Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 528

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 528

8 minuten leestijd

ADVALVAS 24 APRIL 1997

PAGINA 10

Universiteiten willen geld voor rol als werkgever

Onderzoek kraakt idealen internationalisering onderwijs Er hangt een geur van heiligheid rond de beurzen waarmee de Europese Unie de reislust van studenten aanwakkert. Maar voordat de lidstaten hun bijdrage aan 'Brussel' storten, zouden zij volgens een Twentse onderzoeker eerst eens moeten vragen of het geld wel doelmatig wordt gebruikt. "Gek genoeg doet niemand dat. Zodra het over Europa gaat, mag de geldkraan opeens wijd open en worden er nauwelijks eisen gesteld." 'Gelovigen' zijn het, politici en bestuurders die nauwelijks kritiek dulden op de beurzen waarmee de Europese Unie de reislust van studenten aanwakkert. Dat vindt Peter Maassen van het Twentse Centrum voor Studies van het Hoger Onderwijsbeleid (CSHOB). Volgens Maassen is de uitwisseling van studenten die de Europese Unie zo stimuleert danig uit balans. Uit onderzoek van Maassen blijkt dat sommige landen veel meer studenten ontvangen dan zij uitzenden. Met name Engeland en Frankrijk zijn populair bij reizende studenten. Verder is Belgiè het favoriete land bij studenten die hun volledige opleiding in het buitenland willen volgen. De Belgen hadden tot voor kort geen studentenstop bij studies als geneeskunde. Vier procent van alle 'volledige' studenten in België is buitenlander. In Nederland is dat nog geen 0,5 procent. Nederland zelf scoort echter het hoogst van alle ELr-landen bij studenten die een deel van hun studie in den vreemde volgen. Alleen de Nederlandse universiteiten richten zich speciaal op de Erasmus-student met Engelstalige programma's van zes maanden. Maassen: "Qua cijfers loont dat, qua inkomsten niet. Integendeel: het kost alleen maar geld." De 'uithoeken' van Europa - Italië, Griekenland en Portugal - worden

gemeden door de reislustige studenten. Maar deze Zuideuropese landen zenden wel veel studenten uit. Maassen concludeert dat de 'rijke' landen de opleiding van studenten uit de 'arme' landen betalen. Ook Ierland stuurt meer studenten op pad dan het ontvangt. Op zichzelf is daar niets mis mee, aldus Maassen. "Maar als je de ongelijkheid van kennis in Europa wilt ver-

kleinen, kun je beter gericht subsidies uitdelen. D a n stuur je docenten en onderzoekers uit bepaalde wetenschappelijke gebieden tijdelijk naar landen met een specifieke achterstand. O m dat via studenten te doen, en dan eigenlijk alleen nog de derdejaars-studenten die wel in zijn voor een buitenlands avontuurtje, is nogal inefficiënt." D e gegevens van Maassen dateren uit 1993. Recentere cijfers over de studentenstroom per land kon Brussel niet leveren. Wel is bekend dat er vorig jaar in totaal 170.000 studenten via het Erasmusprogramma tijdelijk in het buitenland verbleven. In 1988 waren dat er slechts 3000. Die stijging is prachtig, zegt Maassen. "Maar de keuzes die studenten maken zijn volstrekt willekeurig. Alles mag, zolang ze maar 'iets' doen. Als een buitenlands verblijf werkelijk zo belangrijk is, stel het dan verplicht - te beginnen bij

studies waarbij het belang evident is, zoals bedrijfskunde en vreemde talen." Volgens Maassen doen de lidstaten veel te 'verheven' over de noodzaak om studenten naar het buitenland te sturen. Zo'n verblijf zou 'goed' en 'belangrijk' zijn voor h u n academische vorming. Ook zouden studenten zo besef krijgen van de identiteit van een verenigd Europa. Maar studenten denken alleen aan him eigen belang. Ze willen er zelf beter van worden,'zegt Maasen. "Soms omdat ze elders een interessant vak kunnen volgen. Maar toch vooral omdat studenten verwachten dat zij met zo'n tijdje buitenland later een vo.orsprong hebben op de arbeidsmarkt." Prima, vindt Maassen, maar dan moeten zij zo'n verbUjf ook zelf betalen. "Het is immers een individuele afweging. Waarom moet de E U die betalen?" (MtW, HOP)

