Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 649

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 649

1 minuut leestijd

AD VALVAS 19 JUNI 1997

PAGINA 1 1

PERSONEELSKATERN

Bursalen zijn niet loyaal aan universiteit Ze werken zich uit de naad voor een grijpstuiver, en nemen een onzel<ere toekomst op de koop toe. Met de bursalen lijken de universiteiten voor een dubbeltje op de eerste rang te zitten, maar voor hoe lang? "ik voel me geen medewerker van de VU", verklaart een van de bursalen. "Meer een zelfstandig onderzoeker." Peter Boerman

De storm over de bursalen, de aio's zonder aanstelling, lijkt een beetje te zijn gaan liggen. De ondernemingsraad heeft zich erbij neergelegd dat er bij Letteren en Psychologie Pedagogiek onderzoekers mogen worden gezocht die uit bezuinigingsoogpunt een beurs krijgen in plaats van een baan. Ondanks dat een onafhankelijke jurist desgevraagd verklaarde dat het college van bestuur dit nooit had mogen toestaan zonder toestemming van de OR. Maar de OR lijkt zijn kruit liever te bewaren tot eind '98, als het bursalensysteem geëvalueerd moet worden. Daarom heeft ook het college van bestuur windstilte beloofd tot aan die evaluatie. De twee faculteiten die het meest in geldnood zaten, zijn immers (voorlopig) geholpen. Maar de bursalen zelf zijn nog niet aan het woord geweest. Terwijl zij wel reden tot klagen zouden kunnen hebben. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een bericht in het Leidse universiteitsblad Mare van een paar weken geleden, onder de kop 'Leidse bursaal leeft op het rninimum'. Het imiversiteitsblad rekende voor dat een bursaal, die in Leiden maandelijks 2500 gulden bruto krijgt, na aftrek van zaken als belastingen, ziektekosten- en arbeidsongeschiktheidsverzekering maar 1366 gulden overhoudt. Een eerstejaars aio zit volgens het blad al op 1840 gulden netto. En dat wordt verderop in de promotie alleen maar meer. Aan de vu is het iets minder erg. Weliswaar krijgt een bursaal hier maar 2329 gulden bruto per maand, maar doordat zowel Psychologie als Letteren haar bursalen een baan voor een halve dag m de week als assistent-docent aan-

Illustratie: Berend Vonk

biedt, hoeven deze geen ziektekostenverzekering af te sluiten en vangen ze ook nog eens zo'n vierhonderd gulden extra. En er is nog een voordeel: voor de belasting kunnen dan beroepskosten worden afgetrokken. Een bursaal heeft immers geen beroep, maar een docent wel. Dat maakt het inkomensverschil tussen een bursaal op de vu en een aio in de eerste jaren niet zo groot. Pas in de laatste twee jaar, als de aio er qua inkomen met sprongen op vooruitgaat, blijft de beurspromovendus flink achter. "Ach", relativeert Jeroen Redel, sinds november beurspromovendus bij Letteren, "het is voor een gedeelte natuurlijk idealisme. De betaling is voor mij niet het belangrijkste. Plus, als ik echt in mijn vak bezig wil blijven, ben ik ook wel aangewezen op de

universiteit. Ik ben geen mens voor het bedrijfsleven. Maar dat betekent nog met dat ik het leuk vind." Het hele bursalensysteem is ooit verzonnen om de wachtgeldproblematiek op te lossen. Aan aio's die na vier jaar nog niet klaar zijn of nog geen werk kunnen vinden moet de universiteit een uitkering betalen, voor bursalen is na vier jaar de koek gewoon op. Dat scheelt geld. Maar op de beurzen zelf wordt ook nog eens flink bezuinigd. Aan een aio is men, de wachtgelduitkering met meegerekend, jaarlijks (gemiddeld) ruim 45 duizend gulden kwijt. Een bursaal krijgt maar 28.600 gulden, zo'n zeventienduizend minder dus. Komen daar de kosten van een aanstelling als assistent-docent bij, dan kost een bursaal jaarlijks nog steeds zo'n tien mille minder dan een

