Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 311

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 311

9 minuten leestijd

ADVALVAS 23 JANUARI 1997

PAGINA 5

De bioloog, het paard en de cel De oude en de nieuwe garde aan het woord over biologie De bioloog die zich ten doel stelt alle planten en dieren in kaart te brengen en kan bogen op een brede basiskennis, sterft uit, zo blijkt uit een overzicht van leerstoelen biologie aan de Nederlandse universiteiten. De nieuwkomer is een specialist, vaak op het gebied van cel en molecuul. Een VUbioloog van de oude en een van de nieuwe garde over de anatomie van de haai, de bouwstenen van het DNA en wetenschappelijke vooruitgang.

Martine Zuidweg "Ik wist zo'n beetje alles wat er over dieren te weten viel", zegt emeritus hoogleraar dierkunde van de v u en bestuurder bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) prof.dr Joos Joosse (66) over zijn begintijd op de vu. De wereld van de bioloog was veertig jaar geleden overzichtelijk, herinnert Joosse zich. Zijn kennis hield de dierkundige op peil tijdens de busrit van drie kwartier die hij dagelijks maakte naar het laboratorium van de VU. "In de bus las ik Dte Berichte der wissenschaftlichen Biologie altijd van begin tot eind. Daarin stonden samenvattingen van alle artikelen die over dierkunde verschenen. Ze konden mij dan over alles aanspreken." Met de komst van steeds meer specialisaties in de jaren zestig kwamen er biologen die zich uitsluitend bezighielden met hersenonderzoek, alleen met voortplanting of louter met stofwisseling en die er een heel eigen spraakgebruik, eigen methoden van onderzoek en eigen apparatuur op nahielden. Die tendens zet zich voort. Prof.dr. Frans de Waal, bekend vanwege zijn populair-wetenschappelijke publicaties over het gedrag van apen, zei daarover onlangs in de Volkskrant: "Biologen hebben meer en meer de neiging alleen maar geïnteresseerd te zijn in onderdelen van dieren in reageerbuizen. De belangstelling voor het hele dier IS tanende en dat is niet goed." Joosse kan zich daar helemaal in vinden. Hij vindt dat het biologen van n u ontbreekt aan een brede basiskennis. "Op dit moment zie je dat er biologen gevormd worden die, als ze zijn afgestudeerd, nog helemaal niet zoveel weten van de biologie", zegt hij en er klinkt teleurstelling in zijn stem door. HIJ wijst op Westerhoff, die tegenover hem zit. "Hij weet niks, behalve van de microbiologie, dat is een heel klein stukje."

Piramide Prof dr. Hans Westerhoff (43), hoogleraar microbiële fysiologie aan de v u en hoogleraar mathematische biochemie aan de UVA, is een van de vijf )onge, veelbelovende wetenschappers die vorig jaar een miljoen gulden kregen van de v u om een eigen onderzoeksgroep op te zetten. Hij is de opvolger van prof dr. A.H. Stouthamer, een generatiegenoot van Joosse. Bi] zi)n afscheid afgelopen herfst wees Stouthamer op het werk dat microbiologen nog te wachten staat: "Meer dan 99 procent van de micro-organismen moet nog geïsoleerd en beschreven worden. Als het aantal soorten dat jaarlijks beschreven wordt niet verandert, zal dit karwei pas over 8300 jaar zijn geklaard." Westerhoff voelt zich niet geroepen om dit karwei van zijn voorganger te klaren. Veel van zijn collega's evenmin. Uit een recent overzicht van de leerstoelen biologie aan de Nederland-

