Ad Valvas 1996-1997 - pagina 248
AD VALVAS 5 DECEMBER 1996
PAGINA 10
Vrouwenwerk nog steeds ondergewaardeerd Congres neemt beoordeling functies onder de loep Vrouwen verdienen wereldwijd, maar ook in Nederland, gemiddeld nog steeds minder dan mannen per uur, ondanks dat ze op veel gebieden hun aciiterstand hebben ingelopen. Dit moet veranderen, bepleiten de VUonderzoeksters dr. M.I.M. Brouns en drs. L Halsema naar aanleiding van het volgende week te houden congres 'Geld en sekse' over functiewaardering.
Dirk de Hoog "Vrouwen verdienen ook m Nederland gemiddeld nog steeds een kwart minder per uur dan mannen, ondanks dat er de afgelopen decennia veel veranderd IS in de relaties tussen de seksen", zegt dr. Margo Brouns. D e medewerkster bij de sectie beleid, cultuur en seksevraagstukken van de vakgroep politicologie van de v u is een van de redacteuren van de bundel opstellen over functiewaardering en sekse, Waardering van werk, die woensdag 11 december tijdens een congres aan de v u wordt gepresenteerd. Traditionele verklaringen voor de inkomensverschillen tussen mannen en vrouwen, die ovengens wereldwijd bestaan, voldoen niet meer volgens Brouns. "Vroeger werd gezegd dat het vooral kwam doordat vrouwen minder opleiding en ervaring hadden, maar die achterstand is intussen behoorlijk ingelopen. E n toch is het gemiddeld uurloon dat vrouwen krijgen lager gebleven dan dat van mannen. Er moet dus een andere verklaring zijn. E n dat is dat verzorgende en ondersteunende taken mmder waarden n g krijgen dan bijvoorbeeld technische en uitvoerende taken. Die lagere waardenng heeft niet te maken met de zwaarte van het werk of de eisen die het aan je stelt, maar met cultureel bepaalde verschillen: werk dat traditioneel door vrouwen wordt gedaan, wordt lager gewaardeerd." In de bimdel staan veertien opstellen over allerlei aspecten van functiewaardering en sekseongelijkheid. Zo bevat de bundel een uitgebreide analyse van het typische vrouwenberoep secretaresse. "Wat daarbij opvalt is dat de omschrijving van deze functie heel beperkt is. Secretaresses worden als typistes gezien, terwijl ze veel meer doen. Bovendien worden alle secretaresses over één kam geschoren, terwijl de ene secretaresse heel ander werk doet dan de andere. Dat komt dus ook niet tot uitdrukking in de beloning. Wat ovengens ook frappant is, is de opkomst van de mannehjke variant van de secretaresse, de assistant-to-the manager, die veel meer status heeft en meer beloning krijgt", aldus Brouns. Uit onderzoeken blijkt volgens haar dat de meeste vrouwenberoepen een beperkte en niet gedifierentieerde omschrijving kennen. Ze noemt een voorbeeld. "Er bestaat doorgaans maar één functieomschnjvmg voor het beroep van bejaardenverzorgster, terwijl er in de bejaardenhuizen wel keukenhulpen werken in verschillende categorieën. D a t zijn vaak mannen. D e achterliggende gedachte is dat mannen carrière moeten kunnen maken. Voor vrouwen is dat blijkbaar niet nodig." In de bundel opstellen legt hoogleraar
Margo Brouns (links): 'Het gaat ons om de vraag waarom zorgtaken lager worden gewaardeerd, terwijl iedereen het erover eens is dat deze een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van het bestaan.'