aio. "Dat is dus eigenlijk wat ze op ons bezuinigd hebben bovenop het wachtgeld", concludeert Redel. Dit geld is m principe beschikbaar voor onder meer congresbezoek, opleidingen, onderzoekskosten en de promotie zelf. "Een sigaar uit eigen doos", vindt Redel, want dat geld had ook rechtstreeks naar de promovendus kunnen gaan. Die had er dan niet meer achteraan gehoeven en had zelf over de besteding van dit geld kunnen beshssen. Door het wachtgeldprobleem af te schuiven, is er wel een ander probleem bijgekomen: terwijl in het aiostelsel zowel de vakgroep als de promovendus verantwoordelijk is voor het tijdig afronden van de promotie, moet in het bursalenstelsel alleen de promovendus op zijn tijd letten. Het

kost de vakgroep namelijk niets als de promovendus over z'n tijd heengaat. Echte waarborgen daartegen zijn niet gevonden. Bij Psychologie heeft men bedacht dit probleem op te lossen door jaarlijks een evaluatie te plannen en - eventueel - de verdeling van de totale formatie af te laten hangen van hoe snel de vakgroepen erin slagen promovendi af te leveren. Maar daarover staat nog niets vast. Bij Letteren staat zoiets zelfs helemaal niet op papier. In de bnef waarmee de bursalen geïntroduceerd worden op de faculteit, staat alleen dat voor de vakgroepen "de verplichting bestaat nog sterker dan voorheen toe te zien op voorstellen voor promotieonderzoeken die daadwerkelijk binnen vier jaar kunnen worden afgerond". Dat is alles. "In de oude situatie was de universiteit vanwege het wachtgeld tenminste nog verplicht je te helpen op de arbeidsmarkt", zegt Redel. "Voor ons geldt dat niet meer. Dat betekent dat het risico bestaat dat je terugvalt op een bijstandsuitkering. En daarvoor mag je weer geen spaargeld hebben. Het gevolg daarvan is dat ik voortdurend op twee paarden moet wedden: ik moet én de voortgang van mijn onderzoek in de gaten houden, én iets achter de hand hebben voor later of voor als het misgaat." Die onzekerheid over de toekomst geldt volgens Redel niet alleen voor bursalen, maar natuurlijk net zo goed voor aio's. "Ja, eigenlijk voor onze hele generatie", meent hij. "Ik ken bijna niemand meer met een vaste baan. En hoe vast is vast tegenwoordig eigenlijk nog?" Toch maakt een aanstelling wel verschil, vindt Redel. Hij geeft toe weinig loyaal aan de vu te zijn, onder meer omdat de onderhandelingen over zijn contract nogal wat problemen opleverden. "Het klopt dat ik me niet echt een medewerker van de vu voel. Ik heb er weinig band mee. Stel dat zich over twee jaar iets anders aandient, dan voel ik me ten opzichte van de vu niet moreel verplicht dit onderzoek af te maken, hooguit ten opzichte van de vakgroep. Ik voel me vooral zelfstandig onderzoeker. Maar ik vraag me wel sterk af of dit beleid zich op de lange duur niet tegen de universiteiten gaat keren. Promoveren wordt zo toch een beetje tweede keus."

Hrt^*

I k heb moeite mensen te berispen' fn de meeste hotels bestaat kamer dertien niet. De VU is minder bijgelovig. Ad Valvas onthult wie er schuilgaan achter dit geheimzinnige kamernummer. Deze maand: ing. Kees Tuk, beheerder van en onderzoeker in kamer 213 in het geneeskunde-gebouw. Martine Zuidweg