Plannenmakerij kost 25 miljoen Universiteiten, onderzoeksinstituten en hogescholen h e b b e n weinig interesse voor de politieke idealen achter de Europese internationaliseringsprogramm a ' s . "They're only in it for the m o n e y " , m e e n t M a a s s e n . O m d a t er e e n potje voor is, gaan universiteiten 'Europese' plannen m a k e n . T o c h k o m e n de universiteiten s o m s van een koude kermis thuis. D a t blijkt bijvoorbeeld uit de 'verwording' van het C o m e t t - p r o g r a m m a . IMet dit fonds van 870 miljoen gulden wilde Brussel van 1986 tot 1994 de samenwerking tussen het universitaire onderzoek en de Europese industrie bevorderen. Vooral de achtergebleven regio's m o e s t e n van C o m e t t profiteren, vond de U n i e . Sinds 1986 is de samenwerking tussen industrie en universiteit m e e r dan verdubbeld. M a a r vooral Duitsland (10 procent), Frankrijk (20 procent), Ita-

lië (10 procent) en het Verenigd Koninkrijk (17 p r o cent) ontvingen C o m e t t - g e l d . D e andere lidstaten, ook de zwakke regio's, ontvingen slechts 4 tot 8 p r o cent uit dit fonds. " D e subsidie heeft de kloof m e t de achtergelegen gebieden alleen m a a r vergroot", aldus M a a s s e n . D e universiteiten k w a m e n als vliegen op de stroop op C o m e t t af. Ze dienden r u i m 8200 aanvragen in. Brussel w e e s bijna 60 procent af. Conservatief geschat kost het m a k e n van een plan e e n m a a n d werk. Bij 8200 plannen en e e n bruto l o o n van 5000 gulden h e b b e n de universiteiten zo gezamenlijk 41 miljoen geïnvesteerd. Maassen: "En daarvan is dus bijna 25 miljoen gulden weggegooid. E n d a n zwijg ik nog over de kosten van de beoordeling van al die p l a n n e n . " (HOP)

Eigenlijk zijn ze het al lang eens: zowel onderzoeksorganisatie Nwo als de universiteiten vinden dat de tijdelijke onderzoekers die n u nog in dienst zijn van NWO op de l o o n lijst van de universiteiten m o e t e n k o m e n te staan. T o c h onderhandelen zij er al e e n jaar over. N u heeft NWO nog ruim tweeduizend oio's en een paar honderd postdocs in dienst. Zij werken aan de universiteiten en zijn vrijwel niet te onderscheiden van 'gewone' onderzoekers. Het belangrijkste verschil is dat zij hun salaris niet van de universiteit, maar van NWO krijgen. NWO wil af van deze situatie. Wij zijn er om goed onderzoek te selecteren en daar geld voor beschikbaar te stellen, vindt het NWO-bestuur. Optreden als werkgever met alle soesa die bij personeelsbeleid hoort, leidt af van die taak. Volgens NWO moet de universiteit de werkgever worden. D e universiteiten zijn daar niet tegen, maar ze zijn bang dat het h u n geld kost. Vooral als onderzoekers na hun tijdelijke baan werkloos worden, draaien de universiteiten op voor hun wachtgelduitkeringen. Daarom willen ze wel werkgever van de Nwo-onderzoekers worden, maar alleen als Nwo niet alleen de salarissen vergoed, maar daarbovenop nog eens vijftig procent extra betaalt, vooral om verzekerd te zijn tegen het risico van wachtgeld. NWO vindt dat veel te veel. D e vereniging van universiteiten (vsNu) heeft inmiddels twee pogingen gedaan zich als vertegenwoordiger van de gezamenlijke universiteiten op te werpen. Maar nadat haar eerste voorstel door NWO van de hand werd gewezen, lukte het de vsNU niet meer de universiteiten op één lijn te houden. NWO is nu met enkele universiteiten afzonderlijk aan het onderhandelen, vooralsnog met de VU, de K U Nijmegen en de Universiteit Twente, NWO hoopt dat er meer zullen volgen als er één schaap over de dam is. (HO, HOP)

Advertenties

Vul nu uw stembiljet in En stuur 'm terug! Deze tijd vraagt om uw eigen Website

Universiteitsraad Faculteitsraden

De VU biedt informatie aan op het Internet via het Campus Informatiesysteem (VUCIS). Faculteiten en diensten kunnen zich met een eigen Website presenteren op VUCIS. Ook u kunt informatie aanbieden op VUCIS. Uw eigen website op VUCIS? Het Ci/o geeft advies en zorgt eventueel voor het ontwerp en het onderhoud van uw Website. Uw eigen plek op het World Wide Web wordt bij u om de hoek gerealiseerd. Da's wel zo gemakkelijk. En dat tegen een aantrekkelijk tarief. vnje Universiteit amsterdam

Zelf uw eigen website bouwen? Ook dat kan! Het Ci/o is de specialist van de VU voor automatiserings opleidingen. in korte tijd weet u alles van HTML, de taal achter het World Wide Web. Binnenkort starten de volgende cursussen: 21 mei '97 HTML inleiding 5 juni'97 HTML vervolg Ci/o, kamer OE-37 telefoon: 0 2 0 - 4 4 4 5399 e-mail adres: cio@cca.vu.nl Uiteraard op het WWW: http://www.vu.nl/cio

Het Ci/o ontwierp sites voor o.a. CvB, BBO, dienst VEB, VU-vereniging, dienst CCA

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 528

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's