NICO Bomk - AVC/VU
vrouwenstudies aan de v u prof.dr. Jeanne de Bruijn, initiatiefneemster van het onderzoek naar de effecten van functiewaardering voor vrouwen, uit dat de lagere waardering voor vrouwenwerk een diep m de cultuur verankerd verschijnsel is. Zo staat in een rapport van de Stichting van de Arbeid uit 1947 dat vrouwen financieel lagere behoeften hebben dan mannen en düs met een lager loon toekunnen. D e stichting stelt dan ook voor om vrouwen voor hetzelfde werk 20 tot 30 procent minder te betalen dan mannen. Ook wordt in het rapport de veronderstellmg uitgesproken dat vrouwen niet primair werken om geld te verdienen, maar dat ze dat doen vanwege de sociale kanten van de arbeid en omdat ze zich graag sociaal nuttig willen maken. M e t de invoering van de Wet Gelijke Beloning kwam in 1975 in Nederland officieel een einde aan de ongelijke beloning van mannen en vrouwen voor hetzelfde werk. "Het is opvallend hoe conservatief het doorgaans toch vrij progressieve Nederland is als het gaat om gelijke mogelijkheden voor vrouwen op de arbeidsmarkt", aldus Brouns. "Nederland kwam pas met de Wet Gelijke Beloning op de proppen, toen andere landen die al lang hadden ingevoerd nadat dit in 1948 in internationale verdragen was afgesproken. Nederland nam de wet pas aan nadat er internationaal met repercussies werd gedreigd als Nederland de verdragsverplichtingen met na zou
komen. Nederland is in Europa nog steeds een van de achterlijkste landen wat de arbeidssituatie van vrouwen betreft." Inmiddels krijgen mannen en vrouwen in Nederland voor hetzelfde werk doorgaans wel hetzelfde loon. Maar dat heeft het verschil in inkomsten tussen mannen en vrouwen niet doen verdwijnen. M a n n e n en vrouwen doen namelijk niet zo vaak hetzelfde werk. Het komt ook voor dat vooral door vrouwen bezette banen door herwaardering in status en beloning achteruit gaan. D a t geldt bijvoorbeeld voor bepaalde functies bij de politie. Medeopsteller van de bundel, drs. LiHan Halsema, deed daar onderzoek naar en hoopt daar over enige tijd op te promoveren. "Bij de grote reorganisatie van de politie, een paar jaar geleden, is een nieuwe functiewaardering gemaakt", vertelt zij. "Daarbij ging de waardering voor het uitvoerende politiewerk omhoog en die voor de ondersteimende functies omlaag, terwijl bij de uitvoerende taken maar 12 procent vrouwen werkt, zelfs iets minder dan een paar jaar geleden, en bij de ondersteunende en administratieve fimcties ruim 54 procent vrouw is. Bovendien is bij de uitvoerende functies erg de nadruk gelegd op de ordehandhaving en criminaliteitsbestrijding, terwijl een politieagent in de praktijk veel meer tijd besteedt aan hulpverlening, preventie en begeleiding, zeg maar aan de zorgtaken." De oplossing van het probleem lijkt
voor de hand te liggen, namelijk zorgen dat mannen en vrouwen ongeveer hetzelfde werk gaan doen, maar met die oplossing zijn de onderzoeksters het niet eens. Brouns: "Het gaat ons om de fundamentelere vraag waarom zorgtaken lager worden gewaardeerd, terwijl iedereen het erover eens is dat deze een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van het bestaan." Ook Halsema vindt het feit dat mannen en vrouwen verschillend werk doen niet het belangrijkste probleem. "Het gaat om het verschil m waardering en beloning. O p zich is er niets mis mee dat relatief veel vrouwen een administratieve of verzorgende baan in deeltijd willen. Dat is een legitieme keuze." Of op de universiteit ook sekseverschillen in de functiewaardering voorkomen, weten de onderzoekers niet één-twee-drie, maar "het zou interessant zijn als de emancipatiecommissie eens naar de functieomschrijvmgen van secretaresses zou kijken, want er zijn ongetwijfeld grote verschillen in het werk, zonder dat die in de beloning tot uitdrukking komen," aldus Brouns. E n Halsema, die zelf aio is, vindt het wel heel opvallend dat n u er steeds meer vrouwelijke promovendae komen, het salaris vervangen dreigt te worden door een - lagere - beurs. Brouns wil dat geen bewuste opzet noemen. "Het lijkt wel of vrouwen overal steeds te laat komen. Zodra ze ergens binnen beginnen te stromen, komen meteen ook de veranderingen.