Spuitflesjes, reageerbuisjes, microscopen en stoven om het een en ander op te warmen. Dat zijn de voorwerpen waarmee ing. Kees Tuk (38) zich de afgelopen negen jaar in kamer 213 heeft omringd. Tuk is research analist en beheerder van het laboratorium voor celbiologie en immunologie m het geneeskundegebouw. Hij studeerde in Delft en werkte daar jarenlang in een laboratorium. Voor hij naar de vu kwam, bracht hij een jaar door op een bedrijfje dat antistoffen maakt tegen ziekteverwekkers. Als analist helpt Tuk een onderzoeksgroep van de vu bij onderzoek naar het functioneren van het menselijk afweersysteem. Of beter: naar de functies van de zogenaamde macrofaag, de cel die bij de afweer betrokken is. Tuk bekijkt hoe de macrofaag reageert op bepaalde situaties, zoals op de aanraking met een bacteriesoort. Negen jaar lang bestudeerde Tuk welgeteld één cel, maar hij noemt zijn werk afwisselend. "Ik doe bijna iedere dag weer wat anders. Telkens bouw ik voort op wat ik de vorige dag heb onderzocht. Als ik een doodgewone huidbacterie op een macrofaag gooi,

,r - ' ..^

Kees Tuk: 'Als ik uit een experiment niet krijg wat ik verwaclit, vind ik dat een welkome uitdaging.' Peter Wolters AVC/VU

dan zie je dat die bacterie bepaalde stoffen gaat produceren. Dan ben ik de dagen daarop druk met het bestuderen van die stofjes." Driekwart van zijn tijd besteedt Tuk aan onderzoek, een kwart aan zijn beheerstaken. Als een apparaat kapot is of een nieuweling moet worden ingewerkt, is Tuk van de partij. Hij beheert kamer 213, een laboratorium waar met menselijk weefsel wordt gewerkt, dat naast een laboratorium ligt waar onderzoekers met dierlijk

materiaal in de weer zijn. Hijzelf werkt het liefst met kleine stukjes lichaam van mensen. "Ik ben niet principieel tegen proefdieren, maar ik vind het vervelend om dieren pijn te doen. De mensen die met humaan materiaal werken, krijgen dat door het ziekenhuis aangereikt, zij hebben bijna nooit met complete organismen te maken. Terwijl de anderen het materiaal vaak zelf uit de dieren halen." Dat hij soms onderzoekers op de vin-

gers moet tikken als ze voorwerpen laten slingeren, vindt Tuk vervelend. "Zo'n laboratorim moet schoon zijn, daar moet je mensen telkens van doordringen. Dat is het minst leuke aspect van mijn werk; ik heb er moeite mee om mensen te berispen." Het is een van de redenen waarom hij de voorkeur geeft aan onderzoek. "Daar kan ik echt m'n creativiteit in kwijt. Ik ben iemand die makkelijk praktische oplossingen voor problemen verzint. Als ik bijvoorbeeld uit

een experiment niet krijg wat ik verwacht, vind ik dat een welkome uitdaging." Als de problemen te groot worden, laat hij ze links liggen. "De onderzoeksgroep waarvoor ik werk wil toch resultaten, de onderzoekers willen publiceren. Dat geldt met name voor aio's, want die moeten binnen vier jaar klaar zijn. En je kunt altijd m een later stadium nog terugkomen op zo'n probleem."

h^^ Binnenkort krijgt kamer 213 een nieuwe beheerder, want Tuk gaat de vu verruilen voor het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterverwerking in Lelystad. Lekker dicht bij huis. Hij is het op en neer reizen beu, vooral nu de Nederlandse Spoorwegen de rechtstreekse lijn tussen Amsterdam en Lelystad hebben ingetrokken. Als hij iets zal missen aan de vu, dan zijn het wel de jonge mensen met wie hij samenwerkt. "Ik werk hier met mensen die net van de universiteit afkomen, die dus erg enthousiast zijn. Dat motiveert mij weer om bij te blijven in m'n vak. Zo moet ik bijvoorbeeld zorgen dat ik alle technische snufjes bijhoud, want aio's pikken het niet als je zegt: 'Die techniek beheers ik niet, ik kan die proef niet voor je uitvoeren.' Wat dat betreft heb ik geen tijd om in te dutten."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 649

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's