somber beeld van de geesteswetenschappen. 'Men weegt kaneel bij 't lood' heette het commissierapport, en het bevatte een reeks waarschuwingen. De geesteswetenschappen kalven af, heette het. Studenten blijven weg en daardoor lopen de betrokken faculteiten veel geld mis. Vooral de kleinste vakken worden daarvan de dupe: die dreigen stilaan opgeheven te worden. Ook IS er geen geld meer om jonge onderzoekers werk te bieden. "Hoogwaardige onderzoekstradities" dreigen daardoor m het begin van de volgende eeuw "op grote schaal ter ziele te gaan". "Het tij is aan het keren", stelde Leertouwer echter vast in zijn column, "er is h o o p . " Maar wie op een rij zet wat er sinds het verschijnen van de 'Kaneelnota' gebeurd is, komt als vanzelf tot een minder hoopvolle conclusie. Het rapport is misschien niet m een la verdwenen, maar er ligt wel een dikke laag stof op. De meeste aanbevelingen zijn simpelweg vergeten. Maak onderscheid tussen enerzijds traditionele opleidingen in de geesteswetenschappen, raadde 'Vonhoff aan, en anderzijds de moderne opleidingen die vooral opgezet zijn om studenten te trekken. Onderwerp studenten die zo'n traditionele opleiding willen volgen aan een strenge selectie en laat hen zes jaar studeren. Wijs de traditionele opleidingen, onafhankelijk van hun studentenaantal, een vast bedrag toe dat toereikend is om elke student persoonlijke aandacht te geven. En zorg ervoor dat het aantal leerstoelen niet verder krimpt. Op dat laatste na is er niets van dit alles terechtgekomen. De negen letterenfaculteiten in Nederland hebben gezamenlijk een lijst opgesteld met leerstoelen die hoe dan ook in stand moeten blijven, het zogeheten 'kerndomein'. En vijf universiteitsbesturen hebben onderling in een 'convenant' afgesproken zich in grote lijnen aan die lijst te houden. Van tweehonderd leerstoelen is daarmee vastgelegd dat ze ten minste tot en met het jaar 2000 voortbestaan. Maar het onderscheid tussen traditionele en moderne opleidingen is in de vergetelheid geraakt. De faculteiten theologie en filosofie - waarover de commissie-Vonhoff ook schreef - zijn uit beeld geraakt. Van het convenant over de letteren zijn de drie jongere letterenfaculteiten (m Brabant, Rotterdam en Maastncht) uitgesloten. En de Vrije Universiteit heeft geweigerd het convenant te ondertekenen. Indrukwekkend is het al met al niet: wat rest van de vele aanbevelingen van Vonhoff is vooralsnog niet meer dan een lijst met tweehonderd leerstoelen aan vijf faculteiten. Dat zou al heel wat zijn, als het convenant dat over die lijst is afgesloten ook echt iets waard is. Maar of dat ook het geval is, moet nog blijken.
Mist De leerstoelen waarover Vonhoff zich de meeste zorgen maakte, waren degene waar er in Nederland maar één van bestaat, de zogeheten 'unica'. Het voortbestaan van deze vakken, schreef hij, "staat of valt vaak met de bereidheid van slechts twee of drie personen zich erin te specialiseren". Zijn zij geholpen met het convenant?