Prof .dr. H. Westerhoff: 'De methode die we nu gebruiken is vele malen succesvoller en juister. Dat is toch vooruitgang.' Peter Welters AVC/VU

se universiteiten blijkt dat het systematisch onderzoek naar biodiversiteit het afgelopen decennium een zware klap heeft gekregen. Sinds 1984 is het aantal leerstoelen systematiek met 65 procent geslonken. Ook het aandeel biologen dat dé vorm en structuur van planten of dieren bestudeert (de morfologie), is sterk afgenomen. Sinds 1984 is het aantal leerstoelen plantenmorfologie met 40 procent en diermorfologie met 53 procent gedaald. "Er heeft de afgelopen jaren een verschuiving plaatsgevonden van het beschrijven van organismen naar het bestuderen van de werking ervan", vat Westerhoff samen. Zelf houdt hij zich bezig met de werking van levende cellen. Hij probeert te achterhalen hoe een levende cel functioneert en is de opsteller van een theorie die de cel voorstelt als een democratische staat, bestaande uit een hiërarchie van instituties (eiwitmoleculen) die elkaar controleren. Zijn speurtocht heeft mogelijk betekenis voor de behandeling van kanker. Westerhoff zit in de goede hoek: de biologie op het niveau van cel en molecuul krijgt op dit moment op de universiteiten het meeste onderzoeksgeld toegeschoven, zo blijkt uit het genoemde overzicht van de Nederlandse biologiefaculteiten. "Het gedrag van moleculen in cellen van levende organismen, dat is nu biologie", zegt Westerhoff. " D e klassieke iDioloog keek van bovenaf naar organismen, nu leren we het organisme te begrijpen vanaf de onderste laag van de piramide, de moleculen; de fundamentele chemische eenheden van de wereld."

Succesvol Westerhoff weet niet hoe een slak of een paard of een orang-oetang leeft. " D a n kun je wel zeggen: pak vanavond een boekje en ga die zaken eens bestuderen, maar dat kan niet, want vanavond moet ik een proefschrift van iemand lezen over microbiologie." Volgens Westerhoff is de ontbrekende brede basiskennis waar Joosse over klaagt, in deze tijd onvermijdelijk. D e wetenschap is de afgelopen veertig jaar zo succesvol geweest en de toename van kennis dermate explosief, dat geen bioloog vandaag de dag in staat is alle vakgebieden van zijn wetenschap te overzien. "Ik heb me erbij neergelegd dat ik niet alles van de biologie kan volgen." Op zich hoeft dat ook geen punt te zijn, vindt Westerhoff, want alles wordt overzichtelijk opgeslagen in boeken en computerfiles. Joosse werpt tegen dat een onderzoeker een bepaalde basiskermis nodig heeft om zaken in een context te kunnen plaatsen. "Het is naar mijn idee zeer belangrijk om mensen te hebben die zich zo breed mogelijk op de biologie oriënteren. Dat wil niet zeggen dat ze overal onderzoek in moeten kunnen doen, maar ze moeten wel kennis hebben van andere vakgebie-

Illustratie: Berend Vonk

den. Heel wat biologen houden zich bezig met hersenonderzoek: moleculair biologen, microscopisten, mensen die zijn gespecialiseerd in het gedrag van organismen, of in zenuwen. Wil je je eigen onderzoeksresultaten goed interpreteren, dan moet je weten wat de ander aan resultaten heeft behaald." Dat op dit moment het voortbestaan van Nederlandse herbaria (collecties dode planten) ter discussie staat, wijt Joosse aan zo'n gebrek aan basiskennis. "Minister Ritzen beweert dat de interesse in biodiversiteit een liefhebberij is van de KNAW. En dat delen van de herbaria net zo goed teruggestuurd kunnen worden naar de landen van herkomst. Hij ziet duidelijk niet in wat zo'n plantencoUectie te maken heeft met de actuele vraagstukken in de maatschappij. Er wordt op dit moment tropisch bos gekapt terwijl men niet eens weet welke plantensoort geschikt is voor de herplant. Bij herbaria is die kennis aanwezig." Westerhoff: "Het zou geweldig zijn als we van alle planten op de wereld een exemplaar in een Nederlands herbariu m zouden hebben. Maar dat is onmogelijk. We kunnen ze niet allemaal tegelijkertijd hebben en bewaren. Dus daar moet een slimme oplossing voor komen. In die zin kan ik me voorstellen dat er nagedacht moet worden over de toekomst van de verschillende herbaria in Nederland." Terwijl Joosse het betreurt dat de biologie waarmee hij opgroeide zo goed als verdwenen is, vindt Westerhoff dat daar iets beters voor in de plaats is gekomen. "We zijn nu in staat te onderzoeken hoe een cel werkt en we kunnen het ene gen door het andere vervangen. Dat we de genetische code van het DNA kunnen ontrafelen, is een enorme vooruitgang, waarvan mensen twintig jaar geleden dachten dat het nooit zou lukken. N u is het een fluitje van een cent om een gen te zien. Dat is ongelooflijk." Joosse, nuchter: "Je kunt tegenwoordig een heel goed onderzoeker zijn als je maar volgt wat de nieuwste technieken zijn." Westerhoff: "Je zegt 'tegenwoordig', maar Anthonie van Leeuwenhoek "KeeftTiet föch'óok zo gedaan..."

