Ad Valvas 1996-1997 - pagina 625
AD VALVAS 12 JUNI 1997
PAGINA 3
Kinderen imiteren roken en drinken ouders niet Kinderen beginnen niet met roken en drinken omdat ze het hun ouders zien doen. Het gedrag van hun leeftijdgenoten is een veel belangrijker factor. Maar als kinderen eenmaal alcohol of nicotine nuttigen, spelen genetische factoren wel een rol bij de omvang van het gebruik. Dit blijkt uit het onderzoek waarop psychologe Judith Koopmans dinsdag 17 juni aan de vu promoveert.
rol speelt", zegt Judith Koopmans. Voor haar proefschrift The genetics of health-related behaviors ondervroeg ze een grote groep gezinnen met tweelingen. Bij tweelingonderzoek is het mogelijk uit te zoeken in welke mate gedrag wordt bepaald door erfelijke factoren, de gezinssituatie of factoren die uniek zijn voor de betreffende persoon. "Tot nu toe werd vaak aangenomen dat kinderen het voorbeeld van de ouders volgen met roken en drinken. Dat blijkt slechts in geringe mate zo te zijn", stelt Koopmans. Wat vriendjes en vriendinnetjes op school, in het buurthuis of in de disco doen, is een veel belangrijker factor bij het al dan niet gaan roken. Maar als kinderen eenmaal roken bepaalt erfelijke aanleg
"Dat kinderen gaan roken en drinken komt voor een deel door erfelijke aanleg. Maar de belangrijkste verklarende factor is de omgeving waarin ze opgroeien. Opmerkelijk is dat het feitelijke rook- en drinkgedrag van de ouders daarbij nauwelijks en
Universiteiten azen op geld van zielcenhuizen
wel voor zo'n 80 procent hoeveel sigaretten ze per dag opsteken. Eenzelfde beeld bestaat voor alcoholgebruik, maar daar is de erfelijke factor bij de hoeveelheid die wordt gedronken minder, zo'n 30 procent. De sociale omgeving speelt ook een belangrijke rol bij hoeveel iemand drinkt. Overigens gaan roken en drinken vaak samen. Van de negentienjarigen uit het onderzoek rookte zowel bij de jongens als meisjes tegen de 40 procent. Op die leeftijd nuttigt bijna 80 procent van de jongens en 60 procent van de meisjes alcohol. Een klein percentage kinderen begint al rond het twaalfde jaar met het gebruik. De promovenda heeft ook een persoonlijkheidskenmerk gevonden dat
een verklaring kan bieden voor rooken drinkgewoontes. Dat is de mate waarin iemand behoefte heeft aan spannmg en sensatie. Hoe hoger die behoefte, hoe groter de kans dat iemand alcohol en nicotine gebruikt. Er bestaan sterke aanwijzingen dat dit persoonlijkheidskenmerk een biologische kant heeft, namelijk de gevoeligheid voor de neurotransmitter dopamine in de hersenen en het zenuwstelsel. Verschillen in behoefte aan spanning, kunnen voor ongeveer de helft genetisch verklaard worden. (DdH)
De universiteiten vinden dat zij recht hebben op ruim dertig miljoen gulden die nu nog naar de academische ziekenhuizen gaat. Dat geld is bestemd voor uitkeringen aan ontslagen personeel.
Onderzoekschool milieuwetenschappen erkend Sense, de onderzoekschool milieuwetenschappen van de vu, is erkend door de akademie van wetenschappen (KNAW).