Prof.dr. D.R. Edel bezet er één aan de Universiteit Utrecht, Keltische taal en cultuur. "Wat er gebeurt met mijn vak als ik onder de tram kom? Nou, die rijden er in Utrecht gelukkig niet. En er zijn genoeg mensen die mij kunnen opvolgen - aan Nachwuchs is geen gebrek. Mijn leerstoel bestaat al vanaf 1923, maar na de oorlog heeft het voortbestaan aan een zijden draadje gehangen. En toen mijn voorganger vertrok, was het opnieuw onzeker of de leerstoel zou blijven. Vakken als het mijne blijven altijd erg kwetsbaar." Ook prof.dr. H. Niebaum (Nedersaksisch in Groningen) is zich bewust van die kwetsbaarheid. "Mijn leerstoel zal de huidige bezuinigingsronde aan onze faculteit wel overleven - hoewel er flink in het aantal medewerkers wordt gesneden. Maar of dat aan Vonhoff te danken is, weet ik niet. Nederland heeft intussen ook het handvest voor regionale talen ondertekend; dat zal ook wel meespelen. En als ik opstap? Men heeft de neiging leerstoelen als de mijne dan maar snel terug te brengen tot een bijzondere." Nog minder zeker is prof.dr. J.P. Gumbert van het voortbestaan van zijn leerstoel paleografie in Leiden. Emd 1995 besloot zijn faculteit dat ze geen geld meer had voor het handhaven van paleografie. Ze ging er echter van uit dat er dankzij 'Vonhoff wel extra geld beschikbaar zou komen voor de geesteswetenschappen. M e t dat geld wilde de faculteit de leerstoel alsnog in stand houden. "Maar ja", zegt Gumbert, "dat hele Kaneel-pro-
ces verliep in een ondoorgrondelijke mist, er leek niets te gebeuren. En met ingang van 1998 moest de leerstoel opgeheven worden. Daarom ben ik maar alvast voor tachtig procent met de VUT gegaan. Totdat mijn professoraat in 2001 aan zijn natuurlijk einde komt, schijnt de faculteit die twintig procent nog wel te kunnen betalen. "Maar nu schijnt er inmiddels een convenant te zijn, tussen voor mij onduidelijke partijen, met een voor mij onduidelijke status. In dat convenant schijnt het voortbestaan van mijn leerstoel toch weer tot het jaar 2000 te zijn gegarandeerd - ik weet niet hoe, ik weet ook niet voor welke omvang, ik tast kortom volledig in het duister over de toekomst van mijn leerstoel. Maar ach, ik kan er wel mee leven. Er zijn wel meer diersoorten uitgestorven. "
Onbewoond eiland "Tja", zucht prof dr. B. Westerweel. "Op grond van de cijfers is er geen verhaal te houden dat paleografie kan blijven bestaan." Westerweel is decaan van de Leidse letterenfaculteit en voorzitter van het DLG, het landelijk overlegorgaan van letterendecanen. N u minister Ritzen, anders dan de faculteit verwachtte, geen extra geld blijkt over te hebben voor de geesteswetenschappen, weet ook Westerweel niet hoe paleografie behouden kan blijven. "Gelukkig gaat professor Gumbert nog niet meteen met emeritaat. We hebben dus nog even de tijd
om een oplossing te vinden." Over het geheel genomen is Westerweel echter niet ontevreden over wat de commissie-Vonhoff teweeg heeft gebracht. Dankzij het convenant ligt er nu een vrij volledige lijst van leerstoelen die behouden blijven, zegt hij. "Dat is winst. Maar het moet niet alleen om leerstoelen gaan. Hoogleraren moeten niet een soort Robinson Crusoe zijn op een voor de rest onbewoond eiland. Want in de eerste decade na 2000 zal de vergrijzing toeslaan; dan verlaat de grote groep mensen die nu vijftiger zijn de universiteit. Als er geen Nachwuchs is, wordt de vrees van Vonhoff alsnog bewaarheid: dan verdwijnen er vakgebieden. Daarom moeten er nu bijvoorbeeld al veel meer postdocs aangesteld worden." Er moet dus geld bij, van de universiteitsbesturen of van de minister, zegt Westerweel. Ritzen wil weliswaar in 1998 tien miljoen gulden uitgeven aan jonge hoogleraren in de letteren, maar dat noemt Westerweel een druppel op een gloeiende plaat. "Ik betreur het dat de minister niet méér doet. 'Vonhoff wees tenslotte twee verantwoordelijken aan: de universiteiten, maar ook de overheid. Dat de overheid weinig doet, maakt me beducht voor de lange termijn. Want als universiteitsbesturen in de toekomst weer moeten bezuinigen, wordt het voor hen moeilijk zich aan de afspraken te houden." Wat er in zo'n geval gebeurt, laat zich nu al concluderen uit de gang van zaken aan de Universiteit van Amsterdam. Daar zat de letterenfaculteit zo