Joosse: "Tot voor kort konden we heel lang vooruit met een bepaalde techniek. N e e m de elektronenmicroscoop (een microscoop die met behulp van elektronen tot een miljoen maal kan vergroten, mz), daarmee konden we tientallen jaren vooruit. Als ik nu een paar maanden niet op het laboratoriu m kom, weet ik niet meer waar ze mee bezig zijn, dan is er alweer iets nieuws bedacht." Westerhoff: "De methode die we nu gebruiken is vele malen succesvoller en juister. Dat is toch vooruitgang. Daar hoef je toch niet treurig om te zijn?"

Gist Vanuit het gezichtspunt van Westerhoff lijkt de mens opvallend veel op gist, met name omdat de cellen van beide organismen beschikken over een celkern. Dat het afgelopen voorjaar de volledige volgorde van de bouwstenen van het erfelijk materiaal van gist in kaart is gebracht, is dan ook een stap voorwaarts in de behandeling van ziekten die gepaard gaan met fouten in het DNA. Natuurlijk is het ook van belang de volgorde van de bouwstenen van het erfelijk materiaal in de menselijke lichaamscel te achterhalen, maar als het over zo'n zeven jaar zover is (het gaat om drie miljard bouwstenen, die met letters worden aangeduid), dan weet Westerhoff voorlopig genoeg. " D a n kunnen we het wel van alle organismen op de aardbol gaan bepalen, maar dat vind ik niet per se

geweldig belangrijk." Joosse wijst erop dat dan het werk in feite pas begint. En Westerhoff knikt als Joosse verklaart: "De grote kunst straks is om uit te vinden hoe je vanuit zo'n rij letters komt tot een levend organisme. Dat is natuurlijk gigantisch veel ingewikkelder dan het m kaart brengen van het D N A . " Vanuit het standpunt van Joosse verschillen organismen enorm van elkaar, wat het de moeite waard maakt om, in ieder geval tijdens de opleiding, vele soorten zorgvuldig onder de loep te nemen. "Wij bestudeerden de anatomie van de haai, de ringslang, de hagedis, de duif, de hond, de kat, de rat. Je wist hoe de verschillende zenuwstelsels in elkaar zaten, je wist hoe de bloedvaten liepen..." Westerhoff: "We hebben het nu over dieren die grotendeels hetzelfde zijn, alleen op details zijn ze anders. Als we niets anders te leren zouden hebben, zou ik achter je staan, maar de kennis is zoveel groter geworden. We hebben de luxe om heel andere dingen te onderwijzen aan onze studenten. Dat is nou eenmaal de voortgang van de wetenschap." Joosse: "Maar wat moet je nou met een bioloog die nooit een pens van een koe heeft gezien?" Westerhoff: "Eén pens van één koe, oké. Maar om nou zowel de pens van een koe te bestuderen als de pens van een paard..." Joosse: "Paarden hebben helemaal geen pens. Daar heb je het nou."

Prof.dr. J. Joosse: 'Hij weet niks, behalve van de microbiologie.' Peter Wolters AVC/VU

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 311

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's