Alle onderzoekscholen die in 1992 voor het eerst een keurmerk van de KNAW kregen, kuimen weer vijf jaar verder. De onderzoekschool neurowetenschappen, waarvan de vu penvoerder is, slaagde voor de herkeuring. Van de dertien nieuwe aanvragen zijn er vier afgekeurd. In totaal zijn er nu 107 erkende scholen. (FS, HOP)
Met ingang van 1999 gaan de universiteiten zelf bepalen hoeveel salaris ze hun personeel betalen. Maar meer dan ruim 170.000 gulden bruto per jaar mogen zij hun medewerkers ook dan nog niet bieden. Dat blijkt uit een convenant waaraan minister Ritzen, de vereniging van universiteiten (vsNU) en de vakbonden op dit ogenblik de laatste hand leggen. Daarin is geregeld dat de universiteiten voortaan zelf, in onderhandeling met de vakbonden, beslissen over de salarissen van hun eigen personeel. Het wetenschappelijk onderv^^js is de eerste onderwijssector waar de werkgevers (in dit geval: de universiteitsbesturen, verenigd in de vsNU) volledig zeggenschap krijgen over de arbeidsvoorwaarden van hun personeel. Tot nu toe is die bevoegdheid verdeeld: de minister beslist over de salarissen, de VSNU heeft slechts iets te zeggen over secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals vakantie, tijdelijk werk en ontslagregels. Na 1999 is Ritzen vrijwel geheel af van zijn bemoeienis met de universitaire salarissen. Hij hoeft voortaan alleen nog
Pleinfeest houdt het droog
Begin jaren negentig heeft minister Ritzen de universiteiten en de academische ziekenhuizen een gezamenlijk bedrag gegeven om de kosten van wachtgelden (uitkermgen aan ontslagen werknemers) te dekken. Er zijn destijds onderlinge afspraken gemaakt over de verdeling van dat geld. Maar die pakken onrechtvaardig uit, zeggen de universiteiten nu, en daarom moeten ze worden herzien. De academische ziekenhuizen weigeren echter over nieuwe afspraken te praten. De vereniging van universiteiten VSNU heeft de zaak daarom aan Ritzen voorgelegd. Die moet het gezamenlijke budget anders verdelen, stelt de VSNU voor: de ziekenhuizen 34 miljoen gulden minder, de universiteiten 34 miljoen meer. De universiteiten zijn de afgelopen jaren gekrompen, voert de vsNU onder meer aan, terwijl de ziekenhuizen zijn gegroeid. De universiteiten hebben dus meer reden gehad mensen te ontslaan en met wachtgeld te sturen. Daarnaast hebben ze veel meer tijdelijk personeel, en ook dat leidt automatisch tot wachtgelders. De universiteiten geven al jaren meer geld aan wachtgeld uit dan zij er van mmister Ritzen voor krijgen. In 1995 was het tekort vijftig miljoen gulden. Intussen houden de ziekenhuizen geld over. Volgens de vsNU gaat het om "tientallen miljoenen", en dat is haar een doom in het oog. (HO, HOP)
Ritzen stelt grens aan topsalaris universiteiten
maar aan de VSNU te laten
Peter Wolters - AVC/VU
Toen woensdagmiddag om kwart voor twaalf een paar regendruppels op het terrein van de vu vielen, leek het er even op dat het jaarlijkse pleinfeest opnieuw in het water zou vallen. De oiganisatie had het aangedurfd het feest in de open lucht te houden, nouden, net net als ais twee twee Jaar jaar geleden, geleden, toen toen de de regen regen de de feestvreugde feestvreugde enigszins enigszins bedierf. bedierf. Maar Maar nu nu waren waren de weergoden weergoden gunstiger gunstiger gestemd. gestemd. Het Het weer weer was was de
dan wel niet zo stralend als de voorgaande dagen, maar het werd toch nog gezellig op de vijfde editie van het feest. Het publiek vond de 'Middeleeuwse toestanden', het thema van het feest, e i g vermakelijk. Bij de wedstrijd schimpscheuten, waarbij waaroij tegenstanders tegenstanders elkaar eiKaar over over en en weer weer mochten mocnten uitschelden, uitschelden, vielen vielen enkele enkele rake rake klappen. klappen. Ook Ook de de bierpomp deed deed goede goede zaken. zaken. (PB) (PB) bierpomp