diep in de rode cijfers dat alleen een fusie met theologie en filosofie tot één grote faculteit geesteswetenschappen uitkomst kon bieden. Van acht leerstoelen die in het kerndomein opgenom e n waren, wil het Amsterdamse universiteitsbestuur niet beloven dat ze behouden blijven. Die worden nu geschrapt - hoewel de gezamenlijke letterendecanen vinden dat ze hoe dan ook moeten blijven bestaan. Vier van die leerstoelen zijn 'unica'. D e Amsterdamse decaan prof dr. L. Noordegraaf kan, "in het licht van de gigantische financiële problemen waarmee we zaten", wel leven met het verdwijnen van deze leerstoelen. Maar noch de gang van zaken in Amsterdam, noch de onzekere toestand van paleograaf Gumbert stemmen optimistisch over de vraag wat de waarborgen over de toekomst waard blijken als de nood aan de man komt.
Sigaar De letterenfaculteit van de vu zal er overigens niet onder lijden dat de vu zich buiten het convenant gehouden heeft. "Wij hebben het college van bestuur gevraagd dat te beloven, en dat heeft het gedaan", zegt letterendecaan prof.dr. H . D . Meijering. De vu staat er sowieso relatief goed voor. "We zijn altijd een nogal zuinige faculteit geweest, en daardoor komt de klap hier minder hard aan. En van de bedreigde leerstoelen waar Vonhoff met name aandacht voor vroeg hebben wij er niet veel. Ik moet nog zien wat er van het convenant terechtkomt", zegt Meijering. Net als zijn collega aan de Katholieke Universiteit Brabant, prof.dr. A.J.A.G. Extra, rept hij van "een sigaar uit eigen doos". Er worden weliswaar leerstoelen gewaarborgd, maar de faculteiten moeten die wel zelf betalen. Want extra geld krijgen ze niet, en evenmin worden ze gevrijwaard van nieuwe bezuinigingen. Dat maakt het convenant nog niet waardeloos, weerspreekt rector-magnificus prof.dr. T.J.M, van Els van de Katholieke Universiteit Nijmegen echter. Hij is voorzitter van de groep bestuurders die namens de vijf universiteiten het convenant uitvoert. Het zijn niet "zomaar wensenlijstjes van faculteiten", zegt hij. "Wij, de vijf universiteitsbesturen, hebben een garantie gegeven." Maar het werk aan de geesteswetenschappen IS nog niet klaar, zegt ook Van Els. Op de fase van de 'consolidatie' moet die van de 'optimalisatie' volgen. Er moeten nog afspraken komen over de bibliotheken en ook moet er nog gekeken worden of de lijst met leerstoelen uit het kerndomein misschien verfijning behoeft. Over dat laatste gaat een nieuwe commissie zich buigen, waarschijnlijk onder leiding van de Groningse oudrector Engels. Zijn de letteren nu gered? Van Els aarzelt - "ach, dat klinkt zo dramatisch" -, maar zegt dan toch volmondig: "Ja." Er zijn echter nog geen afspraken gemaakt over de staf rondom een leerstoel, geeft hij toe, noch over wat er na 2000 moet gebeuren. En over het gevaar van de vergrijzing hebben de universiteitsbesturen nog in het geheel niet gesproken. "Maar ik ben er altijd wat huiverig voor om te ver vooruit te kijken. Mijn ervaring is dat het dan inmiddels toch weer anders ligt." Het kerndomein dat er nu ligt, schreef Leertouwer al, is "een ijzeren rantsoen waaruit in betere tijden iets heel moois en nieuws kan groeien". En zo is het: het wachten is op betere tijden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's