meestal verslechteringen op gang. Misschien dat op de arbeidsmarkt pas echt ruimte voor vrouwen komt als de betreffende functies voor mannen met meer aantrekkelijk zijn en die uitwijken naar andere banen." Dat lijkt ook te gelden voor het systeem van functiewaardermg. Want juist n u onder meer door de vakbeweging en de ontwerpers van systemen voor functiewaardering de kritiek van vrouwen hierop wordt onderschreven, dreigt het hele systeem op de helling te gaan. Flexibele beloning en loon naar prestatie lijken het in de ogen van werkgevers te starre systeem van functiewaardering te gaan vervangen. Brouns vindt dat voor vrouwen geen goede zaak. "Waar functiewaardering is ingevoerd voor beroepen waarin vooral vrouwen werken, is de waardering en beloning voor het werk vaak in eerste instantie gestegen. Het werk kreeg een bepaalde erkenning. E n het systeem voorkomt willekeur. Ik zou er voor pleiten om meer waarde toe te kennen aan verzorgende en communicatieve vaardigheden en om functieomschrijvingen verder te differentiëren door te beschrijven wat de werkzaamheden in de praktijk werkelijk inhouden." Het congres Sekse en geld' vindt plaats op 1 1 december van 14 00 tot 17 00 uur Informatie 020 4446832 Jeanne de Bruijn, Margo Brouns Lilian Halsema (red } Waardenng van werk Opstellen over funotiev^aardering en sekse, VU uitgeverij. Amsterdam, 1996, ƒ 39,50 ISBN 90 538 35 00 8
Nieuw verdrag moet erkenning diploma's beter regelen Studenten die voor h u n studie l a n gere tijd naar het buitenland willen, m o e t e n veel praktische p r o b l e m e n overwinnen. E é n daarvan is o m h u n eerdere diploma's e n het studie-programma van hun opleiding erkend te krijgen bij de universiteit o f hogeschool waar zij een tijdje willen studeren. E e n internationaal verdrag m o e t daar verandering i n brengen. "Er zijn instellingen die krankzinnige eisen formuleren", zegt Kees Kouwenaar, hoofd internationalisering van de Nuffic, de Nederlandse organisatie
voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs. Sommige buitenlandse universiteiten willen een studieprogramma alleen op h u n waarde schatten als zij de studiegids van die opleiding in htin eigen taal kurmen bestuderen, zegt Kouwenaar. "Dat is natuurlijk absurd. Maar als student sta je op zo'n moment machteloos." Vooral de diploma's van HBO-studenten vormen n u een probleem in het buitenland, ook voor wie daar een baan zoekt. Lang niet elk land kent een systeem dat overeenkomt met het hoger beroepsonderwijs van Nederland. "Voor universiteiten konden we
met pijn en moeite terugvallen op mmiddels achterhaalde verdragen uit de jaren vijftig. Maar voor het HBO is nog niets geregeld: hogescholen moeten maar zien hoe en of zij eikaars diploma's erkennen", zegt Kouwenaar. D e Raad van Europa werkt samen met de Unesco aan een nieuw verdrag. Kouwenaar organiseerde vorige week m Den Haag een symposium, waar onderwijsjuristen uit 40 landen de ontwerptekst bespraken. Het verdrag moet in april 1997 op een conferentie in Lissabon worden vastgesteld. Het verdrag geeft studenten meer
rechten. "Als een insteUing vooraf aangeeft dat zij binnen 6 maanden uitsluitsel zal geven, dan kan een student naar een college van beroep stappen als die termijn wordt overschreden", geeft Kouwenaar een voorbeeld. Elke instelling moet volgens het verdrag zo'n college hebben. "Het verdrag geeft objectieve criteria voor het vergelijken en erkennen van diploma's en studieprogramma's. Als een student vmdt dat een Italiaanse universiteit een krankzinnige eis stelt, kan hij zeggen: maar in Zweden of in Nederland doen ze het heel anders. Als hij dat kan aantonen, moeten de Italia-
nen bakzeil halen. Dat is winst." Dat weinig studenten zo'n diepgaande kennis bezitten, vindt Kouwenaar geen bezwaar. "Landen die het verdrag ondertekenen zijn verplicht om een organisatie als de NufGc op te richten en te onderhouden. Wij hebben die kermis. Studenten die denken hier klopt iets niet, kunnen ons om advies vragen. Wij kunnen dan bemiddelen. N u staan ze machteloos." (MtW, HOP)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's