Hortus moet groen blijven Nieuw bestemmingsplan sluit bebouwing uit Op de plek waar nu de Hortus Botanicus van de vu ligt mag niet gebouwd worden. Stadsdeel Buitenveldert legt in het vernieuwde bestemmingsplan vast dat het gebiedje van de botanische tuin groen moet blijven. "Dit is een mooi resultaat, waar verschillende groepen actie voor hebben gevoerd", zegt Dorith van der Waerden die voor De Groenen in de deelraad zit en zich erg heeft ingespannen voor het behoud van de
Ingezonden n Mededeling
Binnen twee jaar |o!an( basisonderwijs "ït^cêaol Satturth. Satturév
Hortus. "Het besluit wil niet zeggen dat de Hortus voor eeuwig zal blijven bestaan, maar er mag in ieder geval niet gebouwd worden op die plek. Dus als de Hortus verdwijnt moet het een parkje worden of iets dergelijks." In het ontwerp voor een nieuw bestemmingsplan van het gebied rond de vu-campus was de mogelijkheid opgenomen op de plek van de Hortus te bouwen ten behoeve van het ziekenhuis. Maar de commissie wonen en werken van de stadsdeelraad oordeelde dinsdag 10 juni unaniem dat bebouwmg uit den boze is. Over twee weken neemt de deelraad officieel een besluit over het bestemmingsplan, maar dit zal na de commissievergadering slechts een formeel hamerstuk zijn. Daarna komt het bestemmingsplan ter inzage te liggen en kunnen belanghebbenden bezwaar aantekenen. In het bestemmingsplan staat dat zowel het ziekenhuis als de universiteit op de bestaande campus mag uitbreiden. Zo mag op de plek waar nu het Provisorium staat een toren komen die net zo hoog is als het
Hoofdgebouw en mag de dakopbouw van het Wis- en Natuurkunde gebouw worden uitgebreid. Ook mag op de sportvelden tussen de Buitenveldertselaan en de Karel Lotsylaan aan de wetenschap en het ziekenhuis gelieerde bebouwing komen. De vu moet op het eigen terrein voor 2430 ondergrondse parkeerplaatsen zorgen. Nu zijn er nog maar 630 bij het ziekenhuis. Alle 789 bovengrondse parkeerplaatsen op de campus verdwijnen. In de toekomst zullen ook de meeste van de zeshonderd parkeerplaatsen op de openbare weg langs de sportvelden vervallen. In de plannen staat op de plek van het Provisorium een grote parkeergarage met ruim duizend plaatsen geprojecteerd. De deelraad wil autoverkeer in de Van der Boechorststraat blijven toestaan. In een eerdere versie van de plannen zou dit een fiets- en wandelroute worden. (DdH)
weten hoeveel geld het kabinet over heeft voor salarisstijging. Vervolgens onderhandelt de VSNU met de vakbonden over de verdeling van dat geld. Ritzen stelt nog wel een maximum: een universitair medewerker kan ook na 1999 nooit méér verdienen dan wat de top van de huidige salarisschaal 18 voorschrijft. Dat is nu ruim 170.000 bruto per jaar. Met deze grens wil Ritzen voorkomen dat de decentralisatie van bevoegdheden leidt tot een onbeheerste groei van de salarissen. Het maximum geldt niet voor leden van het college van bestuur; die vallen namelijk niet onder het convenant. De derde partij in het convenant, de vakbonden, zijn het overigens nog niet geheel eens met de tekst ervan. Zij hebben er vooral moeite mee dat de werkgevers bij de start van de onderhandelingen wel weten hoeveel geld er voor salarissen is, en zij niet. Het liefst willen zij een clausule die hun de gelegenheid biedt alsnog bij de minister om extra geld te vragen als zij er met de universiteiten niet uitkomen. Daar voelt Ritzen echter niets voor. (HO, HOP)
Topinstituten Vervolg van pagina 1 De vu-onderzoeksgroepen participeren m de helft van de bestaande honderd onderzoekscholen. In acht gevallen heeft de vu het penvoerderschap over een onderzoekschool. Vier daarvan komen niet voor op het lijstje van potentiële topinstituten. Dat zijn: Milieuwetenschappen, Informatie en kennissystemen, Bewegingswetenschappen en de Nederlandse onderzoekschool voor voortplanting, endocriologie en metabolisme. Dat veel onderzoekscholen waarin de vu participeert meedingen naar het predikaat 'topinstituut' wil niet zeggen dat bij alle plannen daadwerkelijk veel vu-wetenschappers zijn betrokken. De mate van betrokkenheid bij de verschillende onderzoekscholen verschilt nogal. Bovendien gaat het bij de aanvragen voor topinstituten vaak om een deel van het terrein waarop de onderzoekscholen actief zijn. (DdH)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's